De Tweede Punische Oorlog (11)

Iberische soldaten, zoals ze met Scipio meevochten, op een een stuk aardewerk uit Catalonië (Museu d’Arqueologia de Catalunya, Barcelona)

[Dit is de elfde aflevering van een feuilleton over de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.Chr.). Het eerste is hier. In het laatste stukje van gisteren verkeerde de strijd in een impasse en diende de jonge Romeinse generaal Scipio zich aan.]

De Romeinen hadden sinds de dood van Scipio’s vader in Spanje terrein moeten prijsgegeven, maar beheersten nog altijd het gebied benoorden de Ebro. Bovendien waren ze goed getraind. Elders op het Iberische schiereiland waren drie Karthaagse legers actief en de jonge generaal begreep dat hij niet moest wachten tot die zich tegen hem verenigden.

Het geluk lachte hem toe. De Karthaagse strijdkrachten bevonden zich ver van hun hoofdstad, Nieuw Karthago (het huidige Cartagena), en de jonge generaal liet zijn soldaten daar in zeven dagen naartoe marcheren: zeven dagmarsen van vijfenzestig kilometer. Er bestaan parallellen, maar ze zijn zeldzaam en de legionairs zouden het wellicht niet hebben gedaan als Scipio hun niet had verteld dat droomgezichten hem succes hadden voorspeld en dat hij mocht rekenen op de zeegod Neptunus. In zeven dagen presteerden de mannen het bijna onmogelijke. De Karthaagse commandant Mago was totaal verrast.

Lees verder “De Tweede Punische Oorlog (11)”

MoM | Conflictarcheologie

De Canadese archeoloog Bruce Trigger heeft er eens op gewezen dat zijn vakgebied lange tijd geënt was gebleven op de negentiende-eeuwse geschiedschrijving, met dit verschil dat de “grote mannen” waren vervangen door archeologische culturen. Het focus op concurrentie en geweld was echter hetzelfde, en omdat zo in feite werd aangegeven dat oorlog van alle tijden was, bestond de mogelijkheid archeologie te gebruiken om oorlog te rechtvaardigen. Het was immers de normaalste zaak van de wereld. Dat was één reden waarom archeologen in de tweede helft van de twintigste eeuw aarzelden oorlog aan te voeren als verklaring voor culturele veranderingen, zelfs al wisten ze heus wel dat in alle voorindustriële samenlevingen oorlog de voornaamste vorm van kapitaaloverdracht was geweest.

Langzaam laten archeologen deze schroom echter varen en ontstaat een nieuwe geesteswetenschap, die we kunnen aanduiden als conflictarcheologie. De dynamiek zit bijvoorbeeld in een land als België, waar archeologen hebben kunnen vaststellen dat de loopgraven uit de Eerste Wereldoorlog niet altijd lagen op de plek waar ze volgens de officiële landkaarten lagen. De soldaten, zo was de conclusie, hadden geen idee waar ze waren.

Lees verder “MoM | Conflictarcheologie”