De snelle arabisering van de Maghreb

Maghrebijnse munt, vroege achtste eeuw (Raqqada, Kairouan)

[Laatste van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb. Het eerste was hier.]

Er is een wonderlijk verschil tussen landen als Syrië en Egypte enerzijds en de Maghreb anderzijds: in de oostelijke landen bleef, toen de Arabieren kwamen, de laat-Romeinse bevolking nog lange tijd herkenbaar, terwijl ze in de Maghreb snel verdween. Anders geformuleerd: in de Levant (en ook op het Iberische Schiereiland, trouwens) waren nog eeuwenlang niet-Arabisch sprekende, joodse of christelijke groepen aanwezig, maar in de Maghreb was dat fors minder. Waarom?

Steden en nomaden

Het kan samenhangen met de inbedding van de steden in het grotere economische systeem. In het oosten waren de steden oeroud en was de hele sociaal-economische wereld gebaseerd op steden. In Tunesië, Algerije en Marokko waren de Fenicische en Numidische steden weliswaar ontstaan vóór de Romeinen, maar pas groot gemaakt toen de Romeinen begonnen met de systematische kolonisatie van de Hautes Plaines. Ze waren veel minder dominant en met de demografische neergang van de Late Oudheid verschoof het economisch zwaartepunt naar de nomadische Berbers.

Lees verder “De snelle arabisering van de Maghreb”

De Saksen

Luit van der Tuuk, die u wellicht kent van zijn boeiende boeken over de Franken, Dorestad, de Friezen (e-book), Bonifatius en de Vikingen, heeft alweer een mooi boek geschreven. Het heet gewoon De Saksen, en dat is, zoals hij in de inleiding al aangeeft, een kneedbaar begrip. Eeuwenlang waren de Saksen vooral degenen die door anderen werden aangeduid als de Saksen.

De eerste Saksen

Het probleem is niet eens zozeer dat de Saksen lange tijd “people without history” zijn geweest, die zelf geen bronnen schreven. Zeker, we kennen ze aanvankelijk vooral uit de beschrijvingen van Romeinse en Frankische auteurs, die hun beschouwden als barbaarse tegenstanders. Maar het feitelijke probleem is wezenlijker. De Romeinse en Frankische bronnen zijn namelijk niet alleen vooringenomen, ze zijn voor heel schaars en heel ambigu.

Lees verder “De Saksen”

Oorlog en verstedelijking

Twee van de piramiden van Caral (© Wikimedia Commons | gebruiker Xauxa)

Een tijdje geleden bezocht ik de expositie over de Azteken in het Wereldmuseum in Leiden (het oude Volkenkundig Museum). De precolumbiaanse cultuur was voor mij totaal vreemd. Het meest opvallend waren natuurlijk de mensenoffers, maar denk ook aan de maïsteelt, de sport, de harmonicavormige boeken, de mythologie, de wonderlijke namen. Maar er bleek meer archeologische informatie te zijn dan ik wist en er waren zelfs geschreven bronnen. Toegegeven, niet alleen de conquistadores maar ook de Azteken zelf vernietigden hun boeken, dus de geschreven informatie is helaas schaars. Dat wordt echter gecompenseerd doordat de afstammelingen van de precolumbiaanse gemeenschappen er nog altijd zijn. Trouwens, de afwezigheid van bronnen belet dat archeologen hun data een bepaalde kant op praten.

Kentheoretisch zijn de precolumbiaanse volken dus niet zo heel anders als de oude volken die op deze blog zo vaak aan de orde komen. Ook als het gaat om samenlevingstype, zijn er overeenkomsten. Vandaar dat ik me er wat in ben gaan verdiepen. Ik blogde al eens over mijn bezoek aan de collectie precolumbiaanse kunst in het Museum aan de Stroom in Antwerpen. En ik leerde onlangs iets interessants.

Lees verder “Oorlog en verstedelijking”

Het Uruk-fenomeen

Vrouwenportret uit Uruk (Nationaal Museum van Irak, Bagdad)

Eén reden waarom de opgraving van Uruk interessant is, is wetenschapshistorisch. Zoals ik al eens heb beschreven, deden archeologen in de jaren twintig van de vorige eeuw op drie plaatsen in Zuid-Irak onderzoek. In Tell al-‘Ubaid en in de onderste lagen van het daarnaast gelegen Ur vond de Britse onderzoeker Leonard Woolley ietwat groenige, beschilderde scherven, gemaakt zonder draaischijf. Ruim 250 kilometer verderop groef het Amerikaans-Britse team van Stephen Langdon in Jemdet Nasr bruinig, geometrisch gedecoreerd aardewerk op, gemaakt op een draaitafel. En dan was er de Duitser Arnold Nöldeke, die in Uruk opvallend primitief, draaitafelgemaakt aardewerk had gevonden. Je zou verwachten dat dit primitieve aardewerk het oudst was, maar het was op een draaitafel gemaakt. Dat zou betekenen dat ze in ‘Ubaid iets waren verleerd dat ze in Jemdet Nasr hadden onthouden. Dat was vreemd.

Om het op te lossen, liet Nöldeke in Uruk een diepe put graven om alle bewoningslagen te analyseren. Het bleek dat hij op de diepste strata ‘Ubaid-aardewerk vond, dat wij nu in het vijfde millennium v.Chr. dateren, dat daarop het Uruk-aardewerk volgde, dat wij in het vierde millennium plaatsen, en dat in de hoogste bewoningslagen Jemdet Nasr-aardewerk was gebruikt, dat wij dateren rond 3000 v.Chr. Dit resultaat overtuigde iedereen toen de archeologen in 1929 in Leiden een symposium belegden om de kwestie te bespreken. Voor het eerst beschikten archeologen over een betrouwbare chronologie van de laatste fase van de Prehistorie. Eindelijk had men vat op de tijd waarin de eerste steden zijn ontstaan.

Lees verder “Het Uruk-fenomeen”

De gedragsbioloog en de Bijbel

Extra-somatische aanpassing
Extra-somatische vorm van adaptatie waarmee mensen reageren op een veranderende omgeving (Yosef Caro-synagoge, Safed)

Vorige week zaterdag publiceerde De Volkskrant een interview met de gedragsbioloog Carel van Schaik en de Duitse journalist Kai Michel, die het joodse deel van de Bijbel hebben gelezen vanuit het perspectief van biologisch antropologen. Dat kan de moeite waard zijn – ik heb het boek niet gelezen – maar van het interview wordt een mens niet vrolijk.

Platitudes

De Bijbel heeft niets te maken met het woord van God, maar alles met het woord van de mens.

Ja, oele. Teksten worden geschreven door mensen en mensen scheppen zich – als we ons tot religie beperken – mythen, rituelen, goden, verhalen, gebeden en indien men het professionaliseert ook regels. Dat geldt voor het Egyptische Dodenboek, dat geldt voor de teksten uit het oude Babylonië, dat geldt voor de Perzische Avesta, en dat geldt voor joodse religieuze teksten. Ik denk dat er onder de lezers van De Volkskrant niet één is die de geciteerde platitude niet heeft herkend.

Lees verder “De gedragsbioloog en de Bijbel”