De slag op de Kyrosvlakte

Grafschrift van Menas, gesneuveld op de Kyrosvlakte (Archeologische musea, Istanbul)

Schreef ik onlangs dat het Alexanderrijk nooit meer als eenheid werd hersteld en dat de toekomst behoorde aan de heersers van de deelgebieden? Dat schreef ik en het is de conclusie die in alle handboeken staat. Toch is er nog een moment geweest waarop het herenigd had kunnen zijn.

Na de slag bij Ipsos (301 v.Chr.) was Seleukos “koning van Azië” (de titel die ook Alexander had gedragen), was Ptolemaios koning van Egypte en omliggende gebieden, heersten Lysimachos over Thracië en Kassandros over Macedonië, en was Demetrios in het bezit van verschillende steden in Griekenland. Toen Kassandros in 294 v.Chr. overleed, nam Demetrios de macht in Macedonië over. Dat zat Lysimachos niet lekker, die Demetrios na enkele jaren verdreef.

Lees verder “De slag op de Kyrosvlakte”

Hellenisme: Alexanders opvolgers

Seleukos I Nikator (Louvre, Parijs)

Het is wat, met alle corona en polarisatie, en ik kan me voorstellen dat u in alle drukte even niet paraat hebt hoe het ook alweer zit met het hellenisme en de diadochenoorlogen. Kan de beste overkomen hoor, maakt u zich geen zorgen, ik praat u wel even bij.

Alexander de Grote stierf op 11 juni 323 v.Chr. en zijn kolonels benoemden zijn broer Arridaios tot koning. Dat was nogal een besluit, want de man was verstandelijk beperkt en er moest dus een regent komen, Perdikkas. Ze hadden ook Alexanders oudste zoon kunnen benoemen, Herakles, maar diens moeder Barsine behoorde bij een hoffactie die in deze tijd op z’n retour was. De kolonels spraken bovendien af dat als Alexanders echtgenote Roxane, die op dat moment in verwachting was, een zoon zou krijgen, ook deze als koning zou worden erkend. Dat werd Alexander IV.

Lees verder “Hellenisme: Alexanders opvolgers”

Epische verdichting

De Terebintenvallei

Wie doodde de reus Goliat? Het gemakkelijke antwoord is de herdersjongen David, die in de Terebintenvallei de Filistijnse kampioen met een welgemikte slingersteen vloerde. U leest het na in 1 Samuel 17. Het probleem is 2 Samuël 21.19:

Toen het enige tijd later nogmaals tot een gevecht kwam met de Filistijnen, in Gob, versloeg Elchanan, de zoon van Jaare-oregim, uit Betlehem, de Gittiet Goliat, wiens lansschacht als een weversboom was.

De woonplaats van deze Goliat is dezelfde als die van Davids tegenstander. De laatste bijzin uit het citaat keert woordelijk terug in het verhaal van David. Aangezien het niet bijster aannemelijk is dat er in hetzelfde stadje twee Goliats waren met lansen als weversbomen, moet het gaan om dezelfde man – en de overwinning werd dus door twee mannen opgeëist, Elchanan en David.

Lees verder “Epische verdichting”

Stratonike

Antiochos I Soter (Ik herinner me niet in welk museum ik deze foto heb gemaakt)

De tweede-eeuwse Grieks-Romeinse auteur Appianus van Alexandrië is een van de meest onderschatte historici uit de Oudheid. Hij lijkt doorgaans goede en slechte informatie te hebben kunnen scheiden, heeft serieus nagedacht over de ordening van zijn stof en heeft een verrassend modern causaliteitsbegrip: waar andere auteurs uit de Oudheid denken dat alleen individuen dingen kunnen veroorzaken – een standpunt dat moderne historici aanduiden als methodisch individualisme – herkent Appianus dat ook maatschappelijke verschijnselen en instituties de oorzaak kunnen zijn van historische gebeurtenissen (methodisch collectivisme). Hij is als historicus veel beter dan bekendere antieke geschiedschrijvers als Herodotos, Thoukydides en Tacitus, die we moeten beschouwen als moralisten.

Maar ook Appianus’ geschiedwerk kent een paar romantische anekdotes. Twee voorbeelden: Scipio die Karthago verwoest en in huilen uitbarst omdat ook Rome eens zal branden (lees maar) en de toespraak van Marcus Antonius bij de uitvaart van Julius Caesar (lees maar). En nu ik bezig ben met wat stukjes over de Seleukiden, moet ook het verhaal van Stratonike eens worden verteld. Hollywood weet er wel raad mee.

Lees verder “Stratonike”

Makkabeeën en methode (1)

Alexander de Grote (Museo Barracco, Rome)

In 332 v.Chr. voegde Alexander de Grote Judea toe aan zijn groeiende rijk. Vergeleken met zijn eerdere en latere veroveringen was het geen belangrijke aanwinst, maar dat veranderde na zijn dood, toen zijn kolonel Ptolemaios een koninkrijk voor zichzelf begon in Egypte. Dat land kan alleen over zee en door de woestijn worden benaderd en was daarom betrekkelijk eenvoudig te verdedigen, maar Ptolemaios nam het zekere voor het onzekere en bezette ook de plaatsen waar aanvallers zich konden voorbereiden, zoals het “Holle Syrië”, ruwweg het huidige Israël en Libanon. Ineens was Judea van groot strategisch belang.

De verdediging van Egypte was nog actueel ook. Niet alleen was er een potentiële aanvaller, hij was ook machtig en bezat een motief. Seleukos, een andere kolonel uit het leger van Alexander, gold als diens rechtmatige opvolger in Azië. Omdat Ptolemaios Seleukos ooit had geholpen, achtte deze het oneervol een oorlog te ontketenen, maar de afstammelingen van de twee mannen trokken in de derde eeuw niet minder dan vijf keer ten strijde. Uiteindelijk wist Antiochos III de Grote, een betachterkleinzoon van Seleukos, het Holle Syrië te veroveren.

Lees verder “Makkabeeën en methode (1)”

Seleukos en Alexanders diadeem

Seleukos I Nikator (Nationaal Archeologisch Museum, Napels)

In het oude Nabije Oosten droegen de heersers lange tijd geen kronen maar fraai bewerkte haarbanden, die we gemakshalve diademen noemen. Alexander de Grote nam het gebruik over, wat des te eenvoudiger was omdat de Grieken en Macedoniërs al de gewoonte hadden zich bij feestelijke gelegenheden te bekransen. Denk aan lauwerkansen. Dat een diadeem een eigenlijk vrij alledaags voorwerp was, belette niet dat de mensen er destijds een bijna magische kracht aan toeschreven. Wee degene die, zonder te zijn erkend als heerser, een koninklijke diadeem ombond.

De Griekse schrijver Arrianus, die in het zevende boek van zijn Anabasis de laatste levensmaanden van Alexander beschrijft, vertelt dat hij een anekdote aantrof in zowel de biografie die Alexanders officier Aristoboulos schreef als enkele niet andere, niet nader geïdentificeerde bronnen. De (wat aangepaste) vertaling is van Simone Mooij.

Lees verder “Seleukos en Alexanders diadeem”

Voorislamitisch Iran (4): de Parthen komen

Vóór de Parthen waren er in Iran Grieken, die deze charmante Herakles maakten in Behistun.

[Dit is het vierde deel van een reeks; het eerste is hier.]

Het is makkelijk het belang van de ondergang van het Achaimenidische Rijk te overschatten. De Seleukiden, die sinds de regering van Alexander de macht uitoefenden, namen tal van Perzische instellingen over en voor de gewone Iraniër of Babyloniër veranderde er weinig. De nationaliteit van de bestuursklasse was weliswaar veranderd, maar dat was in het Nabije Oosten niet voor het eerst: de Assyriërs waren opgevolgd door de Babyloniërs, die door de Perzen waren afgelost, en zij maakten nu plaats voor Europeanen.

Wat wél veranderde was de oriëntatie van het bestuur. Het zwaartepunt van het Perzische Rijk had altijd gelegen in Zuid-Irak en West-Iran, met Sousa en Persepolis als hoofdsteden, maar voortaan hadden de heersers óók belangen in het Middellandse-Zeegebied, en waren de hoofdsteden Seleukeia (bij Bagdad) en Antiochië. Dat wil echter niet zeggen dat Iran werd genegeerd. Het schattige beeld van Herakles (boven) bewijst dat Behistun nog steeds belangrijk was; Persepolis was nog altijd bewoond; in Nehavand is een lange Griekse inscriptie opgegraven die momenteel in het museum van Teheran is te zien. Dat is een zeldzaamheid: de Griekse periode is niet populair in Iran. De laatste sjah sprak niet voor niets van de “post-Achaimenidische tijd” en de huidige religieuze autoriteiten moeten evenmin veel hebben van de Griekse beschaving.

Lees verder “Voorislamitisch Iran (4): de Parthen komen”