De werken van Barmhartigheid

Adam Elsheimer, Philemon en Baucis

Afgelopen week ging ik naar Gent om het gerestaureerde Lam Gods te bekijken. Tijdens de uitleg die men gaf, viel me op hoe men uitlegde wat het christendom was. Die vraag houdt me eerlijk gezegd nogal bezig, aangezien in mijn omgeving, seculier als die is, kinderen opgroeien en ik eigenlijk wel zou willen weten hoe je hun iets kunt vertellen over oude kunstwerken. Zo’n kruisiging kan nog zo mooi geschilderd zijn, het blijft een naar gezicht, zo’n verminkt menselijk lichaam. Kun je niet-christelijke mensen uitleggen wat dat is? Trouwens, wat is überhaupt een god?

De Sint-Baafs-kathedraal koos ervoor het christendom niet uitsluitend te presenteren met zijn wonderlijke verhaal over zondeval, kruisdood en het verzoenend bloed van het Lam Gods, maar benadrukte dat het christendom ook stond voor concrete sociale actie: vluchtelingen herbergen en hongerigen voeden. We zijn hier op het terrein van de werken van barmhartigheid.

Lees verder “De werken van Barmhartigheid”

De Bergrede (6)

Olijfboom (Neot Kedumim)

Vandaag even een stukje in mijn reeks over het Nieuwe Testament, meer specifiek over de Bergrede, nog meer specifiek over één van de zaligsprekingen waarmee de Bergrede begint. In de Nieuwe Bijbelvertaling luidt Matteüs 5.5:

Gelukkig de zachtmoedigen,
want zij zullen het land bezitten.

Dat is een echo van Psalm 37.

Wie nederig zijn, zullen het land bezitten
en gelukkig leven in overvloed en vrede.

Die psalm bevat verder een schets van de wereld die zal komen: doe het goede, stoor je niet teveel aan het kwade, want het zal uiteindelijk verdwijnen, geen zondaar overleeft. Utopie, natuurlijk.

Lees verder “De Bergrede (6)”

De Bergrede (5): de lichtmetafoor

Lamp op een standaard (Museum van Limassol)

Tijd om het weer eens over de Bergrede te hebben, en dan meer in het bijzonder over de lichtmetafoor. Die is te vinden in het bruggetje tussen enerzijds de Zaligsprekingen waarmee de toespraak begint en anderzijds de door Jezus voorgestelde uitwerking van de Wet van Mozes (zoals zijn oordeel over het afleggen van eden). Nadat Jezus het heil heeft aangekondigd voor wie huilt, hongert naar gerechtigheid, wordt vervolgd of anderszins ellende ondervindt, maar voordat hij uitlegt dat ze naar volmaaktheid moeten streven, houdt hij zijn publiek voor:

Jullie zijn het licht in de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Men steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten, nee, men zet hem op een standaard, zodat hij licht geeft voor ieder die in huis is. Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel. (Mt 5.14-16; Nieuwe Bijbelvertaling)

Lees verder “De Bergrede (5): de lichtmetafoor”

De Bergrede (4)

Jezus met de Wet van Mozes (Catacombe van Domitilla, Rome)

De Bergrede, waarover ik al enkele keren eerder blogde (een, twee, drie, vier), bestaat uit een proloog van zaligsprekingen, gevolgd door een reeks aanscherpingen van de Wet van Mozes:  “Jullie hebben gehoord dat…” wordt dan gevolgd door “en ik zeg zelfs…”. Verder zijn er oproepen om het goede niet te doen voor de bühne maar vanuit overtuiging, eenvoudig te zijn in gebed, anderen niet te veroordelen – kortom, volmaakt te zijn zoals God volmaakt is.

Eén van de aanscherpingen is deze (Matteüs 5.33-37, Nieuwe Bijbelvertaling):

Jullie hebben ook gehoord dat destijds tegen het volk werd gezegd: “Leg geen valse eed af, voor de Heer gedane geloften moeten worden ingelost.” En ik zeg jullie dat je helemaal niet moet zweren, noch bij de hemel, want dat is de troon van God, noch bij de aarde, want dat is zijn voetenbank, noch bij Jeruzalem, want dat is de stad van de grote koning; zweer evenmin bij je eigen hoofd, want je kunt nog niet één van je haren wit of zwart maken. Laat jullie ja ja zijn, en jullie nee nee; wat je daaraan toevoegt komt voort uit het kwaad.

Lees verder “De Bergrede (4)”

De Bergrede (3)

Christus als wetgever. Sarcofaag uit de catacombe van S. Sebastiano, Rome

Het zal u niet zijn ontgaan dat ik afgelopen week in Frankrijk was om de laatste hand te leggen aan mijn boek Hannibal in de Alpen. Als u het niet merkte door het reeksje van woensdag, donderdag, vrijdag en zaterdag, dan was het misschien door dit draadje op Twitter. Er was door alle drukte weinig tijd om mijn wekelijkse stukje over het Nieuwe Testament voor te bereiden, maar gelukkig kan ik u een alternatief bieden. Of beter: twee.

Ik blogde onlangs over de vraag of Jezus kon lezen en schrijven. Daarover is nu ook dit stuk van Jan Krans te lezen op de blog van de Protestantse Theologische Universiteit. Aanbevolen.

Lees verder “De Bergrede (3)”

De paleografie van 4QBéatitudes

In een eerder stukje verwees ik naar de Dode-Zee-rol die bekendstaat als 4Q525 of 4QBéatitudes. Voor wie de telling niet kent: 4Q verwijst naar de vierde grot van Qumran, daarna volgt een nummer of een naam. In dit geval dus 525 of, zoals de Franse geleerde die de tekst publiceerde het fragment noemde, Béatitudes.

Ik heb er onlangs bij een podcast over gesproken en zei toen dat het mogelijk was dat deze tekst, die wel enige parallellen heeft met de Zaligsprekingen uit de Bergrede, niet per se het model hoefde zijn van de christelijke tekst. Het kon ook andersom zijn, opperde ik, omdat het fragment niet scherp gedateerd is. Er is geen koolstofdatering. Een vroege versie van Jezus’ woorden kon heel wel de auteur van een late Dode-Zee-rol hebben beïnvloed. Die gedachte was een improvisatie in de studio en ik had het beter niet kunnen zeggen, want de tekst is paleografisch gedateerd in de Herodiaanse periode.

Lees verder “De paleografie van 4QBéatitudes”

Kon Jezus lezen en schrijven? (1)

Reconstructie van een antieke synagoge (Museumpark Orientalis)

Afgelopen week kreeg ik van collega Marcel Hulspas de vraag voorgelegd of Jezus analfabeet was. Anders gezegd: kon Jezus lezen en schrijven? Dat is een interessante kwestie, die raakt aan allerlei aspecten van de uitleg van het Nieuwe Testament. Al levert de tekst zélf niet zoveel op.

Schrijven in het zand

Er is één passage waarin duidelijk sprake is van een schrijvende Jezus en dat is Johannes 8.6. De farizeeën en schriftgeleerden leiden een overspelige vrouw – in de middeleeuwse traditie ten onrechte geassocieerd met Maria Magdalena – aan Jezus voor. Ze vragen of hij vindt dat steniging gepast is. Hij schrijft wat in het zand. Als de aanklagers aandringen, merkt hij alleen op dat wie nooit een fout maakte de eerste steen maar moet werpen. De mannen druipen af.

Een mooi verhaal, maar het bewijst weinig. Eén: er staat εγραφεν εις την γην, wat je inderdaad kunt vertalen als “schreef hij in het zand”. Het betekent echter ook “tekende hij in het zand”. Jezus laat zijn minachting blijken door een doodle te tekenen.

Lees verder “Kon Jezus lezen en schrijven? (1)”

De Bergrede (2)

Mozaïek uit de Groß Sankt Martin in Keulen

In mijn reeks over het Nieuwe Testament was ik begonnen aan de Bergrede. Zoals ik al vertelde is het een compositie van de auteur van het Matteüs-evangelie, gebaseerd op de uitsprakenverzameling die bekendstaat als Q. Het beroemdste deel is de verzameling paradoxen die bekendstaat als de Zaligsprekingen omdat, in oude vertalingen, deze spreuken steeds werden ingeleid met “zalig is degene die…” Hier gebruik ik de Nieuwe Bijbelvertaling van Matteüs 5.3-12 (parallel: Lukas 6.20-23) en de situatie is dat Jezus een berg op gaat om zijn eerste grote redevoering te houden. Hij begint met een Umwertung aller Werte.

Gelukkig wie nederig van hart zijn,
want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
Gelukkig de treurenden,
want zij zullen getroost worden.
Gelukkig de zachtmoedigen,
want zij zullen het land bezitten.

Lees verder “De Bergrede (2)”

De Bergrede (1)

Christus als wetgever, op een heel laag bergje. Detail van een sarcofaag uit Rome (Louvre, Parijs)

Zoals ik al eerder heb verteld, liggen aan de evangeliën van Matteüs en Lukas twee bronnen ten grondslag, enerzijds het evangelie van Marcus en anderzijds de bron Q. (Er gaat een gerucht dat een tekst van Q is aangetroffen in dezelfde cache waarin ook het Judas-evangelie zou zijn gevonden. Ik ben sceptisch, maar noteer het als iets waarop u gespitst moet zijn.) Lukas geeft Q weer in de volgorde waarin hij het aantrof: een reeks spreekwoorden en gezegdes zonder veel verband. Matteüs maakt er toespraken van, waarvan de Bergrede het indrukwekkendste is. Ze is vooral bekend om de ronkende proloog, de beroemde “zaligsprekingen”, waarin Jezus de toekomst schetst in het Koninkrijk van God (“Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.”)

Er is over de Bergrede veel te vertellen. Zo is er een nauwe parallel in de Dode-Zee-rol die bekendstaat als 4Q525 en zijn er leuke antropologische observaties te doen bij het woord “geluk”. Mij gaat het nu even om de compositie als geheel, die er dus een is van Matteüs. Het publiek zal meteen hebben herkend dat als Jezus op een berg de Wet gaat bespreken, dit een verwijzing is naar Mozes’ wetgevende activiteit op de berg Horeb/Sinaï. Dat maakt Jezus in de eerste plaats “de profeet als Mozes”, een gangbare messiaanse titel, en in de tweede plaats een religieuze autoriteit. Immers, joodse religieuze autoriteit wilde zeggen: uitleg van de Wet.

Lees verder “De Bergrede (1)”

De roeping van Mattheüs

Caravaggio, “De roeping van Matteüs”

Toen ik onlangs het prachtige schilderij van Caravaggio in een stukje benutte, schoot me te binnen dat ik nog nooit had geblogd over het vergeten mirakel van de wonderbaarlijke naamsverandering. Ik begin even bij Lukas 5, gebaseerd op Marcus 2.14, en hier gepresenteerd in de Nieuwe Bijbelvertaling.

Jezus zag bij het tolhuis een tollenaar zitten die Levi heette. Hij zei tegen hem: “Volg mij!” Levi stond op, liet alles achter en volgde hem. Hij richtte in zijn huis een groot feestmaal voor hem aan, waarop een groot aantal tollenaars en anderen samen met Jezus aanwezig waren.

Lees verder “De roeping van Mattheüs”