Romeins Nijmegen (2) Noviomagus

Een cupido van barnsteen (Valkhof Museum, Nijmegen)

[Ik was een weekendje in Nijmegen en wijd er zes blogjes aan, of zeven, als ik ook dit blogje meetel. Dit is het tweede; het eerste was hier.]

Ulpia Noviomagus

In de jaren na de Bataafse Opstand reorganiseerden de Romeinen het Rijnland. Ze bekortten de weg naar de Donau door het Zwarte Woud (de Agri Decumates) te annexeren, en ook kregen meer legerbases stenen funderingen. Rome was niet langer in het offensief maar ging ervan uit dat de noordelijke rivieren voor langere tijd moesten worden verdedigd. In deze context moeten we ook de legioenbasis in Nijmegen plaatsen.

Er was in 2011 een claim dat een legioen zijn hoofdkwartier had ingericht in het stadscentrum, waar de resten zouden zijn gevonden op het Sint-Josephhof. Ik heb over die claim sindsdien niets meer gehoord, maar het zou een loepzuivere parallel opleveren met Jeruzalem, dat eveneens in 70 werd verwoest. Daar vestigde een legioen zich in de veroverde stad, maakte daarmee duidelijk wie de baas was, en dwong de bewoners te vertrekken naar het drie kilometer verderop gelegen Shu‘afat. Idem in Nijmegen: onderworpen opstandelingen, legioen in hun stad, bevolking drie kilometer verderop. Omdat ik over de Nijmeegse basis echter nooit meer had gehoord, was opheldering daarover een van de redenen waarom ik afgelopen weekend Nijmegen bezocht. Ik heb de deskundigen echter niet kunnen spreken en de oplossing van dit mysterie ligt derhalve voorshands verborgen in de mist der tijden.

Lees verder “Romeins Nijmegen (2) Noviomagus”

Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (1)

Afgelopen zaterdag werd in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden het boek Rome en de Lage Landen van de Belgische historicus, archeoloog en museumdirecteur Robert Nouwen ten doop gehouden. Dat is een heel belangrijk boek: de eerste synthese over dit onderwerp in een halve eeuw. Ik heb vorig jaar opgetreden als meelezer van het manuscript, en mocht bij de presentatie een toespraakje houden. Uiteraard deed ik dat maar wat graag. Dit is wat je noemt: de eer hebben iets te mogen doen.

Maar er was een probleem. Al vóór de presentatie waren verschillende mensen verbijsterd over het bescheiden karakter van de presentatie. Iemand noemde de locatie een “derderangszaaltje”, en inderdaad: de Tempelzaal in het museum had meer voor de hand gelegen dan de Trajanuszaal. We hadden ook kunnen uitwijken naar de Waalse Kerk. Bij een zo belangrijk boek beleg je een symposium met een dozijn hoogleraren uit binnen- en buitenland. Je nodigt het NOS-journaal uit en de koning, die immers de bekendste historicus van Nederland is, en die ook het eerste exemplaar aannam van de Wereldgeschiedenis van Nederland. Wij oudheidkundigen zijn toch niet minder dan andere historici?

Lees verder “Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (1)”

Hunebed van de dag: D52 (Diever)

Hunebed D52 bij Diever

Het op twintig na zuidelijkste hunebed in Nederland is ook een van de mooiste. Ik heb het over hunebed D52, even ten noordoosten van Diever. Met een breedte van 4¾ meter en een lengte van 14½ meter was is het best wel groot. Het aardewerk is te dateren tussen 3250 en 2975 v.Chr. en tegenwoordig in het Hunebedcentrum in Borger.

Archeoloog Albert van Giffen, die het naast dit hunebed gelegen landgoed Heezeberg bezat, heeft het graf in 1953/1954 laten restaureren, zodat de bezoeker een redelijk beeld heeft van het geheel. Toen ik er was, bleek dat iemand er bloemen had neergelegd.

Lees verder “Hunebed van de dag: D52 (Diever)”

Wee de overwonnenen (1)

Het vorige week verschenen boek van Alexander van de Bunt over de vestiging van het Romeinse gezag in de Lage Landen, Wee de overwonnenen, begint met Tacitus. Alexander legt uit dat zijn Romeinse voorganger veel heeft geschreven over onze contreien – Tacitus zal regelmatig terugkeren in het boek – en dat die teksten de beeldvorming over Romeins Nederland sterk hebben bepaald. Terecht wijst Alexander er vervolgens op dat we Tacitus niet al te serieus moeten nemen. Hij was een man van zijn tijd. Hij had een agenda. En vooral: hij schreef niet om onze vragen te beantwoorden.

Omdat Tacitus geen wetenschapper is en ook geen historicus in de normale betekenis van dat woord, moeten we zijn informatie – vertekend, verdraaid – vergelijken met andere gegevens en Van de Bunt wijst terecht op de archeologie. Dat geldt vanzelfsprekend voor alle antieke auteurs. We moeten ze toetsen. Als het gaat om Strabons beschrijving van de rauwe rituelen van de Germaanse Kimbren wijst Van de Bunt bijvoorbeeld op de Man van Grauballe, een Deens veenlijk waarvan de keel is doorgesneden. Van Plinius’ beroemde beschrijving van de terpenbewoners uit het Waddenzeegebied vertelt Van de Bunt dat ze hun woonplaatsen niet hadden gebouwd uit armoede, maar als reactie op de getijden. Soms klopt antieke informatie, soms niet, en je moet kritisch blijven.

Lees verder “Wee de overwonnenen (1)”

Conflictarcheologie

De Canadese archeoloog Bruce Trigger heeft er eens op gewezen dat zijn vakgebied lange tijd geënt was gebleven op de negentiende-eeuwse geschiedschrijving, met dit verschil dat de “grote mannen” waren vervangen door archeologische culturen. Het focus op concurrentie en geweld was echter hetzelfde, en omdat zo in feite werd aangegeven dat oorlog van alle tijden was, bestond de mogelijkheid archeologie te gebruiken om oorlog te rechtvaardigen. Het was immers de normaalste zaak van de wereld. Dat was één reden waarom archeologen in de tweede helft van de twintigste eeuw aarzelden oorlog aan te voeren als verklaring voor culturele veranderingen, zelfs al wisten ze heus wel dat in alle voorindustriële samenlevingen oorlog de voornaamste vorm van kapitaaloverdracht was geweest.

Langzaam laten archeologen deze schroom echter varen en ontstaat een nieuwe geesteswetenschap, die we kunnen aanduiden als conflictarcheologie. De dynamiek zit bijvoorbeeld in een land als België, waar archeologen hebben kunnen vaststellen dat de loopgraven uit de Eerste Wereldoorlog niet altijd lagen op de plek waar ze volgens de officiële landkaarten lagen. De soldaten, zo was de conclusie, hadden geen idee waar ze waren.

Lees verder “Conflictarcheologie”

Romeinenmeeting

Romeinenmeeting 2012

De belangrijkste oudheidkundige manifestatie in Nederland is het Romeinenfestival, dat elke twee jaar plaatsvindt op het Kops Plateau in Nijmegen: niet toevallig een van ’s lands belangrijkste archeologische monumenten. De bezoekers van het festival kunnen een zomerweekend lang kennismaken met antieke ambachten, de laatste tijdschriften en boeken kopen of een Romeins hapje eten. De demonstraties van re-enactors trekken de meeste aandacht.

Vorig jaar verzorgden – en dat was voor het eerst – de medewerkers van de Radbouduniversiteit lezingen. Het is een teken dat de organisatie serieus wordt genomen, en dat is (volgens mij) ook terecht: ze timmert als geen ander aan de weg om informatie over de Oudheid aan het grote publiek door te geven. Naast het festival is er bijvoorbeeld de Romeinenweek.

Lees verder “Romeinenmeeting”