Herakles (2)

De Kretenzische Stier (Archeologisch Museum, Antalya)

In mijn vorige blogje introduceerde ik de eerste zes werken die Herakles moest verrichten voor koning Eurystheus van Tiryns. De halfgod had de Peloponnesos ontdaan van monsters en zou voor zijn volgende zes werken reizen maken buiten de Peloponnesos.

De Kretenzische stier

Herakles’ zevende werk was het vangen van de Kretenzische stier. De bronnen zijn het oneens over de aard van dit beest: was het de vader van de Minotaurus of was dit het dier dat Europa vervoerde van Fenicië naar Kreta? Om het nog wat complexer te maken, wordt hetzelfde verhaal verteld over de Atheense held Theseus. In elk geval: men vertelde dat Herakles het ondier bedwong in de buurt van Marathon.

Lees verder “Herakles (2)”

Herakles (1)

Herakles (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik heb voor volgende week een stukje klaar waarin ik vertel dat we oude mythen beter niet kunnen navertellen, dus het is alleen maar logisch dat ik vandaag eens de verhalen navertel over Herakles. Eerst maar eens een woord over zijn jeugd.

Herakles – of Hercules, zoals de Romeinen hem noemden – gold als de zoon van een sterfelijke vrouw, Alkmene, en de oppergod Zeus. Zeus’ wettige echtgenote Hera haatte het buitenechtelijke kind en stuurde daarom twee slangen om het te wurgen. De baby wist de ondieren echter te doden. Herakles werd een sterke krijger, maar Hera sloeg hem met waanzin, en het was in een vlaag van waanzin dat hij zijn eigen kinderen doodsloeg.

Lees verder “Herakles (1)”

De Kerkopen van Paestum

De Kerkopen van Paestum

Nee, helaas, het bovenstaande reliëf. dat momenteel te zien is op de Paestum-expositie in het Leidse Rijksmuseum van Oudheden, is nep. Het is een afgietsel van een reliëf dat ooit deel uitmaakte van een tempel, gewijd aan de Griekse godin Hera, te vinden bij de monding van de rivier de Sele. (Voor de liefhebbers: het is een metope, een onderdeel van het fries op de dwarsbalk van in Dorische stijl gebouwde tempel.) Het reliëf stelt Herakles voor, die de twee Kerkopen meeneemt.

Wie zijn dat nou weer?

In de klassieke traditie verrichtte de halfgod Herakles twaalf min of meer canonieke werken, maar er waren destijds veel meer verhalen in omloop. Eén van de oudste betrof twee kobolden, broertjes, die allerlei kattenkwaad uithaalden. Er was weinig waar ze bang voor waren, al had hun moeder hen gewaarschuwd voor een zekere Melampygos. Toen Herakles op een dag lag te slapen in de schaduw van een boom, probeerden ze zijn wapens te stelen, maar de mannetjesputter werd wakker en hing ze ondersteboven aan een juk over zijn schouders. Zie boven. Terwijl hij ze zo wegvoerde, herkenden ze zijn donkere billen (Grieks: melampygos), waarover ze allerlei grapjes maakten. Daar moest Herakles zo om lachen, dat hij ze maar liet gaan. Sindsdien heet een mannetjesputter in het Grieks een zwartbilman.

Lees verder “De Kerkopen van Paestum”

Theseus

Theseus en de Minotaurus (Musée de Bardo, Tunis)

Theseus, wie kent hem niet? Het is inderdaad de nationale held van de stad Athene, de doder van de Minotaurus, een legendarische koning en nog zo het een en ander. Zijn verhaal is onder andere overgeleverd in de Parallelle Levens van de Grieks-Romeinse auteur Ploutarchos, ergens aan het begin van de tweede eeuw na Chr. Maar in de voorgaande eeuwen zijn er talloze andere verwijzingen naar Theseus, om van afbeeldingen nog maar te zwijgen.

Jeugd

De held zou zijn geboren in de havenstad Troizen, een eindje ten zuiden van Athene, als de zoon van Aithra, een dochter van de plaatselijke koning. De vader van Theseus was óf de zeegod Poseidon óf koning Aigeus van Athene. Aithra zelf wist het niet, want ze had met beide heren op één en dezelfde avond de lakens gedeeld.

Lees verder “Theseus”

Een onbekende mythe

Olielamp met onbekende mythe (Antikensammlung, München)

Een van de mooiste museale collecties van Griekse en Romeinse kunst is de Antikensammlung aan de Königsplatz in München. Het is de verzameling van de staat Beieren, die, al voordat een Beierse prins het schopte tot koning van Griekenland, veel belangstelling had voor de bestudering van de klassieke wereld. Aan de westzijde van het plein is een in Dorische stijl gebouwde toegangspoort (“propyleeën”), aan de noordzijde is een in Ionische stijl gebouwde Glyptotheek met beeldhouwwerk, aan de zuidzijde is het in Korinthische stijl gebouwde gebouw voor de kleinkunst. Je kunt er een dag doorbrengen. Wie daaraan nog niet genoeg heeft, kan naar het even verderop gelegen Egyptische Museum. Of naar het mineralenmuseum, of naar de drie pinakotheken met schilderijen. Allemaal op één vierkante kilometer.

Olielamp

Het bovenstaande olielampje valt onder de kleinkunst. We zien een gevleugeld wezentje, dat op het eerste gezicht Eros voorstelt, al suggereert het haarknotje dat het gaat om een vrouwelijk personage. Dat zou Psyche kunnen zijn, al wordt die meestal afgebeeld met vlindervleugels.

Lees verder “Een onbekende mythe”

De mythe van Mithras

Mithras doodt de stier op een reliëf uit Aquileia (Louvre, Parijs)

Om redenen die ik nooit heb kunnen doorgronden, trekt de Romeinse god Mithras allerlei misverstanden aan. Nee, het is geen Perzische cultus. Ze gebruikt slechts wat Perzische vormen. Nee, de cultus verspreidde zich niet van het oosten naar het westen. Ze verschijnt vrij abrupt rond het jaar 100 na Chr. in alle delen van het Romeinse Rijk tegelijk. Nee, Mithras was niet vooral populair in de legerkampen, zoals De Blois en Van der Spek schrijven in Een kennismaking met de oude wereld. Van de ruim 1100 vereerders die we kennen, zijn er ongeveer 130 soldaat. Dat wil zeggen: ten opzichte van de normale verhouding van burgers en soldaten in onze inscripties zijn de laatsten juist ondervertegenwoordigd. (Alleen in Britannia komt het aantal militaire vereerders uit boven de 20%.) Nee, de tempel in Elst is weliswaar ondergronds, maar was niet gewijd aan Mithras. Heus, nee, de cultus van Mithras is nooit een echt alternatief voor het christendom geweest. Nee, de christenen namen 25 december als feestdatum niet over van de Mithras-vereerders. En ook niet het idee van een opstanding uit de dood.

Oké, die laatste bewering is een tikje te snel. Het probleem is: we kennen de mythe van Mithras niet. Wellicht is ze opgeschreven geweest, maar zo’n tekst is niet overgeleverd. Dus misschien was er wél een scène waarin de god uit de dood opstaat. Als je iets niet kunt onderzoeken, kun je niks uitsluiten. Alles is mogelijk als niets kan worden onderzocht.

Lees verder “De mythe van Mithras”

3500 jaar Sint-Joris (2)

Sint-Joris (Historisch Museum, Sofia)

In het eerste deel toonde ik hoe de legende van Sint-Joris via de legende van Sint-Theodorus teruggaat op het verhaal over Perseus. Maar het is ouder.

De groene man

Nog niet zo heel lang geleden waren er in het Midden-Oosten cultusplaatsen die werden gedeeld door christenen en moslims en soms ook door druzen en joden. Dat is niet zo vreemd. De grenzen tussen godsdiensten zijn niet overal en altijd scherp. In Libanon bestond lange tijd de gewoonte dat moslims, vóór de pelgrimage naar Mekka, de zegen kwamen vragen van de dorpspriester. Want waarom ook niet? Het had eeuwenlang reizigers beschermd, dus zo’n gebruik schaf je niet af. Moslims lieten zich ook weleens dopen, niet om christelijk te worden, maar omdat het doopsel kwade geesten op afstand hield. Ook dat was eeuwenlang goed gegaan, ook dat schafte je niet af. En in elk dorp waren de kinderen islamitisch ten tijde van het Suikerfeest en christelijk met Pasen. Je geloof is waar snoep valt te halen.

Lees verder “3500 jaar Sint-Joris (2)”

3500 jaar Sint-Joris (1)

Sint-Joris (muurschildering uit Bahdidat)

Draken bestaan niet en drakendoders bestaan dus evenmin. En toch hebben we een verhaal over Sint-Joris die een draak versloeg en een prinses bevrijdde. Dat moet ergens vandaan zijn gekomen.

De meest invloedrijke versie zal die zijn uit de Gulden Legende, een collectie christelijke heiligenlevens die rond 1260  is samengesteld door Jacob van Voragine, de aartsbisschop van Genua. Ik citeerde die al eens op deze blog. Als de heilige Georgius, zoals Joris in het Latijn heet, ergens in Libië een prinses wil bevrijden en daartoe ten strijde trekt tegen een waterdraak, beschermt hij zichzelf met een kruisteken, velt zijn lans en verwondt het ondier. Daarop beveelt hij de prinses de draak met haar ceintuur aan te lijnen en “als een goed afgerichte hond mee de stad binnen te brengen”. Bij het zien van het monster willen de bewoners vluchten naar de nabijgelegen bergen, maar Georgius legt hun uit dat God hem heeft gezonden om hen te bevrijden van het kwaad en dat ze zich alleen maar hoeven laten dopen. Als ze dat doen, zal hij de draak alsnog doden. En zo geschiedt: twintigduizend mensen bekeren zich tot het christendom, Joris doodt het ondier en er zijn vier span ossen nodig om het kadaver de stad weer uit te krijgen.

Lees verder “3500 jaar Sint-Joris (1)”

Het Erechtheion (1): de mythen

Het Erechtheion

Bij een bezoek aan Athene valt de Akropolis niet te vermijden. Het witte pad naar de top van deze tafelberg leidt naar de imposante Propyleeën met daarnaast de lieftallige tempel van Nikè. Eenmaal door de toegangspoort, wordt het oog meteen getrokken door het befaamde – en inmiddels niet langer onbediscussieerdeParthenon, de immense tempel van de godin Athena. Mijn persoonlijke voorkeur gaat echter uit naar het architectonische hoogstandje links van het Parthenon: het Erechtheion.

Koning Erechtheus

Alvorens daarover te vertellen, moeten eerst twee Griekse sagen nader worden toegelicht, om zo het gebouw en zijn betekenis beter te begrijpen. Om te beginnen het verhaal van Erechtheus. Deze legendarische koning van Athene, naar wie het Erechtheion is vernoemd, was het resultaat van de mislukte avances van Hefaistos aan het adres van Athena.

Lees verder “Het Erechtheion (1): de mythen”

Een Fenicisch scheppingsverhaal

Mot, de antiheld uit het Fenicische scheppingsverhaal (relief uit Ugarit; Archeologisch museum van Aleppo).

U heeft nog ongeveer een week om naar de Byblos-tentoonstelling in het Rijksmuseum van Oudheden te gaan. Misschien is het leuk nog één keer over Byblos te bloggen en daarvoor neem ik nog een citaat uit de Fenicische Geschiedenis van Filon van Byblos. De expositie legt de nadruk vooral op de Bronstijd, wat een perfect te verantwoorden keuze is, maar bij elke keuze vallen dingen overboord. Zoals de aanwijzingen die we hebben voor de godenverhalen die circuleerden.

Aanwijzingen. Méér is het niet. Over Filon heb ik al verteld dat hij een Griekstalige Romein was die schreef over het oude Fenicië. Zijn geschiedwerk bevatte euhemeristische delen, dat wil zeggen dat Filon – op gezag van een eerdere auteur Sanchouniathon? – de goden presenteerde als verdienstelijke stervelingen. Dit is een hellenistische interpretatie van de aloude mythen, maar dat laat onverlet dat die mythen dus wel ouder zijn en kunnen teruggaan op de IJzer- of Bronstijd.

Lees verder “Een Fenicisch scheppingsverhaal”