
“Verwerpelijk bijgelovig geraaskal.” In woorden van die strekking typeert Plinius, Romeins provinciebestuurder, in een brief aan keizer Trajanus de uitspraken van twee christelijke vrouwen. Van hun geloofspraktijk en ethische code kan Plinius nog wel iets begrijpen, maar wat het christelijke geloof zelf inhoudt, daar kan deze gezagsdrager niets mee.
We weten dat Plinius’ aanpak van christenen in zijn provincie Bithynië uitmondde in executie, maar kunnen niet nagaan wat de vrouwen tegen Plinius zeiden toen hij ze de duimschroeven aandraaide. Van een soortgelijk verhoor van later in de tweede eeuw is echter wel iets bewaard gebleven in de vorm van een martelaarsakte.
Dankbetuiging
“We hebben niets verkeerd gedaan,” zegt de woordvoerder van deze groep tegen gouverneur Saturninus, achter gesloten deuren in Carthago. Dat zal de overheidsbeambte ook andere gevangenen hebben horen zeggen, maar wat hem erg vreemd in de oren moet klinken is wat de christen daarna zegt:
Lees verder “Langs elkaar heen praten tot de dood erop volgt (1)”









Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.