Storm op zee

Papyrus 𝔓45

Een van de allerbekendste verhalen uit het Nieuwe Testament, het onderwerp waarover ik op zondag graag blog, is dat over de storm op zee. Of beter: het Meer van Galilea, een plas zoet water van 166 vierkante kilometer, zo groot als de gemeente Amsterdam. Hier is de versie van de evangelist Marcus.

Toen het avond was geworden, zei hij tegen hen: “Laten we het meer oversteken.” Ze lieten de menigte achter en namen hem mee in de boot waarin hij al zat, en voeren samen met de andere boten het meer op.noot Marcus 4.35-36; NBV21.

Dit is meteen interessant. In de eerste vier hoofdstukken van het Marcusevangelie hebben we alleen gelezen over Johannes de Doper en over Jezus’ prediking in Galilea. Jezus verlaat Galilea nu en zal aankomen bij Gadara, en daarmee is hij weg uit het land van Israël. Hij verlaat als het ware zijn vaderland. Het zal geen enkele antieke luisteraar hebben verbaasd dat er een storm opstak: een gangbaar literair motief. Neem Herodotos: als de Perzische koning Kambyses een leger stuurt naar de vreemde wereld der Libiërs, verdwijnt het in een storm; als zijn opvolger Darius een vloot stuurt naar de wereld van de Grieken, zinkt die in een storm; en als Xerxes een brug bouwt van Azië naar Europa, wordt ook die verwoest.

Lees verder “Storm op zee”

Apollos

Een Egyptenaar (Staatliches Museum Ägyptischer Kunst, München)

Ik stipte gisteren aan dat het een raadsel is hoe het christendom in Egypte is aangekomen. Een van de allergrootste kenners van de materie, Adolf von Harnack, typeerde ons vrijwel volledige gebrek aan informatie als de ergste lacune in onze kennis van het vroege christendom. De kwestie is belangrijk omdat Egypte in de tweede eeuw een ware fabriek van nieuwe ideeën was. Grappig genoeg weten we wél dat er al heel vroeg volgelingen van Jezus leefden in Alexandrië: we kennen er een bij naam, hij heette Apollos en dat is een naam die vooral in Egypte is gedocumenteerd.

Apollos van Alexandrië

De auteur van de Handelingen van de apostelen vertelt:

Intussen arriveerde er in Efese een uit Alexandrië afkomstige Jood, die Apollos heette. Hij was een ontwikkeld man, die goed onderlegd was in de Schriften. Hij had [in zijn vaderland] onderricht gekregen in de Weg van de Heer en verkondigde geestdriftig de leer over Jezus, die hij zorgvuldig uiteenzette, ook al was hij alleen bekend met de doop zoals Johannes die had verricht. In de synagoge begon hij nu vrijmoedig het woord te voeren.noot Handelingen 18.24-26a; NBV21.

Lees verder “Apollos”

De barmhartige samaritaan

Barmhartige samaritaan (Rossano-codex)

Dat je zorg draagt voor mensen die in de problemen zijn geraakt, is elementair fatsoen. En omdat dat fatsoen weleens ontbreekt, hebben we een en ander tevens vastgelegd in wetten en verdragen. Zo simpel is het. Je hebt geen antieke tekst nodig om medemenselijkheid te begrijpen. Desondanks komt, sinds de Nederlandse Tweede Kamer besloot hulp aan illegaal in ons land verblijvende mensen strafbaar te stellen, de parabel van de barmhartige samaritaannoot Ik spel natuurlijk samaritaan, want de samaritanen waren (en zijn) een antieke geloofsgemeenschap en de namen van religieuze groepen spellen we in onderkast. De burger wordt geacht de wet te kennen, dus u schudt moeiteloos Spellingsbesluit 1995, artikel 16.7, onder S uit uw mouw, en u schrijft ook jood, christen en moslim. tot vervelens toe langs.

Ik houd er niet van de antieke literatuur te leggen in het procrustesbed der actualiteit. De Oudheid is in zichzelf voldoende interessant. Maar nu de barmhartige samaritaan ineens overal wordt geciteerd, bied ik toch wat losse aantekeningen, die ik baseer op het onvolprezen The Jewish Annotated New Testament, waarover ik al eerder schreef. (Er is een uitgebreide Nederlandse vertaling, maar die heb ik even niet bij de hand.)

Lees verder “De barmhartige samaritaan”

Mattias, een van de Twaalf

Romeinse bijl (Noord-Brabants Museum, Den Bosch)

Historici zijn simpele mensen. Ze willen alleen maar weten hoe iets in het verleden is geweest. Zo simpel. Dat doen ze niet omdat ze het verleden inspirerend vinden of omdat ze aandrang voelen deze of gene praktijk verontwaardigd te veroordelen. Het is voor historici voldoende om gebeurtenissen, meningen of maatschappijstructuren te kennen. Gesubsidieerde historici spreken weleens over de relevantie van het verleden, maar daarvan hoeven wij ons niks aan te trekken. Het is immers voldoende dat verleden gewoon interessant is.

Wij hoeven slechts te constateren dat er in het tweede kwart van de eerste eeuw na Chr. binnen het jodendom een groep ontstond die “christenen” werd genoemd. Anderen mogen daarvan zeggen dat het christendom, van de vele wegen die naar de hemel leiden, een vrij directe is, of juist beweren dat de mensheid beter niet christelijk was geweest. Dat mag allemaal, maar de historicus heeft daarover, althans professioneel, geen mening. Die zet de feiten op een rij. Niet meer. Niet minder. De historicus is een simpel mens.

Lees verder “Mattias, een van de Twaalf”

De sleutels van de hemel

Bij de bron van de Jordaan

Er was bizar veel aandacht voor het overlijden van paus Franciscus. Acht pagina’s in de Volkskrant. En alles wat werd geschreven, was voorspelbaar. Gespeculeer over nieuwe kandidaten. Een necrologie. Uitleg, veel uitleg, van Vaticaanse gebruiken en tradities. Het is immers makkelijke kopij: mannen in jurken met rare gewoontes, die de komende weken beleid gaan maken, vol goede bedoelingen en vol politieke manoeuvres. Het zijn net mensen, zelfs al bestaat het decor uit de grootste verzameling kunst ter wereld.

“Jij bent Petrus”

Aan al die bladvulling voeg ik in mijn reeks over het Nieuwe Testament nog eens een stukje toe over de scène waarin Jezus in Caesarea Filippi, bij de bronnen van de rivier de Jordaan, zijn leerlingen vraagt of ze weten wie hij is.

Lees verder “De sleutels van de hemel”

Muggenziften

Een zeef om te muggenziften

Het antieke jodendom kende diverse stromingen, waarvan we er sommige bij naam kennen. De sadduceeën, de essenen, de farizeeën, de sicariërs en de christenen zijn bekend uit de geschriften van Flavius Josephus; het Nieuwe Testament voegt de mysterieuze Herodianen toe; we kennen verder de sekte van de Dode Zee-rollen; en kort voor de verwoesting van de Tempel duiken de zeloten op. Over de farizeeën en de sekte van de Dode Zee-rollen weten we voldoende om te weten dat het ging om meer dan één groep. Van de christenen en sicariërs is bekend dat ze ook niet-Joodse leden hadden.

Zoals dat gaat: de aanhangers van deze groepen respecteerden elkaar en scholden elkaar uit. Zolang de Tempel er was, was er iets dat hen verbond. Maar in 70 gaf Titus opdracht die te verwoesten (het was geen toeval, zoals Josephus insinueert). Met de Fiscus Judaicus zette de Romeinse overheid vervolgens druk op de joodse gemeenschappen, en het jodendom raakte gepolariseerd tussen twee stromingen.

Lees verder “Muggenziften”

Het Gehenna

Het Laatste Oordeel (Catacombe van Domitilla, Rome)

Die foto van de Duivelsbrug van afgelopen vrijdag, die maakte ik vorige week, toen ik in Breda moest zijn om een lezing te verzorgen over joodse eindtijdverwachtingen. Dat bleek een nogal complex thema, want in de Eindtijd velt de Mensenzoon het Laatste Oordeel. En dan herleven de doden, want het kan niet zo zijn dat martelaren hun beloning niet krijgen en slechte mensen onbestraft blijven. Daniël:

Velen van hen die slapen in de aarde, in het stof, zullen ontwaken, sommigen om eeuwig te leven, anderen om voor eeuwig te worden veracht en verafschuwd.noot Daniël 12.2; NBV21.

Lees verder “Het Gehenna”

De Bijbelkennis van de duivel

Een nieuwe zondag, een nieuw blogje over het Nieuwe Testament. En ik keer terug naar een onderwerp waarover ik al eens eerder schreef, namelijk Lukas’ verhaal over de pogingen van de duivel om Jezus te verleiden. Hier is dat verhaal in de NBV21-vertaling.

De duivel zei tegen hem: “Als u de Zoon van God bent, beveel die steen dan in een brood te veranderen.”
Maar Jezus antwoordde: “Er staat geschreven: ‘De mens leeft niet van brood alleen.’”

Jezus antwoordt met een beroep op de Wet van Mozes, en dat is natuurlijk keurig volgens het boekje. U zult dit citaat echter vergeefs zoeken in uw bijbel, want de evangelist citeert hier een vers uit Deuteronomium in de Griekse vertaling die bekendstaat als Septuaginta.noot Lukas 4.3-4; Deuteronomium 8.3. De vertaling van dit vers is eigenlijk meer een parafrase.

Lees verder “De Bijbelkennis van de duivel”

Lysanias van Abila

Een inscriptie die een Lysanias verneldt – maar welke?

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, schrijf ik op zondag vaak over de joods-Romeinse wereld van het Nieuwe Testament. Inmiddels zijn we beland in een kleine “sub-serie” over mensen die ook bekend zijn uit andere bronnen dan de Bijbel, en vandaag moet dat maar eens een Syriër zijn: Lysanias. Niet het bekendste personage. Hij heeft precies één vermelding:

In het vijftiende jaar van de regering van keizer Tiberius, toen Pontius Pilatus Judea bestuurde, en Herodes tetrarch was over Galilea, zijn broer Filippos over het gebied van Iturea en Trachonitis, en Lysanias over Abilene, en toen Ananos en Kajafas hogepriester waren, richtte God zich in de woestijn tot Johannes, de zoon van Zacharias.noot Lukas 3.1-2; NBV21.

Lees verder “Lysanias van Abila”

Echte en onechte brieven van Paulus

Paulus (Rome, Santa Prassede)

Een nieuwe zondag, een nieuw stukje over de wereld van het Nieuwe Testament. En we gaan het eens hebben over auteurschap. Meer in het bijzonder: wie schreef de dertien brieven van de apostel Paulus? Daar is nogal wat om te doen, namelijk. Voor degenen die de Bijbel als het woord van God nemen, is dit een non-probleem: ongeacht wie de pen in de hand had, zijn alle teksten uit het Nieuwe Testament door God geopenbaard, zodat elke tekst normatief is, wie ze ook schreef.

Desondanks is er al sinds mensenheugenis discussie over. De Alexandrijnse geleerde Origenes, die schreef in de eerste helft van de derde eeuw, betwijfelde al of Paulus de Brief aan de Hebreeën had geschreven. En Origenes was een scherpzinnig geleerde, die wist van de tekst- en bronkritische hoeden en randen. Sindsdien zijn er allerlei argumenten naar voren gebracht. Ik zal de uitkomst alvast verklappen: niemand trekt de authenticiteit in twijfel van Romeinen, 1 Korintiërs, 2 Korintiërs, Galaten, Filippenzen, 1 Thessalonicenzen en Filemon. Over de rest is discussie.

Lees verder “Echte en onechte brieven van Paulus”