Het articulatiedebat

Palestijnse bruidskroon uit Hebron (Rautenstrauch-Joest Museum, Keulen).

Kapitalisme is ook maar een economisch systeem. Er zijn andere opties. In de Bronstijd waren er grote paleizen, zoals dat in Mari of dat in Knossos, waar de boeren hun producten afdroegen. De koning gaf vervolgens elke onderdaan te eten vanuit zijn pakhuis. Dat heet een redistributie-economie. Uit de Oudheid kennen we ook steden waar de productie in handen was van slaven. Onvrijheid speelde later, in de Middeleeuwen, eveneens een rol in de feodale stelsels. Een stamsamenleving organiseert haar economie weer anders. Wat ik maar zeggen wil: er zijn allerlei economische systemen, die we aanduiden als configuraties of productiewijzen.

Evolutie en vrijheid

Het lijkt erop dat er een soort opvolging in zit, een evolutie. De vroege redistributie-economieën maakten plaats voor de klassieke slavernij, waaruit het feodalisme voortkwam, dat weer plaats maakte voor het kapitalisme. Bij elke stap was er meer vrijheid. Voor de vroegste marxisten gold deze opvolging van productiewijzen min of meer als dogma, waarbij de aanname was dat het volgende stadium de communistische heilstaat zou zijn. Het enige dat hier specifiek marxistisch aan is, is echter de aanname dat de motor achter de evolutie de klassenstrijd zou zijn. Een liberaal nam de spanning tussen individuen (“grote mannen”) als motor, maar dacht even evolutioneel.

Lees verder “Het articulatiedebat”

Patronage

Patronage, bekrachtigd met een kus op de ring (© 1972 Paramount).

Voor u en mij, levend in een postindustriële samenleving, zal het bekendste voorbeeld van patronage/cliëntelisme wel te vinden zijn in The Godfather. Een Italiaanse immigrant in de Verenigde Staten, Amerigo Bonasera, heeft op een verschrikkelijke wijze ontdekt dat het Amerikaanse rechtssysteem niet altijd leidt tot gerechtigheid en roept de hulp in van don Vito Corleone. Die is invloedrijk en vermogend en kan Bonasera de steun geven die hij nodig heeft. In ruil vraagt Don Corleone een wederdienst, die deze aan het einde van de film inderdaad moet leveren.

Patronage

We hebben hier te maken met de vanuit Sicilië naar Amerika geëxporteerde vorm van patronage. (Cliëntelisme is een ander woord voor hetzelfde systeem.) Het is een ongelijke verhouding tussen een welvarende man, de patroon, en de mensen die hij ondersteunt, de cliënten, die verplicht zijn hun patroon wederdiensten te bewijzen en hem in het openbaar te prijzen. Hoewel de termen teruggaan op het Romeinse patronus en cliens, is patronage een in agrarische samenlevingen algemeen verschijnsel. Vaak is er een rituele bekrachtiging. In de film is het de kus op een ring die de relatie bezegelt. Patronagenetwerken lopen dwars door alle rangen en standen, waardoor enerzijds de privileges van de elite worden gedeeld en anderzijds de hiërarchie wordt versterkt.

Lees verder “Patronage”

Code-switching

Code-switching in Apameia

Wat heeft bovenstaande foto uit een Romeins badhuis in Syrië te maken met de woordkeuze van een schrijver of spreker? Veel, zoals ik zal uitleggen.

Eerst iets over leenwoorden. Dat zijn gewoon woorden die we overnemen uit andere talen en vervolgens behandelen alsof ze Nederlands zijn. Ons woord cijfer komt van het Arabische sifr, “nul”, maar we behandelen het alsof het een Nederlands woord is. Het meervoud is cijfers en niet asfaar. We becijferen de opbrengst, onderbouwen iets cijfermatig en vinden mensen ongecijferd als ze in 2020 beweerden dat de slag bij Thermopylai (480 v.Chr.) 2500 jaar eerder had plaatsgevonden. Kortom, het woord cijfer is weliswaar afkomstig uit een andere taal, maar gedraagt zich alsof het een Nederlands woord is.

Lees verder “Code-switching”

Deus, theós en de klankwetten

Een deva uit India: Vishnu (Rautenstrauch-Joest Museum, Keulen)

Het was een bewering die onlangs op deze plek werd gedaan. Eigenlijk ging het om het Gallische woordje devos, dat ‘god’ betekent.

“Dat is inderdaad het Latijnse deus, het Griekse theós (θεός), het Indische deva”, meende de schrijver.

De redenering van de auteur zal zijn geweest: ‘devos, deus, theos en deva komen uit verwante talen, ze betekenen alle vier hetzelfde, en ze lijken ook nog eens behoorlijk op elkaar. Conclusie: ze zijn verwant.’

Lees verder “Deus, theós en de klankwetten”

Woorden uit het Gallisch (slot)

Hoewel Grannos Gallisch is voor baardig, heeft Apollo Grannus geen baard (Archeologisch museum, Grand)

Een jaar of drie geleden schafte ik het Dictionnaire de la langue gauloise van Xavier Delamarre aan, waar ik sindsdien enkele keren over heb geblogd: over de wijze waarop taalkundigen het Gallisch reconstrueren, over de Gallische woorden voor diverse kledingstukken, over enkele plaatsnamen en over nog meer plaatsnamen, over Gallische boerderijwoorden, over militaire termen en over nog wat andere woorden. Vandaag wil ik afronden met wat kleingrut.

Eerst wat vogels: de alauda (de Franse alouette) is een leeuwerik, terwijl de singi en de volcos allebei verwijzen naar valken. Waarom het Vijfde Legioen zich naar  heeft vernoemd naar leeuweriken, weet het niet, maar Caesar stelde het dus samen uit Galliërs.

Lees verder “Woorden uit het Gallisch (slot)”

Nieuws dat u mag negeren (en waarom)

Nepnieuws

Onlangs kreeg ik over een kop koffie de vraag voorgelegd of ik kon samenvatten bij welk nieuws over de Oudheid een krantenlezer alert moest zijn. De vraag bracht me van mijn à propos. Hoewel signaalwoorden als “Israël” of “Pompeii” voor de hand liggen, is het lastig beknopt uit te leggen waarom juist die onderwerpen problematisch zijn.

Trouwens, ik weet niet eens waarom stukken over Pompeii zo vaak niet deugen. Misschien hebben ze daar een publiciteitsmedewerker die denkt dat het niet uitmaakt hoe je in het nieuws komt, als je maar in het nieuws komt. Feit is dat het meeste nieuws over Pompeii niet klopt. Dat kale vertrek met tralies in die bakkerij, afgelopen december gehypet als bewijs van de slechte levensomstandigheden van slaven, kan evengoed een tegen diefstal beveiligde graanopslag zijn geweest. En nee, die tovenaar wiens uitrusting zou zijn gevonden, dat is gewoon een verzinsel.

  • Advies: als een bezoek aan Pompeii er niet in zit, bezoek dan een expositie, lees een boek, maar geloof de media liever niet.

Lees verder “Nieuws dat u mag negeren (en waarom)”

Het Teutoburgerwoud: drie perspectieven

Kalkriese, waar sporen zijn gevonden van de slag in het Teutoburgerwoud

Wat er in een antieke tekst staat: het is maar hoe je gewend bent te lezen. Een archeoloog leest anders dan een classicus, die weer anders leest dan een oudhistoricus. Ik bedoel nu niet dat de classicus de tekst leest in de originele taal en nuanceringen herkent die zijn collega’s niet zien. Het gaat me om een wezenlijker punt. Ik zal het illustreren met een voorbeeld uit de Romeinse geschiedschrijver Tacitus.

In zijn Annalen, gepubliceerd rond 120 na Chr., blikt hij terug op de regering van keizer Tiberius, een eeuw daarvoor. Generaal Germanicus was bezig met enkele expedities om de veldtekens te heroveren die de Germanen hadden buitgemaakt tijdens de slag in het Teutoburgerwoud:

Ze waren nu niet ver van het Saltus Teutoburgiensis waar, naar men zei, de overblijfselen van Varus en zijn legioenen nog onbegraven lagen.noot Tacitus, Annalen 1.60.3.

Lees verder “Het Teutoburgerwoud: drie perspectieven”

Vragen rond de jaarwisseling (4)

Een van de vragen ging over het oude Ierland. Dit is oud-Ierse “bijenkorf”-architectuur

Net als vorig jaar gebruik ik de laatste blogjes van 2023 om uw vragen te beantwoorden. Gisteren behandelde ik vier vragen over de oude talen en zojuist ging ik in op vijf andere onderwerpen. Nu de laatste vragen.

Wat weten we van Ierland na de Romeinse verovering van Engeland en Wales?

Daarvoor ging ik te rade bij Herman Clerinx, de auteur van boeken als boek De god met de maretak. Kelten in de Lage Landen (waarover ik het hier had). Die herinnerde me eraan dat we geen geschreven bronnen hebben uit deze tijd en dat de archeologie ons niet veel verder helpt. De IJzertijd is een archeologisch probleem. “Ons beeld over Ierland in die periode is erg brokkelig,” schrijf Clerinx. “Pas vanaf de vijfde eeuw wordt het beeld duidelijker.”

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (4)”

Vragen rond de jaarwisseling (3)

Een van de onderstaande vragen gaat over de vegetatieloze Atheense Akropolis

Net als vorig jaar gebruik ik de laatste blogjes van 2023 om uw vragen te beantwoorden. Gisteren behandelde ik vragen over de oude talen. Vandaag behandel ik acht andere vragen. Hier zijn de eerste vijf.

Was de Akropolis in Athene in de Oudheid ook de boomloze steenvlakte die hij nu schijnt te zijn?

Deze vraag legde ik voor aan Eric Moormann, die onlangs samen met Janric van Rookhuijzen een boek publiceerde over de Akropolis: De Akropolis van Athene. Geschiedenis van een mythisch icoon. Moormann bevestigde het: waarschijnlijk was er ook destijds al weinig vegetatie. Er is de beroemde put uit de Bronstijd om water op de berg te krijgen.

En er is natuurlijk een beroemde anekdote, te vinden bij Herodotos, dat de olijfboom die de godin Athena ooit aan haar stad had geschonken, niet kapot te krijgen was: de dag nadat de stad was geplunderd en de boom verbrand, was er alweer een nieuwe scheut.

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (3)”

Vragen rond de jaarwisseling (2)

Mozaïek met een Aramese inscriptie (Louvre, Parijs)

Net als eind 2022 gebruik de laatste blogjes van het jaar om uw vragen te beantwoorden. In het vorige stukje beantwoordde ik twee vragen over taal; hier zijn er weer twee.

Waarom spreken we van Aramese talen en Latijnse dialecten? Is er zoveel verschil?

Ook voor deze vraag moest ik advies inwinnen bij Gert Knepper. Die herinnerde me eraan dat als je het hebt over een dialect, je het impliciet ook hebt over een standaardtaal of een gemeenschappelijke moedertaal.

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (2)”