De Thraciërs (4)

Seuthes III (Archeologisch museum, Sofia)

[Dit is het vierde van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

Lysimachos

Zoals ik in het vorige blogje al aangaf, slaagde de Macedonische officier Lysimachos er in de jaren na de dood van Alexander de Grote (323 v.Chr.) niet in om de Odrysische leider Seuthes III te onderwerpen. De Macedoniërs imiterend stichtte ook Seuthes een stad die hij naar zichzelf noemde, Seuthopolis. (De resten ervan bevinden zich op de bodem van een stuwmeer in de Vallei van de Thracische Koningen.) De Panagyurishte-schat, die in Macedonië niet zou hebben misstaan, dateert uit deze jaren en bewijst dat de Thracische elite culturele aansluiting zocht bij de Grieks-Macedonische wereld.

Pas na een decennium lijkt Lysimachos de situatie meester te zijn geweest; Seuthes erkende hem als heerser, maar bleef zelf aan en lijkt nog rond 295 in leven te zijn geweest. Seuthes’ graf is teruggevonden in de Vallei van de Thracische Koningen en is interessant omdat het bronzen hoofd van Seuthes III ritueel is begraven in de toegang. Het lichaamloze hoofd doet denken aan de mythe dat het lichaamloze hoofd van Orfeus bleef zingen: een soort minachting voor de dood.

Lees verder “De Thraciërs (4)”

De val van Cartagena (2)

Cartagena nu en toen

De stad Cartagena, waarover ik zojuist al blogde, was gebouwd op een schiereiland dat een grote baai in tweeën deelde. De zuidelijke helft staat nog altijd in verbinding met de zee en wordt nog altijd als haven gebruikt. Hier legde Scipio’s vloot aan. De noordelijke helft van de baai was een soort lagune, gevoed met zoet water vanuit een riviertje en van de zee gescheiden door het schiereiland met de eigenlijke stad. Toen het riviertje in de Nieuwe Tijd opdroogde, is deze lagune verzand; er ligt een moderne stadswijk die Ensanche heet, “de uitbreiding”.

Scipio sloeg zijn kamp op tegenover de plek ten oosten van het schiereiland, waar de stad met het land was verbonden. Hier ligt een hoge heuvel, de Cerro de los Moros, voorzien van een fort uit de Nieuwe Tijd. De volgende dag liet hij zijn mannen oprukken in de richting van de muren, die zijn opgegraven.

Lees verder “De val van Cartagena (2)”

Toerist in Cartagena

Op weg naar Cartagena: de lagune bij Santa Pola

Ik wilde al heel lang naar Cartagena, of Carthago Nova, zoals de Romeinen het noemden, of Qart Hadašt, op z’n Karthaags. Het was de hoofdstad van de Karthaagse bezittingen in Iberië en onlangs identificeerden archeologen de resten van het paleis van de bestuurders. Hier woonde Hasdrubal de Schone, hier groeide Hannibal Barka op. Ik zal nog bloggen over de spectaculaire manier waarop de Romeinen de stad veroverden.

De stad bestond in de Oudheid uit een schiereiland waarop vijf heuvels waren te herkennen. De Griekse geschiedschrijver Polybios noteert dat “op de westelijke heuvel een paleis oprijst, door Hasdrubal gebouwd in grootse stijl, omdat hij streefde naar het aanzien van alleenheerser”.noot Polybios, Wereldgeschiedenis 10.10. Van dat paleis is niets meer te herkennen, want het is voor een groot deel in de rotsen ingehouwen en er liggen Romeinse resten over de heuvel heen. Daarover zo meteen meer.

Lees verder “Toerist in Cartagena”

De Maghreb in de Middeleeuwen

Maquette van Qal’at Bani Hammad (Museum van Sétif)

Ik heb weleens de indruk dat oudheidkundigen die zich bezighouden met de Lage Landen in de Romeinse tijd, de seizoensmigratie onderschatten. Voor de Maghreb geldt het omgekeerde: er bestaat een neiging om de mobiliteit van de bevolking te overschatten. Heel veel Berbers waren sedentair – en dat al eeuwenlang. De Griekse onderzoeker Herodotos vermeldt het in de vijfde eeuw v.Chr.noot Herodotos, Historiën 4.187.

Het beeld van een grotendeels nomadische bevolking zal in de hand zijn gewerkt doordat een andere Griekse geschiedschrijver, Polybios, de Numidische koning Massinissa presenteert als De Grote Civilisator. Dat “Numidiërs” bedrieglijk veel lijkt op νομάδες zal ook een rol hebben gespeeld. En tot slot: toen de Fransen zich eenmaal van Algerije meester hadden gemaakt, kan het hun wel goed zijn uitgekomen de nadruk te leggen op nomadisme. Dat gold in Europa als minder beschaafd en dus konden de Fransen denken dat ze de bewoners van de Maghreb voor hun eigen bestwil hadden onderworpen. Ik heb eerlijk gezegd geen idee of het echt zo is gegaan, maar zou het me kunnen voorstellen.

Lees verder “De Maghreb in de Middeleeuwen”

Médracen (Madghacen)

Het Numidische koningsgraf van Médracen

Als we de Griekse geschiedschrijver Polybios mogen geloven, was Numidië lange tijd een volkomen achterlijk gebied, tot koning Massinissa (r.202-148 v.Chr.) opstond en het gebied in hoog tempo moderniseerde. Helemaal onwaar is het niet. Op de koninklijke domeinen werd de graanteelt geïntensifieerd en Numidië begon wijn te exporteren. Massinissa’s hoofdstad Cirta, het huidige Constantine, trok Italische en Griekse migranten aan, en kort na Massinissa’s dood werden de boeken uit de bibliotheken van het in 146 v.Chr. verwoeste Karthago overgebracht naar Cirta. In Polybios’ dagen was de stad inderdaad op weg een centrum van de hellenistische cultuur te worden.

Modernisering

Van de Franse oudheidkundige Stéphane Gsell is de observatie dat Numidië in de loop van de tweede eeuw v.Chr. een grotere vooruitgang boekte dan de door de Romeinen beheerste provincie Africa (zeg maar Tunesië). Daar is weinig aan toe te voegen.

Lees verder “Médracen (Madghacen)”

Titus Livius (6): bronnen

Zomaar een Romein, niet per se Titus Livius (Kunsthistorisch museum, Boedapest)

[Zesde blogje in een reeks over de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius. Het eerste deel was hier.]

Livius pochte dat hij alle relevante Griekse en Romeinse geschiedenisboeken had gelezen en eigenlijk is er geen reden om daaraan te twijfelen. Dat wil niet zeggen dat gegarandeerd waar is wat hij schrijft. Niet omdat hij niet waarheidlievend zou zijn. Hij is erop gespitst de waarheid te vertellen en onderbreekt zijn verhaal regelmatig voor opmerkingen die een kritische houding verraden:

Van de vijanden kwamen 2500 man om en velen bezweken later aan hun verwondingen. Door [sommige eerdere geschiedschrijvers] wordt een veelvoud van verliezen aan weerszijden overgeleverd. Ikzelf houd om te beginnen niet van ongegronde overdrijving – een veel voorkomende neiging van geschiedschrijvers – en bovendien beschouw ik Fabius, een tijdgenoot van deze oorlog, als de beste bron.noot Livius 22.7.4; vert. Hetty van Rooijen.

Dit verhaal is meer geschikt voor een theatervoorstelling, waar wonderbaarlijke gebeurtenissen in trek zijn, dan om er geloof aan te hechten, en het is de moeite niet waard het te bevestigen of te weerleggen.noot Livius 5.21.8.

Lees verder “Titus Livius (6): bronnen”

Het Ptolemaïsche Rijk

Ptolemaios I Soter (Nationale Bibliotheek, Brussel)

Zo te zien heb ik op deze blog al achtenentwintig keer verwezen naar de Ptolemaiën en heb ik achtentachtig keer het woord “Ptolemaïsch” gebruikt. En ik zal weleens hebben verteld dat dat de hellenistische dynastie was die heerste over onder andere Egypte, maar eigenlijk kan ik daar ook weleens systematisch over schrijven. Voilà.

Alexander

In de eerste weken van 332 v.Chr. bereikte de Macedonische koning Alexander de Grote Egypte. Het lijkt een beetje vakantie te zijn geweest, want militair viel er weinig te doen. Het garnizoen dat de Perzen in Egypte hadden, was anderhalf jaar eerder uitgerukt om Alexander tegen te houden, maar ten onder gegaan in de slag bij Issos. Er waren nog altijd Perzische troepen in het land van de Nijl, maar die vormden geen bedreiging voor Macedonië of Griekenland. Alexander zou, na de inname van Tyrus en Gaza, hebben kunnen oprukken naar Mesopotamië. Maar Egypte was een land vol wonderen en had voor elke geletterde Griek of Macedoniër een zekere aantrekkingskracht.

Lees verder “Het Ptolemaïsche Rijk”

De Huurlingenoorlog (3)

De Huurlingenoorlog werd beslist op een plek die de Zaag heet, een naam die past op vrijwel elke bergrug.

In de twee vorige stukjes (één, twee) over de Huurlingenoorlog (241-238 v.Chr.) vertelde ik hoe de tegen Karthago in opstand gekomen huurlingen succes op succes boekten. Alleen Karthago de stad zelf was nog niet in handen van de opstandelingen, en in de late zomer van 239 sloegen Matho en Spendius het beleg op.

Karthago belegerd en bevrijd

Karthago had echter nog altijd een vloot en importeerde nu voedsel vanuit Syracuse. Bovendien bleven generaal Hamilkar en zijn Numidische bondgenoot Naravas de huurlingen aanvallen in de rug, zodat die tegelijk belegerden en belegerd werden. In de lente van 238 moesten de rebellen het beleg opbreken.

Terwijl Matho in Tunis bleef, zetten Spendius, Autaritos en Zarzas de achtervolging in van Hamilkar en Naravas, die zuidwaarts trokken om de vruchtbare velden en boomgaarden van Kaap Bon veilig te stellen. Polybios, opnieuw alleen geïnteresseerd in de successen van Hamilkar, vertelt weinig over deze campagne, die eindigde toen de Karthaagse generaal en zijn Numidische bondgenoot erin slaagden hun vijanden in te sluiten in een dal dat bekendstond als De Zaag.

Lees verder “De Huurlingenoorlog (3)”

De Huurlingenoorlog (2)

Een savanne-olifant, zoals gebruikt in de Huurlingenoorlog (British Museum)

In mijn vorige stukje over de Huurlingenoorlog (241-238 v.Chr.) vertelde ik hoe de huurlingen die op Sicilië hadden gevochten voor Karthago, in het huidige Tunesië waren aangekomen en daar in opstand waren gekomen.

Begin van de Huurlingenoorlog

De eerste actie van Matho en Spendius was gericht tegen de havensteden Hippo Diarrhytos en Utica, die zich niet bij de opstand hadden aangesloten. Het was misschien niet de handigste zet, want de steden konden over het water bevoorraad worden. En zo geschiedde. In de eerste weken van 240 v.Chr. zeilde de Karthaagse generaal Hanno de Grote naar Utica met een leger waarin de Karthagers zelf dienst deden, samen met grote groepen inderhaast geronselde huurlingen. Vermoedelijk waren dit de eerder door Geskon betaalde soldaten, die geen reden hadden om niet opnieuw te vechten voor Karthago. Ook waren er katapulten en honderd olifanten aan boord.

Lees verder “De Huurlingenoorlog (2)”

De Huurlingenoorlog (1)

Borstpantser, mogelijk gebruikt door een kleine Italische huurling in de Huurlingenoorlog (Musée national du Bardo, Tunis)

Ik heb in het verleden regelmatig geblogd over Karthago en de Punische Oorlogen tegen de Romeinen. De Huurlingenoorlog (241-238 v.Chr.) heb ik echter nog nooit behandeld, terwijl dat een fascinerend onderwerp is. Het was een humanitaire catastrofe zonder weerga.

Eigenlijk is de naam “Huurlingenoorlog” net zo eufemistisch als de naam die de geschiedschrijver Polybios gebruikt: “de oorlog die de Verdragloze wordt genoemd”. Dat geeft weliswaar aan dat het conflict absoluut en onverzoenlijk was, maar het woord “oorlog” suggereert dat er definieerbare fronten en strijdende partijen waren. Maar zo geordend was het niet. Het was een bewapend conflict van allen tegen iedereen.

Lees verder “De Huurlingenoorlog (1)”