Manuscript met drakendoder

Middeleeuws Ovidius-manuscript (Vaticaanse Bibliotheek, Rome)

Scherp als uw ogen zijn en paraat als uw kennis van de Latijnse poëzie is, had u het bovenstaande natuurlijk terstond geïdentificeerd als de regels 27 tot en met 58 uit het derde boek (zie het cijfer bovenaan) van de Metamorfosen van Ovidius. Dat is het begin van een heel mooi verhaal dat ik hieronder aan u zal geven in de vertaling van Marietje d’Hane-Scheltema. Het manuscript is afkomstig uit de Vaticaanse Bibliotheek.

Het verhaal? Jupiter (zoals de Romeinen Zeus noemen) heeft van het strand bij de Phoenicische stad Tyrus – ik blogde er al eens over – het meisje Europa ontvoerd. Haar broer Cadmus gaat haar zoeken. Diens naam is overigens Semitisch: qedem betekent zoiets als “oosterling”. Hij belandt met wat vrienden in Griekenland en wil daar een stad gaan stichten. Hieronder leest u wat er toen gebeurde. Daarna, nog verder naar onder, nog een enkel woord over de slang in de boom.

Lees verder “Manuscript met drakendoder” →

Timoer Lenk

Timoer Lenk
Timoer Lenk

Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie plaatste de eerste postcommunistische leiders voor een probleem: waar laat je al die standbeelden die waren opgericht voor Lenin? De Hongaren legden een park aan waar zo’n tweehonderd van die beelden bij elkaar stonden. In de DDR verstopte Potsdam het monument achter wat bomen en verpatste Merseburg zijn beeld, zodat het nu staat in het Oost-Groningse Tjuchem. En in Oezbekistan zorgde de vorige week overleden president Islam Karimov ervoor dat de leninistische persoonsverheerlijking werd ingeruild voor de cultus van Timoer Lenk. Het was een poging een nieuw focus te geven aan een staat die zijn ideologische veren kwijt was geraakt en een nieuwe identiteit zocht.

De middeleeuwse veroveraar Timoer is in Nederland niet zo bekend, dus eerst even een korte introductie. Rond 1220 had de Mongoolse leider Djengis Khan Centraal-Azië onderworpen en de oorspronkelijke bevolking uitgemoord. Het lege land werd overgenomen door Mongools- en Turkssprekende nomaden die, toen het Mongoolse rijk na een kleine eeuw uiteenviel, nieuwe rijken vormden met nieuwe leiders. Een daarvan was Timoer Lenk (1336-1405), die een dynastie stichtte die nog een eeuw zou regeren, tot het land werd overgenomen door weer een nieuwe stam, waarover straks meer.

Lees verder “Timoer Lenk” →

De eerste Oezbeken

Shahkrisabz
Shahrisabz

In mijn reeks (1, 2, 3, 4, 5, 6) over de geschiedenis van Centraal-Azië vertelde ik gisteren hoe de Mongolen in de dertiende eeuw de etnische kaart opnieuw tekenden. De oude, Iraanse volken trokken zich terug in Perzië en Tajikistan, terwijl het gebied dat wij kennen als Turkmenistan, Oezbekistan en Kazachstan werd overgenomen door de Mongolen en de Turkse volken. Dit was, om het beeld te herhalen dat ik al tot vervelens toe heb gebruikt, de derde van de vier “grote vegen” waartoe ik de geschiedenis van Centraal-Azië probeer te reduceren.

De menselijke prijs van de Mongoolse veroveringen was immens, maar er was één positief gevolg: van Boedapest tot Burma en van Beijing tot Bagdad vormde Eurazië een eenheid, waardoor de handel kon opbloeien. Marco Polo is maar één voorbeeld van een reiziger in dit gebied. Een minder voor de hand liggend voorbeeld is de pestbacil, die in de veertiende eeuw van Tibet naar de Krim kon reizen en daarvandaan zijn verwoestende werk kon doen in West-Europa.

Lees verder “De eerste Oezbeken” →

Het Ottomaanse Rijk

Bayezid I, sultan van het Ottomaanse Rijk

In het Brusselse Bozar, op een steenworp van het centraal station, is momenteel een tentoonstelling over de manier waarop westerse kunstenaars in de vijftiende en zestiende eeuw keken naar het Ottomaanse Rijk. Zondag ben ik er met vrienden wezen kijken en ik kan alleen zeggen dat “Het Rijk van de Sultan” de moeite van een bezoek alleszins waard is. Die moeite bestond in ons geval uit tweemaal drie-en-half uur in de trein, maar je moet er iets voor over hebben.

In ruim twintig zalen worden diverse aspecten getoond van de wijze waarop Europese kunstenaars omgingen met dat wat ze over de Turken wisten (of meenden te weten). Eigenlijk moet ik zeggen: beeldende kunstenaars, want bijvoorbeeld muziek en literatuur blijven onderbelicht. Dat is een keuze en vermoedelijk een verstandige, want wat er nu aan schilderijen, tapijten, penningen, vuurwerkinstallaties, wapenrustingen en etsen wordt getoond, is al bijna meer dan een mens kan bevatten. Het is bovendien allemaal even interessant: dit is typisch zo’n expositie die je twee keer moet bezoeken, wat ons, Hollandse dagjesmensen, vanzelfsprekend niet lukte.

Lees verder “Het Ottomaanse Rijk” →

Het lot is altijd dwarser

shiraz_tomb_hafez_10

Shiraz is de stad van de rozen, van de liefde, van de Iraanse dichters en dan heel in het bijzonder van de Perzische dichter Hafez ter sprake. Hij leefde in de veertiende eeuw in een stad die miraculeus had weten te ontsnappen aan de grote invasies van de Mongolen. Hafez’ liefde voor zijn vaderstad is voor een deel te verklaren door het simpele feit dat buitenlandse reizen onveilig waren.

Zijn poëzie heeft de vorm van liefdesliedjes, en vaak gaat het inderdaad over liefde. Ook kroegen en drank worden bezongen, en het is zonder meer mogelijk de gedichten van Hafez te lezen als lof van Wein, Weib & Gesang. Het is echter wel Perzische poëzie, waarin het vaak een spel is dingen zó te zeggen dat ze lijken op iets anders.

Lees verder “Het lot is altijd dwarser” →

De Verdediger van de Vrede

Lodewijk IV

In 1314 kozen de Duitse rijksgroten hertog Lodewijk van Beieren tot koning. Het was destijds gebruikelijk dat de koningen van het Heilige Roomse Rijk – zoals Duitsland destijds heette – probeerden zich daarna tot keizer te laten kronen, waarvoor men dan naar Italië trok om zich in Rome te vervoegen bij de paus. Ook Lodewijk trok naar Rome, hoewel op dat moment, 1327/1328, de paus verbleef in Avignon. Daarom verzocht de Duitse koning een vertegenwoordiger van het Romeinse volk hem te kronen. En zo geschiedde.

Dit was niet alleen omdat de paus er niet was. Er lag een ideologische keuze aan ten grondslag die te maken had met een omstreden boek dat in 1324 was gepubliceerd, de Verdediger van de vrede (Defensor pacis) van de Parijse geleerde Marsiglio dei Mainardini of, zoals zijn wetenschappelijke artiestennaam luidde, Marsilius van Padua. In het boek verbond hij enkele radicale consequenties aan het denken van de Arabische filosoof Ibn Rushd (Averroës), die erop had gewezen dat het religieuze en het wetenschappelijke kennen berustten op twee verschillende methoden, en de Brabantse denker Siger, die had gesproken van een dubbele waarheid. Dei Mainardini verbond hieraan de conclusie dat de kerk een ander soort waarheid bezat dan de staat en dat de twee zich zo min mogelijk met elkaar moesten bemoeien.

Lees verder “De Verdediger van de Vrede” →

De keizers van het Byzantijnse Rijk

Het hof van het Byzantijnse Rijk (op een reliëf uit Istanbul).

Ik heb de woorden van de Duitse filosoof Georg Hegel al eens eerder geciteerd: de geschiedenis van het Byzantijnse Rijk was

eine tausendjährige Reihe von fortwährenden Verbrechen, Schwächen, Niederträchtigkeiten und Charakterlosigkeit.

Andere negentiende- en twintigste-eeuwse auteurs hebben soortgelijke uitspraken gedaan. Moderne auteurs over het onderwerp nemen deze opmerkingen vaak als uitgangspunt om aan te geven hoe sterk onze opvattingen sindsdien zijn veranderd.

Zo ook Hein van Dolen in zijn sympathieke Een kleine geschiedenis van het Byzantijnse Rijk. Hij begint met de constatering dat het onderwerp “verwaarloosd en ondergewaardeerd” is geweest, wijst erop dat dit beeld de afgelopen halve eeuw radicaal is gekanteld en neemt de lezer vervolgens mee door een geschiedenis van ruim elf eeuwen.

Lees verder “De keizers van het Byzantijnse Rijk” →

Het gouden Byzantijnse Rijk

Een met een watermolen aangedreven zaagmachine uit het Byzantijnse Rijk (reconstructie, Schloss Schallaburg)

“Eine tausendjährige Reihe von Verbrechen, Schwächen, Niederträchtigkeiten und Charakterlosheit”: zo typeerde de Duitse filosoof Georg Hegel de geschiedenis van het Byzantijnse Rijk. Dat beeld bestaat in feite nog altijd – als er al een beeld is, want Byzantium is in de westerse wereld nog onbekender dan de wereld van de middeleeuwse islam. Het keizerrijk wordt in het onderwijs genegeerd, en in ons taalgebruik is “Byzantijns” synoniem met luxe, weelde, decadentie, corruptie en complexiteit.

Een voorbeeld van een klein jaar geleden: tijdens de republikeinse voorverkiezingen riep de Amerikaanse politicus Herman Cain op tot een drastische vereenvoudiging van de belastingen om een einde te maken aan het vigerende “Byzantine tax system”. Zou hij hebben geweten dat het Byzantijnse Rijk slechts twee belastingen kenden, een vaste heffing per hoofd en een variabele heffing per eenheid landbouwgrond? Cains eigen 9/9/9-plan was, vergeleken hiermee, nogal, eh, Byzantijns.

Lees verder “Het gouden Byzantijnse Rijk” →

Het Scheermes van Ockham

Jacob Revius

Ik blogde gisteren over een vergissing in het Handelsblad.

Het leven van Jacob Revius valt grotendeels in de Tachtigjarige Oorlog (1568-1658).

In heb in totaal negen reacties gehad. Zes mensen meenden dat de fout zit in het eerste getal en dat de schrijver de levensjaren van Revius verkeerd heeft weergegeven. De geleerde is geboren in 1586, en het is makkelijk daarvan 1568 te maken. Deze verklaring vind ik plausibel. De drie anderen meenden dat de vergissing zit in het tweede getal. Zij meenden dat de schrijver de duur van de oorlog heeft willen aangeven, en dat 1658 is getypt in plaats van 1648. Ook dat is plausibel.

Welke verklaring zou de juiste zijn? We kunnen hier het logische beginsel op loslaten dat bekendstaat als het Scheermes van Ockham. Het houdt in dat die verklaring de voorkeur verdient, die de minste aannames nodig heeft. Dit principe is geformuleerd door de middeleeuwse filosoof Willem van Ockham.

Lees verder “Het Scheermes van Ockham” →