Berbers en Arabieren

De moskee van Córdoba

Gisteren blogde ik over het Rijk van Toledo en ik schreef dat deze laat-Romeinse staat, centraal georganiseerd als ze was, door Arabieren in één keer kon worden overgenomen. Koning dood, het hof uitgeschakeld, hoofdstad ingenomen: dan houdt het verder op. Ik werd terecht gecorrigeerd: het leger dat de genadeklap uitdeelde bestond uit Berbers. Het grappige is dat ik daar bij het schrijven aan had gedacht. Omdat het leger marcheerde uit naam van de Umayyadische kalief van Damascus, had ik besloten het stukje niet nog ingewikkelder te maken dan het al was – maar het is geen onbeduidend detail.

De verovering begon in april 711, toen generaal Tariq, een islamitische Berber, met zo’n 12.000 soldaten de Straat van Gibraltar overstak. (“Gibraltar” is overigens een verbastering van Jebel Tariq, “Tariqberg”.) In juli versloeg hij bij Jerez het leger van de Toledaanse koning Roderik, waarna de joden in Córdoba en Écija Tariq en zijn mannen als bevrijders binnenhaalden. Of het enthousiasme oprecht was of een lepe reactie op het simpele feit dat er geen Toledaans leger meer was dat de steden kon beschermen, zullen we nooit meer weten. Wel moet worden aangetekend dat de handelingen van de diverse kerkelijke synodes duidelijk maken dat de christelijke autoriteiten de joden liever zagen gaan dan komen.

Lees verder “Berbers en Arabieren” →

De Visigoten

Een altaarsteun uit Córdoba (Archeologisch museum, Córdoba)

Een kleine twee weken geleden maakten archeologen van de Amsterdamse Vrije Universiteit bekend dat er bij Lienden gouden munten waren gevonden die nieuw licht wierpen op de wijze waarop de Frankische koning Childerik de macht in het noordwesten van het Romeinse Rijk had kunnen overnemen. De Romeinse keizer Majorianus had – vermoedelijk over de twee schijven van generaal Aegidius en een Frankische heerser als Childerik – rond het jaar 460 goud betaald om een Frankisch leger voor zich te winnen en daarmee de Romeinse macht in Gallië te herstellen. Ik beschreef hier en daar hoe het latere Frankische koninkrijk is gegroeid uit het netwerk dat de Romeinen bij die gelegenheid met hun goud versterkten.

De Frankische staat is dus te beschouwen als voortgekomen uit het Romeinse Rijk. Net als het Byzantijnse Rijk. Net zoals de continuering van de Romeinse cultuur in de halfwoestijn van Libië waarover ik al eens schreef. En net als het koninkrijk dat een van oorsprong Visigotische groepering stichtte op het Iberische Schiereiland. Het verhaal van deze groep is soms parallel en soms tegengesteld aan dat van de Franken.

Lees verder “De Visigoten” →

De Schat van Lienden

Maiorianus (© De Nederlandsche Bank)

U heeft het afgelopen woensdag misschien al op het internet gelezen: archeologen van de Vrije Universiteit in Amsterdam en Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed hebben in de Betuwe een Laat-Romeinse goudschat opgegraven, die daar rond het jaar 460 na Chr. is begraven. Als u er meer over wil weten, moet u vanavond het NRC Handelsblad even lezen, waarin ik er verslag van doe, of morgen het lange achtergrondverhaal in de wetenschapsbijlage van dezelfde krant.

Voor het moment iets anders: het verslag van een van de vinders, Cees-Jan van de Pol. Het berichtje waar ik zojuist naar linkte, noemt hem een “hobbyist”, maar het is nu net iemand die het zoeken naar oudheden met metaaldetectoren serieus neemt en ervoor heeft gezorgd dat de schat niet verloren is gegaan voor de wetenschap. De gouden munten zijn vanaf vandaag te zien in Museum het Valkhof in Nijmegen, maar het is niet voor het eerst dat dankzij Van de Pol een museum een belangrijk voorwerp krijgt: het belangrijke Museum Dorestad heeft aan hem een belangrijke Vikingring te danken. Ik geef hem nu graag het woord over zijn Laat-Romeinse vondst.

Lees verder “De Schat van Lienden” →

De Franken

Een Frankische krijger: de Heer van Morken (Johnny Shumate)

De laatste Romeinse keizer die nog belang stelde in de gebieden ten noorden van de Alpen was Majorianus (r.457-461). Dat betekende dat hij het conflict aanging met de Franken, die inmiddels in het noorden van Gallië een staat aan het opbouwen waren. Ik blogde al eens over hun leider Childerik.

De Romeinse auteur Sidonius Apollinaris hield een lofrede op zijn keizer, waarin hij alle stereotypen uit de kast haalde om de Franken neer te zetten als allerafschuwelijkste woestelingen. De toekomst behoorde echter wél aan die woestelingen: Majorianus bereikte weinig en de Franken namen de macht in Gallië over. Over deze episode is groot nieuws op komst maar het is nog onder embargo.

Lees verder “De Franken” →

Clovis

Zo zou Clovis eruit gezien kunnen hebben.

De Frankische koning Clovis verenigde grote delen van Gallië nadat het Romeinse gezag er was afgebrokkeld. Zijn opmars begon eind vijfde eeuw, toen hij koning werd in Belgica Secunda, in het huidige België en Noord-Frankrijk.

Rond 500 zou hij zich hebben bekeerd tot het christendom, zoals wel meer bestuurders met Germaanse voorouders dat toen deden. Zo kon hij samenwerken met de kerk en gebruik maken van geletterde geestelijken. Dat was heel praktisch in een tijd waarin de schriftcultuur op zijn retour was.

Lees verder “Clovis” →

Henri Pirenne

St.-Pietersnieuwstraat 132, Gent

Afgelopen zondag en maandag ben ik in Gent een paar keer langs het huis aan de Sint-Pietersnieuwstraat 132 gewandeld waar de Belgische historicus Henri Pirenne (1862-1935) woonde, de auteur van Mahomet et Charlemagne. Het bleek een moderne bouwval. Zelfs geen gevelsteentje herinnerde aan de ooit beroemde bewoner, maar eigenlijk verbaasde dat me niet. Wie een écht belangrijk boek schrijft, zal zien dat zijn inzichten zó ingeburgerd raken dat niemand meer herkent dat je er anders over kunt denken, waarna degene die het heeft bedacht kan worden vergeten.

De vraag die Pirenne wilde beantwoorden, was waarom de Middeleeuwen zo’n ander karakter hadden dan de Oudheid. Er was een transitie geweest, zoveel was duidelijk. In het Romeinse Rijk was er interregionale handel, bloeiden de steden, betaalden de mensen met munten, beloonde de overheid zijn functionarissen in geld; in de Middeleeuwen was de handel beperkter, waren de steden kleiner, ruilde men producten en compenseerde de vorst zijn graven en hertogen door ze land in leen te geven. Wat was er gebeurd?

Lees verder “Henri Pirenne” →

De vijfde eeuw (slot)

Frankische mantelgesp (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

[Een tijdje geleden blogde ik enkele keren over de Late Oudheid. Een van degenen die reageerden, John Messemaker, zegde toe zijn gedachten over het onderwerp op een rijtje te zetten. Van dat stuk verscheen het eerste deel hier.]

In 468 besloot de Oost-Romeinse keizer Leo om van het Westen te redden wat er te redden viel. Hij verbond zich met Ricimer en beloofde Geiserik en diens Vandalen te vernietigen. Zoals we al zagen, vernietigde in plaats daarvan Geiserik het leger van Leo. Ricimer werd verlost van zijn problemen toen hij in 472 overleed – een maand nadat hij zijn laatste stromankeizer had vermoord. De uiteindelijke “val van Rome” kwam daarna niet meer door complexe omstandigheden en voltrok zich ook niet in slow motion. Geiserik is de man die in enkele dagen het noodlot voltrok. Op het slagveld. Hij was de man met de hamer.

Het West-Romeinse Rijk heeft niet het excuus dat het deze mogelijkheid niet zag aankomen. Sterker nog: men heeft er sinds de slag bij Adrianopel actief aan meegewerkt. De eeuw-lange accommodatiepolitiek van Theodosius, Stilicho en Aetius heeft rampzalig uitgepakt.
Lees verder “De vijfde eeuw (slot)” →

De vijfde eeuw (6)

Honorius op een gouden medaillon, gevonden in Velp (Valkhof Museum, Nijmegen)

[Een tijdje geleden blogde ik enkele keren over de Late Oudheid. Een van degenen die reageerden, John Messemaker, zegde toe zijn gedachten over het onderwerp op een rijtje te zetten. Van dat stuk verscheen het eerste deel hier.]

In 401 viel Alarik met zijn Tervingi Italië binnen, maar Stilicho sloeg de aanval af. Doordat zijn soldaten zich vooral onledig hielden met het plunderen van het Tervingische kamp, wist Alarik te ontsnappen, maar hij moest zich terugtrekken uit Italië. Dit was Stilicho’s “finest hour”. Enkele jaren later versloeg hij ook de binnenvallende Goth Radagaisus en maakte hij diens volk tot slaven.

Stilicho’s val-in-slow-motion begon rond 406. Grote groepen Vandalen, Sueben en Alanen staken de Rijn over en plunderden en brandschatten zowat alle steden langs de weg Trier-Boulogne, om vervolgens zuidwaarts te trekken. In Brittannië raakten de uit Gallië en Germanië afkomstige troepen zó verontrust dat ze huiswaarts wilden keren. Om dat doel te bereiken keerden ze zich tegen keizer Honorius en Stilicho en riepen ze Constantinus III uit tot hun keizer.

Lees verder “De vijfde eeuw (6)” →

De vijfde eeuw (5)

Glazen schaal met het offer van Abraham: Gallië was niet bepaald arm in de late vierde eeuw (Musée archéologie nationale, Saint-Germain-en-Laye)
Glazen schaal met het offer van Abraham (Musée archéologie nationale, Saint-Germain-en-Laye)

[Een tijdje geleden blogde ik enkele keren over de Late Oudheid. Een van degenen die reageerden, John Messemaker, zegde toe zijn gedachten over het onderwerp op een rijtje te zetten. Van dat stuk verscheen het eerste deel hier.]

We zagen gisteren dat voor de Romeinse legerleider Stilicho de – wellicht mede door hem mede veroorzaakte – betrekkelijke welvaart van de noordelijke gebieden iets was om zich op te beroemen. Maar heeft hij de historische context begrepen?

De Romeinse historicus Ammianus Marcellinus schrijft nog dat een groepje Franken in de vierde eeuw in staat was om de graantoevoer naar de Rijnlegers vanuit Brittannië stil te leggen. Rond 400 was Noord-Gallië echter volledig zelfvoorzienend. Het exporteerde zelfs graan en had geen Brits graan meer nodig. Zo viel een belangrijk wapen weg dat de centrale overheid kon hanteren tegenover opstandige troepen: de aanvoer van eten kon niet meer geblokkeerd worden.

Lees verder “De vijfde eeuw (5)” →

De vijfde eeuw (4)

Stilicho

[Een tijdje geleden blogde ik enkele keren over de Late Oudheid. Een van degenen die reageerden, John Messemaker, zegde toe zijn gedachten over het onderwerp op een rijtje te zetten. Van dat stuk verscheen het eerste deel hier.]

Keizer Theodosius overleed in 395. In het Westen werd hij opgevolgd door zijn tienjarige zoon Honorius. Deze stond onder tutelage van zijn legeraanvoerder (en feitelijke machthebber) Stilicho, die claimde dat ook Honorius’ broer Arcadius zich naar hem moest schikken. Maar Arcadius en Rufinus – we kwamen hen al tegen – wezen dit af en daardoor ontstonden spanningen tussen Oost en West.

Die verergerden nadat Stilicho tot tweemaal toe op oosters grondgebied militaire acties had ondernomen tegen Alarik en zijn Tervingi. De acties hadden weinig succes en bovendien werd Arcadius ouder, waardoor Stilicho’s claim de supervisie te hebben, steeds vreemder moet hebben geleken.

Lees verder “De vijfde eeuw (4)” →