Lucifers zoon Gaius Julius Phosphorus

Als u dacht dat The Man Who Fell to Earth een origineel verhaal heeft, dan heeft u het mis. Het motief van het bovennatuurlijke wezen dat vanuit de hemel op de aarde is gevallen, is eeuwenoud. Hefaistos en Faëton zijn Griekse voorbeelden, uit het oude Iran kennen we Aži Dahāka (de Joodse Azazel) en uit Ugarit kennen we Horran. Die gevallen god wordt vanouds geassocieerd met de ochtendster, die de opkomst van de zon aankondigt en dus een licht-brenger is. De profeet Jesaja sneert naar de koning van Babylon dat hij is neergevallen zoals de zoon van de dageraad Helel (Jesaja 14.12).

Helel is een ongebruikelijk woord, al is duidelijk dat het zoiets betekent als “schijnend” of “stralend”. De Griekse Bijbelvertalers maakten er Heôsforos en Fôsforos van, woorden die letterlijk “dageraaddrager” en “lichtdrager” betekenen. De Latijnse vertaling werd Lucifer, wat eveneens “lichtdrager” betekent. Hoewel er geen enkele reden is Helel/Fôsforos/Lucifer te beschouwen als de duivel, was de associatie van de gevallen ster en de val van de engelen snel gemaakt. Desondanks bleef het een gewone naam. Minstens twee laat-Romeinse bisschoppen, waarvan ik deze online vind, gingen door het leven met de naam Lichtdrager zonder dat iemand dat opvatte als satanisme.

Lees verder “Lucifers zoon Gaius Julius Phosphorus”

Geschiedenis van Perzië (5)

Dualistisch amulet uit Soch (Nationaal Historisch Museum van Oezbekistan, Tasjkent)

In mijn reeks over de Perzische geschiedenis en de Bijbel vandaag twee teksten. Eerst een passage uit 2 Samuël, een wat ouder deel van de Bijbel, geschreven voor of aan het begin van de Babylonische Ballingschap. Laten we zeggen tussen 620 en 580 v.Chr.

Opnieuw ontbrandde de toorn van Jahwe tegen de Israëlieten. Hij zette David tegen hen op door te zeggen: “Ga een volkstelling houden in Israël en Juda.” (2 Samuël 24.1)

David doet wat hem wordt gevraagd en wordt vervolgens door God gestraft. Daarvoor bestaan verschillende verklaringen, waar wij het nu niet over hoeven hebben. De pointe is dat men het ook in de Oudheid wat curieus vond. Hier is wat de auteur van Kronieken, die 2 Samuël heeft bewerkt, erover te melden heeft:

Eens keerde Satan zich tegen Israël. Hij zette David ertoe aan een volkstelling te houden in Israël. (1 Kronieken 21.1)

Lees verder “Geschiedenis van Perzië (5)”

De Bijbel, een inleiding (2)

Dit kleitablet in het Pergamonmuseum (Berlijn) documenteert hoe de Judese koning Jojakim in Babylonië in ballingschap was.

Ik was begonnen met een “guided tour” door de Bijbel en aan het einde van het vorige stukje waren we aanbeland in de late zevende eeuw v.Chr.: de hervormingen van koning Josia. Die kwamen erop neer dat de Joden in de staatscultus golden als het uitverkoren volk van God, dat ze alleen hem zouden vereren en dat ze dat zouden doen in Jeruzalem.

Tot de literatuur die in deze tijd circuleerde, behoorden “kleine” profeten als Amos, Hosea en Micha, maar ook flinke stukken van het Bijbelboek Jesaja en het Deuteronomistische Geschiedwerk, dat bestond uit Jozua, Rechters, Samuël en Koningen. Het Verbond zélf vormt de kern van het boek Deuteronomium, maar het is heel moeilijk te zeggen welke delen er in de zevende eeuw circuleerden. Er zijn nog meer niet goed te dateren regels en wetten in de boeken Exodus, Leviticus en Numeri. Ik zou u adviseren daar bij een eerste kennismaking niet te lang bij stil te staan. Die regels zijn op zich interessant, maar niet om mee te beginnen.

Lees verder “De Bijbel, een inleiding (2)”