C02 | Constantijn en de Tetrarchie

De Tetrarchie bestond uit vier keizers die het Romeinse Rijk bestuurden (San Marco, Venetië)

[Tweede van zeventien blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]

Ik vertelde gisteren hoe keizer Constantijn in 306 tot augustus werd uitgeroepen, dat zijn constitutionele positie onduidelijk was, dat hij een demotie tot caesar had geaccepteerd en dat ook anderen van de situatie gebruik hadden gemaakt om zich tot keizer uit te roepen. Eén daarvan, de door de oostelijke augustus Galerius en Constantijn erkende Severus II, was gevangen genomen.

Voor Constantijn vormde de gebeurtenis de aanleiding om zich anders te gaan presenteren. Opnieuw vormen de mijlpalen het bewijs: ze vermelden Constantijn niet langer als caesar van augustus Severus, maar duiden hem aan als caesar en zoon van keizer Constantius. Anders gezegd: de macht was niet aan hem gedelegeerd door een hoger lid van de Tetrarchie, maar was hem nagelaten door zijn vergoddelijkte vader.

Lees verder “C02 | Constantijn en de Tetrarchie”

Rhenus bicornis, de tweehoornige Rijn

De splitsing van Rijn en Waal bij Millingen

Vorige week moest ik op een ochtend even in Nijmegen zijn en omdat er nogal wat tijd zou verstrijken tot mijn volgende afspraak, besloot ik een eindje te gaan fietsen. Het werd een mooi tochtje. Het Nederlandse rivierenlandschap is altijd mooi en het stuk richting Duitsland kende ik nog niet.

Even ten westen van Millingen ligt de splitsing van de Rijn en de Waal. Zie boven. Links de Waal, richting Nijmegen, rechts de Rijn, richting Arnhem. Ik vind het – om er eens wat clichés tegenaan te gooien – erg indrukwekkend hoe de enorme watermassa’s hier voort stromen onder een lage hemel. De splitsing heeft zich in de loop der tijden wat verplaatst maar het zal er in de Oudheid niet heel anders uit hebben gezien en ik denk dat dit punt voor de Romeinen, die maar weinig rivieren kenden die groter waren dan de Rijn (de Donau en de Nijl zijn de enige kandidaten) nog indrukwekkender zal zijn geweest dan voor ons. De officieren die begin 19 v.Chr. verantwoordelijk waren voor de stichting van Nijmegen zullen erover naar huis hebben geschreven.

Lees verder “Rhenus bicornis, de tweehoornige Rijn”

De slag in het Teutoburgerwoud (7)

Reconstructie van het antieke landschap bij Kalkriese: moeras vooraan, palissade achteraan

[Er is een nieuwtje over de slag in het Teutoburgerwoud. Maar eerst een verslag van wat daar gebeurde. In de voorgaande stukjes beschreef ik hoe de Romeinen het gebied van de Main en Lippe veroverden en hoe generaal Varus drie legioenen verloor. Bij Kalkriese is (een deel van) het slagveld gevonden. Vandaag een enkel woord over de wraakexpedities en het recente onderzoek.]

De Romeinse wraakoperaties leken succesvol. De Chauken werden opnieuw onderworpen en de vallei van de Lippe bleef voorlopig Romeins. Haltern is na 9 zeker in gebruik geweest en de Romeinen exploiteerden de loodmijnen van het Taunusgebergte werden tijdens de regering van Tiberius. De verloren gegane veldtekens werden op de Cheruskische bondgenoten heroverd: in 15 werd de adelaar van het Negentiende bij de Bructeren aangetroffen en in het volgende jaar werd er een heroverd op de Marsen. De derde standaard zou in 41 worden aangetroffen bij de Chauken.

Tiberius had echter al voordat hij de keizerstroon besteeg besloten dat de bezetting van Germanië niet zinvol was. Voor de verdediging van Gallië volstond het de Rijn te bewaken, want door de veranderingen in de Gallische economie was het niet langer noodzakelijk de Lippe- en Mainvalleien te exploiteren. Tiberius oordeelde dat de wraakacties voldoende waren geweest. Germanicus mocht in 17 een triomftocht houden en de bewoners van het Overrijnse werden met rust gelaten. Aloude stammentwisten werden hernomen en Rome had – hoewel onrust bekend is uit de regering van zo’n beetje elke keizer tot en met Trajanus – gedurende ruim twee eeuwen weinig te duchten van de oude vijanden.

Lees verder “De slag in het Teutoburgerwoud (7)”

Friezen en Franken (2)

Frankische mantelgesp (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)
Vermogende Franken droegen mantelspelden als deze (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

In het vorige stukje behandelde ik, aan de hand van de boeken van Luit van der Tuuk, de Friezen: de bewoners van het gebied langs de Noordzeekust vanaf Walcheren tot de Deense istmus. Dit keer wil ik het hebben over de tweede groep in de Lage Landen: de Franken. Dit is een van de stamfederaties die in de derde eeuw na Chr. zijn ontstaan uit oudere stammen: de Amsivariërs langs de Eems, de Chattuariërs langs de Hase, de Chamaven in de Achterhoek. Archeologisch is er geen verschil met de bewoners van het oude Drenthe, waarvan we de naam niet kennen. Misschien hoorden de Tubanten er eveneens bij en gingen ook de Chauken en Friezen op in deze federatie toen zij in de derde eeuw het kustgebied verlieten en het binnenland introkken.

De nieuwe federatie heet, misschien wel naar een van de deelnemende stammen, de Saliërs, de “Salische Franken”.Er waren meer groepen Franken. Ook de oude Bructeren uit het Roergebied en de Chatten van het Taunusgebergte werden Frankisch genoemd.

In het midden van de vierde eeuw trokken de Salische Franken het Romeinse Rijk binnen. Generaal Julianus – de latere keizer – stond ze toe zich te vestigen in wat nu Brabant heet. Ze waren overigens niet de eersten: uit aardewerkstudies waarover ik al eerder blogde, weten we dat al in de derde eeuw mensen vanuit Drenthe naar het Scheldegebied verhuisden. Door deze migraties verschoof de Taalgrens naar waar ze nu ligt.

Lees verder “Friezen en Franken (2)”

De Chamaven (2)

De grote rivieren voor het graven van de Gelderse IJssel; in groen de grenzen van de gouw Hamaland.
De grote rivieren voor het graven van de Gelderse IJssel; in groen de grenzen van de gouw Hamaland.

Zoals Tacitus aangeeft, werd het land van de Chamaven – gisteren schreef ik erover dat het benoorden de Rijn moet hebben gelegen, waarschijnlijk in de Achterhoek – gecontroleerd door het Romeinse leger. Het lijkt erop dat de autochtone bevolking niet uitsluitend uit herders bestond, want de opgegraven boerderijen bewijzen dat de boeren oer wonnen en ijzer bewerkten. (Tot eind negentiende eeuw was de Oude IJssel beroemd om zijn ijzerwinning.) Het lijkt erop dat de Germaanse boeren hun kennis van de ijzerbewerking hebben opgedaan bij de Romeinen, die ook hun grootste klanten zullen zijn geweest.

Door de ijzernijverheid bloeide het oostelijk deel van Nederland, vooral in de derde eeuw na Christus. Dit is opmerkelijk, aangezien elders in onze contreien de derde eeuw een crisistijd was. De welvaart van oostelijk Nederland kwam ten einde toen het Romeinse bestuur in het Rijnland aan het begin van de vijfde eeuw ten einde liep en de vraag naar ijzer afnam.

Lees verder “De Chamaven (2)”

De Chamaven (1)

De grote rivieren voor het graven van de Gelderse IJssel; in groen de grenzen van de gouw Hamaland.
De grote rivieren voor het graven van de Gelderse IJssel; in groen de grenzen van de gouw Hamaland.

Nu ik regelmatig in Zutphen werk – op het moment dat dit stukje geautomatiseerd online gaat worstel ik om een trein te halen – raak ik ook geïnteresseerd in het verleden van Gelderland. Over Erve Eme schreef ik al, het belangrijke Living History-park dat een van de weinige plekken is dat ons eigen, Frankische verleden documenteert. Als vanzelf raakte ik ook geïnteresseerd in het verdere verleden, toen de Chamaven in dit gedeelte van Nederland woonden. Ze zijn weinig meer dan een naam.

Zoals alle Germaanse stammen zijn de Chamaven vooral bekend uit Griekse en Romeinse bronnen. De eerste auteur die over hen schrijft, is de Romeinse historicus Tacitus, die hun land van herkomst ergens ten noorden van de Beneden-Rijn situeert.

Lees verder “De Chamaven (1)”