VIII Augusta aan de Rijn

Maquette van de basis van VIII Augusta in Straatsburg (Palais Rohan)

Ik eindigde mijn vorige blogje met de constatering dat VIII Augusta in 70 na Chr. van de Balkan naar het westen werd overgeplaatst. Daar was het eerst gestationeerd in Mirebeau-sur-Bèze, vijfentwintig kilometer van Dyon. Een tweede basis was Argentoratum, het huidige Straatsburg aan de Midden-Rijn. Hier beschermde het legioen een belangrijke rivierovergang in Germania Superior. Het legioen zou daar nog ruim drie eeuwen blijven.

Het Zwarte Woud

In 74 legden de legionairs een weg aan van Straatsburg naar Rottweil en Hufingen: dwars door het Zwarte Woud. Dit was niet alleen een aanzienlijke bekorting van de reistijd tussen de Rijn en de Boven-Donau; het was ook het begin van de bezetting van het huidige Baden-Württemberg of, zoals het destijds heette, de Agri Decumates. Een Romeinse verovering, maar in de zin dat het een grensbekorting was ook een defensieve maatregel: de consolidatie van het imperium was begonnen.

Lees verder “VIII Augusta aan de Rijn”

XIII Gemina (2)

Grafsteen van een soldaat van XIII Germina (Nationaal Museum, Ljubljana)

Keizer Domitianus (r.81-96) plaatste XIII Gemina, waarover ik zojuist blogde, in 89 over naar de nieuw gestichte basis Vindobona, het huidige Wenen. De Daciërs waren in 86 het Romeinse Rijk binnengevallen en hadden de legioenen verslagen die het Beneden-Donau-gebied hadden moeten verdedigen. In 88 was een groot Romeins leger Dacië binnengevallen, waar generaal Tettius Julianus de Dacische koning Decebalus had verslagen. Het Dertiende was een van de negen betrokken legioenen geweest. Helaas had de opstand van de gouverneur van Germania Superior, Lucius Antonius Saturninus, het uiteindelijke succes verhinderd. De overplaatsing naar Wenen was een manier om niet alleen Dacië maar ook het Rijnland in de gaten te houden.

En de Boven-Donau. Want ook daar was de situatie gespannen. In 92-93 nam het Dertiende deel aan Domitianus’ oorlog tegen de Sueben en Sarmaten. Het is in deze context dat we de operatie moeten plaatsen van Velius Rufus, die met een groot leger trok door het gebied benoorden de Donau, van Roemenië naar Tsjechië.

Lees verder “XIII Gemina (2)”

De tempel van Isis in Rome

Maquette van de tempel van Isis in Rome (Koninklijke Musea voor kunst en geschiedenis, Brussel)

De sterke verhalen over de Isiscultus, die ik in mijn vorige stukje noemde, bewijzen dat de godin niet onomstreden was. Althans aanvankelijk. Dat veranderde toen Vespasianus eind 69 na Chr. na een burgeroorlog het keizerschip bemachtigde. Men vertelde dat hij in Alexandrië met steun van de Egyptische goden een lamme had doen lopen en een blinde had doen zien. Bovendien was zijn zoon Domitianus tijdens de laatste gevechten van het burgerconflict aan de dood ontsnapt door zich aan te sluiten bij een groep Isisvereerders. U las er hier meer over.

Eerst bevorderde Vespasianus de cultus in Rome en na een grote stadsbrand in 80 herbouwde Domitianus haar tempel grootser dan ooit. Vanaf toen behoorden Isis en Serapis tot de populairste goden in Rome. Afgaande op dateerbare inscripties van niet-magistraten, waren de Egyptische goden geliefder dan de Romeinse Jupiter, Juno en Minerva. Ook keizer Hadrianus sympathiseerde met de cultus, maar de grootste vereerder zou Septimius Severus zijn, die zijn portret liet modelleren op dat van Serapis. Van de keizers Commodus en Caracalla is bekend dat ze verkleed als Anubis deelnamen aan de processies.

Lees verder “De tempel van Isis in Rome”

De Colossus van Nero

Hier stond ooit de sokkel van de Colossus van Nero

In het dal tussen Velia, Palatijn, Caelius en Oppius lag de vijver waaromheen keizer Nero in 64 na Chr. het Gouden Huis had gebouwd. Keizer Vespasianus doorbrak de door zijn voorganger gecreëerde architectonische eenheid door op de plaats van het meer – dus middenin het paleis – het Colosseum te bouwen. Dit was niet de enige ingreep. Vespasianus’ opvolgers Titus, Domitianus en Trajanus vervingen andere delen van Nero’s paleis door openbare gebouwen, zoals een badhuis en winkelgalerijen. Tenslotte gelastte Hadrianus de bouw van de tempel van Venus en Roma op de plaats die ooit ruimte had moeten bieden aan een enorm standbeeld van keizer Nero.

De colossus van Nero

Het bekendste voorbeeld van zo’n reusachtig beeld was de Kolossos van Rhodos: een dertig meter hoog beeld van de Zon, een van de zeven wereldwonderen. Nero, die dweepte met alles wat Grieks was, liet op de Velia een even groot standbeeld oprichten, gemaakt van verguld brons en voorzien van zijn eigen gelaatstrekken. Ik vertelde gisteren al dat beeldhouwer Zenodoros er een jaar of tien aan werkte en de Colossus in 75 voltooide. Het beeld was toen voorzien van het hoofd van Vespasianus’ beoogde opvolger, Titus.

Lees verder “De Colossus van Nero”

Van keizer tot keizer (2)

Keizer Marcus Aurelius (Carnuntum)

In het vorige stukje behandelde ik de Romeinse keizers van de eerste eeuw en de eerste helft van de tweede eeuw. Meestal wordt de regering van Marcus Aurelius beschouwd als keerpunt.

Van goud naar ijzer en roest

Onze bronnen spreken niets dan lof over deze filosofisch ingestelde man, die, toen hij werd geconfronteerd met de eerste Germaanse invallen sinds mensenheugenis, leiding gaf aan Romes grootste militaire operaties sinds de burgeroorlogen. Latere generaties beschouwden de oorlog aan de Donau als het keerpunt in de Romeinse geschiedenis. Maar het was niet de enige ramp, althans volgens de geschiedschrijver Cassius Dio (ca. 160-ca. 235), een uit het huidige Turkije afkomstige senator die een belangrijk geschiedwerk schreef:

Dit ene ding deed afbreuk aan het geluk van Marcus Aurelius, dat hij zich in zijn zoon, die hij op de best mogelijke manier had grootgebracht en opgevoed, op de ergst denkbare wijze had vergist. Daar moeten we het nu over hebben, want de lotgevallen van de Romeinen toen en onze geschiedenis nu tonen de val van een keizerrijk van goud naar een van ijzer en roest.

Lees verder “Van keizer tot keizer (2)”

Wat is prosopografie?

Varus (Römisch-Germanisches Zentralmuseum, Mainz)

“Prosopografie” is een wat vage term. Of beter, er is wel een definitie, maar oudheidkundigen wijken daar iets van af. De gangbare definitie is dat het gaat om de gedeelde kenmerken van een afgebakende groep mensen, bijvoorbeeld de Zeeuwse middenklasse, de journalisten uit Hasselt, de geestelijke stand in Fryslân of de Antwerpse boekdrukkers in de zestiende eeuw. De prosopograaf brengt daarbij tevens hun loopbanen in kaart, want daarin zijn niet zelden patronen te herkennen.

In de oudheidkundige praktijk is “prosopografie” daarom vooral dit loopbaanonderzoek. Het is niet de enige keer dat het jargon een tikje afwijkt van wat gangbaar is. Oudhistorici bedoelen bijvoorbeeld met “comparatisme” niet het vergelijkend-oorzakelijk verklaringsmodel maar etnografische parallellen. Dat geconstateerd zijnde, de resultaten van oudheidkundig loopbaanonderzoek zijn leuk genoeg.

Lees verder “Wat is prosopografie?”

Herodianos opnieuw vertaald

Als een straatventer ben ik rondgegaan om uitgeverijen te overtuigen dat ze echt een vertaling van het geschiedwerk van de Grieks-Romeinse auteur Herodianos moesten publiceren. Het is een van de aardigste teksten uit de oude wereld en er lag al een prachtvertaling door M.F.A. Brok, die weliswaar geactualiseerd moest worden maar ook een degelijke basis vormde voor een opgepoetste heruitgave. Pas toen ik het project voor de tweede keer plugde bij Athenaeum – Polak & Van Gennep, stemde men er daar mee in. Vincent Hunink – full disclosure: ik werk geregeld met hem samen – heeft de vertaling van Brok herzien en het is een prachtige tekst geworden, ingeleid door de Nijmeegse oudhistoricus Olivier Hekster.

Herodianos’ boek heette oorspronkelijk Geschiedenis van het Keizerrijk sinds Marcus Aurelius. De beschreven periode is die van keizer Commodus (r.180-192), het vijfkeizerjaar 193 (ik blogde er al eens over), Septimius Severus, diens ruziënde zonen Caracalla en Geta, een intermezzo ten tijde van keizer Macrinus, vervolgens Heliogabalus en Alexander Severus, generaal-keizer Maximinus en het zeskeizerjaar 238. Deze jaren vormden de nabloei van het vroege Romeinse Rijk. Hierna begon een overgangsfase waaruit een heel ander Romeins Rijk zou voortkomen. Herodianos, die in Rome woonde tijdens de door hem beschreven gebeurtenissen, zag de aanzetten tot deze crisis.

Lees verder “Herodianos opnieuw vertaald”

Tyrannenmoord (2)

Commodus als Hercules Romanus (Capitolijnse Musea, Rome)

Zolang Commodus een praetoriaanse prefect had gehad die als bliksemafleider kon dienen, was het conflict met de Senaat beheersbaar geweest. Nu hij veel nadrukkelijker het rijk bestuurde en zijn prefect wat op de achtergrond was komen staan, konden de senatoren niet langer denken dat het slechts ’s keizers adjudant was geweest die hen negeerde en betrekkelijke buitenstaanders promoveerde naar mooie posities. Nu was onloochenbaar dat dit het beleid was van de keizer zelf en dat daarin geen verandering zou komen. Dat was onaanvaardbaar en het conflict tussen Senaat en Commodus werd onbeheersbaar.

De keizer realiseerde zich het gevaar en zocht bondgenoten: bij het leger, bij de bevolking. Het laatste betekende, heel simpel, brood en spelen; het eerste betekende dat er iets stoers moest worden gedaan, het liefst een oorlog. (Een van zijn voorgangers, Claudius, had hetzelfde gedaan: de Senaat had overwogen de republiek te herstellen, dus Claudius had steun nodig van het leger en veroverde daarom Brittannië.) Voor Commodus was deze optie niet zo aantrekkelijk omdat hij dan zijn hoofdstad moest verlaten, zodat hij niet kon verhinderen dat de Senaat zonder zijn medeweten zou beraadslagen. Dus koos hij ervoor zichzelf te presenteren als gladiator en als de halfgod Hercules. Zie het plaatje hierboven en de toelichting daar. En het plaatje hieronder.

Lees verder “Tyrannenmoord (2)”

Tyrannenmoord (1)

Commodus (Museum Selçuk)
Commodus (Museum Selçuk)

Geschiedenis is 365 dagen per jaar leuk. Eens in de vier jaar mag je er zelfs nog een dag langer van genieten. Daarom houd ik er, zoals ik wel eens vaker heb verteld, niet zo van om een bepaalde datum aan te grijpen om in te gaan op een gebeurtenis die dan [[vul hier een rond nummer in]] jaar geleden heeft plaatsgevonden. Daarmee doe je het verleden en jezelf tekort. Vandaag is er echter een meerwaarde. Het is oudjaar en ook al leest u dit misschien op uw werk, het is in feite de hele dag door al een beetje een feest. Er worden oliebollen gebakken, er wordt al wat vuurwerk afgestoken en de politieagent die u zonder licht ziet fietsen, kijkt de andere kant op omdat hij vandaag geen zin heeft de boeman uit te hangen.

Zo ook in Rome, zo ook op 31 december 192.Vanouds waren de laatste dagen van het jaar gewijd aan de god Saturnus, een vrolijk feest waarbij de mensen elkaar cadeautjes gaven, die soms iets te maken hadden met het feit dat dit de donkere tijd van het jaar was. Wie rijk was, deelde kaarsen uit, gemaakt van peperdure bijenwas. De hele stad had een feestmuts op, zoals Seneca het ergens typeert. Op oudejaarsdag losten mensen hun schulden af en werden schuldbekentenissen verbrand. Slaven en andere bedienden mochten het rustig aandoen. Soldaten droegen bij aan een ontspannen sfeer door geen wapens te dragen. 31 december was, kortom, de ideale dag om een keizer te vermoorden.

Lees verder “Tyrannenmoord (1)”

Commodus

Commodus als Hercules Romanus (Capitolijnse Musea, Rome)

Het standbeeld hierboven stelt de halfgod Hercules voor: u herkent hem aan zijn knots, de leeuwenhuid en de appels in zijn hand, die verwijzen naar een van zijn Twaalf Werken, het halen van de mythologische appels van de Hesperiden. Deze Hercules, die te zien is in de Capitolijnse Musea in Rome, stelt echter ook de Romeinse keizer Commodus voor, die vandaag 1821 jaar geleden werd vermoord.

Het zal weinigen hebben verrast. Met zijn autocratische gedrag had hij de Senaat gebruuskeerd en het hielp ook al niet dat hij zich, om zijn populariteit te herwinnen, aandiende als “de Romeinse Hercules” en als gladiator optrad in het Colosseum. De moord was zorgvuldig voorbereid: toen Commodus op 31 december 192 werd gedood, zaten op alle sleutelposities aanhangers van de oude generaal Pertinax, zodat de troonswisseling soepel verliep.

Lees verder “Commodus”