Voor-westerse geschiedenis (1): inleiding

Borsippa

Deze blog groeit vooral door vragen die mensen stellen (zoals) en door reeksen die ik zelf leuk vind (zoals). Niet zelden merk ik echter dat ik achtergrondinformatie nodig heb, en daarom zijn er ook de wat encyclopedieachtige stukjes over deze of gene vorst, landstreek of gebeurtenis. Als ik bijvoorbeeld al een stukje over de Nijl heb, kan ik een blogje over Aristoteles’ theorie over de overstroming daarin verankeren. Maar ook zulke stukjes zou ik willen verankeren, namelijk in algemene informatie over de toenmalige wereld.

Braudel

Al sinds ik mijn reeks over het handboek oude geschiedenis schreef, zoek ik een vorm om ook die achtergrondinformatie te geven. En onlangs – ik stond op het vliegveld van Parijs – wist ik ineens hoe ik het moest aanpakken: ik zou me laten inspireren door Fernand Braudel.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (1): inleiding”

(Reclame)

Het is weer zo ver: ik moet de op deze plaats doorgaans voortkabbelende stroom blogjes onderbreken door reclame. Hopelijk voor het laatst, want ik ga deze maand de staatsloterij winnen en dan hoef ik niet meer eerst geld te verdienen voordat ik u dingen over de Oudheid kan gaan vertellen. Ik heb leuke plannen, zoals een reeks over aspecten van de voorindustriële Mediterrane wereld: denk aan het klimaat, aan de zee, aan het nomadisme, aan de rol van de bergen, en dan verder met de invloed die al die zaken hebben gehad op de historische processen.

Eigenlijk een beetje wat Droysen wilde: je kunt alleen begrijpen (verstehen) wat mensen vroeger bewoog, als je hun daden kunt relateren aan de voorwaarden waaronder ze werkten. Droysiaans gezegd: de pragmatische interpretatie krijgt pas betekenis na de Interpretation der Bedingungen. Dus dat is een plan voor deze blog, naast de losse blogjes, de Alexander-reeks, de zondagse stukjes over het Nieuwe Testament, de museumstukken, de blogjes over de vroege Arabische wereld en de Caesar-reeks, die dit voorjaar ten einde loopt.

Lees verder “(Reclame)”

Een oudheidkundig probleem: vergelijkingstheorie

Vergelijkingstheorie helpt vaststellen wat deze vier koningen vergelijkbaar maakt.

Vandaag een blogje over een probleem waarmee de oudheidkundige disciplines kampen: de onvoldoende uitgewerkte vergelijkingstheorie. Vóór ik daarop inga, eerst even terug naar vorige week. Toen schreef ik over het historisme: het denkbeeld dat alles een eigen, historisch gevormd karakter heeft. Dit maakt het op het eerste gezicht onmogelijk wetmatige verbanden aan te wijzen. Ik schreef:

Unieke evenementen en volken hebben immers niets gemeenschappelijks waarop zulke wetten gebaseerd kunnen zijn. Negentiende-eeuwse historici zochten bij het verklaren van het verleden dus niet naar algemene patronen, maar lieten zich inspireren door de tekstuitleg, en dan vooral door de psychologiserende hermeneutiek.

Anders geformuleerd, oudheidkundigen probeerden het verleden te verklaren door zich in te leven (ein zu fühlen) in de individuele actoren, wat hand in hand ging met een voorkeur voor grotemannengeschiedenis. Het focus op het individu betekende dat er geen vruchtbare samenwerking kon ontstaan met de in de negentiende eeuw groeiende sociale wetenschappen, die immers zochten naar algemeen-menselijke patronen.

Lees verder “Een oudheidkundig probleem: vergelijkingstheorie”

Arie Zwiep, Tussen tekst en lezer

Hermeneutiek is de kunst om elkaar goed te begrijpen. Daarbij kun je in de eerste plaats denken aan teksten. Het gaat nooit alleen om de woorden, maar ook om de context. “Er wordt niet gestrooid” heeft een andere betekenis als bij Rijkswaterstaat eind januari de pekel op is dan op het heerlijk avondje. Als we het hebben over antieke teksten, is die context verloren en dat stelt speciale eisen aan de uitleg.

Historici gebruiken “het hermeneutische verklaringsmodel” bij het duiden van menselijk gedrag. De geschiedkundige die, om eens iets te noemen, de Romeins-Parthische oorlogen om Armenië wil doorgronden, probeert zich in te leven in de antieke actoren. Met hen heeft hij, welke verschillen er tussen toen en nu ook zijn, in elk geval het mens-zijn gemeen. Dat maakt het mogelijk je ein zu fühlen. Vervolgens is er de hermeneutiek van de archeologen. Daarbij kunt u denken aan postprocessuele benaderingen van auteurs als Ian Hodder.

Wat ik met deze voorbeelden duidelijk wil maken: hermeneutiek of hermeneuse is het nadenken over de wijze waarop we cultuuruitingen (het beste kunnen) begrijpen. Deze reflectie is wat de geesteswetenschappen maakt tot wetenschap.

Lees verder “Arie Zwiep, Tussen tekst en lezer”

Zeven à acht Syrische Oorlogen

Astronomisch Dagboek uit Babylon met informatie over financiële maatregelen in 273 v.Chr. (British Museum, Londen)

De erfenis van Alexander de Grote, die in 323 v.Chr. in Babylon overleed, bestond uit een wereldrijk, een professioneel leger en een goed gevulde schatkist. Wat ontbrak, was een duidelijke erfgenaam. Het was daarom alleen maar logisch dat Alexanders generaals de ene burgeroorlog na de andere ontketenden. De een wendde voor te strijden voor Alexanders zwakbegaafde broer, de ander beweerde op te komen voor de rechten van een bastaardzoon, een derde wilde de rijkseenheid bewaren maar dan wel onder zijn eigen voogdij en een vierde pretendeerde slechts een provincie te beheren tot het stof was opgetrokken. Dat was in 301 v.Chr. het geval. Toen was al het ooit door Alexander bemachtigde zilver en goud uitgegeven aan soldij. Nu het geld op was, kon een einde komen aan de burgeroorlogen.

De Syrische Oorlogen

Sommige conflicten sluimerden. Een daarvan betrof de relatie tussen het koninkrijk dat generaal Ptolemaios had gesticht in Egypte en het rijk van Seleukos, die zich inmiddels had laten uitroepen tot koning van Azië. Hoewel de laatste officieel behoorde te heersen over de Fenicische havensteden (zoals Byblos) en enkele steden in het binnenland, was dit gebied in handen van Ptolemaios. Seleukos, die ooit was geholpen door Ptolemaios, achtte het beneden zijn nieuwverworven koninklijke waardigheid om een oorlog te ontketenen tegen zijn weldoener, maar handhaafde zijn aanspraken op wat Hol Syrië heet. In de volgende anderhalve eeuw zouden de Ptolemaïsche en Seleukidische legers nog zeven keer tegen elkaar optrekken, steeds als in een van de twee koninkrijken een nieuwe heerser aan de macht was gekomen die zich niet gehouden voelde aan het vredesverdrag van zijn voorganger.

Lees verder “Zeven à acht Syrische Oorlogen”

De hermeneutiek van “heb uw vijanden lief”

Schleiermacher (links)

Hoe leg je een tekst uit die is geschreven in een vreemde cultuur? Deze vraag stamt uit de achttiende eeuw. In Europa was men dankzij de ervaringen in de koloniën gaan begrijpen dat mensen niet zomaar een beetje anders, maar wezenlijk anders konden zijn. Dus dachten de Europese geleerden ook na over de kenbaarheid van de oude Grieken, Romeinen en Joden. Zo ontstond de hermeneutiek, de kunst om elkaar goed te begrijpen.

Schleiermacher en Droysen

Als architect van de hermeneutiek geldt Friedrich Schleiermacher; de voor de bestudering van antieke samenlevingen meest uitgewerkte versie is die van Gustav Droysen. Hij onderscheidde vier fasen van interpretatie, die ik hier al eens heb behandeld. U vindt een uittreksel van de Historik Vorlesungen in Lorenz’ eerstejaarshandboek De constructie van het verleden, dat u moet lezen als u bent geïnteresseerd in de geschiedwetenschap en ook als u dat niet bent. Droysens eigen tekst is erg uitgebreid maar ook niet vervelend.

Lees verder “De hermeneutiek van “heb uw vijanden lief””

De historische canon

Stelt je voor dat astronomen een canon zouden opstellen van wat iedereen over hun vak moest weten. Zou dat een overzicht opleveren van sterrenbeelden? Nee natuurlijk. Ze zouden de telescoop, de periodieke terugkeer van kometen, radioastronomie en zwaartekrachtgolfdetectors noemen. Een wetenschap onderstreept haar belang immers niet met de objecten die ze onderzoekt, maar met de ontdekte patronen. En haar vooruitgang blijkt uit vernieuwende methoden, nieuwe soorten inzicht en nieuwe bijdragen aan andere disciplines.

Het is, dacht ik althans, logisch je niet te presenteren met de onderzoeksobjecten. Presenteer een wetenschap als wetenschap. De canon die de Commissie Van Oostrom voor de Nederlandse geschiedenis heeft opgesteld, beperkt zich echter wel tot de objecten en draagt zo bij aan het beeld dat geschiedvorsing geen echte wetenschap is. Het gaat om hunebedden, de Romeinse limes, Karel de Grote en wat dies meer zij. Onderwerpen, kortom, die zich lenen voor een blogje hier of een causerie daar, maar die niet tonen waarom geschiedenis een wetenschap is. Hieronder is mijn alternatief.

Lees verder “De historische canon”

Droysen

Droysen (ets van Hugo Bürkner)

De bestudering van het verleden lijkt wat op een pakhuis waarin van alles en nog wat ligt, Kreuz und Quer door elkaar. De een is historicus en zoekt in deze stellingenkast, de ander is archeoloog en pakt even verderop iets van het schap, de derde is classicus of socioloog en vraagt naar weer andere dingen. Zoveel hoofden, zoveel zinnen. Is er overzicht, systeem, structuur?

In mijn ervaring beschouwen veel onderzoekers de versplintering van de humaniora als gegeven. Het stoort me altijd een beetje, vooral als ze zonder nadere argumentatie zeggen dat het “nou eenmaal” zo is. Soms noemen ze de geesteswetenschappen “polyparadigmatisch”, wat minder sleazy klinkt maar op hetzelfde neerkomt.

Misschien is de versplintering inderdaad onvermijdelijk en moeten we niet langer hopen dat er in het pakhuis ooit orde zal zijn. Toch voel ik sympathie voor een Johann Gustav Droysen (1808-1884), die anderhalve eeuw geleden, in 1868, een Grundriss der Historik publiceerde waarin hij wat structuur aanbracht. Het was ook toen een geïdealiseerd overzicht, maar het maakt wel duidelijk hoe het proces van kennisverwerving zou kunnen verlopen en in die zin is het nog altijd nuttig. Eerstejaarsstudenten nemen er daarom nog weleens kennis van, meestal in uittrekselvorm.

Lees verder “Droysen”