Wat is een nahiru?

Nijlpaard in de dierentuin van Antwerpen: een nahiru?

De Assyrische koning Tiglat-Pileser I regeerde veertig jaar, van 1115 tot 1076 v.Chr. Zijn koninkrijk had de chaotische overgang van de Bronstijd naar de IJzertijd, traditioneel geassocieerd met de Zeevolken, vrij goed doorstaan, maar in het westen was het rijk van de Hittieten gedesintegreerd. Nieuwe, kleinere politieke eenheden namen de macht over. Historici noemen het de Neo-Hittitische koninkrijkjes, of ook wel de Arameeërs. De onrust in het westen dwong Tiglat-Pileser tot interventie, niet minder dan veertien keer.

Veldtocht naar zee

De campagnes waren meestal extreem gewelddadig, maar niet altijd. Een expeditie rond het jaar 1000 v.Chr. vermeldt in elk geval niet de wreedheden die voor andere jaren wel worden genoemd. Hij rukte eerst op naar Homs in het huidige Syrië en reisde daarvandaan naar de Middellandse Zee, door de vallei die nu de grens is tussen Libanon en Syrië. Zo bereikte hij Amurru, de kuststrook. Tiglat-pileser was de eerste Assyrische vorst die de zee bereikte en daar was hij overduidelijk trots op. De boottocht was het hoogtepunt van zijn reis.

Lees verder “Wat is een nahiru?”

Paleoproteomics

Karthaagse munt uit Iberië; dankzij paleoproteomics is vast te stellen welke olfantensoort dit is (British Museum)

Ik heb al vaker geblogd over bioarcheologische onderwerpen, zoals het DNA-onderzoek en het isotopenonderzoek. Over antieke eiwitten (proteïnen) heb ik het echter nog niet gehad, maar die zijn wel de moeite waard. Het is bijvoorbeeld mogelijk om in antiek aardewerk na vele eeuwen nog sporen te vinden van bijvoorbeeld zuivel. Zo kunnen onderzoekers uitspraken doen over de toenmalige voeding, wat weer kan leiden tot inzicht in de toenmalige volksgezondheid. Ook zijn uitspraken mogelijk over antieke ziektes. Een team uit Nottingham is er bijvoorbeeld in augustus 2023 in geslaagd om oeroude antistoffen te identificeren in het tandglazuur van iemand die ooit afweer had opgebouwd tegen het virus dat de ziekte van Pfeiffer veroorzaakt.

De monsters zijn niet alleen uit tandglazuur te nemen, maar ook uit botmateriaal, tandsteen, keramiek, textiel, perkament en papyrus. Een van de voordelen van dit type onderzoek, dat wel wordt aangeduid als paleoproteomics, is dat eiwitten opvallend goed bewaard blijven. Eitwitonderzoekers kunnen daardoor dieper het verleden in dan bijvoorbeeld hun collega’s die zich bezighouden met antiek DNA.

Lees verder “Paleoproteomics”

De Karthaagse olifant

Een olifant op een Karthaagse munt uit Iberië (British Museum)

Brekend olifantennieuws in zicht! Voor de kust van de Spaanse havenstad Cartagena is, zo lees ik, een Fenicisch scheepswrak uit de vijfde eeuw v.Chr. gevonden dat, behalve de normale lading, ook olifantenslagtanden vervoerde. En dat is belangrijk. Nou ja, een beetje dan.

Ik heb er al eens eerder over geschreven: we zouden graag weten welke olifanten de Ptolemaïsche en Karthaagse legers inzetten. Anders geformuleerd, welke dikhuiden Hannibal de Alpen afdaalde richting Turijn. Niet dat het er veel toe doet, want er kwamen er maar een paar aan in Italië en ze hebben in de Tweede Punische Oorlog geen rol van betekenis gespeeld. Maar toch. De wereld wil op deze vraag een antwoord.

Lees verder “De Karthaagse olifant”

Kalhu ofwel Nimrud

Twee lamassu’s uit het paleis van Aššurnasirpal (Nationaal Museum van Irak, Bagdad)

De afgelopen dagen had ik het over het oude Babylonië. Assyrië, het noorden van het huidige Irak, maakte deel uit van het Oud-Babylonische Rijk. Later herwon Mât Aššur, “het land van de god Aššur”, echter zijn zelfstandigheid en begon het aan een gestage expansie. Die is uitzonderlijk goed gedocumenteerd in vele duizenden kleitabletten. Het koninkrijk breidde zich in alle richtingen uit. Eén koning voor alle volken, was de ideologie, zo mooi beschreven door Daan Nijssen in Het wereldrijk van het Tweestromenland.

Het was daarbij een beetje – al moeten we voorzichtig zijn met vergelijkingen – zoals met de Spaanse conquistadores in Mexico: het succes van de vele veldtochten bewees dat de god Aššur het imperialisme steunde, de veroveraars deden dus godgevallig werk, en het was daarom niet vreemd dat ze veel buit binnenhaalden, want Aššur was een goede god die zijn vrome dienaars beloonde. En dus kwamen het goud, het zilver, het ivoor, de slaven, het koper, het edelsmeedwerk, het textiel, de paarden in grote aantallen en hoeveelheden naar de hoofdstad Aššur.

Lees verder “Kalhu ofwel Nimrud”

Ramanspectroscopie

Ook de pigmenten van de muurschilderingen uit Pompeii zijn met ramanspectroscopie onderzocht, al weet ik niet of dat ook is gebeurd met deze banketscène uit het Nationaal Archeologisch Museum in Napels.

U herinnert het zich nog wel: als u op de middelbare school scheikundelessen had, maakte u met stokjes en bolletjes modellen van moleculen. Een methaanmolecuul (moerasgas) bestond dus uit een bolletje koolstof, vier stokjes en vier bolletjes waterstof. Ik weet zeker dat mijn scheikundeleraar, die in veel dingen het humoristische herkende, erop heeft gewezen dat het weliswaar een model heette maar in feite geen verkleinde maar een vergrootte weergave was. Ik dénk dat ik me herinner dat hij ons er eveneens op wees dat het slechts een manier was om voorstelbaar te maken wat een molecuul was en dat die atomen in feite heen en weer trilden. In jargon: oscillatie.

Elk molecuul trilt op een andere manier – ethanol ofwel alcohol trilt bijvoorbeeld anders dan benzeen – en dat kun je meten. Dat doe je door er een laser op te richten, waardoor de balans in zo’n molecuul verandert en straling kan vrijkomen. Het energieverschil tussen de toegevoegde energie en de uitgestraalde energie correspondeert met de trillingsenergie binnen een molecuul, die weer samenhangt met de structuur daarvan. Het spectrum van de vrijkomende straling biedt dus een aanwijzing voor de aard van het molecuul en is even uniek als een vingerafdruk. Dat is allemaal onderzocht en de resultaten zijn neergelegd in uitgebreide databases; is de meting eenmaal gedaan, dan kan een ramanspectrometer (een verrassend klein instrument overigens) contact maken met de database en het materiaal identificeren.

Lees verder “Ramanspectroscopie”

Context is alles

Beeldje van een Nubiër (Metropolitan Museum of Art, New York)
Beeldje van een Nubiër (Metropolitan Museum of Art, New York)

Ik blogde er vorige maand over dat de Iraakse en andere troepen die Mosul bevrijdden van I.S.I.S.-terroristen, omzichtig om de ruïnes van de oude Assyrische hoofdstad Nineve heen trokken. De soldaten gaan zorgvuldiger om met de oudheden dan de verzamelaars, want het staat vast dat gestolen oudheden uit Irak en Syrië inmiddels zonder gêne in de kunsthandel worden aangeboden. Er lijkt sinds de plundering van de Egyptische musea en grafvelden weinig te zijn geleerd.

Het beeldje hierboven is niet door roof verkregen. De vindplaats is bekend: het komt uit het antieke Kalhu, tegenwoordig Nimrud en is in 1960 opgegraven door de British School of Archaeology. Doordat het afkomstig is uit een gecontroleerde opgraving, weten we dat het behoort tot een verzameling van zes beeldjes die ooit stonden op één sokkel – eigenlijk meer een lat. Dit is een stukje informatie dat we niet zouden hebben als dit beeldje illegaal op de markt was gebracht.

Lees verder “Context is alles”

Ivoor uit Megiddo

Ivoor uit Megiddo (Israel Museum, Jeruzalem)

Het Israel Museum in Jeruzalem documenteert de geschiedenis van het Joodse volk. Een volk dat, zoals u weet, over de wereld verspreid is geraakt en – enkele uitzonderingen daargelaten – overal bestond als minderheid, wat betekent dat het Israel Museum in feite een wereldmuseum is waarin vrijwel alle delen van de wereld aan bod komen. Ik herinner me een zaal waar de diverse zwarte hoeden werden geëxposeerd die de Russische Joden plegen te dragen.

Het verband met het zionisme, het idee om de verstrooide Joden te herenigen in het land van Israël, is in dit museum nooit ver weg en daardoor zijn er onderdelen in de expositie die minder behoren bij het Joodse volk dan bij het land. Zoals het bovenstaande ivoortje, dat is gevonden in Megiddo, de stad waar je, van het zuiden komend, Galilea binnen reist. Ik heb daar wel eens eerder over geblogd. Het ivoortje is alleen Joods te noemen in de zin dat het de cultuur van de Kanaänieten documenteert vóór het volk van Israël zich vestigde in het Land van Melk en Honing.

Lees verder “Ivoor uit Megiddo”

Het koninkrijk Israël (2)

Ivoor uit Samaria
Ivoor uit Samaria

Ik sta op het punt naar Libanon af te reizen en vandaag – gistermorgen als u dit leest – ben ik bezig met allerlei kleine karweitjes die de voorgaande weken moesten blijven liggen. U moest eens weten hoeveel tijd er gaat zitten in het kopen van cadeautjes, want je kunt in het Midden-Oosten natuurlijk niet met lege handen aankomen. Ik dank Sinterklaas op mijn blote knietjes dat er al pepernoten en chocoladeletters zijn.

Tot de onafgemaakte klussen behoorde een reeks stukjes over de expansie van Assyrië naar de Levant (1, 2, 3, 4, 5). Het laatste ging over het koninkrijk Israël, het noordelijke van de twee Joodse IJzertijdkoninkrijkjes, waarbij ik erop wees dat Israël een echte staat was en dat het proces van staatsvorming een reactie leek op de Assyrische expansie.  Nu eerst iets meer over dat koninkrijk.

Lees verder “Het koninkrijk Israël (2)”