Karanovo

De trench van Karanovo

Ik geef toe: het plaatje hierboven is niet bijster informatief. U ziet een heuvel waar een lange gang in is gegeven. Meer is het niet, daar in Karanovo in Bulgarije. Als ik het een naam moest geven, zou ik het een trench noemen, wat net niet helemaal hetzelfde is als het Nederlandse “geul” (want die ontstaat door spoelend water) of “sleuf” (want die is smaller). Ik noem het dus maar een trench en deze trench vormde het begin van een belangrijke opgraving.

Stratigrafie

De enorme heuvel bij Karanovo (niet te verwarren met de even verderop gelegen grafheuvel) is te beschouwen als een tell, waarin diverse woonlagen boven elkaar lagen. Werd een dorp verwoest, bijvoorbeeld door een aardbeving, dan bouwden de overlevenden nieuwe huizen bovenop de oude, zodat die heuvel hoger werd. Herhaal dat enkele keren en je hebt een stevige bult. Als een archeoloog die bult van bovenaf neerwaarts gaat uitgraven, zijn de diverse bewoningslagen echter niet goed herkenbaar. Een trench helpt om vat te krijgen op de stratigrafie. Zie het onderstaande, iets informatievere plaatje.

Lees verder “Karanovo”

De Proto-Indo-Europese samenleving: namen

Imerix en Servofredus; twee goed-Germaanse namen (Archeologisch museum, Zadar)

Met het oog op de naderende Bronstijdtentoonstelling in het Rijksmuseum van Oudheden, beloofde ik wat te zullen schrijven over de Chalcolithicum/Bronstijd-samenleving die we kunnen reconstrueren aan de hand van wat we kunnen reconstrueren van het Proto-Indo-Europees. Dat ik tweemaal “we kunnen reconstrueren” schrijf, is lelijk maar geen toeval. Als we het hebben over het Proto-Indo-Europees, bedoelen we  een verzameling dialecten. En “de” daarop gebaseerde samenleving is natuurlijk eveneens slechts een benadering. Zoals alle oudheidkundige kennis.

Eén van de dingen waar de reconstructie echter redelijk solide is, is de naamgeving. We kennen namelijk heel veel persoonsnamen, afkomstig uit vrijwel alle Indo-Europese talen. En in bijna al die talen zien we hetzelfde patroon, dat taalkundigen aanduiden als tweestammigheid. Dat wil zeggen dat een naam bestaat uit twee elementen. De Griekse naam Nikolaos – het is vandaag immers het feest van de geboorte van Sint-Nikolaas – bestaat uit twee elementen, namelijk nikè, “overwinning”, en laos, “volk”. Het betekent dus zoiets als “overwinning voor het volk” of “overwinnaar van het volk”.

Lees verder “De Proto-Indo-Europese samenleving: namen”

De Proto-Indo-Europese godsdienst

Mjölnir (Zweeds Historisch Museum, Stockholm)

Binnenkort is in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden een expositie over de Bronstijd. Het leek me, zoals ik al eerder schreef, een aardig idee de toenmalige samenleving te beschrijven aan de hand van de taal. Dit Bronstijderfgoed biedt immers een fantastisch venster op een van de toenmalige samenlevingen: de Yamnaya-cultuur in het huidige Oekraïne. Die is gedeeltelijk te reconstrueren aan de hand van de gedeelde woordenschat van latere volken, die het schrift beheersten. De redenering is hierbij dat als iets het geval is geweest in én de Proto-Indo-Europese samenleving rond 3000 v.Chr. én de schrijvende samenlevingen, het eveneens het geval moet zijn geweest in de tussenliggende Bronstijdsamenlevingen.

Vader Hemel

Zo kunnen we ook uitspraken doen over de religie van de Bronstijd. Die was, om te beginnen, polytheïstisch. Iets preciezer: men vereerde – voor zover de documentatie reikt – vooral hemelgoden, en dan vooral Vader Hemel. Die heet in het Grieks Zeus Pater, in het Latijn Ju-piter, in het Indisch Dyaus Pitar. Het tweede element betekent vader, het eerste element, *Dyeus, is afgeleid van een werkwoord dat zoiets als “stralen” of “schijnen” betekent. Datzelfde werkwoord ligt aan de basis voor het woord voor god, dat in het Latijn deus is, in het Indisch devas, in het Keltisch dewos, in het Hittitisch šiuš en in het Gotisch teiws. Het Griekse theos lijkt er weliswaar op maar heeft een andere herkomst.

Lees verder “De Proto-Indo-Europese godsdienst”

De Proto-Indo-Europese samenleving: bezit

In de Proto-Indo-Europese samenleving heette dit *peku.

De Bronstijd is de tijd waarin Europa zijn talen heeft gekregen. Indo-Europese talen. De relevantie ervan – of beter: de relevantie van het taalkundig onderzoek – staat buiten kijf. De Indo-Europese talen vormen immers een loepzuiver voorbeeld van de wijze waarop geesteswetenschappelijk onderzoek onze samenleving vormt: toen de Indo-Europese taalfamilie was ontdekt, veranderde de aard van het Europese nationalisme en gingen we volken definiëren als taalgemeenschappen. Il n’y a pas de Belges: de eeuwige Belgische staatshervormingen zijn een regelrecht gevolg van een oudheidkundige ontdekking. Niets meer, niets minder.

De Proto-Indo-Europese samenleving

Bovendien vormen de oude talen zelf ons belangrijkste erfgoed. Alle reden dus om ze als bron van informatie te gebruiken en een vroegantieke samenleving te schetsen. Ik wil dus de gedeelde woordenschat bekijken om te zien wat we kunnen weten over de wereld van de sprekers van de Proto-Indo-Europese talen. Omdat die verwante woorden hebben voor de onderdelen van een wagen, hebben we het over een wereld die is ontstaan na de uitvinding van het wiel – laten we zeggen ná 3500 v.Chr. Een wereld die ergens rond 2800 v.Chr. uiteen begon te vallen.

Lees verder “De Proto-Indo-Europese samenleving: bezit”

Egypte: dertig dynastieën en drie rijken

Horemheb, koning van Egypte, en Horus (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Zoals ik al eens vertelde, ben ik begonnen met het herlezen van het handboek waarmee ik in mijn eerste jaar oude geschiedenis leerde, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek. Zijn de inzichten nog dezelfde? Ben ik dingen vergeten? Wat zou ik anders doen? Wat is leuk om toe te voegen?

Chronologie van Egypte

De Blois en Van der Spek vertellen dat de Egyptische auteur Manethon dertig dynastieën onderscheidde en dat er daarnaast een moderne indeling bestaat in drie rijken.

  • het Oude Rijk (c.2675-2200 v.Chr. ofwel de dynastieën Drie tot en met Zes),
  • het Middenrijk (c.2140-1720 v.Chr. ofwel de dynastieën Elf tot en met Dertien),
  • het Nieuwe Rijk (c.1540-1070 v.Chr. ofwel de dynastieën Zeventien tot en met Twintig).

Dit is een punt waar ik het anders zou hebben aangepakt. Ik zou hier hebben verteld wat beide systemen ons vertellen over het proces van wetenschappelijke kennisverwerving.

Lees verder “Egypte: dertig dynastieën en drie rijken”

Jiroft en het ontstaan van de eerste steden

    Gewicht uit Jiroft (Museum van Azerbaijan, Tabriz)

Ooit was het simpel: de beschaving – te definiëren als de stedelijke levenswijze, met koningen en gebouwen en schrift en dit alles archeologisch te vinden – was ontstaan in de dalen van de Nijl, de Eufraat en de Tigris, de Indus en de Ganges. (Ik laat de Huanghe en de Jangtsekiang even buiten beschouwing.) Voor de relatie tussen waterbeheer, koningschap, steden en administratie waren ook verklaringen, waarmee ik u vandaag niet zal lastig vallen.

Synchronisatie

Ergens rond 3000 v.Chr. synchroniseerden Egypte, Mesopotamië en India. Daarmee is bedoeld dat culturele ontwikkelingen steeds meer tegelijkertijd plaatsvonden. Egypte was bijvoorbeeld een buitenbeentje geweest met een late introductie van de landbouw, nog wel zonder sedentaire boeren. Eind vierde millennium gingen de culturen echter in de pas lopen. De verklaring is vrijwel zeker dat de handel in tin, een zeldzaam metaal, interregionale handelsnetwerken had geschapen. Het tin uit Centraal-Azië belandde in zowel India als Mesopotamië en mensen konden via de handelsroutes elkaars ideeën vernemen. Kort nadat het spijkerschrift was ontstaan, begonnen de Egyptenaren aan het hiërogliefenschrift. Vermoedelijk ontstond toen ook het Indusschrift (dat we niet kunnen lezen).

Lees verder “Jiroft en het ontstaan van de eerste steden”

Cyprus in de Bronstijd

Cypriotische bronsbaar (Neues Museum, Berlijn)

Tegen het einde van het vierde millennium v.Chr. begonnen de bewoners van Cyprus met de exploitatie van de koperafzettingen in het Troodos-gebergte. Verschillende mijnen uit deze tijd zijn geïdentificeerd en de naam van het eiland, Cyprus dus, is zelfs afgeleid van het metaal dat vanaf nu zo belangrijk was voor de economie. Het lijkt erop dat Cyprus in deze tijd heel nauwe culturele contacten heeft gehad met het zuiden van Anatolië, dus zeg maar Cilicië. Vrijwel zeker gaat het om migratie. Het is maar tachtig kilometer van het vasteland naar Cyprus.

De foto hierboven toont een Cypriotische bronsbaar die ik ooit fotografeerde in het Neues Museum in Berlijn. Op de expositie in het Rijksmuseum van Oudheden die de aanleiding is om deze reeks stukjes te schrijven, hangen er een paar aan een muur. Ik verklap geen groot geheim als ik u zeg dat ze niet echt zijn. De rest van de voorwerpen zijn overigens wel echt. Ik meen dat het Cyprus Museum meer dan 300 voorwerpen aan de collega’s in Leiden heeft uitgeleend en dat is echt veel.

Lees verder “Cyprus in de Bronstijd”

Seriatie

Seriatie van Bronstijd-bijlen (Grand Curtius Museum, Luik)

Onder de Place Saint-Lambert in Luik is het Archéoforum, waar de resten van een Romeinse villa zijn te zien en voorwerpen vanaf de Late Steentijd tot op heden. Even verderop is het historisch museum Grand Curtius, dat een mooie archeologische collectie heeft uit oostelijk Wallonië, uitgebreid met voorwerpen uit andere delen van Europa. Beide instellingen zijn modern en mooi, en als u toch in Luik bent moet u er zeker heen, maar ik beken dat je wel veel van de Oudheid moet houden om er speciaal voor naar Luik te gaan. Tongeren is in dit opzicht aantrekkelijker. Waar ik in het Grand Curtius echter heel blij van werd, was dat er uitleg was van een seriatie.

Archeologen graven dingen op en de oudere voorwerpen liggen doorgaans onder de jongere. Als je maar genoeg materiaal hebt, kun je een ontwikkeling vaststellen. Op de foto hierboven loopt die van links naar rechts en op de foto’s die ik hieronder zal tonen, is – eigenlijk heel ergerlijk – het oudste boven en het jongste onder. Eerst de bijl die op de foto boven links is te zien: een vuurstenen bijl uit het Late Neolithicum. Dit voorwerp, een Flint Rechteckbeil, is afkomstig uit Denemarken.

Lees verder “Seriatie”

Pre-proto-Italo-Kelt

Stèles als deze uit Nevsha, gevonden langs de wegen naar de koperaders, documenteren de westelijke migratie van de Proto-Italo-Kelten Nevsha (Archeologisch Museum van Varna)

De Yamnaya- of Kuilgrafcultuur, die u ergens tussen 3600 en 2300 v.Chr. moet plaatsen in wat nu Oekraïne en zuidelijk Rusland heet, geldt momenteel als de “Urheimat” van de volken die een Indo-Europese taal spreken. Daar duidt niet alleen het taalkundige maar ook het archeologische bewijsmateriaal op. Sinds een jaar of wat is er ook genetisch bewijs, waarbij ik aanteken dat veel nog onduidelijk is, dat elke onderstaande zin in feite een hypothese is en dat de vele migraties die blijken te hebben plaatsgevonden, de onderzoekers hebben verbaasd.

De Yamnaya-mensen kenden de ploeg zodat ze aan akkerbouw konden doen, maar ze hadden ook het paard gedomesticeerd en wisten hoe ze een kar moesten bouwen, zodat ze ook heen en weer konden trekken. De Yamnaya-cultuur breidde zich dan ook gestaag uit.

Lees verder “Pre-proto-Italo-Kelt”