Muggenziften

Een zeef om te muggenziften

Het antieke jodendom kende diverse stromingen, waarvan we er sommige bij naam kennen. De sadduceeën, de essenen, de farizeeën, de sicariërs en de christenen zijn bekend uit de geschriften van Flavius Josephus; het Nieuwe Testament voegt de mysterieuze Herodianen toe; we kennen verder de sekte van de Dode Zee-rollen; en kort voor de verwoesting van de Tempel duiken de zeloten op. Over de farizeeën en de sekte van de Dode Zee-rollen weten we voldoende om te weten dat het ging om meer dan één groep. Van de christenen en sicariërs is bekend dat ze ook niet-Joodse leden hadden.

Zoals dat gaat: de aanhangers van deze groepen respecteerden elkaar en scholden elkaar uit. Zolang de Tempel er was, was er iets dat hen verbond. Maar in 70 gaf Titus opdracht die te verwoesten (het was geen toeval, zoals Josephus insinueert). Met de Fiscus Judaicus zette de Romeinse overheid vervolgens druk op de joodse gemeenschappen, en het jodendom raakte gepolariseerd tussen twee stromingen.

Lees verder “Muggenziften”

Het Gehenna

Het Laatste Oordeel (Catacombe van Domitilla, Rome)

Die foto van de Duivelsbrug van afgelopen vrijdag, die maakte ik vorige week, toen ik in Breda moest zijn om een lezing te verzorgen over joodse eindtijdverwachtingen. Dat bleek een nogal complex thema, want in de Eindtijd velt de Mensenzoon het Laatste Oordeel. En dan herleven de doden, want het kan niet zo zijn dat martelaren hun beloning niet krijgen en slechte mensen onbestraft blijven. Daniël:

Velen van hen die slapen in de aarde, in het stof, zullen ontwaken, sommigen om eeuwig te leven, anderen om voor eeuwig te worden veracht en verafschuwd.noot Daniël 12.2; NBV21.

Lees verder “Het Gehenna”

De Bijbelkennis van de duivel

Een nieuwe zondag, een nieuw blogje over het Nieuwe Testament. En ik keer terug naar een onderwerp waarover ik al eens eerder schreef, namelijk Lukas’ verhaal over de pogingen van de duivel om Jezus te verleiden. Hier is dat verhaal in de NBV21-vertaling.

De duivel zei tegen hem: “Als u de Zoon van God bent, beveel die steen dan in een brood te veranderen.”
Maar Jezus antwoordde: “Er staat geschreven: ‘De mens leeft niet van brood alleen.’”

Jezus antwoordt met een beroep op de Wet van Mozes, en dat is natuurlijk keurig volgens het boekje. U zult dit citaat echter vergeefs zoeken in uw bijbel, want de evangelist citeert hier een vers uit Deuteronomium in de Griekse vertaling die bekendstaat als Septuaginta.noot Lukas 4.3-4; Deuteronomium 8.3. De vertaling van dit vers is eigenlijk meer een parafrase.

Lees verder “De Bijbelkennis van de duivel”

Lysanias van Abila

Een inscriptie die een Lysanias verneldt – maar welke?

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, schrijf ik op zondag vaak over de joods-Romeinse wereld van het Nieuwe Testament. Inmiddels zijn we beland in een kleine “sub-serie” over mensen die ook bekend zijn uit andere bronnen dan de Bijbel, en vandaag moet dat maar eens een Syriër zijn: Lysanias. Niet het bekendste personage. Hij heeft precies één vermelding:

In het vijftiende jaar van de regering van keizer Tiberius, toen Pontius Pilatus Judea bestuurde, en Herodes tetrarch was over Galilea, zijn broer Filippos over het gebied van Iturea en Trachonitis, en Lysanias over Abilene, en toen Ananos en Kajafas hogepriester waren, richtte God zich in de woestijn tot Johannes, de zoon van Zacharias.noot Lukas 3.1-2; NBV21.

Lees verder “Lysanias van Abila”

Echte en onechte brieven van Paulus

Paulus (Rome, Santa Prassede)

Een nieuwe zondag, een nieuw stukje over de wereld van het Nieuwe Testament. En we gaan het eens hebben over auteurschap. Meer in het bijzonder: wie schreef de dertien brieven van de apostel Paulus? Daar is nogal wat om te doen, namelijk. Voor degenen die de Bijbel als het woord van God nemen, is dit een non-probleem: ongeacht wie de pen in de hand had, zijn alle teksten uit het Nieuwe Testament door God geopenbaard, zodat elke tekst normatief is, wie ze ook schreef.

Desondanks is er al sinds mensenheugenis discussie over. De Alexandrijnse geleerde Origenes, die schreef in de eerste helft van de derde eeuw, betwijfelde al of Paulus de Brief aan de Hebreeën had geschreven. En Origenes was een scherpzinnig geleerde, die wist van de tekst- en bronkritische hoeden en randen. Sindsdien zijn er allerlei argumenten naar voren gebracht. Ik zal de uitkomst alvast verklappen: niemand trekt de authenticiteit in twijfel van Romeinen, 1 Korintiërs, 2 Korintiërs, Galaten, Filippenzen, 1 Thessalonicenzen en Filemon. Over de rest is discussie.

Lees verder “Echte en onechte brieven van Paulus”

“De Egyptenaar”

De Olijfberg

Een paar maanden geleden noemde ik in dit zondagse reeksje over nieuwtestamentische personen die we ook van buiten de Bijbel kennen de man die in de Handelingen van de apostelen wordt aangeduid als “de Egyptenaar”. Ik citeerde de passage al eens eerder:

Vlak voordat Paulus de kazerne binnengebracht zou worden, zei hij tegen de tribuun: “Mag ik u iets vragen?” De tribuun [Claudius Lysias] antwoordde: “Spreekt u Grieks? Bent u dan niet die Egyptenaar die onlangs in opstand kwam en met vierduizend oproerkraaiers de woestijn in getrokken is?” Paulus zei: “Ik ben een Jood uit Tarsos in Cilicië, burger van een niet onbelangrijke stad.”noot Handelingen 21.37-39; NBV21.

Lees verder ““De Egyptenaar””

Nikolaos

Portret van een Romein, tweede kwart eerste eeuw (Archeologische collectie, Mérida)

Ik heb in mijn zondagse reeks over het Nieuwe Testament wel vaker geblogd over de Twaalf, de door Jezus aangewezen leiders van het te herstellen Israël. Na de dood van Judas Iskariot zijn de Elf nog een keer op sterkte gebracht, zo lezen we in de Handelingen van de apostelen, maar vervolgens verdwijnen ze, althans als groep, uit de geschiedenis. Het initiatief komt bij een andere groep, die we doorgaans aanduiden als de diakens, al gebruikt de Bijbel die aanduiding niet. De aanleiding:

Toen het aantal leerlingen toenam, ontstond er op een gegeven moment ontevredenheid bij de Griekstaligen, die de Hebreeuwssprekendennoot “Hebreeuws” is hier de Nederlandse weergave van het Griekse woord voor de taal die wij “Aramees” noemen. verweten dat de weduwen uit hun groep bij de dagelijkse ondersteuning werden achtergesteld.noot Handelingen 6.1; NBV21.

Lees verder “Nikolaos”

Antonius Felix

Portret van een Romein, midden eerste eeuw (Museo civico, Milaan)

Zoals de trouwe lezers van deze blog wellicht hebben gemerkt, blog ik in de zondagse reeks over het Nieuwe Testament momenteel vooral over personages die we ook van buiten de Bijbel kennen. Eén daarvan is Antonius Felix, de Romeinse gouverneur van Judea die een rol speelde in het proces tegen de apostel Paulus. Ik heb er al vaker over verteld: Paulus werd in Jeruzalem gearresteerd en op transport gesteld naar Caesarea, waar gouverneur Felix verbleef. Die hoorde Paulus’ aanklagers en diens verdediging, en hield de aangeklaagde in verzekerde bewaring.

Enkele dagen later ging Felix samen met zijn vrouw Drusilla, die een Jodin was, naar de gevangenis. Hij liet Paulus halen om te horen wat hij over het geloof in Christus Jezus te zeggen had. Maar toen Paulus sprak over gerechtigheid en zelfbeheersing en over het komende oordeel van God werd Felix bang en zei: “Voorlopig kunt u gaan. Wanneer ik in de gelegenheid ben, zal ik u weer laten roepen.” Maar intussen hoopte hij dat Paulus hem geld zou aanbieden; daarom liet hij hem telkens weer komen voor een gesprek. noot Handelingen 23.24-26; NBV21].

Lees verder “Antonius Felix”

Nog één keer: de wijzen uit het oosten

4QTestimonia, met teksten over de messias (Jordan Museum, Amman)

Ik heb al redelijk wat keren geblogd over Matteüs’ verhaal van de wijzen uit het oosten die naar Betlehem kwamen. Ik doe het vandaag nog één keer en dan houd ik ermee op, althans voor 2025.

Magiërs

Het door Matteüs voor de wijzen gebruikte Griekse woord is magos, en ik vertelde dertien jaar geleden al eens dat dat verwees naar religieuze specialisten uit Perzië. Probleem één: dat zijn geen sterrenwichelaars, hoewel we daar bij Matteüs wel mee te maken hebben. In het Grieks heten sterrenwichelaars soms mathematikoi, vaak chaldaioi en zo nu en dan astrologoi. Geen magoi. Speculaties dat de Perzische magoi aan sterrenwichelarij waren gaan doen toen de Perzen Babylonië hadden onderworpen, zoals geopperd door Mary Boyce, zijn vooral bedacht om dit probleem op te lossen.

Toch is de woordkeuze van Matteüs niet onlogisch. Magoi waren namelijk wel aanwezig als een machthebber ergens arriveerde. Ze zeiden dan gebeden, vaak staand bij een vuuraltaar waarop ze geurstoffen verbrandden. Aangezien Matteüs Jezus presenteert als koning, is hun aanwezigheid in zijn evangelie logisch. Maar hij presenteert ze dus niet in de eerste plaats als sterrenkundigen.

Lees verder “Nog één keer: de wijzen uit het oosten”

Berenike

Inscriptie van Berenike en Agrippa II uit Beiroet (klik=groot)

De Joodse prinses Berenike maakt in het Nieuwe Testament één keer haar opwachting en dat leidt tot zegge en schrijve drie vermeldingen. Dat is niet veel, maar we vangen desondanks een glimp op van een van de meest fenomenale vrouwen uit Romeinse geschiedenis. Ze was de dochter van de Joodse koning Herodes Agrippa I (r.37-44) en de zus van koning Herodes Agrippa II (r.43-100). Hier zijn de drie vermeldingen.

Paulus

Koning Agrippa en Berenike kwamen naar Caesarea om bij Festus hun opwachting te maken. Tijdens hun verblijf, dat verscheidene dagen duurde, sprak Festus met de koning over de rechtszaak tegen Paulus.noot Handelingen 25.13-14; NBV21.

Lees verder “Berenike”