Het gelijk van André Klukhuhn

De ernstigste consequentie van de snel groeiende publicatieberg is gelegen in de steeds toenemende starheid van de wetenschap. Immers, in iedere publicatie wordt gebruik gemaakt van stukken theorie en techniek, overgenomen uit andere publicaties, die ieder op hun beurt weer verwijzingen bevatten naar een volgende vertienvoudigde laag publicaties, enzovoort. Voor een kritische lezer is er zodoende geen beginnen meer aan om de betwijfelde uitkomsten van een publicatie ter discussie te stellen. Het graafwerk naar de wortels van de bewering zou al aanzienlijk meer dan een gemiddeld wetenschappelijk mensenleven in beslag nemen. Die consequentie is daarom zo ernstig, omdat de kritiseerbaarheid ermee verloren gaat, waarmee de wetenschap tot in de kern wordt geraakt.

Aan het woord was chemicus André Klukhuhn, destijds hoofd van het Studium Generale in Utrecht en auteur van Hypothese van het heden (1989). Pagina voor pagina legt hij uit hoe de wetenschap in de jaren tachtig het moeras in aan het lopen was. Sindsdien heeft hij jaar na jaar meer gelijk gekregen.

Lees verder “Het gelijk van André Klukhuhn”

Het Romeinse Rijk van Fik Meijer (4)

De zelfmoord van de Dacische koning Decebalus op de Zuil van Trajanus

[Dit is het vierde deel van een beschouwing over Macht zonder grenzen van Fik Meijer. Het eerste deel leest u hier.]

Mijn bezwaar tegen Macht zonder grenzen van Fik Meijer is, zoals ik in het eerste deel aangaf, tweeledig: zijn beheersing van de oudheidkundige methoden schiet tekort en hij bezit te weinig kennis van de feiten. Van een hoogleraar verwacht je meer kwaliteit. Ik heb, denk ik, nu wel voldoende onderbouwd dat er methodische fouten zitten in Meijers boeken, die ertoe leiden dat u een verkeerd beeld krijgt van de oude wereld. Dit is moeilijk te repareren. Dat ligt anders bij ’s mans tekortschietende kennis van bij oudhistorici algemeen bekende feiten. Hier is het probleem meer dat simpele verbeteringen niet worden doorgevoerd. Alvorens daarop in te gaan echter een passage die niet in de twee genoemde categorieën valt.

Pseudowetenschap

De definitie van pseudowetenschap is notoir lastig en daarom heb ik ooit de term “kwakgeschiedenis” gemunt om claims te typeren die verder gingen dan methodisch verantwoord was, maar bleven binnen de grenzen van het fysisch mogelijke. Er is een verschil tussen enerzijds Tom Holland, die eeuwenlange continuïteiten postuleert zonder het benodigde bewijs te kunnen leveren, en anderzijds Immanuel Velikovsky of Erich von Däniken, die dingen claimen die in strijd zijn met de natuurwetten.

Lees verder “Het Romeinse Rijk van Fik Meijer (4)”

Het Romeinse Rijk van Fik Meijer (2)

Moeilijk leesbaar, maar deze beroemde inscriptie uit Caesarea vermeldt in de tweede regel Pontius Pilatus en identificeert hem als prefect.

[Dit is het tweede deel van een beschouwing over Macht zonder grenzen van Fik Meijer. Het eerste deel leest u hier. Ik leg hieronder uit wat een historicus doet met bronnen.]

Jaren geleden leidde Fik Meijer in – ik meen – Felix Meritis een gesprek met Tom Holland, de auteur van Persian Fire. In dit boek over de Perzische Oorlogen beweert Holland dat dat conflict verklaart waarom het vrije, humanistische westen zo anders is dan het religieuze, despotische Nabije Oosten. Zo’n eeuwenlang beslaande tegenstelling moet je bewijzen – als je het alleen claimt, ben je geen historicus maar een als historicus verklede ideoloog. Het toeval wil dat de beslissendheid van de Perzische Oorlogen een voorbeeld is uit een essay van Max Weber dat wordt behandeld in handboeken voor geschiedtheorie, zoals Chris Lorenz’ De constructie van het verleden. Een eerstejaarsstudent weet dus waarom Hollands beweringen kulleklap zijn. Het curieuze is nu dat Meijer, hoewel toch hoogleraar oude geschiedenis, Holland prees: hij had bij het lezen van Persian Fire niet gemerkt dat Holland niet was opgeleid als oudhistoricus.

Vanzelfsprekend schrijft de beleefdheid voor dat we soms iets aardigs zeggen over een wanproduct – in de tweede alinea van dit stuk beschreef ik een veel voorkomende situatie waarin ik beleefdheid liet gaan vóór eerlijkheid – maar voor beleefdheid gaat Meijers uitspraak te ver. Veel te ver: dit is alsof een lid van de directieraad van het RIVM in het openbaar Jomanda complimenteert met de woorden dat hij niet had gemerkt dat ze niet was opgeleid als arts. Ik vrees dat de verklaring voor Meijers misplaatste compliment is dat hij de waarheid sprak: hij had inderdaad niet gemerkt dat Holland niet was opgeleid als oudhistoricus. Zou hij dat wel hebben herkend, dan zou hij de organisator van de bijeenkomst immers hebben gezegd dat geesteswetenschappers ideologie plegen door te prikken (“deconstrueren”) en dat hij zich niet leende voor het respectabel laten lijken van kwakgeschiedenis.

Lees verder “Het Romeinse Rijk van Fik Meijer (2)”

Rijk worden

corruptie

Rijk worden is niet moeilijk. Zie hierboven. En u mag raden wie ik zojuist op Twitter heb geblokt.

En nu even een stap verder. Zoiets gebeurt natuurlijk alleen, denkt u, in de schimmige wereld van het internet. Maar dat is niet zo. Ik heb in NRC Handelsblad eens een recensie gezien van een vertaling van de Griekse historicus Polybios, geschreven door Fik Meijer. Die had als hoogleraar aan dat boek had meegewerkt.

Wetenschappelijke ethiek, eenentwintigste eeuw.

Lees verder “Rijk worden”

Klassieken & communicatie (3)

Pantheon, Rome

[Dit is het derde van vijf stukjes over het belang van een uitgedachte communicatiestrategie voor de oudheidkundige disciplines. Het eerste is hier. Ik beschreef dat de structuur van de universiteit belet dat een communicatiestrategie wordt ontwikkeld.]

Zoals gezegd hebben de oudheidkundige disciplines enkele ontwikkelingen in de wetenschapscommunicatie gemist. De belangrijkste is de toename van het aantal hoogopgeleiden. Momenteel heeft een derde van de beroepsbevolking HBO of meer. Er is een publiek ontstaan dat vergissingen kan herkennen, waardoor er meer kritiek komt op academisch medewerkers. De classici en oudhistorici zijn voor deze kritiek kwetsbaar, want ze hebben, anders dan bijvoorbeeld de archeologen, in feite geen kwaliteitsnorm voor de publieksvoorlichting.

Lees verder “Klassieken & communicatie (3)”

Kwakgeschiedenis: Tom Holland

Michiel Leezenberg maakt vanavond in het NRC Handelsblad korte metten met het boek Het vierde beest van Tom Holland. Terecht. Een sappig verhaal is immers nog geen waar verhaal, en zeker over een politiek beladen onderwerp als de islam moet je genuanceerd zijn.

Eén van de problemen bij de beschrijving van de vroege islam is hoe je de eerste twee generaties reconstrueert aan de hand van de veelal veel later geschreven bronnen (de hadith). Zoiets is beslist niet onmogelijk; een biografie van koningin Cleopatra lukt eveneens, hoewel de meeste bronnen ruim een eeuw eeuw na haar dood zijn geschreven. Holland waagt zich echter niet aan die moeilijke analyse en in zijn boek speelt de profeet Mohammed daarom geen grote rol. Dat is gemakzuchtig. Als een klus te moeilijk voor je is, moet je er gewoon niet aan beginnen.

Lees verder “Kwakgeschiedenis: Tom Holland”