Limes en scepsis (4)

De Saalburg is de moeder van alle reconstructies van de limes.

[Ik heb woensdag in Utrecht op een bijeenkomst over de Romeinse limes gesproken over de vraag hoe we wetenschapsscepsis vóór kunnen zijn. In het eerste deel legde ik uit wat wetenschapsscepsis is, in het tweede wees ik op de punten waar de limes kwetsbaar is en in het derde vertelde ik iets over het eerste van drie niveaus waarmee ik de communicatie zó zou willen aanpakken dat we scepsis vermijden.]

Het tweede niveau

Zo komen we bij het tweede niveau, waar we het wetenschappelijk proces uitleggen. Soms gebeurt dit al, zoals wanneer wordt uitgelegd wat dendrochronologie is. Tegelijk kan er meer en ik hoop dat u me toestaat dat ik verwijs naar eigen werk: in het tijdschrift dat ik redigeer, Ancient History Magazine, hebben we een vaste rubriek “How do they know?” waarin we wat dieper ingaan op de methoden. Wat is, om eens iets te noemen, een koolstofdatering en wat is een reservoireffect? De lezers reageren daar heel positief op en ik zie geen reden waarom we aan de limes deze verdieping niet eveneens zouden aanbieden.

Om een voorbeeld te geven: bij het Corbulo-kanaal wordt verteld dat Tacitus schrijft dat het is gegraven in het jaar 47 terwijl de dendro-dateringen suggereren dat het later is gebeurd. Leg maar uit waarom je uit één en dezelfde tekst de door de auteur genoemde datum niet gelooft maar de rest van zijn informatie – dat Corbulo gouverneur was, dat soldaten het kanaal groeven – kritiekloos overneemt. Op deze wijze toon je mensen iets van het oudheidkundig ambacht en maak je duidelijk dat de oudheidkundige disciplines wetenschappen zijn en dat een vakopleiding belangrijk is. Ik denk dat de Nijmeegse aquaductenkwestie vermeden had kunnen worden als het publiek duidelijker geïnformeerd was geweest over de aard van de oudheidkundige bewijsvoering – dat het bewijs voor de aanwezigheid van een aquaduct niet was gebaseerd op aanwezige data maar op vergelijking.

Lees verder “Limes en scepsis (4)” →

Limes en scepsis (3)

De fundamenten van een toren bij de poort van het limes-fort te Aardenburg
De fundamenten van een toren bij de poort van het limes-fort te Aardenburg

[Ik heb woensdag in Utrecht op een bijeenkomst over de Romeinse limes gesproken over de vraag hoe we wetenschapsscepsis vóór kunnen zijn. In het eerste deel legde ik uit wat wetenschapsscepsis is en in het tweede wees ik op de punten waar de limes kwetsbaar is.]

Een informatie-overaanbod

Terwijl er steeds meer hoogopgeleiden komen, mensen die scherpe kritiek kunnen formuleren én de wegen kennen om het de wetenschap moeilijk te maken, is de limes een betrekkelijk nieuw project, met enkele hierboven beschreven kwetsbaarheden. Gelukkig zijn we niet de enigen die te maken hebben met wetenschapsscepsis en is er, vanuit de wetenschapscommunicatie en -journalistiek, verkend hoe we daarmee moeten omgaan. In feite is de vraag “waarom geloven mensen niet zomaar wat de wetenschap zegt?” de prikkel geweest voor de professionalisering van de diverse vormen van voorlichting.

Lees verder “Limes en scepsis (3)” →

Limes en scepsis (2)

De citadel van Velkiko Tarnovo (Bulgarije)
Even nep als de limes-reconstructies: de citadel van Veliko Tarnovo (Bulgarije)

[Ik heb woensdag in Utrecht op een bijeenkomst over de Romeinse limes gesproken over de vraag hoe we wetenschapsscepsis vóór kunnen zijn. In het eerste deel legde ik uit wat wetenschapsscepsis is.]

Gerechtvaardigde argwaan

De limes is een betrekkelijk jong project. Een kwart eeuw geleden hadden nog maar weinig mensen ervan gehoord. Het woord viel ergens in de erfgoedwetgeving, dus helemáál onbekend was hij niet, maar er was een Commissie Van Oostrom voor nodig om de limes te doen inburgeren: de Romeinse Rijksgrens is een van de vijftig “vensters” op het verleden in de canon van de Nederlandse geschiedenis.

Ik geloof niet dat de limes op dit moment diepgevoelde weerzin oproept, maar het project is kwetsbaar voor al dan niet terechte kritiek. Ik wil nu enkele kwetsbaarheden noemen en de eerste daarvan is dat de oudheidkunde als geheel kwetsbaar is geworden. Er zijn teveel idiote dingen gebeurd: de claims van de Israëlische archeologen die inmiddels zó vaak het gelijk van de Bijbel opgroeven dat zelfs de Evangelische Omroep niet meer gelooft dat archeologie een serieus te nemen vak is, de hypes rond Amfipolis en het graf van Nefretite, de “special pleading” om Hannibal over een bepaalde Alpenpas te krijgen, de grote papyrologische schandalen van de laatste jaren (het Evangelie van de Vrouw van Jezus, de leugens over de Sapfo-papyri, de vernietiging van een kartonnage om een evangeliesnipper te bemachtigen).

Lees verder “Limes en scepsis (2)” →

Limes-koekjes

Een koekje in de vorm van een Romeins schrijftablet
Een koekje in de vorm van een Romeins schrijftablet

Over de limes heb ik nogal gemengde gevoelens. Ik herken enerzijds het belang ervan maar zie anderzijds de schijn van een politiek project, waarin een nationaal verleden wordt ingeruild voor een pan-Europees verleden dat in Nederland nergens zichtbaar is en nooit betekenis had. Dat valt op te lossen door uit te leggen waarom de limes een betere “kapstok” is om ons antieke verleden aan op te hangen dan onze traditionele visie op het verleden, waarin de Bataafse Opstand en de Franken centraal stonden, maar de projectorganisaties hebben dat tot nu toe nagelaten. De limes is daardoor als een geschiedenis van Nederland tussen 1780 en 1830 waarin de Fransen centraal staan en niet Van der Capellen tot den Pol, Daendels, Van Hogendorp en Willem I: een Nederlandse geschiedenis zonder Nederlanders.

Lange tijd zou ik ook hebben genoemd dat de Romeinse rijksgrens, alle publiciteit ten spijt, uitsluitend naamsbekendheid heeft maar niet werkelijk leeft. Het project is top-down geparachuteerd en heeft vooral te maken met de Monumentenwet en de vijftig vensters van de historische canon. De mensen ervaren het niet als hun eigen verleden. Ik heb weleens verteld dat ik, midden tijdens de vorige Romeinenweek (een project in het kader van de limes), met iemand mailde die blij was dat er, dankzij In moerassen en donkere wouden, eindelijk weer ’ns wat met Nederland in de Romeinse tijd werd gedaan. Dat de Romeinenweek precies daarover gaat, was domweg niet aangekomen bij mijn correspondent. De informatie over de limes staat – zo heb ik althans het idee – teveel los van andere, meer doorleefde informatie over de Oudheid. Er is beslist te weinig gedaan om het conglomeraat van informatie om te vormen tot één, overtuigend, samenhangend en levensvatbaar geheel.

Lees verder “Limes-koekjes” →

De Germanen van Theodor Holman

Portret van een Germaan (Glyptothek, München)

De Amsterdamse journalist Theodor Holman houdt van de oude wereld, die steeds weer in zijn oeuvre opduikt. Zo schreef hij eens, gezeten in de etalage van De Bijenkorf, in één dag een boek, waarin een heel hoofdstuk was opgenomen over de (fictieve) toespraken van Hannibal en Scipio vlak voor de slag bij Zama. Daarin legde Holman perfect uit hoe de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius, die deze twee toespraken heeft verzonnen, ze benut om de karakters van de sprekers te typeren. De oude Hannibal weet teveel van oorlog om er nog in te geloven, de jonge Scipio ruikt bloed.

In zijn beste roman, De plant die muziek maakte, voert Holman zijn oude lerares Latijn, mevrouw Van Katwijk-Knapp, terloops ten tonele. (Ik heb haar overigens nog eens geïnterviewd.) In Holmans daaropvolgende boek, De grootste truc aller tijden, speelt een Egyptische papyrus een rol. Kortom, Holman heeft een liefde voor de Oudheid.

Lees verder “De Germanen van Theodor Holman” →

Na de Romeinenweek

Inscriptie uit Herwen: het graf van een soldaat Mallius. In de derde regel zijn onderdeel, het Eerste Legioen. (Valkhof Museum, Nijmegen)
Inscriptie uit Herwen: het graf van een soldaat Mallius (Valkhof Museum, Nijmegen)

Afgelopen zaterdag publiceerde De Gelderlander, die zo aandacht besteedde aan de Romeinenweek, een interview dat Vincent Hunink en ik gaven over de Germanen en over hoe de Romeinse auteur Tacitus die woestelingen zag. Één van de reacties kwam van iemand die mailde dat hij het zo leuk vond dat er weer eens wat werd gedaan met Nederland in de Romeinse tijd, met de Bataven en de Germanen.

Ik vroeg mijn correspondent – vriendelijker dan ik het hier samenvat – of hij niet wist dat er momenteel van alles wordt gedaan met Nederland in de Romeinse tijd, dat musea het publiek steeds beter bereiken, dat elk weekend vrijwilligers uitleg geven en dat de overheid het Nederlandse deel van de limes tot werelderfgoed wil maken. Hij schreef, zo merkte ik op, nog wel tijdens de Romeinenweek, terwijl er meer dan vierhonderd activiteiten in het land plaatsvonden. De man antwoordde me dat hij het bij nader inzien eigenlijk wel wist, maar dat het niet ging om wat hij met het tijdvak associeerde. Die woorden illustreren een verdraaid ernstig probleem.

Lees verder “Na de Romeinenweek” →

De limes

Maquette van een Romeins fort (AVRA, Antwerpen)
Maquette van een Romeins fort (AVRA, Antwerpen)

Er zijn zoveel geschiedenissen als er mensen zijn. De een vindt dit belangrijk, de ander dat. Om toch een beetje overzicht te houden, wordt op school wel eens gebruik gemaakt van “de canon”: dat zijn vijftig dingen die iedereen over vroeger moet weten. Wat hunebedden zijn bijvoorbeeld, wat slavernij was, wie Anne Frank was en wat er is gebeurd in Srebrenica. Als het gaat om de Romeinse tijd, gaat het om de “limes”, de grens van het Romeinse Rijk.

Lees verder “De limes” →

De limes aan de Beneden-Donau

Novae
Novae aan de Beneden-Donau

“Limes” is de moderne naam voor de grens van het Romeinse Rijk. Voor zover die liep langs de Beneden-Rijn of langs de Eufraat, kende ik die al, en ook in Arabië en in de Libische Sahara ben ik wel eens wezen neuzen, maar het stuk door het Zwarte Woud en langs de Donau kende ik nog niet. Twee jaar geleden ben ik dat deel dus gaan verkennen: we reisden eerst naar Stuttgart en zakten vervolgens de Donau af langs Wenen, Carnuntum, Aquincum (Boedapest), Sirmium, Singidunum (Belgrado) tot aan Viminacium. Dat kostte twee weken, en dus stelden we het laatste deel uit.

Nu ben ik in Bulgarije, waarmee ik de Donaureis afrond. Zaterdag bezochten we Nicopolis ad Istrum en Novae (Svishtov): het eerste een grote burgerlijke nederzetting, het tweede een legioenbasis. Het gaat hier om een gebied dat ooit werd bewoond door de Thracische Geten maar door de Romeinen Beneden-Moesia werd genoemd, een naam waarvan we de herkomst niet goed begrijpen. Het is ook niet bekend wanneer de Romeinen het onderwierpen, al staat vast dat het in de latere regeringsjaren van keizer Augustus is gebeurd: de naam “Moesia” duikt in 16 na Chr. voor het eerst op, ik meen bij Strabon of Ovidius.

Lees verder “De limes aan de Beneden-Donau” →

Fascistische Romeinen

Home

Romeins mannenportret uit Egypte (Antikensammlung, Munchen)

Het leukste verschil tussen enerzijds blogs en nieuwssites als Sargasso en anderzijds de traditionele media, is de mogelijkheid dat lezers direct reageren. Sommige stellen leuke vragen, zoals Qwerty deed toen ik maandag op Sargasso terloops opmerkte dat het momenteel de Romeinenweek is. ‘Welke onverlaat komt er op het idee een Romeinenweek in te stellen?’ vroeg Qwerty, om er met enig retorisch geweld aan toe te vroegen ‘Een rechts-radicale fascist? Want dat waren de Romeinen natuurlijk wel.’

Qwerty bedoelde dit laatste hyperbolisch, maar hij is niet de enige die de associatie legt tussen Romeinen en extreemrechts. Een tijdje geleden recenseerde een landelijke krant verschillende recente boeken over het Romeinse Rijk en stelde drie oudhistorici de vraag of de groeiende populariteit met de opkomst van Nieuw Rechts te maken had. Het antwoord is vrij simpel: de fascisten associeerden zich graag met het Romeinse Rijk, maar dat wil nog niet zeggen dat een Romeinenliefde automatisch leidt tot fascisme.

Lees verder “Fascistische Romeinen” →

Hoezo limes? (2)

Loodbaar (Gallo-Romaans museum, Tongeren)

[Dit artikel verscheen oorspronkelijk op Historiek.net]

Heel bijzonder is de loodbaar die het Gallo-Romeinse Museum in Tongeren in 2009 aankocht. Dit zou wel eens een van de belangrijkste bewijsstukken kunnen blijken te zijn, maar vóór ik de implicaties behandel, een disclaimer. Er is inmiddels een wetenschappelijke publicatie, die ik echter niet te pakken heb kunnen krijgen tussen het moment waarop ik het verzoek kreeg dit te schrijven en de deadline. Het onderstaande dus met een slag om de arm.

De inscriptie luidt IMP. TI. CAESARIS AVG. GERM. TEC. De eerste woorden verwijzen naar keizer (imperator) Tiberius en diens titels caesar en augustus. Het laatste woord moet de afkorting zijn van een onbekend woord voor loodmijn en de puzzel zit in het voorlaatste woord: de mijn is in Germanië.

Lees verder “Hoezo limes? (2)” →