De niet-kerstster

De ster van Betlehem (Gevelsteen, Prinsengracht 162, Amsterdam)

Nee, er waren geen Drie Koningen bij de geboorte van Jezus. En ook geen Drie Wijzen. En evenmin was er een ster. Ik weet het, ze staan allemaal in elke kerststal, samen met een ouderlijk paar, een baby Jezus, een os, een ezel, een kudde schapen, minimaal één engel en een onbepaald aantal herders. Maar hoe charmant kerststalletjes ook zijn, opgemeld drietal heeft niets met de geboorteverhalen te maken. In de middeleeuwse volkscultuur zijn twee tradities samengevoegd die weinig met elkaar te maken hebben.

Brefos en paidion

Lukas beschrijft in zijn evangelie Maria’s zwangerschap, een volkstelling, een tocht van Nazaret naar Bethlehem, geen plaats in de herberg, de geboorte en de herders. In dit verhaal is sprake van een baby, brefos. Niets van dat alles bij Matteüs, waar Maria in een huis in Bethlehem woont als de oosterse wijzen haar kind komen vereren. Het kind is geen brefos meer maar is al een paidion. Dat woord beschrijft een oude baby of een jonge peuter, laten we zeggen een kind van tussen de zes maanden en twee jaar. Matteüs geeft dit ook aan als hij het heeft over de kindermoord: de slachtoffers waren geen baby’s maar kinderen tot twee jaar.

Lees verder “De niet-kerstster”

Maria en de familie van Jezus

Het oudst-bekende portret van Maria, gevonden in Tyrus (Nationaal Museum van Libanon, Beiroet)

Het Nieuwe Testament bevat twee kerstverhalen. In het evangelie van Mattheüs komt Jezus ter wereld in Bethlehem (in Judea) en vestigen zijn ouders zich later te Nazareth (in Galilea). In het evangelie van Lukas wonen Jezus’ ouders in Nazareth en trekken ze in verband met een Romeinse volkstelling naar Bethlehem. In het eerste evangelie is de beweging dus van zuid naar noord en in het andere van noord naar zuid. De verklaring is natuurlijk simpel: Jezus kwam uit Nazareth terwijl de messias uit Bethlehem behoorde te komen, zodat beide auteurs een manier verzonnen om de geboorte te laten plaatsvinden waar het behoorde te zijn gebeurd.

Mattheüs vertelt dat Maria zwanger werd toen ze was verloofd met Jozef, maar nog voordat ze gingen samenwonen. Die voorhuwelijkse periode is het onderwerp van verschillende bepalingen uit het Mishna-traktaat Ketubot (“huwelijkscontracten”), waaruit blijkt dat de verloofden een jaar de tijd kregen om zich voor te bereiden op hun nieuwe levensfase. Verder weten we dat de leeftijd van een verloving voor de vrouw rond de twaalfde verjaardag lag. We moeten ons Maria dus voorstellen als een puber.

Lees verder “Maria en de familie van Jezus”

Jezus’ voorouders

Schriftgeleerde met boekrol (Catacombe van Petrus en Marcellus, Rome)

Een tijdje geleden kondigde ik een reeks aan over het Nieuwe Testament, waarbij ik de nadruk erop wilde leggen dat zowel de meeste personages als de auteurs Joden waren. Ik behandelde toen de proloog van het Johannes-evangelie. Vandaag het begin van het Matteüs-evangelie: de geslachtslijst, een van de stukken die elke weldenkende lezer overslaat. Er is echter meer aan te ontdekken dan je zou verwachten.

Ik werk met de tekst in de Willibrordvertaling omdat die nu eenmaal simpel te downloaden is, maar ik zou willen dat ik dat kon doen met de Nieuwe Bijbelvertaling; in die nieuwe en dus betere vertaling vindt u dezelfde tekst hier.

Lees verder “Jezus’ voorouders”

Misverstand: Antisemitisme

Verhoorscène uit “The Passion of the Christ” (20th Century Fox)

Misverstand: De joden riepen “Zijn bloed kome over ons en onze kinderen”

De affaire-Goeree in 1985 is een beruchte botsing tussen jodendom en evangelisch christendom, waarbij het predikantenechtpaar Lucas en Jenny Goeree op ramkoers kwam te liggen met het jodendom en vrijwel alle christelijke kerken. De aanleiding was dat ze de woorden “zijn bloed kome over ons en onze kinderen”, die een groep Joden zouden hebben geroepen tijdens het proces tegen Jezus van Nazaret, uitlegden als een wenszin en betrokken op de Holocaust.

Ze waren niet de eersten die zulke dingen beweerden, maar de rel was ongekend heftig. Een herhaling vond plaats in 2004, toen bleek dat Mel Gibson de woorden opnam in zijn film The Passion of the Christ. De Nederlandse distributeur vond toen een elegante oplossing door ze in de ondertiteling onvertaald te laten, maar het is zinvol de kwestie nog eens te bespreken, in de hoop dat ze nooit meer opduikt.

Lees verder “Misverstand: Antisemitisme”

Synopsis

Iedereen die het Nieuwe Testament heeft gelezen, zal zijn opgevallen dat er nogal wat herhaling in zit. Als je het Matteüs-evangelie uit hebt, lijkt Marcus een uittreksel en Lukas herhaalt dat in wat elegantere zinnen. Pas met evangelie nummer vier, Johannes, merk je dat het allemaal ook anders verteld had kunnen worden. Het is niet zo gek dat een Augustinus aanvankelijk een lage dunk had van de evangeliën. De typering van Marcus als uittreksel van Matteüs schijnt overigens van hem afkomstig te zijn.

De drie eerste evangeliën worden weleens “synoptisch” genoemd omdat ze op het eerste gezicht hetzelfde vertellen. Bij nader inzien is dat niet waar, want Matteüs, Marcus en Lukas hebben drie totaal verschillende perspectieven. Dit nadere inzicht verwerf je door de drie teksten in detail te vergelijken en daarvoor bestaan boeken waarin de evangeliën niet na maar naast elkaar zijn geplaatst. Zo’n boek heet een synopsis. Zie boven voor een willekeurige pagina: drie teksten naast elkaar en onderaan de tekstvarianten.

Lees verder “Synopsis”

Joodse retoriek (1)

Caravaggio, “De roeping van Matteüs”

Hoewel dit stukje en het volgende gaan over het kerstverhaal, wil ik beginnen met twee Bijbelpassages die daar niet zoveel mee te maken hebben. Om te beginnen de toespraak van Stefanos, de eerste christelijke martelaar. U vindt zijn woorden hier. Wat u daar helaas niet meteen ziet, is dat die toespraak grotendeels bestaat uit citaten uit de joodse Bijbel. In totaal tweeënzestig in tweeënvijftig regels. Hetzelfde geldt voor mijn tweede tekst, het gebed van de profeet Jona in het gelijknamige Bijbelgedeelte. U leest het hier. In totaal zeven citaten in acht versregels, 167 woorden in de Nederlandse vertaling.

Zulke citaten vormen, om zo te zeggen, een oud-joodse vorm van welsprekendheid. Iedere cultuur heeft zijn eigen manier om overtuigend te spreken en in de joodse religieuze wereld, waarin men meende dat God zich openbaarde in heilige geschriften, gold het als buitengewoon overtuigend als een schrijver of spreker erin slaagde allerlei citaten door zijn tekst te vlechten. Wat wij overtuigend vinden, dat een bewering correspondeert met toets- en kwantificeerbare waarnemingen en wordt verantwoord in een notenapparaat met literatuurlijst, speelde in het toenmalige jodendom een ondergeschikte rol. “Citatenvlechten” is ook de wijze waarop de twee kerstverhalen, die van Lukas en Matteüs, tot stand zijn gekomen.

Lees verder “Joodse retoriek (1)”

MoM: Eliminatie

[Geschiedenis is geen amusement, leuk voor een vrijblijvend stukje in een tijdschrift of een item op TV. Het is een wetenschap. In de reeks “Methode op Maandag” (MoM) leg ik uit wat de oudheidkundige wetenschappen, en de historische wetenschappen in het algemeen, maakt tot wetenschappen. Een overzicht van deze en vergelijkbare stukjes is hier.]

Vorige week blogde ik over de Hangende Tuinen van Babylon en vertelde ik dat er verschillende antieke bronnen bestaan over die tuinen, maar dat die allemaal teruggaan op één bron. Dit betekent dat informatie uit de afgeleide bronnen mag worden genegeerd. Dit staat bekend als “eliminatie”. Het is een krachtig instrument om betrouwbaardere en minder betrouwbare informatie te scheiden, omdat we zo in elk geval auteurs uit de discussie halen die anderen napapagaaien.

Eerst een makkelijk voorbeeld waarvan het belang in één keer duidelijk is. We hebben vier verslagen van de laatste dagen van Jezus van Nazaret: de evangeliën van Matteüs, Marcus, Lukas en Johannes. Daartussen zitten wat verschillen, zoals u voor uzelf kunt constateren als u de laatste woorden van Jezus erop naslaat. Aangezien kan worden bewezen dat Matteüs en Lukas zijn afgeleid van het evangelie Marcus, hebben we voor de procesgang in feite maar twee getuigenissen, namelijk Marcus en Johannes. Matteüs en Lukas zijn, ten opzichte van Marcus, elimineerbaar. Dit betekent dat de beruchte zelfvervloeking van de Joden die Matteüs als enige vermeldt (“zijn bloed kome over ons en onze kinderen”) ook elimineerbaar is. Als Mel Gibson deze toont in zijn film The Passion of the Christ, wijkt hij af van zijn opzet de gebeurtenissen historisch zo accuraat mogelijk te tonen.

Lees verder “MoM: Eliminatie”

Jezus’ geboortejaar

De ster van Betlehem (Gevelsteen, Prinsengracht 162, Amsterdam)

Die had ik moeten zien aankomen, de vraag onder mijn blogstukje over Quirinius: wanneer vond die volkstelling plaats?

Antwoord: Herodes Archelaos is in 6 na Chr. verbannen, dus dat is ook de tijd van de annexatie van Judea en de bijbehorende volkstelling. Misschien 7. Zoiets.

En daarmee komen we op een van die vele kwesties uit de oude geschiedenis waarover meer is geschreven dan het belang van het onderwerp rechtvaardigt: Jezus’ geboortejaar. (Andere voorbeelden uit deze categorie: de plek waar Hannibal de Alpen overstak en de doodsoorzaak van Alexander de Grote.)

Twee geboortejaren

Ter zake. Als we alleen het volkstellingsverhaal in Lukas 2 lezen, zouden we concluderen dat Jezus is geboren in 6 na Chr., misschien 7. Dat is echter in tegenspraak met wat Matteüs schrijft: de wijzen uit het oosten – over wie ik al eens blogde – kwamen in Jeruzalem toen koning Herodes de Grote nog aan de macht was (Mt 3.1) en enige tijd voor de troonsbestijging van Herodes Archelaos (Mt 3.22). Herodes overleed in 5/4 v.Chr. en dus is Jezus op z’n laatst in die winter geboren.

Lees verder “Jezus’ geboortejaar”

De Jezus van Fik Meijer (slot)

Christus als wetgever. Detail van een sarcofaag uit Rome (Louvre, Parijs)

[Het derde deel van mijn bespreking van Fik Meijers Jezus en de vijfde evangelist. Het eerste deel is hier.]

Fik Meijer wil de historische Jezus tot leven brengen, maar verwaarloost de historische Jood Jezus en negeert belangrijke Joodse bronnen. Er zijn meer punten waarop Meijer als historicus niet de kwaliteit levert die we zouden verwachten van een hoogleraar.

Eliminatie en authenticatie

Eén voorbeeld is zijn behandeling van de Bergrede, die Fik Meijer op blz.240 typeert als “de enige tekst die echt iets prijsgeeft over de door Jezus beoogde samenleving”. De tekst is echter een compositie van de evangelist Matteüs, die gebruik maakte van het materiaal uit de bron Q. De precieze reconstructie is niet helemaal onomstreden, maar voor Meijers doel – een boek voor het grote publiek – weten we er voldoende van. We beschikken dus over een oude bron, Q, en een daarvan afgeleide bron, Matteüs. In dit soort situaties dient een historicus de voorkeur te geven aan de oude bron en de jongere “te elimineren”. Dit punt is belangrijk, want Q toont de door Jezus beoogde samenleving niet echt: Meijer ziet voor Jezus’ mening aan wat in feite die van Matteüs is.

Lees verder “De Jezus van Fik Meijer (slot)”

De Jezus van Fik Meijer (1)

Ik heb nooit over de Nederlandse oudhistoricus Fik Meijer willen schrijven. Ik ben namelijk ooit verschrikkelijk geschrokken van zijn boek Macht zonder grenzen, waarin vele tientallen feitelijke onjuistheden staan. Bijna de helft daarvan is zonder oudheidkundige vooropleiding te herkennen. Omdat mensen hun vragen het liefst via mail beantwoord krijgen, ontving ik er elke week een paar, en die stroom is nooit opgedroogd. Een nare herinnering. Daarom heb ik, als bijvoorbeeld het NRC Handelsblad me verzocht iets van Meijer te bespreken, dat doorgaans geweigerd.

Full disclosure

Het is daarom met enige aarzeling dat ik nu iets schrijf over Jezus en de vijfde evangelist, Meijers boek over de historische Jezus en Flavius Josephus. Afgezien van het feit dat ik er vooraf al van uitga dat Meijer een sloddervos is, maak ik me kwetsbaar voor het verwijt dat ik een negatief oordeel vel omdat ik zelf een boek over een soortgelijk onderwerp heb geschreven. Er is de afgelopen vier dagen echter zes keer naar mijn mening gevraagd. “Ik snap wel dat je je bezwaard voelt om er in het openbaar iets over te schrijven vanwege je eigen boek,” schreef bijvoorbeeld Yuri Visser van Historiek.net, “maar aan de andere kant ben jij daarom juist dé persoon om kanttekeningen te plaatsen.”

Lees verder “De Jezus van Fik Meijer (1)”