Middeleeuws Byblos

De Grieks-Orthodoxe kerk van Byblos

Vandaag begint in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden de expositie over Byblos, waarover ik al een slordig half jaar elke week heb geblogd. Ik heb dat met plezier gedaan. Libanon is me dierbaar, ik gun de Libanezen leukere publiciteit dan waarmee ze doorgaans in het nieuws komen, en ik heb bij elk bezoek fijne dagen doorgebracht in Byblos. Oftewel, zoals het nu heet, Jbeil.

Modern Byblos

Jbeil heeft een aardige souq vol kleine winkeltjes, waarvan er een onderdak biedt aan een piepklein fossielenmuseum. (Over de fossielen van Byblos is ook een interessant verhaal te vertellen, maar dat deed ik al eerder: hier.) Het haventje is tegenwoordig vooral in gebruik voor wie de Levantijnse Zee wil bevaren, zoals vissers en de eigenaren van plezierjachten. Er is een wassenbeeldenmuseum en er zijn wat cafés, waarvan sommige betere dagen hebben gehad. Ik eet graag in Al-Bahr, wat gewoon “zee” betekent. Het ligt even buiten de stad, naar het noorden, aan het strand.

Lees verder “Middeleeuws Byblos”

Van Apeldoorn naar de IJssel en terug

Fietsen langs de Terwoldseweg

Het is, zoals het oud-Gelderse spreekwoord zegt, geen schande uit Apeldoorn te komen maar wel gênant er terug te keren. Desniettegenstaande verblijf ik alweer een maand in de groene Veluwestad, soms in gezelschap van mijn vriendin. Omdat ik haar wilde tonen waar mijn wortels liggen, zijn we zondag een eind wezen fietsen. Het was een prachtige, windstille en wolkeloze novemberdag en het tochtje was te mooi om niet met u te delen. Met een OV-fiets, te huur op station Apeldoorn, kom je makkelijk rond. Om u niet lastig te vallen met een eindeloze lijst neem-de-derde-afslag-linksen en over-de-rotonde-rechtdoors, geef ik u HIER het bestandje voor in Google Maps en DAAR een landkaartje.

Hoewel we naar Deventer gaan, zou ik u afraden de Deventerstraat te nemen. Het is een wat saaie, drukke weg langs een vliegveld. Het is beter noord-om te gaan door een gebied dat Apeldoorners, althans toen ik veertig jaar geleden nog in Apeldoorn woonde, “De Beemte” noemden. Ik geloof niet dat het een officiële naam is, maar zoals u hier boven ziet is het wijds en groen. Een van de boerderijen hier heet “Lochem”.

Lees verder “Van Apeldoorn naar de IJssel en terug”

Kaiserswerth

Kaiserswerth

Dingen waar je langs komt als je een fietstochtje maakt: de ruïne van Kaiserswerth. Op een eiland in de Rijn, ergens tussen wat nu Düsseldorf en Duisburg zijn, stond ooit een Romeinse villa die door de Merovingische hofmeier Pippijn van Herstal en zijn vrouw Plectrudis rond 700 werden geschonken aan de Angelsaksische missionaris Suïtbertus, een metgezel van Willibrordus. We horen weinig meer over de door hem gestichte abdij, maar in de elfde eeuw bouwde keizer Hendrik III het gebouw uit tot versterkt paleis, een palts.

Dat maakte het tot een geschikte plek om een tol in te stellen, en zulks geschiedde dan ook in 1174: Frederik Barbarossa verplaatste toen de Rijntol van Tiel naar Kaiserswerth. Wat je nu ziet, zijn de muren uit die tijd, ruwweg even oud als de Keulse romaanse kerken en romaanse kunst waarover ik een paar maanden geleden heb geblogd. Ten tijde van Frederik II kwam de tol in handen van de aartsbisschop van Keulen.

Lees verder “Kaiserswerth”

Zoek de verschillen

Dingen waar je langs komt als je een fietstochtje maakt: kasteel Loenersloot. Sinds de achttiende eeuw niet veranderd. Althans niet werkelijk noemenswaardig.

Ik fiets graag. De komende tijd zal ik wat foto’s plaatsen van leuke dingen die ik ben tegengekomen. Niets bijzonders. Misschien een beetje dom zelfs, om u, terwijl we thuis moeten zitten, lekker te maken met wat we allemaal niet kunnen zien en doen. Maar toch: het materiaal is te aardig om niet te delen.

Gastbijdragen aan deze blog blijven welkom!

Kijk, dat snap ik dus niet

Vandaag was ik in het Kruisvaarderskasteel van Tripoli. Het is in 1102 door Raymond de Saint-Gilles gebouwd op een heuvel ten oosten van de stad, met het doel de toegang daartoe af te snijden. De belegering sleepte zich voort tot 1109; toen viel Tripoli in Kruisvaardershanden. Dat zou zo blijven tot 1289.

In de fenomenale burcht maakte ik bovenstaande foto. En ik vraag me dus nu al de hele dag af waarom in dit raam dat hoekje rechtsboven ontbreekt. Iemand heeft er echt werk van gemaakt om deze wonderlijk gevormde lijst te maken, maar waarom in vredesnaam? Aan de binnenkant is niets bijzonders te zien, dus wat is hier aan de hand geweest?

De muren van Batenburg

Kasteel Batenburg

Toen ik nog jong en mooi was, en ook atletisch, ben ik eens langs kasteel Batenburg gefietst. Waar ik vandaan kwam en waar ik naartoe ging, weet ik niet meer. Wel herinner ik me dat ik destijds het rood-witte muurwerk wilde zien. Ook de teleurstelling staat me nog voor de geest: er is nauwelijks iets van het kasteel over. De poort die u op de foto hierboven ziet. Een rond veldje. Een halve toren. Nog wat muurresten. De Franse soldaten die er in 1794 tekeer gingen, hebben geen half werk geleverd.

Het is een oud kasteel: het dateert uit de twaalfde eeuw. De ronde vorm is een aanwijzing dat deze versterking moet zijn ontstaan als motte. Latere generaties meenden dat het nog ouder was en brachten zelfs een inscriptie aan dat het slot was gebouwd over een Romeinse tempel voor Mars. Gerard Geldenhouwer, over wie ik al eens blogde, leidde de naam af van Bato, de verzonnen voorouder van de Bataven.

Lees verder “De muren van Batenburg”

De wikipedisering van het erfgoed

Jan van Goyen, De Waal bij Nijmegen (met kasteel)

Zomaar twee dingen die op het oog niets met elkaar hebben te maken. Eén: in Nijmegen bestaan plannen om de donjon te herbouwen van het kasteel dat ooit op het Valkhof heeft gestaan. Twee: er is geprotesteerd tegen het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen in Hoorn, omdat die een vertegenwoordiger is van het Nederlandse kolonialisme.

Beide kwesties speelden betrekkelijk kort geleden en over beide horen we niet voor het eerst. Bij het Hoornse standbeeld staat al een paar jaar een bord met de tekst dat de waarden van Coen niet die zijn van onze eigen tijd en zolang ik me kan herinneren zijn er Nijmegenaren geweest die een kasteel willen hebben. De een wil een monument weg hebben, de ander wil een monument erbij hebben, en allebei vertegenwoordigen ze iets dat ik zou willen aanduiden als de Wikipedisering van het verleden.

Lees verder “De wikipedisering van het erfgoed”

Mušov

Marcomannische schat bij Mušov (Museum van Mikulov)

Toen u het plaatje hierboven zag, wist u dat u was beland in mijn onregelmatig verschijnende, inmiddels 129 afleveringen tellende reeks museumstukken, waarvan u hier het overzicht vindt. De getoonde stukken komen uit het museum in het Tsjechische Mikulov, waar een paar zaaltjes in een mooi kasteel zijn volgestouwd met Romeinse en inheemse vondsten.

Die vondsten zijn gedaan in Mušov, zo’n vijfenzeventig kilometer ten noorden van de Romeinse legioenbasis in Wenen aan de Donau. Archeologen vonden in Mušov een enorme basis, ingericht door Romeinen die duidelijk het doel hadden hier, in het land van de Marcomannen, te blijven. Het staat vast dat deze basis is ingericht door het roemruchte Tiende Legioen Gemina en behoort bij de noordelijke campagnes van keizer Marcus Aurelius, die van plan was Bohemen definitief te onderwerpen. Het zou een moeilijk verdedigbare exclave boven de limes hebben opgeleverd, die dan ook in 180, toen Marcus overleed en zijn zoon Commodus de macht overnam, meteen werd opgegeven. Het vredesverdrag garandeerde nog generaties lang de rust.

Lees verder “Mušov”

Cunera van Rhenen

De inhoud van het graf van een man en een vrouw uit Rhenen (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Sinds afgelopen vrijdag toont Museum het Catharijneconvent in Utrecht de doek waarmee de heilige Cunera uit Rhenen zou zijn gewurgd. Haar legende kennen we uit een Middelnederlands gedicht, en is heel erg interessant.

De legende

Na wat verhalen over haar geboorte in Brittannië en enkele voorspellingen van haar latere heiligheid, trekt Cunera in een jaar 337 met de heilige Ursula naar Rome, waar paus Cyriacus hen ontvangt. Op de terugreis langs de Rijn belanden ze in Keulen, dat zich net in deze tijd moet verdedigen tegen een leger van barbaren. Ursula en haar gevolg – elfduizend maagden, volgens de traditie – sterven de marteldood, maar Cunera weet te ontkomen en wordt opgevangen door de koning van het land van de Beneden-Rijn, Radboud.

Lees verder “Cunera van Rhenen”

Veliko Tarnovo

Tsarevets, Veliko Tarnovo

In de Middeleeuwen was Veliko Tarnovo de hoofdstad van het zogeheten Tweede Bulgaarse Rijk, dat zich in zijn gloriedagen, het begin van de dertiende eeuw, uitstrekte van de Zwarte Zee naar de Adriatische Zee en de Egeïsche Zee. Aan het einde van de veertiende eeuw liepen de troepen van het Ottomaanse Rijk het echter onder de voet. Toen ze de Bulgaarse hoofdstad hadden veroverd, maakten ze de burcht met de grond gelijk.

Tsarevets

Een half millennium later herwonnen de Bulgaren hun onafhankelijkheid en ze begonnen in 1930 de oude burcht, de Tsarevets, te herbouwen. In de communistische tijd werkte men eraan verder en het resultaat mag er zijn. Een brug, poorten, kasteelmuren, torens, een paleis en op de heuveltop een kerk: als je niet beter zou weten, zou je denken dat het echt oud was. Je zou het kunnen opvatten als ’s werelds grootste folly.

Met de herbouw van de Tsarevets hadden de Bulgaarse communisten niet zoveel moeite. Dat daarin een kerk was opgenomen, was echter lastiger. Godsdienst was immers de opium van het volk. Het aanbrengen van een middeleeuws-ogende decoratie, met fresco’s die de orthodox-christelijke boodschap uitdroegen, was helemaal een stap te ver.

Lees verder “Veliko Tarnovo”