De vele namen van Belgrado (4)

Belgrado. monument voor de linguïst Vuk Karadžić.

[Laatste van de vier blogjes die Tim Frangias wijdde aan Belgrado. Het eerste was hier.]

De naam “Belgrado” zal wel voor altijd verbonden zijn met die van bekende personen, waarvan sommige voorbijgangers waren, zoals de Argonauten, terwijl anderen er hun levensdagen sleten en monumenten hebben gekregen die de stad nog altijd sieren.

Neem Vuk Karadžić (1787-1864): hij beschreef de Servische taal en hervormde het alfabet, wat leidde tot een eigen Servisch-Cyrillisch schrift. Met het fonetische uitgangspunt “wat je hoort spel je”, was dit alfabet een emancipatie ten opzichte van het Russisch of Bulgaars Cyrillisch schrift. Het monument hierboven afgebeelde monument Vukov Spomenik gedenkt deze taalkundige.

Lees verder “De vele namen van Belgrado (4)”

De vele namen van Belgrado (3)

Het standbeeld van Karadjordje bij de Tempel van de Heilige Sava.

[Derde van de vier blogjes die Tim Frangias wijdde aan Belgrado. Het eerste was hier.]

Vuur en gramschap

Trots staat de Belgrade Victor op de Griekse zuil bij het Kalemegdan-fort, zoals aan de andere kant van de stad een beeld van de Servische leider Karadjordje heroïsch staat voor de Tempel van de Heilige Sava. Zoals ik eerder schreef is de stad met Griekenland verbonden door de lange schaduw van de oudheid. Het op de Griekse zuil staande beeld van Belgrade Victor herdenkt de Eerste Balkanoorlog (1912-1913), waarin de noordgrens van Griekenland verschoof tot voorbij Thessaloniki, terwijl een sterk Servië ontstond, gelegen tussen Oostenrijk-Hongarije en Griekenland. Deze gevechten versterkten de band tussen de twee orthodoxe landen.

Lees verder “De vele namen van Belgrado (3)”

De vele namen van Belgrado (2)

Belgrado, een stad met vele gezichten: zonnig, vrolijk, melancholiek, westelijk van het oosten en oostelijk van het westen.

[Tweede van de vier blogjes die Tim Frangias wijdde aan Belgrado. Het eerste was hier.]

Van alle namen die de stad rijk is geweest is Singidun de oudste. Indien we geloof moeten hechten aan de mythe met de topografische duiding uit mijn vorige bijdrage, dan werden Iason, Medea en de Argonauten gastvrij door een Keltische stam, de Singi, ontvangen.

Met deze naam zijn we direct in een historische tijd beland. Het gebied waar de stad Belgrado ligt, werd ooit door de Kelten gedomineerd, die de naam voor hun grondgebied bedachten als een combinatie van het woord singi (cirkel) en dun (nederzetting). Daarom wordt de oudste, geschreven naam van de stad Belgrado (Singidun) geïnterpreteerd als een cirkelvormige nederzetting, of waarschijnlijker nog, een vestingwerk die in deze vorm opgebouwd is.

Lees verder “De vele namen van Belgrado (2)”

De vele namen van Belgrado (1)

De Belgrade Victor, gezien vanaf het fort Kalemegdan, met uitzicht op Novi Beograd aan de overkant van de Sava.

Belgrade… it is definitely not Paris or Rome and fortunately it couldn’t and will not ever be. But entirely imperfect as it is, pretty rusty, piled and scattered, intrusive and loud, warm and melancholic, painted and lapsed, sometimes even repellent, it is one-of-a-kind and unique in its unsearchable seductiveness as all roads lead to kafana: full of tears, full of joy, full of happiness and full of sorrow… maybe Belgrade is hard to understand, but easy to love.

Dat postte ik jaren geleden een keertje, toen ik nog aan social media deed. Deze uitspraak bevat eigenlijk alles wat mij steeds doet terugkomen in Belgrado, stad uit mythische tijden, eeuwige stad.

Lees verder “De vele namen van Belgrado (1)”

De ruiters van de Donau

Een votiefgift voor de “ruiters van de Donau” uit Sirmium (Archeologisch museum, Zagreb)

Een tijdje geleden vroeg ik uw hulp bij het identificeren van de voorstelling op een loden schijfje. Ik kreeg leuke reacties, die wezen naar een Romeinse cultus die vooral bekend is uit Moesia, dat wil zeggen het gebied van de Beneden-Donau. En toen u mij eenmaal op dat spoor had gezet, herinnerde ik me ineens dat ik meer van zulke loden afbeeldingen had gezien.

De ruiters van de Donau

Het gaat bij deze ruiters van de Donau steeds om loden plaatjes, waarop altijd een feestmaal is te zien met vis op het menu. De meeste afbeeldingen zijn, zoals de bovenstaande, vierkant, maar er zijn ook een paar ronde schijven gevonden zoals die waarover ik uw hulp vroeg.

Lees verder “De ruiters van de Donau”

Een oud legioen: VII Claudia (2)

Afgietsel van een beschadigde inscriptie van IIII Flavia Felix (?) en VII Claudia (Archeologisch Museum, Kostolac)

In de tweede eeuw na Chr. was VII Claudia – het eerste deel van dit blogje was hier – gestationeerd aan de Donau. De basis was Viminacium, iets ten oosten van Belgrado. Het is mogelijk dat het legioen na 86 deze basis enkele jaren moest delen met IIII Flavia Felix. In dat jaar waren de Daciërs het Romeinse Rijk binnengevallen, waarbij ze enkele legioenen hadden verslagen. Het Zevende en het Vierde moesten de provincie Moesia verdedigen, het Romeinse gebied bezuiden de Donau.

Dacië en Cyprus

In 88 viel een groot Romeins leger Dacië binnen, het huidige Roemenië, en generaal Tettius versloeg bij Tapae de Dacische koning Decebalus. Het Zevende was een van de negen betrokken legioenen. Helaas verhinderde de opstand van de gouverneur van Germania Superior, Lucius Antonius Saturninus (89) de uiteindelijke Romeinse overwinning.

Lees verder “Een oud legioen: VII Claudia (2)”

Een oud legioen: VII Claudia (1)

Grafschrift van een soldaat van VII Claudia (Archeologisch Museum, Split)

Met het Achtste, Negende en Tiende legioen behoorde het Zevende tot de oudste eenheden van het Romeinse leger uit de keizertijd. Deze vier eenheden waren al bij Julius Caesar toen die in 58 v.Chr. Gallië binnenvielen en moeten al vóór zijn gouverneurschap zijn samengesteld. De Romeinse commandant vermeldt het Zevende in zijn verslag over het jaar 57: het nam deel aan het gevecht tegen de Nerviërs aan de rivier de Sabis, de Selle in Noord-Frankrijk.

Later lijkt het Zevende te hebben gevochten in westelijk Gallië; het was aanwezig bij de campagne tegen de Veneten in wat nu Bretagne heet, en nam deel aan de twee expedities naar Brittannië (in 55 en 54). Tijdens de oorlog tegen Vercingetorix was het Zevende actief in de omgeving van Lutetia (52) en bij Alesia. Het was later betrokken bij de “veegoperaties” tegen de Bellovaci (51).

Lees verder “Een oud legioen: VII Claudia (1)”

Bespiegelingen over Belgrado (3)

De splitsing van de Sava (van links naar rechts) en de Donau incl. ‘veliko ratno ostrovo’ (rechts) met aan de overkant Novi Beograd, kijkend richting Surčin en gezien vanaf het fort Kalemegdan.

[Laatste deel van een gastblog van Tim Frangias over Belgrado. Het eerste deel vond u hier en het tweede daar.]

De Donau als paradijselijke rivier: Belgrado en Konstantinopel

Volgens andere legendes is de Donau (zoals de Tigris, Eufraat en Indus) één van de vier rivieren die ontspringen in het paradijs, zodat Belgrado met zijn wallen op een oude plek ligt, omspoeld door een van de hemelse rivieren. Aleksandar Diglič schrijft in Belgrade, The Eternal City het volgende:

Een persoon die bezeten is van fantasie, en er zijn genoeg van zulke types in Belgrado, vertelde mij dat een walnoot die vanuit Belgrado in de Donau wordt gegooid, er negen dagen over zou doen om naar Konstantinopel te drijven. Of dit nu waar is of niet, de waarheid is dat deze twee steden een sentimentele, eeuwenoude relatie hebben die nooit zal worden beëindigd.

Lees verder “Bespiegelingen over Belgrado (3)”

Bespiegelingen over Belgrado (2)

De oude binnenstad van Belgrado (Stari Grad) vanaf het fort Kalemegdan gezien, staand bovenop de klif Kauliakos; de rivier de Sava bevindt zich rechts; ver weg is de Avala (met de toren, de Avala Toranj en zendmast daarop) zichtbaar.

[Tweede deel van een gastblog van Tim Frangias over Belgrado. Het eerste deel vond u hier.]

Belgrado bij Apollonios Rhodios

Belangrijke momenten in het Argonauten-verhaal spelen zich af in wat de periferie van de “klassieke wereld” genoemd zou kunnen worden, terwijl het verhaal notabene verteld wordt door een auteur uit het klassiek literaire canon. De tocht van de helden over de Donau brengt hen in wat tegenwoordig (onder andere) Servië beslaat, een uithoek van de “klassieke” wereld van de oudheid. De Istros, de Donau, is één van de vele plaatsen waar de Argonauten langs komen, maar tegelijkertijd cruciaal als het gaat om het beschrijven van de topografische plaats die vandaag Belgrado is.

Nadat de Argonauten zich meester hadden gemaakt van het Gulden Vlies zeilden zij, op de vlucht voor de Kolchiërs, op hun terugreis naar Hellas de rivier de Istros (of: Donau) op. In het vierde boek van de Argonautika lezen we de volgende verzen:

Lees verder “Bespiegelingen over Belgrado (2)”

Bespiegelingen over Belgrado (1)

Iason en Medea (Palazzo Altemps, Rome)

De oudste opgetekende beschrijving van wat nu de stad Београд, Beograd (Belgrado) is, vinden we bij de Griekse dichter Apollonios Rhodios, van wiens hand wij de Argonautika (in vier boeken) over hebben, een heldenepos dat deze dichter tussen 270 en 245 v.Chr. schreef. In deze bijdrage wijs ik de betreffende passage aan als onderdeel van een bespiegeling over Belgrado, een stad die mij om inmiddels haast ontelbare redenen zeer dierbaar is. De Argonautika gaat over het verhaal van Iason en de Argonauten (een groep van vijftig mythische zeelieden, waaronder Herakles en Orfeus) die op een missie waren naar Kolchis om het Gulden Vlies te bemachtigen, én over de liefde tussen Iason en Medea. Het Gulden Vlies was de gouden vacht van de god Xrysomallos, de ram die de kinderen van koning Athamas, Prixos en Hellen, wegvoerde om hen te redden uit handen van Athamas en zijn vrouw Ino. Het Gulden Vlies zou magische krachten (zoals genezing en de mogelijkheid tot eeuwige verjonging) herbergen…

De missie van de helden van de Argo

Na vele avonturen landde Iason in Kolchis en vroeg Iason aan Aeëtes toestemming het Gulden Vlies te mogen meenemen. Aeëtes weigerde dit niet met zoveel woorden, maar eiste dat Iason eerst een stuk land zou beploegen met behulp van twee bronzen stieren die hij van niemand minder dan de vuurgod Hephaistos gekregen had. Deze dieren hadden nog nooit een juk kunnen dragen, want briezend ademden zij vuur uit. Na het ploegen moest Iason draketanden zaaien die nog stamden van de oude draak van Thebe (Kadmos). Met de reuzen die uit dit zaaisel zouden ontstaan, moest Iason tenslotte een strijd op leven en dood leveren.

In zijn eentje zou hij deze taken nooit volbracht hebben. Maar omdat Afrodite (de godin van de liefde en schoonheid) Medea, de prinses van Kolchis, reddeloos verliefd had gemaakt op Iason, had deze verliefde (en zoals later blijkt ook wraakzuchtige) tovenares zich bij de Argonauten aangesloten en hielp hen het Gulden Vlies te bemachtigen en te ontsnappen. Medea had Iason laten beloven haar te trouwen en naar Griekenland mee te nemen als zij hem zou helpen het vlies te bemachtigen, en gaf hem een toverbalsem die hem onkwetsbaar zou maken voor het brons en het vuur van de stieren. Tevens gaf zij hem de raad de reuzen tegen elkaar op te hitsen door een steen in hun midden te werpen. In de daardoor ontstane verwarring zou hij hen kunnen doden.

Iason volgde de raad op, smeerde zich in en volbracht de hem opgelegde taken. Aeëtes wilde het vlies echter niet geven en smeedde het plan om de Argo in brand te steken. Om dit te verijdelen bewoog Medea de helden in de nacht te vluchten, nadat zij en Iason zich van het vlies meester hadden kunnen maken doordat Medea met haar tovermiddelen de draak die het vlies bewaakte in slaap had doen vallen. Medea’s vader Aeëtes, de koning van Kolchis (thans: de Krim), was woedend over Medea’s verraad en had de achtervolging ingezet nadat Medea aan boord van de Argo was gegaan, terwijl ze haar broertje Apsyrthos mee had genomen. Terwijl Medea’s vader de Argo op de hielen zat doodde Medea Apsyrthos en wierp – om haar vader te vertragen – zijn ledematen bij tussenpozen in het water. Aeëtes verloor kostbare tijd door de ledematen bijeen te garen, waardoor hij de Argo niet meer kon inhalen. In verschillende richtingen zond hij nu gewapende mannen uit met de opdracht zijn dochter Medea levend naar Kolchis terug te brengen.

De Argonauten richting de Balkan

Zelf begaf de koning zich naar Tomi (thans het Roemeense Constantza aan de Zwarte Zee (let in de context van het verhaal op het Griekse woord τόμοι = stukken), waar hij de resten van Apsyrtos begroef. Een andere lezing van de dood van Apsyrtos is dat hij, door zijn vader ter achtervolging van de Argo uitgestuurd, door Iason in de tempel van Artemis bij de monding van de Istros ( thans de Donau) gedood werd. En zo brengt de Griekse mythe ons in de wereld van de Balkan en naar Belgrado .

[Een gastbijdrage over Belgrado van Tim Frangias. Zo meteen meer. Dank je wel Tim! Momenteel is de Week van de Klassieken. Het programma vindt u daar.]