Rens Bod over zingeving

Ik heb op deze blog wel vaker aandacht besteed aan de boeken van de Amsterdamse geleerde Rens Bod. In De vergeten wetenschappen (2010) toont hij hoe de geesteswetenschappen de maatschappij helpen vormen en in Een wereld vol patronen (2019) biedt hij een geschiedenis van de menselijke kennis. Deze boeken bewijzen dat er nog altijd wetenschappelijke syntheses worden geschreven. Je vraagt je echter wel af wat er nog resteert om samen te brengen voor iemand die al een stuk of tien geesteswetenschappen en álle menselijke kennis heeft beschreven. Maar het blijkt mogelijk. In Waarom ben ik hier? biedt Bod, zoals de ondertitel luidt, een kleine wereldgeschiedenis van zingeving.

Een geschiedenis van bijna alles.

Om meteen een misverstand weg te nemen: religie mag dan de bekendste vorm van zingeving zijn, het is niet de enige. Sterker nog, er is geen enkele samenleving geweest waar niet ook andere zingevingsvormen hebben bestaan. De demonstranten van Extinction Rebellion vinden of creëren zin in het afremmen van de snelheid waarmee de mensheid deze planeet naar de gallemiezen helpt; ouders vinden het zinvol kinderen op te voeden; wetenschappers willen de wereld beter begrijpen; weer anderen laten geen middel onbenut om een hoger bewustzijn te bereiken. Er zijn vele vormen van zingeving. Bod telt er 180, die hij onderbrengt in dertig thema’s en vier groepen: streven naar het onvergankelijke, bijdragen aan de wereld, zelfontwikkeling en “zingeving in extremis”.

Lees verder “Rens Bod over zingeving”

Vijf misverstanden over de Oudheid

De Oudheid biedt meer dan Grieks en Latijn (Louvre, Parijs)

Vandaag begint de Week van de Klassieken. Het thema is dit jaar de relatie tussen de antieke mens en zijn natuurlijke leefomgeving, en als u cynisch aanneemt dat “in de Oudheid dachten ze ook over natuur” weer eens een gemakzuchtig I.D.O.H.Z.O.-tje is, dan hebt u het mis. Lees nog even wat ecokritiek is en u herkent dat er een wetenschappelijke innovatie schuilt achter deze thematiek.

De klassieken doen ertoe, althans in potentie, en oudheidkunde is wél interessant. Voor degenen die het desondanks niet geloven willen, presenteer ik hier vijf smoezen om zich er niet in te hoeven verdiepen. Plus uitleg waarom dat drogredenen zijn. Dat ook.

1. Het is alleen maar Griekenland en Rome

De Oudheid is de periode waarin we, anders dan in de Prehistorie (waarvoor alleen de archeologie informatie levert), wél geschreven bronnen hebben, maar waarvoor we, anders dan voor de Middeleeuwen, onvoldoende bronnen hebben om te komen tot werkelijke geschiedvorsing. In jaartallen: het is de periode tussen pakweg 3000 v.Chr. en 650 of 800 na Chr. Geografisch bezien: de regio vanaf Iran en Centraal-Azië tot aan de Atlantische Kust.

Lees verder “Vijf misverstanden over de Oudheid”

Antisemitisme

Flavius Josephus schreef een weerlegging van het antisemitisme van zijn tijd

De Tweede Kamer roept mensen op zich duidelijker uit te spreken tegen antisemitisme. Je zou willen antwoorden dat zoiets niet nodig is omdat iedereen op z’n klompen aanvoelt dat jodenhaat onzin is. En om de waarheid te zeggen: ik zou me ergeren als we de komende tijd allerlei opzichtige veroordelingen van het antisemitisme meemaakten. Ze zijn keurig, daar niet van, maar ik stoor me aan instellingen die hun maatschappelijke betrokkenheid rondbazuinen. Je bent betrokken of je bent het niet en je gebruikt het niet als reclame.

Ik zou echter wel iets willen zeggen over aspecten van het antisemitisme waar ik als oudheidkundige iets van denk te weten. Het valt me, schrijvend over de Romeins-Grieks-Joodse wereld waarin het Nieuwe Testament is ontstaan, namelijk op hoeveel reacties (meest per mail) gebaseerd zijn op vooroordelen.

Lees verder “Antisemitisme”

Faits divers (15)

Een astrolabium (Wetenschapshistorisch museum, Samarkand)

In de reeks Faits Divers deze keer: eerst wat voor de hand liggend gemopper en daarna gelukkig ook leuk nieuws.

Alwéér een petitie

Vorige week hadden we de vierde petitie tegen de aangekondigde sluiting van een oudheidkundig instituut in 2024, deze week de vijfde. Dit keer is Latijn aan de Goethe-universiteit in Frankfurt de bedreigde partij. De petitie is hier. (Het jaar is nog geen drie maanden oud.)

Korte inhoud van het voorafgaande: vorige week was het dus oude talen in Cardiff en u kunt daar nog tekenen. In februari waren de geesteswetenschappen in Kent aan de beurt, in januari betrof het archeologie in Helsinki en klassieke talen in Kingston, in december ging het om de sluiting van de archeologische opleiding in Leipzig en het museum van Ename, in november wist een petitie problemen rond het schoolvak Grieks in Vlaanderen te voorkomen, in september was er politieke druk op het Egyptisch Museum in Turijn en in juni dreigde sluiting voor het museum Ermelo (maar dat blijft vooralsnog open).

Lees verder “Faits divers (15)”

Het belang van de Oudheid(kunde)

Een I.D.O.H.Z.O.-tje toont het belang van de Oudheid niet

Wat is het belang van de Oudheid, van de oudheidkunde? Iemand vroeg me onlangs om het nog eens uit te leggen. Een nieuwe vraag is het niet. Toen het Gronings Archeologisch Instituut in 2017 een jubileum vierde, was een van de thema’s “Archeologie, voor wie doen we het ook alweer?” (Ik was een van de sprekers.) In 2019 hield David Fontijn een toespraak over dezelfde vraag. Ik heb het zelf uitgelegd in mijn laatste boek (blz.48-49). Het is opvallend dat de vraag, welbeschouwd eerstejaarsstof, terug blijft keren.

Antwoord 1: De Oudheid is leuk

Eerst het makkelijkste antwoord: inhoudelijk. Oudheidkundigen kunnen dingen vertellen over hoe het vroeger was. Dat is leuk. Ik houd me al veertig jaar met de Oudheid bezig en zie nog elke dag iets verrassends. Dat is waarom musea en parken als Archeon tienduizenden bezoekers hebben en publieksprijzen winnen. Zo simpel.

Lees verder “Het belang van de Oudheid(kunde)”

Dag Frans

Een tekening die Frans Wiggermann maakte van Mesopotamische demonen

Onlangs is een van mijn oud-docenten overleden: Frans Wiggermann (1948-2024), kenner van het oude Mesopotamië. Ik heb van hem onder andere colleges over de oosterse literatuur gehad. Daar ben ik nooit veel verder in gegaan, maar een docent is niet alleen iemand die informatie overdraagt. Hij toont dingen. Ik noem één voorbeeld.

Contre coeur archeologiedocent

De Vrije Universiteit in Amsterdam, waar ik toen studeerde, had in de jaren tachtig een overeenkomst met de Universiteit van Amsterdam dat enkele studierichtingen daar niet zouden worden opgeheven: egyptologie, hittitologie en archeologie van het Nabije Oosten. De UvA brak haar woord en de VU-studenten waren mede de dupe. Wiggermann was nu gedwongen voor ons de archeologiecolleges over te nemen. Dat deed hij naar eigen zeggen niet met plezier, want hij wist meer van teksten en iconografie. Zo had hij in zijn proefschrift Babylonian Prophylactic Figures (1982) verbanden gelegd tussen de afbeeldingen van allerlei wonderlijke demonen en de teksten waarin die staan vermeld.

Lees verder “Dag Frans”

Neoplatonisme en gnosis (4)

Laatantieke filosofen met Sokrates (Apameia)

[Laatste deel van een vierdelige reeks over de laatste, naar mystiek neigende stromingen binnen de antieke filosofie. Het eerste deel was hier.]

De christelijke gnosis

De best bekende gnostische stromingen zijn christelijk van aard en zijn gedocumenteerd in de boeken uit Nag Hammadi. Tussen de christelijke gnosis en het traditionele christendom bestaan nogal wat verschillen.

Het christendom is begonnen als een joodse stroming rond Jezus van Nazaret, maar al snel werd het geloof van deze messias ingeruild voor geloof in hem. Hij gold – en geldt – als goddelijk, terwijl de mens sterfelijk is. God en mens zijn van elkaar verwijderd geraakt – denk hier aan het vraagstuk van de erfzonde – en alleen door de kruisdood is hierin verandering gekomen.

Lees verder “Neoplatonisme en gnosis (4)”

Neoplatonisme en gnosis (3)

Zomaar een (op Sokrates geïnspireerde) laatantieke filosofenkop (Afrodisias)

[Derde deel van een vierdelige reeks over de laatste, naar mystiek neigende stromingen binnen de antieke filosofie. Het eerste deel was hier.]

Wat is gnosis?

Het Griekse woord gnosis betekent zoiets als kennis. Het woord wordt wel gebruikt als aanduiding voor een verzameling Romeinse religieuze oriëntaties, waarvan we de christelijke kennen uit de Nag Hammadi-geschriften. De joodse en andere gnostische oriëntaties zijn minder goed gedocumenteerd. We zouden de gnostische opvattingen een religieus geloof kunnen noemen, ware het niet dat een gnosticus juist denkt dat hij niet iets gelooft maar dat hij iets weet. Hij heeft inzicht, kennis, begrip. De gnosticus kent weinig twijfel. Meer precies is de kennis van de gnostici een kennis voor ingewijden, die als enigen begrip hebben van het ware. Het gaat daarbij niet om boeken, maar om zelf bereikte inzichten.

Lees verder “Neoplatonisme en gnosis (3)”

Neoplatonisme en gnosis (2)

Een laatantieke filosoof (Archeologisch museum van Chaironeia)

[Tweede deel van een vierdelige reeks over de laatste, naar mystiek neigende stromingen binnen de antieke filosofie. Het eerste deel was hier.]

Invloeden van oude bekenden

Wie het neoplatonisme bestudeert, herkent allerlei oude bekenden: elementen uit de eerdere filosofische stelsels.

Om te beginnen is er natuurlijk een sterke invloed van de filosofie van Plato zelf. De opvatting dat het Ene ook ruimte en tijd overstijgt is echter terug te leiden tot dat wat Parmenides al had beweerd over het Zijn. We vonden die gedachte eerder al bij Anaximandros, die ook een alomtegenwoordige oerstof aannam, die hij apeiron noemde. Bij Anaximandros verandert dit apeiron zelf echter in de wereld zoals wij die kennen, het blijft niet achter de wereld aanwezig, zoals het Ene bij de neoplatonisten.

Lees verder “Neoplatonisme en gnosis (2)”

Neoplatonisme en gnosis (1)

Portret van een laatantieke filosoof (Antiquarium, Sevilla)

Misschien vormde de crisissfeer van de derde eeuw na Chr., waarover Jona al blogde, de aanleiding voor de verspreiding van verschillende oosterse religieuze ideeën in de Romeinse wereld. Ze gingen een grotere rol gingen spelen in het denken van die tijd. De stoïcijnen, die ooit de filosofische agenda hadden bepaald, verloren aan invloed en maakten plaats voor een nieuwe filosofische school. Dit zogeheten Neoplatonisme combineerde kenmerken van het “oude denken” met een nieuwe spiritualiteit. Deze school geldt als de laatste grote filosofische stroming van de oude wereld.

Geen gewone platonisten

Als de grondlegger van het Neoplatonisme geldt de filosoof Plotinos, die leefde rond het midden van de derde eeuw. Hij en zijn volgelingen beschouwden zichzelf overigens niet als een nieuwe filosofische school, maar als platonisten die de ware filosofie van Plato uitwerkten. Ze noemden zichzelf dan ook gewoon “platonisten”. De accenten die zij in het platonisme legden, wijken echter dermate sterk af van de standpunten van Plato zelf, dat hedendaagse oudheidkundigen hen aanduiden als Neoplatonisten.

Lees verder “Neoplatonisme en gnosis (1)”