Kwakgeschiedenis: Monaldi en Sorti

Medaille uit Oberaden (Westfälisches Römermuseum, Haltern)
Medaille uit Oberaden (Westfälisches Römermuseum, Haltern)

Een van de boeiendste teksten uit de Oudheid is de Natuurlijke Historie van Plinius de Oudere, een Romeinse bestuurder wiens nieuwsgierigheid slechts werd geëvenaard door zijn leeshonger. Geen boek was zo slecht, vond hij, of er stond wel iets goeds in. De Natuurlijke Historie is een samenvatting van zijn lectuur en biedt een prachtig overzicht van alle antieke kennis. Helaas is die soms ronduit bizar.

Plinius is niet uniek. Alle antieke auteurs bieden een curieus mengsel van ware en onware verhalen. Men had destijds de middelen immers niet om informatie te controleren. Er is dus niets mysterieus aan.

De Italiaanse auteurs Rita Monaldi en Francesci Sorti vinden het wél raadselachtig en opperen in hun roman Mysterium… ja, wat opperen ze eigenlijk? Het wordt niet helemaal duidelijk in de appendix “De verzonnen tijd”. Ze hebben het over vervalste antieke bronnen, suggereren dat de geschiedenis van vele eeuwen is verzonnen, maar noemen die theorie ook weer “gewaagd”. Ze noemen mogelijke daders en motieven, maar eenduidig is het allemaal niet.

Lees verder “Kwakgeschiedenis: Monaldi en Sorti” →

Heidendom in de Late Oudheid

cameron_pagans

Bacurius was een generaal in het Romeinse leger in de late vierde eeuw. De kerkhistoricus Rufinus noemt hem een christen en kan gelijk hebben: de twee hadden elkaar ontmoet. Bacurius’ penvriend Libanios beschouwt hem echter als een heiden. Interessanter dan de vraag wie gelijk had, is de vraag wat oudhistorici hadden gedacht als alleen Rufinus’ geschiedwerk overgeleverd zou zijn geweest. Ze waren dan beslist niet op het idee gekomen dat de informatie mogelijk onjuist was en zouden Bacurius zonder meer als christen hebben getypeerd.

Dit voorbeeld illustreert het kernprobleem van de oudheidkunde. Er zijn te weinig teksten, zodat onderzoekers de kwaliteit van hun informatie moeilijk kunnen evalueren. Conflicterende bronnen zijn daarom een buitenkans: dan komen problemen aan het licht en kan worden beredeneerd welke informatie waarom de voorkeur verdient.

Lees verder “Heidendom in de Late Oudheid” →

De Vesuvius in vlammen

vesuvius_in_vlammen

Voor Plinius de Jongere heb ik altijd een zwak gehad: met plezier heb ik op het gymnasium enkele van zijn brieven vertaald en later heb ik een boekje over de man geschreven, Een interimmanager in het Romeinse Rijk. Het tiende boek van zijn correspondentie bestaat uit brieven die hij schreef aan keizer Trajanus en maken het mogelijk te reconstrueren hoe een gouverneur met buitengewone volmachten een crisissituatie bezweert. Ja, Plinius is een interessante man en zijn brieven zijn de moeite waard.

Dat vond ook Vincent Hunink, die werkzaam is aan de Nijmeegse Radbouduniversiteit en daar het werk doet waar universiteiten voor zijn: ervoor zorgen dat de samenleving beschikt over de actueelste wetenschappelijke inzichten. Ik ken hem – full disclosure – persoonlijk en sta altijd weer versteld van zijn enorme productiviteit als vertaler én als spreker. Er lijkt geen week voorbij te gaan waarin hij niet op Facebook vertelt over een lezing en er lijkt wel geen maand voorbij te gaan zonder dat hij een nieuwe vertaling produceert. Dit keer zijn het de brieven die Plinius schreef aan zijn vriend, de historicus Tacitus.

Lees verder “De Vesuvius in vlammen” →

Justinianus

Justinianus (Venetië)

In 1998 was ik voor het eerst in Venetië en uiteraard ging ik naar de San Marco. Ik heb me destijds vergaapt aan de mozaïeken en de paarden, maar heb helaas het Tetrarchenreliëf gemist (het werd gerestaureerd) en heb de bovenstaande buste over het hoofd gezien. Ook bij een tweede bezoek heb ik het portret niet gezien, al kende ik een replica die te beobachten valt in Mainz in het onvolprezen Römisch-Germanisches Zentralmuseum.

Het portret, dat in 1204 uit Constantinopel werd meegenomen toen Kruisvaarders de boel daar plunderden, is gemaakt van porfier, een gesteente dat alleen in Egypte wordt gevonden. Dat maakt de datering simpel: het zal vermoedelijk dateren van vóór de Arabische veroveringen, want daarna nam de export van porfier sterk af. We hebben dus te maken met een vorst die voor pakweg 650 regeerde en inderdaad lijkt de buste op een keizer die we goed kennen: Justinianus. Het zou ook Justinianus II kunnen zijn, maar die leefde te laat.

Lees verder “Justinianus” →

Klassieke literatuur (2): leerdicht

Of Hesiodos een historisch personage is, staat te bezien, maar dat heeft antieke beeldhouwers er niet van weerhouden zijn portret te maken. Deze mooie kop is in het British Museum, Londen.

[Bij mijn mail zat onlangs de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich er echt in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit bij een collegereeks aanschuiven. Voor de Latijnse literatuur is er Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet.]

Het genre: leerdicht

Toen in de jaren tachtig de hiphop werd uitgevonden waren er, zo had ik de indruk, twee subgenres. In het eerste bluften rappers over wat van geweldige kerels ze wel waren, in het andere waarschuwden ze voor heroïne en crack. Verder werd er danig geïmproviseerd. Wellicht overdrijf ik de parallel, maar de Griekse poëzie is niet heel anders begonnen: geïmproviseerd voordragen, deels zingend over de roem der mannen, deels didactisch. Heldendicht en leerdicht.

Lees verder “Klassieke literatuur (2): leerdicht” →

Klassieke literatuur (1a): epiek

Homeros (Glyptothek, München)
Homeros (Glyptothek, München)

Bij de mail zat onlangs een leuke vraag: “als ik wat meer klassieken wil lezen, wat raad jij dan aan?” Een tweede vraag: welke vertalingen zijn er?

Ik zal de komende weken wat antwoorden proberen te geven, al kunnen die niet anders dan hoogstpersoonlijk zijn. Ik zal het genre typeren, aangeven hoe je plezier kunt beleven aan literatuur van twee, drie millennia oud, enkele vertalingen noemen en iets vertellen over de manier waarmee latere generaties ermee om gingen. Niet meer, niet minder.

Nog één opmerking vooraf: je moet teksten eigenlijk lezen in de grondtaal. Zoals je Shakespeare niet echt hebt ervaren als je hem niet hebt gelezen in het originele Klingon, zo is het ook met de antieke auteurs. In de praktijk zal dat voor veel mensen, mezelf inbegrepen, niet zo gemakkelijk gaan. Ik geef hun één advies: zorg in elk geval dat je een recente vertaling hebt.

Lees verder “Klassieke literatuur (1a): epiek” →

Een echte Romein

Togatus Barberini (Capitolijnse Musea, Rome)
Togatus Barberini (Capitolijnse Musea, Rome)

Het bovenstaande standbeeld behoort tot de collectie van de Capitolijnse Musea in Rome, al heb ik het beeld nooit daar gezien. De foto is gemaakt toen het was uitgeleend aan een expositie in Haltern, en ik heb het beeld ook wel eens gezien in de Centrale Montemartini, een tentoonstellingsruimte in een oude elektriciteitsfabriek ten zuiden van het historische centrum van Rome, aan de weg naar de Sint-Paulus buiten de Vesten.

Omdat afgebeeld heerschap een toga draagt en ooit deel uitmaakte van de verzameling van de Barberini-familie, wordt het beeld gewoonlijk de “Togatus Barberini” genoemd, want veel meer valt er niet van te maken: de portretten lijken althans niet op die van ons bekende Romeinen. Desondanks valt er wel iets meer over te zeggen.

Lees verder “Een echte Romein” →

Romeinse muurschildering

Scène uit de Samnitische Oorlogen (Capitolijnse Musea, Rome)
Scène uit de Samnitische Oorlogen (Capitolijnse Musea, Rome)

Ik zou de geschiedenis van de stad Rome vóór 300 v.Chr. niet “mysterieus” willen noemen. De hoofdlijnen kennen we wel. Er is echter veel dat onduidelijk is. Het probleem is dat we niet goed weten wat de waarde is van de historische auteurs over deze periode: Diodoros van Sicilië, Titus Livius en Dionysios van Halikarnassos. Het is duidelijk dat deze schrijvers, die leefden in de tweede helft van de eerste eeuw v.Chr., gebruik maakten van oudere bronnen, en we kennen enkele namen van eerdere auteurs, maar we hebben geen goed beeld van wat daaraan vooraf is gegaan.

Wel lijkt dit zeker: elk jaar werd Rome bestuurd door een college van twee consuls of van drie, vier of zes krijgstribunen, waarvan we de namen ook kennen, maar er ontbreken vier colleges. De namen zijn echter correct: het onafhankelijke bewijs is dat als je de magistratenlijst analyseert, je ziet dat sommige families langzaam aan populariteit winnen, een tijdje invloedrijk zijn, en dan in verval raken. Bij een volledig verzonnen lijst zouden de patronen niet zo natuurlijk zijn.

Lees verder “Romeinse muurschildering” →

Kleine ode aan een al heel lang dode keizer

Marcus Aurelius

Meiregen. Mist. Pufhitte. Hagelbuien.
Tintelend vriesweer. Herfstnevels. Orkaan.
Bleek voorjaarszonnetje. Sneeuwjacht. Slagregens.
Grauwgrijze stolp. Azuren firmament.

Kille wind. Zoele wind. Bijtende wind.
IJsbloemen. Waterkou. Tropische nachten.
Krieuwelig lentebriesje. Donderstorm.
Druilerig gemiezer. Rood-vlammende luchten.

Ik laat het allemaal over me heen komen.
Natuurlijk heb ik voorkeuren, wie niet?
’k Rook liever Henry Clay dan Agio.

Maar om mijn moeder nog eens te citeren:
“Lieverkoekjes worden hier niet gebakken.”
Marcus Aurelius, jou vind ik groots.

Cees Buddingh’

Wereldburger

Marcus Aurelius (British Museum)
Marcus Aurelius (British Museum)

Keizer Marcus Aurelius, die vandaag 1836 jaar geleden in Wenen overleed, is de spreekwoordelijke filosoof op de keizertroon. Hij behoorde, zoals wel meer rijke Romeinse heren, tot de Stoa, een wijsgerige school die die rijke Romeinse heren onder meer het volgende voorhield:

  • De kosmos is redelijk
  • Mensen zijn redelijke wezens en fundamenteel goed
  • Veel van het kwaad is slechts schijn en met rustig nadenken herken je dat
  • Laat je daarom niet leiden door je emoties
  • Omdat alle mensen redelijk en goed zijn, zouden ze ook gelijk moeten worden behandeld; ga als meester daarom goed om met je slaven, behandel je echtgenote met respect

Lees verder “Wereldburger” →