De veerkracht van het Romeinse Rijk

Theodosius II (Bodemuseum, Berlijn)

Eén van de kwesties die tot vervelens toe terugkeren, is die van de zogenaamde val van het Romeinse Rijk. Wanneer mensen daarover beginnen, gaat het eigenlijk steevast over de verdwijning van het keizerlijk gezag in westelijk Europa. Dat proces vertrok zich in de loop van de vijfde eeuw na Chr. Maar dat is natuurlijk maar het halve verhaal. In het oosten van de Romeinse wereld bleef het keizerlijk gezag bestaan. Jeroen Wijnendaele wijdde een tijdje geleden op Twitter een draadje aan de veerkracht (resilience) van het Oosten.

1. Ten eerste: er waren nooit afzonderlijke West-Romeinse en Oost-Romeinse rijken. Er was slechts één Romeins Rijk, zelfs na 395 na Chr. Wel waren er twee regeringen. Oxford-historicus Fergus Millar beschreef dit terecht als de “tweelingregimes” van het Rijk.

2. De eenheid van de twee delen blijkt uit documenten als de Notitia Dignitatum (waarin sprake is van westelijke en oostelijke “delen”), en nog meer uit het wetboek dat keizer Theodosius II opstelde en met zijn neef Valentinianus III afkondigde voor het hele Romeinse Rijk, de Codex Theodosianus. Dat gezegd hebbende, er waren verschillen.
Lees verder “De veerkracht van het Romeinse Rijk” →

De Franken van Nebisgast tot Elegast

Eindelijk, eindelijk, eindelijk: er is een nieuw boek over de Franken. Het heet De Wereld van Clovis. De Val van Rome en de Geboorte van het Westen en is geschreven door de Vlaamse historicus Jeroen Wijnendaele. Niet dat er helemaal nooit iets wordt gepubliceerd over de mensen die ik gemakshalve even “onze voorouders” zal noemen. We hebben bijvoorbeeld het boek van Luit van der Tuuk. Maar de Franken, die lange tijd toch golden als het begin van de Nederlandse identiteit, hebben het de laatste twintig jaar publicitair moeten afleggen tegen de Romeinen. Een boek over de Franken is daarom welkom.

En niet uit nostalgie naar een traditioneler geschiedbeeld. De Late Oudheid is belangrijk en krijgt de laatste tijd eindelijk de aandacht die ze verdient. Recent onderzoek leidt tot nieuwe inzichten, zoals de muntschat die in 2017 is ontdekt bij Lienden: nog in 461 had Rome invloed in het Nederlandse rivierenlandschap. De Franken zijn echter niet alleen wetenschappelijk “hot”, ze zijn ook belangrijk. De ondertitel van Wijnendaeles boek mag dan klinken als goedkope hype, al in de inleiding is duidelijk waarom ze accuraat is: Clovis schiep in een versnipperd politiek landschap een West-Europese eenheid – en dat ideaal is sindsdien blijven bestaan. En van idealen kan vormende werking uitgaan. Kortom, een belangrijk boek.

Lees verder “De Franken van Nebisgast tot Elegast” →

Laatantiek Andalusië

Pegasos (Archeologisch Museum, Córdoba)

De invloedrijkste Romein uit Romeins Andalusië, waarover ik gisteren blogde, zal Hosius wel zijn geweest. U heeft nog nooit van hem gehoord, maar deze bisschop van Córdoba was de religieuze adviseur van keizer Constantijn (r.306-337). Hij heeft hem niet alleen begeleid bij zijn eerste kennismaking met het christendom, maar hem er ook van overtuigd – en dit was beslissend – dat wie Christus vereerde, alléén Christus mocht vereren, en dat er slechts één correcte wijze was. Dat Christus als godheid erkend zou worden, was nooit een Romeins probleem; dat je andere goden afwees, staat bekend als proto-orthodox, en het stond niet in de sterren geschreven dat deze specifieke vorm van christendom dominant zou worden. Evenmin was het vanzelfsprekend dat christenen zich zouden uitputten in het vinden van de meest correcte formulering van een orthodoxie.

Hosius’ invloed op het latere christendom was dus groot. Het is misschien geen toeval dat de man die dit christendom uiteindelijk doorduwde, keizer Theodosius I (r.378-395) eveneens afkomstig was uit Spanje. Ook de eerste christen die om zijn geloofsovertuiging door mede-christenen werd gedood, Priscillianus, was een Spanjaard.

Lees verder “Laatantiek Andalusië” →

Het einde van de Oudheid

Toen Romulus Augustulus in 476 werd afgezet, was Julius Nepos nog steeds de officiële keizer van het West-Romeinse Rijk (Bodemuseum, Berlijn)

Het handboek van Luuk de Blois en Bert van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, eindigt met een beschouwing over het einde van de Oudheid. Die begint met de opmerking dat het een onmogelijke taak is het einde van het behandelde tijdperk te markeren. Elke periodisering, zo schrijven de auteurs, heeft immers iets onnatuurlijks. Ze geven ook aan dat het jaartal 500 na Chr. alleen maar de gewoonlijke keuze is, en behandelen dan diverse mogelijkheden.

Politiek en religie

Wie kijkt naar de politiek, kan kiezen voor het einde van het Romeinse Rijk, maar dan deugt 500 niet. In plaats daarvan zou je 1453 moeten kiezen, als Mehmet de Veroveraar de laatste Romeinse hoofdstad Constantinopel inneemt. Het einde van het West-Romeinse Rijk in 476 is ook al een rare keuze, schrijven de auteurs, want feitelijk stelde dat politiek al een tijdje niet meer zo veel voor, terwijl de ideologie van de ene wereldheerser nog bleef bestaan. Dus wat wilde het afzetten van Romulus Augustulus zeggen? De Arabische veroveringen in de zevende eeuw vormden volgens de schrijvers wél een belangrijke politieke breuk. Ze geven althans geen redenen waarom het belang van dit proces genuanceerd zou moeten worden. Ik denk: terecht.

Lees verder “Het einde van de Oudheid” →

Hoezo Grote Volksverhuizingen?

Een Frankische krijger: de Heer van Morken (Johnny Shumate)

In het vorige stukje in deze reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek vatte ik beknopt het standaardbeeld van de Grote Volksverhuizingen samen. Ook legde ik uit dat de groep die de auteurs aanduiden als de Visigoten, feitelijk een Romeins leger was onder leiding van Alarik.

Alarik

Alarik had Gotisch bloed en stond aan het hoofd van een leger dat bestond uit diverse groepen: Greutungi, Tervingi, Hunnen, maar ook Thracische boeren, soldaten van het Romeinse leger van de Beneden-Donau. Theodosius had Alarik in dienst genomen en hij streed voor deze keizer tijdens de slag aan de Frigidus (394). Toen zijn broodheer begin 395 overleed, stonden diens twee opvolgers (Arcadius in het oosten en Honorius in het westen) zwak, en Alarik gebruikte zijn troepen om het opperbevelhebberschap in het westen op te eisen. De plundering van Rome in 410 was het ultieme pressiemiddel, maar Honorius gaf geen krimp en daarmee was Alariks carrière uitgelopen op een mislukking.

Lees verder “Hoezo Grote Volksverhuizingen?” →

De laat-Romeinse religie

Deze Mithrasgroep uit Sidon toont dat de oude religie nog bestond in de laatste jaren van de vierde eeuw.

In Een kennismaking met de oude wereld noemen De Blois en Van der Spek de doorbraak van het christendom als een van de wezenlijke kenmerken van de Late Oudheid. Dat lijkt me correct, al zou het misschien beter zijn te spreken van de doorbraak van de orthodoxie. Christus had al heel lang talloze vereerders en zelfs degenen die Christus niet vereerden, ontkenden niet dat het ging om een van de vele bovennatuurlijke entiteiten. (Nu ik dit schrijf, vraag ik me af of degenen die de eerste christenen vervolgden, de aan Christus toegeschreven meer-dan-menselijke eigenschappen ontkenden. De Romeinen vervolgden ook joden, astrologen en Isisaanhangers en ik kan me niet herinneren gelezen te hebben dat de magistraten de goddelijkheid van Jahweh, de sterren of Isis in twijfel trokken.) Ook waren vrijwel alle heidenen in de vierde eeuw monotheïsten. Dus misschien moeten we die doorbraak van het christendom wat anders typeren.

Kerstening

Het proces dat zich in de vierde eeuw voltrok, was dat de monotheïsten steeds vaker hun ene god identificeerden met God de Vader en Christus als middelaar accepteerden. Het was minder ingrijpend dan wel wordt gedacht en de weerstand tegen het christendom was zo groot niet.

Lees verder “De laat-Romeinse religie” →

Oost en West

Het missorium van Theodosius, met naast hem Valentinianus II en Arcadius: drie keizers in oost en west (Archeologisch Museum, Mérida)

Het zestiende hoofdstuk van het handboek van De Blois en Van der Spek zou beter in tweeën gesplitst kunnen worden.noot Net als het voorgaande, dat beter verdeeld kan worden in een hoofdstuk over het politieke systeem van de Vroege Keizertijd en een hoofdstuk over sociale, economische en religieuze aspecten. De eerste helft van hoofdstuk zestien zou dan kunnen gaan over de Crisis van de Derde Eeuw tot en met Constantijn, en de tweede helft zou dan de Late Oudheid behandelen.

Periodisering

Een eerste punt is hier dat van de periodisering. De geleerden van de Renaissance introduceerden een drieslag: eerst was er de Oudheid (goed), toen waren er de Middeleeuwen (niet goed) en tot slot was er de Nieuwe Tijd, waarin men aansluiting zocht bij de Oudheid. Die verdeling is sindsdien grotendeels gehandhaafd, maar is uiteraard problematisch. Elke begrenzing schept grensgevallen. De laatste tijd leggen historici vooral de nadruk op de continuïteit van Constantijn tot Karel de Grote en schuiven ze de late Romeinse tijd en de Vroege Middeleeuwen ineen tot een nieuw tijdvak, de Late Oudheid. Daarna beginnen de Arabische en Latijnse bronnen even rijk te stromen als de Griekse en is er definitief een einde gekomen aan de Oudheid, die we definiëren als de tijd waarin we naast de archeologie wel bronnen hebben maar onvoldoende voor echte geschiedschrijving.

Lees verder “Oost en West” →

Archeologie als flauwekul

Reliëf van elf goden, een heros en keizer Theodosius uit Efese (Archeologisch Museum, Selçuk)

Eigenlijk wilde ik, nu mijn blog gaat jubileren, niet mopperen. Maar toch. Twee publicitaire missers in vierentwintig uur. We staan er weer gekleurd op.

Misser één. De Amerikaanse onderzoeker Douglas Boin kondigde onlangs een ontdekking aan in een antieke tempel in Italië. Die oudheidkundige, die kende ik. Ik las ooit Boins boek over Alarik, waarin de war lord werd gepresenteerd als slachtoffer van een hard Romeins grensbeleid dat talentvolle mensen schoffeerde. Boins schets van de Goten leek me geïdealiseerd, maar vooral: het boek leek meer op een bijdrage aan de politieke discussie over de grens tussen Texas en Mexico dan op geschiedschrijving. Ik heb het hier maar niet besproken.

En nu dus “a major announcement”. Er is geen wetenschappelijke publicatie, want archeologen zoeken de publiciteit het liefst vóór de claim controleerbaar wordt. Het komt er echter op neer dat de bewoners van Spello in Italië een (al bekende) tempel hebben gebouwd voor de familie van keizer Constantijn de Grote, en dat er nu drie muren zijn gevonden die bij die tempel zouden kunnen horen. Die muren, zo claimen de opgravers, bieden “zeer intrigerend potentieel voor een belangrijke ontdekking voor de keizercultus tijdens een christelijke heerser”.

Lees verder “Archeologie als flauwekul” →

De schat van Chimtou

De schat van Chimtou (Bardomuseum, Tunis)

Eerder deze maand was ik in Tunesië en ik had de gelegenheid het onlangs heropende Bardomuseum te bezoeken. Het is een negentiende-eeuws paleis van de Bey van Tunis, dus je wandelt voortdurend door allerlei kamers en gangen en passeert zalen en hofjes. Een labyrint.

De schat van Chimtou

Tijdens de sluiting is een van de zalen ingericht voor de schat van Chimtou, het antieke Simitthus. En ja, dit is echt een schat, in de meest letterlijke zin des woords: het gaat om 1648 goudstukken die in één keer zijn begraven. Deze munten, zogeheten solidi, waren geen betaalmiddelen maar dienden om kapitaal te verplaatsen: het gaat dus om een gigantisch bedrag. 1648 goudstukken vormden het jaarinkomen van een niet al te rijke senator. Je kon er 330 soldaten of 180 ruiters een jaar mee betalen. Je kon er ook 1000 slaven voor kopen.

Lees verder “De schat van Chimtou” →

Stilicho

Stilicho

Twitter, dat was ooit leuk, tot schreeuwlelijkerds er de toon gingen zetten en Elon Musk er de macht overnam. Evengoed stonden er best leuke dingen, zoals de vier draadjes die de Gentse oudhistoricus Jeroen Wijnendaele in 2021 en 2022 postte over de Late Oudheid. Hier is de tweede, over de op 22 augustus 408 vermoorde Romeinse generaal Stilicho, voor u vertaald in het Nederlands.

***

1. Op deze dag in 408 na Chr. werd de keizerlijke bevelhebber Stilicho geëxecuteerd. Hij is een van de boeiendste personen uit de laat-Romeinse wereld. Van 395 tot 408 beheerste hij de facto het westerse hof en beleid. Dit was een cruciale periode in de tijd die bekendstaat als de “Val van Rome”.

De Romein Stilicho

2. Eerst en vooral: tal van handboeken en studies verwijzen nog steeds naar hem als de “Vandaal”, de “Half-Vandaal”, of – horresco referens – de “Germaanse” Stilicho. Deze typeringen zijn onjuist, gedeeltelijk juist en opnieuw onjuist. Doorgaans onvermeld blijft het zinvolste etiket van allemaal: Stilicho was een Romein. Waarom?

Lees verder “Stilicho” →