Domitianus (12): Titus

Titus (British Museum, Londen)

In 79 overleed Domitianus’ vader Vespasianus. Suetonius geeft een indrukwekkende beschrijving van zijn dood:

Hij bleef zijn keizerlijke verplichtingen vervullen zoals hij gewoon was. Delegaties ontving hij zelfs te bed. Toen hij door een aanval van buikloop bijna het bewustzijn verloor, zei hij dat een keizer staande hoorde te sterven. Terwijl hij overeind kwam, is hij gestorven in de armen van de mensen die hem ondersteunden. (vertaling Daan den Hengst)

Imago

Zijn oudste zoon Titus, de man die Jeruzalem had veroverd, volgde hem op. Nog eens Suetonius:

Titus was het idool en de lieveling van heel het mensdom. Al wat ertoe bijdraagt de volksgunst te verwerven – natuurlijke begaafdheid, ontwikkeling, succes – bezat hij namelijk in de hoogste mate en, wat heel moeilijk is, hij behield het toen hij keizer was geworden.

Lees verder “Domitianus (12): Titus” →

Valt te weten waar de Drususgracht lag?

Drusus, naar wie de Drususgracht is vernoemd (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

In mijn komende boek Hannibal in de Alpen behandel ik een topografisch probleem: hoe bepaal je de locatie van een in de antieke bronnen genoemde plek? Deze problematiek is gangbaar en elke oudheidkundige weet dat atlassen (zoals) veel schijnzekerheid bieden. Waar lag Waššukanni? Waar op de Atheense Akropolis stond het Parthenon? Welke ruïnes zijn die van Ubar? Zulk onderzoek is te reduceren tot vier deelproblemen.

  1. Tekstkritiek: wat staat er precies in de geschreven bronnen?
  2. Bronkritiek: vergelijking van de bronnen om informatie te distilleren
  3. Reconstructie van het antieke landschap
  4. Plaatsing van de informatie (2) in het landschap (3)

In het geval van Hannibals Alpentocht zijn er voldoende tekst- en bronkritische problemen om te weten dat er onvoldoende informatie is om in het landschap te passen. Einde speurtocht. Dat het Alpenlandschap niet noemenswaardig is veranderd zou stap #3 makkelijk hebben kunnen maken, maar zover komen we dus niet eens. Iets dergelijks, bedacht ik onlangs, speelt op onschuldiger niveau bij de zogeheten Drususgracht, een waterbouwkundig werk dat is vernoemd naar de Romeinse veldheer Drusus.

Lees verder “Valt te weten waar de Drususgracht lag?” →

Caligula in Katwijk

Caligula (Huis van Hilde, Castricum)

Keizer Caligula had geen al te beste relatie met de Romeins Senaat. Een officier ruimde hem in 41 na Chr. na een regering van nog geen vier jaar uit de weg. Die nacht vergaderden de senatoren over de mogelijkheid de republiek te herstellen maar ze liepen al achter de feiten aan. De lijfwacht had al een nieuwe betaalmeester gevonden in de persoon van Caligula’s oom Claudius. Het lijkt al met al een militaire coup te zijn geweest.

Nu Caligula weg was, kon het grote zwartmaken beginnen. De vermoorde keizer is daarom de geschiedenis in gegaan als monster, krankzinnige en sadist. Of hij dat ook feitelijk was? We kennen alleen de stemmen van zijn lasteraars. Vermoorde heersers hebben meestal het laatste woord niet. We weten niet hoe gek Caligula feitelijk was en een mooi voorbeeld is het incident in Katwijk waarover zijn biograaf Suetonius schrijft.

Lees verder “Caligula in Katwijk” →

Misverstand: Famous last words

Vespasianus (Archeologisch museum, Napels)

Misverstand: Vespasianus’ laatste woorden waren dat hij vreesde een god te worden

Goede Romeinse keizers werden na hun dood vereerd als goden, en het oordeel of iemand goed had geheerst was vooral afhankelijk van de vraag of hij een zoon had die hem als keizer zou opvolgen en de vergoddelijking er bij de Senaat zou doordrukken. Omdat keizer Vespasianus (r.69-79) een zoon had, Titus, kon hij er zeker van zijn dat na zijn dood aan hem zou worden geofferd. Hij zou zijn gestorven met de geslaagde grap dat hij vreesde een god aan het worden te zijn.

Lees verder “Misverstand: Famous last words” →

Eutropius (5): De feiten verantwoorden

Kleio, de muze van de historische wetenschappen.

Terwijl u dit op leest, breng ik een bezoek aan het nieuwe Nabu-museum in Batrun. Daar ga ik zeker over bloggen, maar het zal wel volgende week worden. Om u toch te vervelen met de Oudheid, bied ik u in tien afleveringen de tekst aan van de inleiding die ik schreef voor de vertaling die Vincent Hunink maakte van de Korte geschiedenis van Rome van de laat-Romeinse auteur Eutropius. Als alles goed gaat, verschijnt die medio november. Het eerste deel van deze reeks vindt u hier.

Toen Polybius zijn negenendertig boekrollen over de opkomst van Rome had voltooid, voegde hij een veertigste toe, waarin hij zijn werkzaamheden verantwoordde. Dat lijkt het eerste deel te zijn geweest dat kopiisten niet langer overschreven, zodat het verloren is gegaan. In de Oudheid bekreunde men zich niet erg om de controleerbaarheid van een geschiedverhaal. Lucianus, die in Hoe schrijf je geschiedenis? vertelt wat de Romeinen van een historicus verwachtten, heeft over het tweede punt op ons lijstje van vijf weinig te melden. Eutropius kan het maar weinig schelen: hij geeft op precies één plaats aan waar zijn informatie vandaan komt en vrijwel zeker heeft hij dat overgeschreven uit een uittreksel van Livius’ verloren twintigste boek.

Lees verder “Eutropius (5): De feiten verantwoorden” →

Klassieke literatuur (9): biografie

Seneca en Sokrates, twee volken in één cultuur: het culturele ideaal van Ploutarchos. Herme uit Rome, nu in het Altes Museum in Berlijn.

[Bij mijn mail zat een tijdje geleden de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich er echt in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit bij een cursus aanschuiven. Voor de Latijnse literatuur is er Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet. Vandaag behandel ik het genre van de biografie.]

Ik heb er al eerder op gewezen dat de Grieken en Romeinen methodisch individualisten waren, wetenschapsbargoens om aan te geven dat alleen individuen de oorzaak kunnen zijn van historische gebeurtenissen. Deze visie geldt als achterhaald: er bestaat zoiets als “institutionele overmacht”, wat wil zeggen dat menselijk gedrag wordt veroorzaakt door abstracte zaken die niet zijn te herleiden tot individuen. Over deze stof hoeven wij ons nu het hoofd niet te breken; waar het mij vandaag om gaat is dat het antieke denken over oorzakelijkheid met zich meebrengt dat men het karakter van de diverse historische personages relatief belangrijk vond. Dus ontstond een nieuw literair genre: de biografie.

Lees verder “Klassieke literatuur (9): biografie” →

Methode op maandag | Ook gij

Caesar (Archeologisch Museum, Palermo)

Voorbeeld één: vlak voordat Von Stauffenberg, de man van de mislukte poging Hitler te vermoorden, door het vuurpeloton werd doodgeschoten, riep hij nog iets. Sommige getuigen houden het erop dat het “Es lebe das heilige Deutschland!” of “das geheiligde Deutschland” was, terwijl een andere aanwezige meende te horen dat Von Stauffenberg “Es lebe das geheime Deutschland!” riep. We kunnen tussen deze varianten een keuze maken: voor zover we weten, heeft Von Stauffenberg zijn vaderland nooit heilig of geheiligd gevonden, terwijl hij behoorde tot de kring rond de dichter Stefan Georg, waarin men filosofeerde over een voorlopig geheim maar ooit komend, beter, aristocratisch Duitsland.

Voorbeeld twee: de laatste woorden van de dichter, geleerde en mediapersoonlijkheid Goethe werden gehoord als “Mehr Licht”. Een verwijzing naar de Aufklärung? Of zag de dichter hoe de hemel voor hem openging? Er is nog een andere lezing: Goethe wilde alleen maar zeggen dat hij niet lekker lag, in het Hessisch “mer licht”. Ook mogelijk. Dit keer hebben we geen gegevens die ons helpen kiezen.

Lees verder “Methode op maandag | Ook gij” →

Herodes Agrippa I in Nederland

De Rijnmonding, waar Herodes Agrippa I de Noordzee zag

Je zou Herodes Agrippa I een avonturier kunnen noemen. Geboren in 11 v.Chr. als kleinzoon van Herodes de Grote, leek hij te zijn voorbestemd voor de heerschappij over een deel van het Joodse koninkrijk, ware het niet dat zijn vader in ongenade viel en werd geëxecuteerd. Evengoed kreeg hij een nette Romeinse opvoeding aan het keizerlijk hof, want de banden tussen het huis van Herodes en de Julisch-Claudische dynastie waren nauw.

Paladijn

In 37 benoemde zijn jeugdvriend Caligula hem tot koning van de Golanhoogte en het zuiden van wat nu Syrië is. Pas na een jaar besloot de nieuwbakken vorst zijn koninkrijkje te bezoeken: in juni 38 verliet hij Rome. Via Alexandrië kwam hij aan in zijn hoofdstad Panias.

Lees verder “Herodes Agrippa I in Nederland” →

De wet die geen wet was

Lex de imperio Vespasiani (Capitolijnse Musea, Rome)
Lex de imperio Vespasiani (Capitolijnse Musea, Rome)

Ergens rond het jaar 125 schreef de Romeinse auteur Suetonius zijn beroemde keizerlevens, waarin hij vertelt dat Tiberius, de geadopteerde zoon van keizer Augustus, de inhoud openbaar maakte van een brief waarin Tiberius’ broer Drusus zou hebben voorgesteld Augustus te dwingen de republiek te herstellen (Suetonius, Tiberius 50.1).

De biograaf had toegang tot de Romeinse rijksarchieven, maar we weten niet of deze informatie betrouwbaar is. (We hebben namelijk geen idee wat we ons moeten voorstellen bij een Romeins rijksarchief.) Indien Suetonius zich echter op een betrouwbaar document baseert, is dit een van de zeer schaarse aanwijzingen dat de Romeinse elite zich er al in de dagen van Augustus van bewust was dat de dagen van de republiek voorbij waren en het staatsbestel was veranderd in een monarchie.

Lees verder “De wet die geen wet was” →

De moord op Caesar

Caesar (Altes Museum, Berlijn)

Julius Caesar had de alleenheerschappij in het Romeinse Rijk veroverd en was er niet in geslaagd deze aanvaardbaar te maken voor zijn tijdgenoten, die de republiek zeer toegenegen waren. En dus werd hij vermoord, waarmee een nieuwe ronde burgeroorlogen onvermijdelijk werd.

De Romeinse biograaf Suetonius schrijft (in de vertaling van Daan den Hengst):

Lees verder “De moord op Caesar” →