Een plakboek met archeologieplaatjes

In een eerder leven was ik bestuurslid van een stichting die het erfgoed uit de Romeinse tijd – dus Ambiorix, Velzeke, de terpen, het meisje van Yde, het badhuis in Heerlen, Nijmegen, Nehalennia, de Taalgrens, Dorestad… – moest “promoten”. Eén van de ideeën die ik destijds inbracht was om met een supermarktketen te praten over Romeinenplaatjes. Kinderen kunnen bij de boodschappen immers altijd plaatjes krijgen van dinosaurussen, voetballers of de menagerie van Freek Vonk; waarom zouden wij dit middel niet gebruiken om ze iets mee te geven over hun verleden? Het Jeugdjournaal zou een item kunnen maken, musea zouden kinderen op vertoon van een vol plaatjesboek het niet in de supermarkt verkrijgbare superduperplaatje kunnen geven… enfin, u kunt zelf bedenken welke mogelijkheden tot synergie er zijn.

Sigarettenplaatjes

Mij leek het voor die stichting een goed idee. We hadden een ingang bij een supermarktketen in het Rijk van Nijmegen, we kenden mensen bij musea, we kenden iemand van het Jeugdjournaal. Desondanks is het er nooit van gekomen. Misschien is dat jammer, want ik weet sinds een tijdje dat het project uitvoerbaar zou zijn geweest. Het is namelijk eerder gedaan. Een bevriende archeoloog deed me onlangs een plakboek cadeau waarin iemand Britse sigarettenplaatjes had verzameld. Zoals ik het begrijp was sigarettenfabrikant W.D. & H.O. Wills in 1887 een van de eersten die een product verkocht met verzamelkaarten. Onderwerpen: rugby, vlinders, soldaten uit het Britse leger, cricket, grote schrijvers, vliegtuigen, voetbal, schepen & zeelieden, vogels en (vanaf 1938) “air raid precautions”.

Lees verder “Een plakboek met archeologieplaatjes”

Pontius Pilatus (6) Besluit

Kopie van de inscriptie van Pontius Pilatus uit Caesarea.

[Dit is het laatste van zes blogjes over Pontius Pilatus. Het eerste was hier.]

Prefect

Ik heb in de vorige vijf blogjes verteld dat de evangelisten, Filon van Alexandrië en Flavius Josephus de voornaamste bronnen zijn voor de loopbaan van Pontius Pilatus. De Romeinse geschiedschrijver Tacitus noemt de man ook een keer, en typeert hem als procurator. Hij was feitelijk prefect. Dat weten we uit bovenstaande inscriptie, gevonden in 1961 in Caesarea Maritima, de residentie van de gouverneur van Judea. Ik heb er al eens over geblogd.

De ene helft van de steen is beschadigd, maar we kunnen de andere helft lezen:

. . . . S TIBERIEUM
. . [Po]NTIUS PILATUS
[praefe]CTUS IUDA[ea]E
[ref]ECI[it]

Dit betekent dat Pontius Pilatus, de prefect van Judea, iets heeft hersteld dat Tiberieum heette. Wat dat zou moeten zijn geweest, is vooralsnog onbekend, maar het is aannemelijk dat het een tempel was ter ere van keizer Tiberius.

Lees verder “Pontius Pilatus (6) Besluit”

Pontius Pilatus (5) Pensioen

De berg Gerizim

[Dit is het vijfde van zes blogjes over Pontius Pilatus. Het eerste was hier.]

De samaritaanse geloofsgemeenschap vond haar oorsprong in een conflict dat speelde in het Jeruzalem van de vierde eeuw v.Chr. Eén groep priesters heeft toen de stad verlaten en is opnieuw begonnen in de stad Samaria, bij het huidige Nablus, waar al eerder een belangrijke tempel had gestaan. De samaritanen geloofden dat er ooit een profeet “zoals Mozes” zou zijn, een messiaans figuur die zijn volgelingen zou leiden naar een beter bestaan.

De samaritaanse profeet

In 36 na Chr. beweerde iemand dat hij die “profeet als Mozes” was. Hij beloofde dat hij enkele heilige voorwerpen, begraven op de berg Gerizim, zou tonen, die zouden bewijzen dat hij inderdaad was wie hij zei te zijn. Zijn aanhangers kwamen bewapend naar de berg en Pontius Pilatus greep onmiddellijk in met zo’n duizend soldaten. Hij verspreidde de menigte en beperkte zich ertoe de leiders te executeren. Niettemin beschouwden de samaritanen zijn geweld als buitensporig. Daarom deden ze een beroep op de Syrische gouverneur, Lucius Vitellius, de vader van de latere keizer. Onze enige bron, de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus, vertelt wat er daarna gebeurde:

Lees verder “Pontius Pilatus (5) Pensioen”

Paus Leo I en Attila de Hun (3)

Leo I (Archeologisch Museum, Sofia)

[Laatste van drie blogjes over de non-confrontatie tussen paus Leo I en Attila de Hun. Het eerste deel was hier.]

Attila in Italië

Attila’s invasie van Italië bood hem wat hij nodig had: enerzijds goud om de leiders van de volken in zijn superfederatie tevreden te houden, anderzijds een duidelijk succes dat bewees dat nomadisme superieur was aan een boerenbestaan en dat de Hunnen superieur waren aan de andere volken in zijn coalitie. De eerste stad die viel, was Aquileia, dat de Hunnen grondig plunderden. Altinum, Padua, Vicenza, Verona en Bergamo volgden; de keizerlijke residentie Milaan vormde de kroon op het werk.

De route is interessant, want ze toont dat Attila zo dicht mogelijk bij de Alpen bleef en de vlakte van de Po vermeed. Evengoed kampten zijn soldaten met ziektes, en dat was vermoedelijk malaria. Bovendien was er gebrek aan voedingsmiddelen: ik noemde al dat misoogsten zijn gedocumenteerd in zowel Centraal-Europa als Italië. Nadat ook Pavia was geplunderd, kwam het bericht dat een door de oostelijke keizer Marcianus uitgestuurd leger inmiddels oprukte naar de Midden-Donau. Daar lag de poesta die de Hunnen beschouwden als thuisbasis. Aangezien Attila zijn vermoedelijke doelen had bereikt, kon hij beginnen aan de terugtocht. Een opmars naar Rome heeft hij, voor zover we kunnen reconstrueren, nooit overwogen.

Lees verder “Paus Leo I en Attila de Hun (3)”

Paus Leo I en Attila de Hun (2)

Honoria (Bode-Museum, Berlijn)

[Tweede van drie blogjes over de non-confrontatie tussen paus Leo I en Attila de Hun. Het eerste deel was hier.]

Honoria

Het Romeinse Rijk had twee regeringen: een oostelijke in Constantinopel en een westelijke in Ravenna. In 449 regeerde in die stad Valentinianus III. Zijn zus Honoria was de dertig al gepasseerd en nog ongetrouwd. Dat had een zekere logica, want een zwager zou Valentinianus’ troon kunnen bedreigen. De oplossing was dat Honoria werd uitgehuwelijkt aan een heer die weliswaar van stand en van onbesproken gedrag was, maar politiek gevaarloos: Bassus Herculanus, “vermoedelijk een ouder iemand”, in de woorden van Adrian Goldsworthy, “en vast en zeker een doodsaaie man”.

Dat was niet naar Honoria’s zin en ze besloot zelf op zoek te gaan naar een man: Attila. Haar moeder, Galla Placidia, had ook een “barbaarse” echtgenoot gehad, dus een novum was dit niet. Honoria’s huwelijksaanzoek kwam precies op het moment waarop Attila overwoog zijn beleid aan te passen, en hij zal hebben gedacht dat als de grens tussen Romeins en Huns dan toch moest vervagen, een huwelijk met iemand uit het keizerlijk huis wel de allermakkelijkste manier was. Bescheiden vroeg hij bij wijze van bruidsschat om de helft van de gebieden waarover zijn aanstaande zwager de scepter zwaaide.

Lees verder “Paus Leo I en Attila de Hun (2)”

Paus Leo I en Attila de Hun (1)

Hunnendiadeem (National Museum, Boedapest)

U vraagt: “zou jij eens een blogpost kunnen wijden aan hoe paus Leo I nu eigenlijk de Hunnen wist tegen te houden?”

Wij antwoorden: “maar dat deed ’ie helemaal niet!” Het uitgebreidere antwoord is natuurlijk interessanter. Daarvoor moeten we eerst kijken wat Attila en de Hunnen überhaupt in Italië kwamen doen. En dat veronderstelt dan weer dat we bekijken wie die Hunnen eigenlijk waren.

Superfederatie

De Hunnen vormden een zogeheten superfederatie, waarover ik al eens eerder blogde: groepen merendeels nomadische volken die zich verzamelden onder een charismatische vorst (zoals Djengis Khan of Timoer Lenk) en onder zijn leiding successen boekten, maar weer uiteengingen als de successen ten einde kwamen. De geschiedenis van Centraal-Eurazië is te lezen als een proces van enerzijds clustering, desintegratie en herclustering en anderzijds (omdat de steppe naar het westen toe geschikter zijn voor veeteelt) een voortdurende westwaartse beweging. Omdat de volken die deel uitmaakten van zo’n nomadische cluster zelf veelal ook federaties waren, noemen we zo’n federatie van federaties een superfederatie.

Lees verder “Paus Leo I en Attila de Hun (1)”

Glykon

Glykon

Dat moest ik dus weer hebben. Er is een beroemd beeld van de antieke slangengod Glykon, dat ooit is opgegraven in de Roemeense havenstad Constanţa (het antieke Tomis) en dat tegenwoordig dient als logo van de regionale archeologische musea. Zie boven. Het kunstwerk zelf bevindt zich in het stadsmuseum, dat gesloten is. Ik had het vorige week willen zien, maar dat is dus niet gelukt. Ik zal naar Roemenië terug moeten.

De cultus voor Glykon is rond het midden van de tweede eeuw na Chr. geïntroduceerd door een zekere Alexandros van Abonouteichos. Of beter: dat is wat de Grieks-Romeinse auteur Lucianus van Samosata ons wil laten geloven, maar zijn boekje Alexander, de leugenprofeet is een uiterst vijandig (en uiterst amusant) schotschrift. Het is dus riskant om feiten eruit te distilleren, maar veel alternatieven hebben we niet.

Lees verder “Glykon”

V Macedonica in Dacië

Trajanus’ monument in Adamclisi

De verdere geschiedenis van V Macedonica volgt die van de andere legioenen uit de regio. Manschappen namen deel aan de oostelijke campagne van keizer Lucius Verus, die tussen 162 en 165 de Parthen versloeg. Bij terugkeer werd het legioen gestationeerd in Potaissa, het huidige Turda in Roemenië. De overplaatsing was noodzakelijk omdat verschillende, zoals de Sarmaten en Quaden, onrustig waren geworden. Keizer Marcus Aurelius bracht bijna tien jaar van zijn regering door aan de Midden-Donau. Vroeg tijdens het bewind van keizer Commodus (r.180-192) voerden Pescennius Niger en Clodius Albinus (beide toekomstige keizers) het bevel over V Macedonië en XIII Gemina. Samen versloegen ze de Sarmaten.

Toen deze oorlog eenmaal tot een goed einde was gebracht, richtten de Romeinen hun aandacht op de Daciërs in het binnenland. Arbeiders van de goudmijnen waren in opstand gekomen en hadden huurlingen in dienst genomen. Toen V Macedonica die had verslagen, kende keizer Commodus het in 185 of 187 de titel Pia Constans (“trouw en betrouwbaar”) of Pia Fidelis (“trouw en loyaal”) toe.

Lees verder “V Macedonica in Dacië”

V Macedonica aan de Donau

Inscriptie van V Macedonica uit Oescus (Archeologisch museum, Sofia)

Van de meeste Romeinse legioenen kennen we de ontstaansgeschiedenis. Soms weten we welke keizer het heeft gesticht, soms kunnen we de geschiedenis herleiden tot de tijd van Julius Caesar en zijn opvolgers Marcus Antonius en Augustus. Van V Macedonica is de herkomst minder duidelijk. We kennen uit de vroegste tijd twee vijfde legioenen, V Urbana en V Gallica, die allebei identiek kunnen zijn aan het vijfde legioen dat later naar zijn standplaats Macedonië zou worden vernoemd. Misschien is het geformeerd door consul Gaius Vibius Pansa en diende het voor het eerst in 43 v.Chr., maar dat is slechts een hypothese.

V Macedonica was waarschijnlijk aanwezig bij de campagne rond Aktion (31 v.Chr.), waarna veteranen werden gevestigd in de Veneto. Een latere generatie veteranen is vijftien jaar later gedemobiliseerd in Fenicië in Beiroet. Hier kregen ook veteranen van VIII Augusta land toegewezen. In elk geval diende het legioen zelf in Macedonië.

Lees verder “V Macedonica aan de Donau”

Garum, de Romeinse vissaus

Garum-kuipen (Lixus)

Het moet verschrikkelijk hebben gestonken, de productie van garum. Het heette in de Late Oudheid ook wel liquamen en was een soort vissaus, die het meest lijkt op de Vietnamese vissaus die u koopt bij de toko. De Romeinen waren er dol op.

Het vermoeden bestaat dat het product is ontstaan aan de Perzische Golf, waar de Babyloniërs al in de achttiende eeuw v.Chr. siqqu produceerden. Ook de Feniciërs kenden het spul, en zij gaven het recept door aan de Karthagers en Griekenland. Het werd populair in Andalusië, waar Cartagena een reputatie had hoog te houden voor kwaliteitsproducten. Daarvandaan kwam deze saus naar Italië, waar koks garum in allerlei gerechten verwerkten. Artsen schreven het overigens voor bij zweren, hondenbeten, diarree en buikgriep.

Lees verder “Garum, de Romeinse vissaus”