Meer over isotopenonderzoek

Een kaak uit Kessel, gebruikt voor isotopenanalyse (© VU). Dit heeft verder niets met Stonehenge of Denemarken te maken maar ik heb zo snel geen ander plaatje.

Leuk artikel in De Volkskrant vandaag: de mensen voor wie Stonehenge een belangrijk heiligdom was, legden enorme afstanden – denk aan honderden kilometers – af om daar aanwezig te zijn. Dat blijkt uit isotopenonderzoek dat is uitgevoerd op de botten van de offerdieren, zoals varkens en runderen. Waar dieren zich verplaatsen, trekken herders mee, dus dit duidt op grote mobiliteit: de voornaamste conclusie van de DNA-revolutie wordt opnieuw bevestigd.

Voor uitleg van die methode verwijs ik naar het stukje in mijn reeks Methode op Maandag. Grosso modo komt het erop neer dat je door isotopenonderzoek kunt vaststellen op welke bodem iemand gewoond heeft. Aangezien je tanden niet allemaal tegelijk worden gevormd en aangezien je botten nog weer later mineraliseren, kun je aan verschillen zien dat iemand is gemigreerd. In een klein land als Nederland zijn al zes verschillende landschappen aan te wijzen, gebaseerd op de verhouding tussen diverse isotopen.

Lees verder “Meer over isotopenonderzoek”

Isotopenonderzoek

Een kaak uit Kessel, gebruikt voor isotopenonderzoek (© Vrije Universiteit Amsterdam)

Ik heb al een aantal keren geschreven over de DNA-revolutie. Hier zijn alle artikelen bij elkaar. Door het onderzoek naar zowel hedendaags als antiek genetisch materiaal is het mogelijk uitspraken te doen over bijvoorbeeld de relatie tussen de diverse leden van de Achttiende Dynastie van Egypte, waarvan de mummies over zijn. Ook kunnen we uitspraken doen over bepaalde antieke ziektes – Ötzi zou doodziek zijn geworden van melk – en het uiterlijk van mensen. Het belang van dit soort onderzoek voor het begrip van antieke migraties is ook groot en ik heb het behandeld in Wahibre-em-achet en andere Grieken, dat momenteel bij de corrector ligt en op 4 april wordt gepresenteerd.

Ook al spreken we van DNA-revolutie, dat is eigenlijk niet helemaal juist, want er is een tweede laboratoriumtechniek met een (minimaal voor migratie) even groot potentieel: het isotopenonderzoek. Dit vergt even wat uitleg maar de conclusies zijn echt leuk.

Lees verder “Isotopenonderzoek”

Wadi Awis

Rotsschildering uit de Wadi Awis

Tien jaar geleden reisde ik door de Wadi Awis, ruwweg ten oosten van Ghat in Libië. Ik zal het landschap niet snel vergeten. Uitgeblakerde zwarte rotsen en een woestijn zoals je je een woestijn voorstelt: zand, zand en nog eens zand. Een erg, in geomorfologenjargon. Het is echter, zoals ik al aangaf in mijn eerdere stukje over de Wadi Mathendous, niet altijd zo geweest. Er zijn rotsreliëfs en -schilderingen gevonden die bewijzen dat dit ooit een savanne is geweest.

De reliëfs zijn inmiddels door islamistische vandalen vernietigd en dat biedt weinig hoop voor de schilderingen, die weliswaar zijn aangebracht in abri’s, d.w.z. bewoonbare overhangende rotswanden, maar die desondanks erg kwetsbaar zijn. Het zou wel erg triest zijn als de foto’s die wetenschappers en toeristen ooit maakten, het enige zijn dat resteert van de duizenden jaren oude kunst. Maar ook al zijn de rotsschilderingen er vermoedelijk niet meer, er zijn nog nieuwe dingen over te vertellen.

Lees verder “Wadi Awis”

Oud Groningen

De terp van Ezinge, even ten noorden van Groningen, zoals nagebouwd in Archeon.

Ik blogde zondag en maandag over de Romeinse visie op de bewoners van de Lage Landen. Misschien is het aardig af te ronden met een voorbeeld: de beschrijving van de bewoners van de terpen of wierden langs de Waddenzee. Die heetten in de Oudheid “Chauken“, een woord dat lijkt te zijn afgeleid van *Hauhōz, waarin het element “hoog” herkenbaar is. Hooghemers dus, mensen die woonden op kunstmatige hoogten.

Het volgende ooggetuigenverslag is van Plinius de Oudere, die het land in 47 na Chr. heeft gezien. Het leek hem maar een armzalig gebied en dat was het, vergeleken met zijn van alle gemakken voorziene basis in Xanten, natuurlijk ook. Desondanks waren de Chauken eigenlijk vrij welvarend. Plinius, die niet aan land lijkt te zijn gekomen, kon niet weten dat ze eieren raapten en joegen op vogels en robben. Hij zag niet dat de kwelders dienden als weiden, waar runderen en schapen graasden en waar zelfs, achter lage dijkjes, akkerbouw mogelijk was. Ook al was de bodem zilt, het was mogelijk er gerst, vlas en duivenbonen te verbouwen. De Friezen en Chauken exporteerden kaas, zout, wol, leer en schapen, en vormden tevens een schakel bij de doorvoer van slaven, pelzen en barnsteen. Plinius zag het niet. Hij was gefascineerd door de rand van de aarde – zee of land? – en de tegenstelling tot de Romeinse wereld.

Lees verder “Oud Groningen”

Odysseus bij Helios

Odysseus bij Helios (Antikensammlung, München)
Odysseus bij Helios (Antikensammlung, München)

Het bovenstaande olielampje is te zien in de Antikensammlung in München. Een datum wordt niet gegeven, maar het zal wel Romeins zijn. Links komt Odysseus aanlopen, rechts herkent u Helios, achteraan de veestapel van de zonnegod: twee paarden van de wagen waarmee hij elke dag langs het firmament reist, samen met een rund.

De context kennen we: tijdens zijn omzwervingen landde Odysseus op het eiland waar Helios zijn runderen hield. De held bezwoer zijn metgezellen om onder geen beding de dieren op te eten, maar ze deden het wel degelijk, wat ze allemaal het leven kostte. Het verhaal is te vinden in HomerosOdyssee.

Lees verder “Odysseus bij Helios”

Hercules in Rome

De schamele resten van het Grootste Altaar
De schamele resten van het Grootste Altaar

Volgens de oude sagen is Rome gesticht door Romulus, maar hij was niet de eerste bewoner. Diezelfde sagen noemen een zekere Euander, die op een dag niemand minder dan de halfgod Hercules op bezoek kreeg, die net op weg was naar Griekenland met de runderen van Geryones. Hij was de Tiber al overgestoken toen hij slaap kreeg. Terwijl hij even indoezelde, roofde de herder Cacus het vee en bracht het naar een grot. Hercules werd echter wakker.

Toen Hercules naar het hol liep wilde Cacus hem met geweld de toegang versperren, maar hij werd geveld door een slag van Hercules’ knots. Tevergeefs de hulp van de herders inroepend stierf hij.

Lees verder “Hercules in Rome”

Slicher van Bath

Ploeger (Gevelsteen, Stoofsteeg, Amsterdam)

Ik weet dat het volgende voor menigeen grenst aan complete waanzin, maar ik ben de laatste dagen bezig met een boek met de titel De agrarische geschiedenis van West-Europa (500-1850). Het is geschreven door Bernard Slicher van Bath, het is alweer een halve eeuw oud (gepubliceerd in 1960) en het vormt geweldige lectuur.

Wie nu twijfelt aan mijn verstandelijke vermogens heeft grosso modo vermoedelijk wel gelijk, maar eventuele gekte kan niet worden afgeleid uit mijn boekenkeuze. Agrarische geschiedenis is namelijk interessanter dan je zou denken, al helpt het wel als je geschiedenislerares op de middelbare school mw Van der Woude was, wier echtgenote Ad een bekende economisch historicus is geweest; en het helpt ook al als je aan de universiteit een docent heb gehad als de te jong overleden Pieter Willem de Neeve, die zijn fascinatie met de antieke agrarische geschiedenis (die Slicher van Bath niet behandelt) uitstekend aan zijn studenten wist over te dragen. Niet aan zijn collega’s overigens: ik herinner me hoe Henk Versnel bij de herdenking van zijn overlijden een borrel achteroversloeg met de woorden dat hij even wat boeren moest wegspoelen.

Lees verder “Slicher van Bath”

De gedomesticeerde mens

Dit is geen rendier, ik weet het, maar een tweetal varkens (maar ook die zijn gedomesticeerd)

In de Jonge Steentijd ontstond de veeteelt. Varkens en geiten, runderen en paarden: eerst ving de mens ze, vervolgens raakten de dieren er langzaam aan gewend dat ze bij de mensen moesten leven en tot slot begonnen ze zich in gevangenschap voort te planten. Van generatie tot generatie veranderden ze in echte huisdieren, die hun levenswijze volledig hadden aangepast aan die van de mensen. De wilde varkens liepen niet meer door het bos, de geit niet meer over de bergen, de runderen en de paarden niet meer over de steppe. Ze waren, zoals dat heet, gedomesticeerd.

Lees verder “De gedomesticeerde mens”