Een Thracische huurling in Numidië

Grafstèle van een Thracische huurling (Archeologisch museum, Constantine)

Onderzoek in wat destijds bekendstond als de Franse departementen Oran, Algiers en Constantine, midden twintigste eeuw. In 1929 publiceerde Stéphane Gsell het eerste deel van Inscriptions latines de l’Algérie, dat alleen nog maar het oostelijkste deel van het oostelijkste departement bevatte. Hoe lastig de productie van dit boek was verlopen, blijkt wel uit het feit dat het officiële jaar van publicatie 1922 was: het boek heeft zeven jaar op de plank gelegen. Deel twee, dat de westelijke helft van het departement besloeg, verscheen in 1957. Het overlijden van Gsell, de Tweede Wereldoorlog en de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog hadden nogal wat problemen veroorzaakt, om het eufemistisch uit te drukken.

Dat bemoeilijkte ook vervolgonderzoek. Sommige inscripties vragen nog altijd om nadere inspectie, zoals de bovenstaande stèle, die we alleen kennen uit het deel uit 1957, alsmede een notitie van Jeanne Robert-Vanseveren en Louis Robert, de twee grootste epigrafen (inscriptiekenners) van de moderne tijd. De stèle is afkomstig uit het El-Hofra-heiligdom te Constantine, waarover ik al eens eerder blogde. Ze dateert uit de tweede eeuw v.Chr. De Roberts voegden aan de tekst van de inscriptie toe dat op de vindplaats ook diverse wijdingen waren gevonden aan de god Baäl-Hammon en aan de godin Tanit in haar rol van “aangezicht van Baäl”.

Lees verder “Een Thracische huurling in Numidië”

Lysanias van Abila

Een inscriptie die een Lysanias verneldt – maar welke?

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, schrijf ik op zondag vaak over de joods-Romeinse wereld van het Nieuwe Testament. Inmiddels zijn we beland in een kleine “sub-serie” over mensen die ook bekend zijn uit andere bronnen dan de Bijbel, en vandaag moet dat maar eens een Syriër zijn: Lysanias. Niet het bekendste personage. Hij heeft precies één vermelding:

In het vijftiende jaar van de regering van keizer Tiberius, toen Pontius Pilatus Judea bestuurde, en Herodes tetrarch was over Galilea, zijn broer Filippos over het gebied van Iturea en Trachonitis, en Lysanias over Abilene, en toen Ananos en Kajafas hogepriester waren, richtte God zich in de woestijn tot Johannes, de zoon van Zacharias.noot Lukas 3.1-2; NBV21.

Lees verder “Lysanias van Abila”

Kindergraf

Kindergraf (Archeologisch museum, Mérida)

Het is lang geleden dat ik Mérida bezocht, het antieke Augusta Emerita, in het westen van Spanje. En ik baalde ervan dat ik de afgelopen maanden niet naar Xanten kon, waar een expositie was over de Spaanse stad. Gelukkig was iemand zo vriendelijk me foto’s te sturen, zoals de bovenstaande. In de databank van Manfred Clauss en Wolfgang Slaby staat deze tweede-eeuwse inscriptie bekend als EDCS-42700176.

D(is) M(anibus) s(acrum)
Vicarius Iuv(entii) Vitalis
ser(vus) vixit an(nos) III m(enses) IX
d(ies) XVIIII. H(ic) s(itus) e(st). S(it) t(ibi) t(erra) l(evis)
Cornelia Corinthia
Anna f(aciendum) c(uravit)

Lees verder “Kindergraf”

Faits divers (29): ontdekkingen

Decius (Capitolijnse Musea, Rome)

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer zomaar wat oudheidkundige ontdekkingen.

***

Wapenoffer

Eerst maar eens een gewone ontdekking: een Germaanse wapenvondst bij Hedensted, dat u aan de oostkant van Jutland moet zoeken, iets ten noordwesten van Funen. De Germanen hadden in de eerste eeuwen van onze jaartelling de gewoonte zo nu en dan enorme aantallen militaire objecten in moerassen te werpen. Ze zijn vooral bekend uit Denemarken en het zuiden van Zweden. Archeologen nemen aan dat het krijgsbuit was, omdat ook de menselijke resten weleens worden gevonden. Bij de depositie die bij Hedensted is gevonden, behoort een kostbaar pantserhemd.

Lees verder “Faits divers (29): ontdekkingen”

De uitspraak van “Caesar”

De naam Caesar gespeld als Caisar verraadt de uitspraak.

Waarom wordt de naam Caesar soms uitgesproken met /ts/ en /e/ aan het begin (‘Tsesar’) en soms met /k/ en /ai/ (‘Kaisar’)? En Cicero soms met /ts/ of /s/ aan het begin (‘Tsitsero’ of ‘Sisero’), soms met /k/ (‘Kikero’)? Hoe kunnen we weten hoe de Romeinen destijds spraken, we hebben toch geen opnames uit die tijd?

Dat is waar natuurlijk, maar we kunnen desondanks de uitspraak tot op zekere hoogte reconstrueren. Zo is de naam Caesar in verschillende moderne talen overgenomen als term voor de hoogste heerser, namelijk als ‘keizer’ in het Nederlands en als ‘tsaar’ in het Russisch. Uit de zeer verschillende spelling en uitspraak blijkt dat de termen in beide gevallen in zeer verschillende perioden werden overgenomen. Toen de Germanen het woord ‘keizer’ overnamen, werd Caesar door de Romeinen blijkbaar nog met /k/ en een tweeklank uitgesproken. Toen de Russen het woord overnamen, werd het uitgesproken met /ts/ en een eenvoudige klinker.

Lees verder “De uitspraak van “Caesar””

Narbo Via

Museum Narbo Via, Narbonne

Het gebouw van het nieuwe museum Narbo Via in Narbonne is sensationeel. Het is ontworpen door Foster + Partners, een zeer gerenommeerd architectenbureau. Toen het museum klaar was, kon het helaas vanwege de coronapandemie zijn deuren niet voor het publiek openen. Vanaf mei 2021 kon het museum bezoekers ontvangen, in december werd het gebouw officieel geopend.

Geen straat

Bij Narbo Via gaat het niet om een Romeinse straat, zoals de naam doet vermoeden. Als antieke straatnaam zou het sowieso voor Romeinen niet te begrijpen zijn, aangezien straten meestal werden vernoemd naar degene die de ze had laten aanleggen, zoals de Via Domitia naar Gnaeus Domitius Ahenobarbus. Soms werd het eindpunt van de straat aangegeven, zoals de Via Tiburtina, die naar Tivoli (Tibur) leidt. En in dat geval zien we een bijvoeglijk naamwoord afgeleid van de naam van de stad. Het zou dus de Via Narbonensis moeten zijn, maar die zou dan in Narbonne moeten eindigen. In de ontwikkelingsfase heette het museum MuRéNA, “le Musée Régional de la Narbonne Antique”. Ik moet toegeven, dat Narbo Via toch iets pakkender is. Narbonne ligt aan de Via Domitia, wat bij de naamgeving ook een rol zal hebben gespeeld.

Lees verder “Narbo Via”

Een inscriptie uit Ebora, wie helpt?

De inscriptie uit Évora

Oké, lieve mensen, hier is een puzzeltje. Vooral classici zullen er plezier aan beleven. In de buurt van de Romeinse stad Ebora Cerealis (het huidige Évora in Portugal) vond iemand de resten van een vrij lange (twintig regels!) Latijnse inscriptie. Zie de foto hierboven. Er moet meer materiaal zijn geweest.

Lees verder “Een inscriptie uit Ebora, wie helpt?”

M03 | Seleukos’ zorg voor zijn onderdanen

Stèle van Seleukos IV Filopator (Nationaal museum, Beiroet)

Ik vertelde vanmorgen dat koning Seleukos IV Filopator in 178 v.Chr. geld nodig had en daarom zijn kanselier Heliodoros stuurde naar Jeruzalem. Elke koning beschouwde destijds tempels als banken: als je edelmetaal over had, deed je een deposito, en je kon een kasopname doen als je om geld verlegen zat. Joden beschouwden de tempelschat daarentegen als sociaal fonds voor weduwen en wezen. Dit verschil in inzicht leidde tot een stevige rel, beschreven in Tweede Boek Makkabeeën.

Twee inscripties

Twee inscripties helpen het incident te begrijpen. De ene ziet u hierboven. Ze komt uit Byblos en is tot 12 maart te zien op de grote Byblos-expositie in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Een grotere versie van de inscriptie is in 2005 ontdekt in Maresha in Israël. Deze tekst was tot vorig jaar opgenomen in de beruchte Steinhardt-collectie. Hoewel het om twee inscripties gaat, gaat het om dezelfde brief. Daaruit blijkt dat de koning in 178 v.Chr. inderdaad kanselier Heliodoros heeft gelast geld op te halen uit de tempels. Het meervoud is belangrijk, want het bewijst dat het niet ging om een maatregel tegen alleen Jeruzalem.

Lees verder “M03 | Seleukos’ zorg voor zijn onderdanen”

Hadrianus’ bosbeheer

Een inscriptie op de Jabal Moussa; let op het AG IV CP op de onderste regel

Even een blogje van niks. Over de inscripties die keizer Hadrianus heeft achtergelaten op de westelijke hellingen van het Libanongebergte om de cederwouden te beschermen, heb ik namelijk al eens eerder geblogd. En wel hier. U leest dat stukje maar. Of u bekijkt het filmpje hieronder.

Lees verder “Hadrianus’ bosbeheer”

De Delische Zeebond: Athenes imperium

Fragment van de Atheense Tribuutlijst (Epigrafisch Museum, Athene)

Een nieuwe donderdag, een nieuw stuk in mijn reeks over het handboek dat we inmiddels zo goed kennen, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek. Ik wees er al op dat de auteurs bij hun beschrijving van de Perzische Oorlog dicht bij Herodotos blijven. Ook attendeerde ik erop dat ze zich concentreren op Athene en Sparta, hoewel er meer belangrijke Griekse stadstaten zijn geweest, zoals Kyrene en Syracuse. Het is niet anders. Athene en Sparta zijn nu eenmaal de steden waarover we de meeste informatie hebben.

Als het gaat om het Atheense imperium, komen De Blois en Van der Spek wat vrijer van hun bronnen. Voor de periode tussen de Perzische Oorlogen en de Archidamische Oorlog (dus zeg maar 478-432) beschikken we namelijk niet over zoveel teksten. Alleen Diodoros van Sicilië biedt een volledig overzicht. Het zijn de jaren waarin Athene voor de eerste keer een imperium bouwde; aan het tweede imperium, dat eindigde met een smadelijke diplomatieke nederlaag tegen de Perzen, besteden De Blois en Van der Spek minder aandacht.

Lees verder “De Delische Zeebond: Athenes imperium”