De Latomia dei Cappuccini, waar de Atheense krijgsgevangenen moesten werken
Misverstand: De Siciliaanse expeditie luidde het einde van Athene in
Na de eerste helft van de Peloponnesische Oorlog, waarover ik al schreef, oordeelden de Atheners dat ze hun imperium konden uitbreiden, en ze zonden in 415 een expeditie naar Sicilië. Daar ging alles verkeerd wat verkeerd kon gaan en in 413 was de enorme strijdmacht geheel vernietigd. Van de velen die waren vertrokken, keerde maar een enkeling terug.
Profiterend van de afwezigheid van een groot deel van het Atheense leger, hervatten de Spartanen de oorlog, en dit keer met meer succes. In 404 capituleerde Athene.
Het “verbrande huis” in Jeruzalem: een van de herinneringen aan de verwoesting van Jeruzalem tijdens de Joodse Opstand, in 70. Let op de stenen kruiken, dat erop wijst dat de bewoners de regels volgden om water ritueel rein water te houden.
[Laatste deel van een reeks over de Joodse Opstand in 66-70 na Chr. Het eerste deel was hier.]
Met de brand in de tempel van Jeruzalem (plattegrond) was de catastrofe nog niet voorbij. Nadat de legionairs bij de smeulende tempelruïne een offer hadden gebracht aan hun adelaars, vernietigden ze de wijken ten westen en ten zuiden van de tempel, daalden af naar de Benedenstad (de huidige Joodse Wijk), waar Simon bar Giora nog altijd de macht had. Na die te hebben verwoest, trokken de legionairs naar de Bovenstad (de Armeense Wijk) en bouwden een dam naar het paleis waar ooit de Romeinse procurator had gewoond. Dit keer was er minder tegenstand van de uitgeputte verdedigers. Op 8 september was de hele stad, of wat daarvan restte, in Romeinse handen.
De Joodse leiders trachtten te ontkomen door rioleringen en andere onderaardse gangen, maar omdat de uitgangen waren geblokkeerd, moesten ze ook gangen graven, wat niet altijd lukte. De eerste die zich door de honger gedwongen overgaf was Johannes van Gischala. Daarna was het de beurt aan Simon bar Giora en Josephus houdt weer relevante informatie achter:
Voetenbankje uit Nubië met afbeelding van krijgsgevangenen (Museum of Fine Arts, Boston)
Als president Trump zegt dat hij troepen kan weghalen uit Syrië omdat de zogenaamd Islamitische Staat is verslagen, staat hij in een lange traditie van schijnoverwinningen. Een Romeins voorbeeld: keizer Domitianus zei de Germanen te hebben overwonnen en liet de overwinningsmunten alvast slaan, maar had in feite niets bereikt. Zijn tijdgenoot Tacitus doorzag het en wijdde een etnografie aan de nobele wilden die vrij en onbedwongen woonden voorbij de Rijn en Donau.
Nog een stap verder ging de Egyptische farao, die zijn regering begon met het bestraffen van de Negen Bogen, volken die misschien ooit werkelijk hadden bestaan maar in de loop der eeuwen steeds weer een andere identiteit aannamen en in feite zuiver mythologisch waren. Ook ging de koning van Egypte aan het begin van zijn regering altijd even naar het zuiden om de Nubiërs te tuchtigen, maar het is zelfs niet zeker of hij werkelijk een bezoek bracht aan het gebied voorbij Syene. De vraag is op zichzelf niet belangrijk, maar er is een kleine discussie hoe ver Alexander de Grote, die de macht overnam in Egypte en zich presenteerde conform de faraonische traditie, naar het zuiden is geweest.
De slavernij uit de oude wereld lijdt als onderzoeksthema een beetje onder de slavernij uit het recentere verleden. Daarmee bedoel ik dat de plantage-slavernij uit de zuidelijke Verenigde Staten en het Caraïbische gebied helpen bepalen hoe wij kijken naar antieke onvrije arbeid. Zoiets is natuurlijk onvermijdelijk: onze belangstelling voor het verleden is nu eenmaal een afgeleide van wat we ervaren in het heden. Soms is dat verhelderend, soms is het juist misleidend.
Eén belangrijk verschil is dat het product dat de negentiende-eeuwse (en hedendaagse) slaven produceerden, was bedoeld voor een kapitalistische, door innovatie gedreven wereldmarkt. Ze was er zelfs een gevolg van. De spinmachine viel aan te drijven met een stoommachine – anders gezegd: het spinnen werd gemechaniseerd – maar dat ging beter met katoen dan met wol, zodat de vraag naar het eerste product steeg. Aangezien katoen niet mechanisch viel te oogsten maar van de bomen moest worden gehaald door mensenhanden, bloeide de plantageslavernij op. Zo’n integratie van de diverse wereldmarkten bestond in de Oudheid niet. De voortgaande innovatie van de negentiende eeuw, die slavernij uiteindelijk inefficiënt maakte, was er in de oude wereld evenmin.
Munt van het Gallische keizerrijk ter herdenking van het overlopen van XVI Gallica (Ashmolean Museum, Oxford)
Korte inhoud van het voorafgaande: Rome verkeert in crisis. De Bataven profiteren ervan door in opstand te komen, hebben in het najaar van 69 hun eerste successen geboekt en belegeren nu de Romeinse basis in Xanten. Het feuilleton in deze Romeinenweek is gebaseerd op mijn boek De randen van de aarde (2000) en Edge of Empire (2012, met Arjen Bosman; de vertaling van de Tacitusfragmenten is van Vincent Hunink; landkaart hier).
***
In Italië begon het jaar 70 veelbelovend. De burgeroorlog was voorbij en er werden plannen gemaakt om de Rijnlegers te versterken. De grote vraag was of de versterkingen snel genoeg de winterse Alpen konden oversteken om de opstand een halt toe te roepen. Al snel bleek dat ze te laat waren.
Helm, gevonden op het slagveld bij Gellep (Burg Linn, Krefeld)
Korte inhoud van het voorafgaande: Rome verkeert in crisis. De Bataven profiteren ervan door in opstand te komen, hebben in het najaar van 69 hun eerste successen geboekt en belegeren nu de Romeinse basis in Xanten. Het feuilleton in deze Romeinenweek is gebaseerd op mijn boek De randen van de aarde (2000) en Edge of Empire (2012, met Arjen Bosman; de vertaling van de Tacitusfragmenten is van Vincent Hunink).
Thoukydides, de auteur van het Mytilene-debat (Altes Museum)
Je ziet in antieke teksten alleen wat je zien kúnt. Dat klinkt als het intrappen van een open deur, maar het is vrij principieel: je kunt in een tekst alleen dat herkennen wat aansluit op jouw denkcategorieën. De middeleeuwse Arabieren, die geen toneel hadden, hebben nooit begrepen wat Aristoteles bedoelde met de Poëtica, zijn boek over tragedies.
Toch kom je in een bron een enkele keer iets tegen dat je tot inzicht brengt. Michael Polanyi heeft uitgelegd hoe dat komt: je hebt al eerder, halfbewust, een idee opgedaan van wat waar zou kunnen zijn en identificeert iets dus als waar als het daarop lijkt. Zoiets had ik met het Mytilene-debat in de Geschiedenis van de Peloponnesische Oorlog van de Atheense historicus Thoukydides. Levend in een cynische tijd, kan ik een cynische boodschap herkennen.
De Latomia dei Cappuccini in Syracuse, waar de Atheense krijgsgevangenen moesten werken
In 415 v.Chr. probeerden de Atheners Sicilië te veroveren. Alles wat verkeerd kon gaan, ging verkeerd: een van de generaals had eigenlijk geen zin, de tweede werd teruggeroepen en de derde sneuvelde in een vroeg stadium. Er was te weinig cavalerie. Veronderstelde bondgenoten bleken minder loyaal dan aangenomen.
En vooral: de aanvallers verzuimden Syracuse meteen aan te vallen, toen de bewoners het niet verwachtten. Toen de Atheners het beleg later wel opsloegen, was de machtige stad er klaar voor. Er begon een langzame stellingenoorlog op het rotsige plateau ten noorden van de stad, die de Atheners niet in hun voordeel wisten te beslissen.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.