Dood in Babylon (3)

Alexander als Helios (buste uit Rhodos)
Alexander als Helios (buste uit Rhodos)

[Het is vandaag op de kop af 2336 jaar geleden dat in Babylon Alexander de Grote stierf. Alle reden om een oud artikel over de grote veroveraar, ooit verschenen in Spiegel Historiael, online te plaatsen. Vandaag dus, in vijf afleveringen. Deel een was hier.]

Zoals zo vele volken meenden de Babyloniërs dat de goden hun wensen kenbaar maakten aan de stervelingen door tekens aan de hemel. In de Oudheid golden zons- en maansverduisteringen overal als aanwijzingen dat er iets fataals stond te gebeuren. In Babylon was de bestudering van de hemelse omina opgedragen aan tempelfunctionarissen wier titel we zouden kunnen vertalen als “schrijvers van de Hemelboeken”. Daarin stonden de voortekens, hun betekenis en de tegenmaatregelen vermeld. De eerste wetenschappelijke uitgave van deze kleitabletten dateert uit de jaren negentig.

Lees verder “Dood in Babylon (3)” →

Dood in Babylon (2)

Het Astronomische Dagboek dat de slag bij Gaugamela vermeldt (British Museum, Londen)

[Het is vandaag op de kop af 2336 jaar geleden dat in Babylon Alexander de Grote stierf. Alle reden om een oud artikel over de grote veroveraar, ooit verschenen in Spiegel Historiael, online te plaatsen. Vandaag dus, in vijf afleveringen. Deel een was hier.]

Alexander schrok van de door Bel-apla-ddin gedane doodsaankondiging. De Babyloniër behoorde tot de chaldeeën, het college van astronomen dat de hemelse voortekens bestudeerde, vorsten waarschuwde voor dreigend onheil en adviseerde over offers waarmee de goddelijke toorn tot bedaren kon worden gebracht. In 331 hadden ze accuraat voorspeld dat Alexander Babylon zou veroveren en sindsdien hechtte de koning grote waarde aan hun voorspellingen.

Lees verder “Dood in Babylon (2)” →

Drie Koningen

De wijzen als drie koningen (Sevanavank)

Sint-Maarten, Sint-Nikolaas, Kerstmis, Drie Koningen: van de cadeautjesfeesten die de christenen in de winter vierden, is het laatste het minst bekend en ik denk dat het niet veel meer wordt gevierd. Op de ochtend van 6 januari kregen de kinderen koek te eten; in één stuk was een boon verstopt; wie die kreeg, werd met houtskool zwart gemaakt en was die dag koning. Hij was vrijgesteld van karweitjes, mocht zeggen wat er werd gegeten en deelde de cadeautjes uit. In vroeger eeuwen werden ook optochten gehouden en zongen kinderen liedjes om snoep op te halen. Ik miste de zwarte koning in de Zwarte Piet-discussie.

Het verhaal is bekend: de evangelist Matteüs vertelt dat kort na de geboorte van Jezus oosterse wijzen, die wisten dat een nieuwe ster aan de hemel de geboorte aankondigde van een koningskind, met geschenken op bezoek kwamen in Bethlehem. Er is nergens sprake van drie koningen, al zijn de geschenken – goud, wierook en mirre – bepaald royaal voor een kraamvisite. Het Bijbelverhaal zit vol vreemde elementen en dan heb ik het niet over de ster, waarover het laatste woord nog niet is gezegd.

Lees verder “Drie Koningen” →

Apollonios van Tyana (slot)

Een magiër bij een vuuraltaar

[Dit is het laatste van mijn stukjes over de antieke charismatische wijze Apollonios van Tyana, die ik presenteer ter gelegenheid van de verschijning van de door mijn vriendin Simone Mooij gemaakte vertaling van Filostratos’ Leven van Apollonios. Het eerste stukje is hier.]

We hebben in de vorige stukjes gezien dat Apollonios een pythagorese filosoof was die boeken schreef over astrologie en offers. Hij werd beschouwd als magiër: mensen geloofden dat hij de toekomst kon voorspellen en zieken kon genezen. Ik vertelde in mijn vorige stukje dat dit soort “goddelijke mannen” een normaal personage waren in de antieke wereld.

Lees verder “Apollonios van Tyana (slot)” →

Babylonische astronomie

Tablet met een lijst van verduisteringen tussen 518 en 465 v.Chr.

In voorhistorische tijden had de Babylonische oppergod god Marduk het monster Tiamat verslagen. Hij had haar huid als een uitspansel gebruikt om de hemel te doen ontstaan en had de andere lichaamsdelen benut om de aarde, de bergen en wat dies meer te maken. Ook had Marduk de zon, de maan en de sterren geschapen, hun banen langs de hemel getrokken en de ritmes vastgesteld die de eindeloze tijd overzichtelijk maken. Alles zou zich vroeg of laat herhalen.

Zodoende konden mensen weten wat hun te wachten stond, mits ze goed registreerden wat er aan de hemel te lezen was en wat er daadwerkelijk gebeurde. En dus klommen de astronomen van Babylon elke nacht naar de top van de tempeltoren Etemenanki (“het huis van het fundament van de hemel op aarde”, de Bijbelse “Toren van Babel”) middenin de stad om te zien wat er gebeurde. Het resultaat is de enorme collectie kleitabletten in het British Museum die bekendstaat als de Astronomische Dagboeken. Nacht na nacht werd bijgehouden wat er te zien was geweest, dag na dag schreef men op wat er was gebeurd.

Lees verder “Babylonische astronomie” →

Ster van Betlehem

De ster van Betlehem (Gevelsteen, Prinsengracht 162, Amsterdam)

Met kerstmis, zo schreef ik gisteren, verandert menig astronoom ineens in een bijbels literalist. Althans, als hij het heeft over de Ster van Betlehem, een onderwerp dat in die tijd van het jaar de aandacht trekt. Mijn bewering leverde me binnen enkele uren de vraag op of ik dit kon toelichten. Bij dezen dan.

Laat vooropstaan dat ik, als ik sterrenkundige zou zijn, óók in de verleiding zou staan de Ster van Betlehem te gebruiken om het grote publiek iets over mijn vakgebied te vertellen. Het is daarvoor een geschikt voorbeeld: het verhaal is goed bekend en de grote variatie aan hypothesen ter verklaring van het beschreven hemelverschijnsel biedt de mogelijkheid een even grote variatie aan onderwerpen aan te snijden – kometen, nova’s, planeetsamenstanden. De onvermoeibare Govert Schilling heeft er, als ik het wel heb, jarenlang een presentatie over verzorgd in het planetarium bij Artis. Ware ik sterrenkundige, ik zou het voorbeeld gebruiken.

Lees verder “Ster van Betlehem” →

Plagiaat en bedrog

(Gevelsteen, Rozenstraat, Amsterdam)

En dat is twee. Het materiaal op de Livius-website is al sinds jaar en dag gratis; als iemand het wil overnemen, wil ik alleen een link terug (zodat mensen kunnen controleren of er een actuele versie is), en dat het niet gebeurt om geld mee te verdienen. Livius werkt voor de gemeenschap, niet voor andermans winst.

Dat laatste lijkt niet iedereen te begrijpen: ik blogde een tijdje geleden al dat een Noorse letterdief de hele Livius-website had gekopieerd en er advertenties bij had geplaatst. Voor mij was dat reden om er een copyrightorganisatie op te zetten – en met succes.

Lees verder “Plagiaat en bedrog” →

Iraniërs in Betlehem

Een magiër bij een vuuraltaar

Toen Jezus geboren was in Betlehem, kwamen er magiërs uit het Oosten. Ze vroegen: ‘Waar is de pasgeboren koning van de Joden? Wij hebben namelijk zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om hem eer te bewijzen.’

U kent deze passage misschien in een andere vorm, waarin sprake is van “wijzen” uit het Oosten. Maar de medewerkers van de Nieuwe Bijbelvertaling hebben geen fout gemaakt: de evangelist Mattheüs (2.1-2) gebruikt het woord magoi. En die kennen we: het zijn de religieuze specialisten van het oude Perzië, die mensen bijstonden door bij het heilige vuur de voorgeschreven, lange gebeden op te zeggen. Daarnaast lijken ze dromen te hebben uitgelegd. Met magie in onze zin van het woord, hekserij dus, heeft het niets te maken.

Met astronomie heeft het evenmin iets te maken, zodat het toch al wat merkwaardige bezoek van Perzische geheugenkunstenaars helemaal vreemd wordt. Een simpele verklaring is dat de bezoekers geen magiërs waren, maar sterrenwichelaars uit Babylonië. Daarvoor pleit dat de astrologen van Babylon wereldberoemd waren en dat in het Tweestromenland een grote Joodse gemeenschap was. Maar dat zou betekenen dat Mattheüs een woord heeft gebruikt zonder de betekenis goed te kennen. Dat niet valt uit te sluiten – niets menselijks is de evangelisten vreemd – maar het is wetenschappelijk wat onbevredigend te zeggen dat een auteur zelf niet weet wat hij bedoelt.

Lees verder “Iraniërs in Betlehem” →