Assyrisch fort

Assyrische gebouwen in Megiddo

De Assyriërs legden de grondslagen voor wat we het oosterse wereldrijk zouden kunnen noemen: één staat die de hele Vruchtbare Halve Maan verenigde. De gelegde fundamenten zijn daarna solide gebleken: ook nadat de Assyrische heerschappij ten onder was gegaan – Nineveh viel in 612 v.Chr. – bleef de eenheid bewaard, zij het onder Babylonische heerschappij. Later namen de Achaimenidische Perzen, Alexander de Grote en diens opvolgers de macht over.

Hoe bouwden de Assyriërs dat rijk? Grote, professionele legers om te beginnen. Gecalculeerde wreedheid ook, want dat demoraliseerde potentiële vijanden. Deportaties. Een efficiënte bureaucratie, die bijvoorbeeld verdragen op schrift stelde. Capabele bestuurders. En natuurlijk ook garnizoenen in de onderworpen gebieden. Garnizoenen die we archeologisch terugvinden. Eén voorbeeld ziet u hierboven: Megiddo.

Lees verder “Assyrisch fort”

Ivoor uit Megiddo

Ivoor uit Megiddo (Israel Museum, Jeruzalem)
Ivoor uit Megiddo (Israel Museum, Jeruzalem)

Het Israel Museum in Jeruzalem documenteert de geschiedenis van het Joodse volk. Een volk dat, zoals u weet, over de wereld verspreid is geraakt en – enkele uitzonderingen daargelaten – overal bestond als minderheid, wat betekent dat het Israel Museum in feite een wereldmuseum is waarin vrijwel alle delen van de wereld aan bod komen. Ik herinner me een zaal waar de diverse zwarte hoeden werden geëxposeerd die de Russische Joden plegen te dragen.

Het verband met het zionisme, het idee om de verstrooide Joden te herenigen in het land van Israël, is in dit museum nooit ver weg en daardoor zijn er onderdelen in de expositie die minder behoren bij het Joodse volk dan bij het land. Zoals het bovenstaande ivoortje, dat is gevonden in Megiddo, de stad waar je, van het zuiden komend, Galilea binnen reist. Ik heb daar wel eens eerder over geblogd. Het ivoortje is alleen Joods te noemen in de zin dat het de cultuur van de Kanaänieten documenteert vóór het volk van Israël zich vestigde in het Land van Melk en Honing.

Lees verder “Ivoor uit Megiddo”

2x Megiddo

Toetmozes III (Kunsthistorisches Museum, Wenen)
Toetmoses III (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Het is een van de beroemdste verhalen uit de oude wereld. In 1457 v.Chr. – of 1448 of 1447, als de laatste berichten kloppen – besloot de pas aangetreden Egyptische koning Toetmoses III tot een veldtocht naar Kanaän, waar hij Megiddo wilde veroveren. Dat was een strategisch gelegen stad waarvandaan verschillende wegen leidden naar het noorden en oosten.

Er liepen ook verschillende wegen naartoe: er waren drie manieren om over het Karmelgebergte te trekken en Megiddo te benaderen. De gewone route was vanaf een punt voorbij het huidige Tel Aviv oostwaarts en dan, als men eenmaal over de bergen was, linksaf naar het noordwesten. Het alternatief voerde parallel langs de kust en passeerde de bergen bij Yokneam, waar het leger dan een scherpe bocht naar rechts zou moeten maken om naar het zuidoosten te gaan, richting Megiddo.

Lees verder “2x Megiddo”

De archeologische nieuwsmachine

De legioenbasis, gezien vanaf Megiddo

Toen keizer Augustus stierf, had het Romeinse Rijk vijfentwintig legioenen. Dat aantal zou nog wat groeien: dertig ten tijde van Trajanus, drieeëndertig ten tijde van Septimius Severus, en daarna nog meer, zij het dat deze eenheden steeds kleiner werden. Over het algemeen bleven legioenen op dezelfde plaats: in Bonn en Xanten lagen eeuwenlang het Eerste Minervia en het Dertigste Ulpia Victrix. Legioenbases zijn daardoor zeldzaam, maar ze documenteren eeuwen geschiedenis.

Daarom was het groot nieuws toen de Israëlische Archeologische Dienst onlangs bekend maakte de basis van het Zesde Legioen Ferrata te hebben gevonden, niet ver van Megiddo. Een leuke vondst, die het zoveelste hoofdstuk toevoegt aan de toch al interessante militaire geschiedenis van de plaats: Megiddo speelde een rol in de campagnes van Toetmozes III, de koningen van Israël bouwden er een garnizoenstad, koning Josia ontmoette hier farao Necho, en in de recentere geschiedenis is hier gevochten door Napoleon en generaal Allenby. En nu is er dus ook bewijs dat de Romeinen hier een legerbasis hadden.

Lees verder “De archeologische nieuwsmachine”

Goed nieuws uit Megiddo

Megiddo

Bingo! Ik blogde enkele dagen geleden enkele keren over de archeologie van Israël en wees op het enorme belang van de opgravingen die momenteel plaatsvinden in Megiddo. Daar kon, zo merkte ik op, namelijk het organische materiaal worden gevonden dat nodig is om vast te stellen waar de grens ligt tussen IJzer I en IJzer IIa.

Er zijn nogal wat antieke ruïnes in Israël die, aan de hand van aardewerk, worden gedateerd in het IJzer IIa. De “hoge datering” zou betekenen dat ze door koning Salomo kunnen zijn gebouwd en wil zeggen dat de auteur van 1 Koningen redelijk betrouwbare informatie had, een “lage datering” zou betekenen dat ze jonger zijn en houdt in dat het bijbelse verhaal achteraf is geconstrueerd. Het heeft er momenteel de schijn van dat we langzaam het maximalistische idee “het verhaal uit de Bijbel is betrouwbaar tenzij er archeologisch bewijs is voor het tegendeel” moeten inruilen voor het minimalisme: “het bijbelse verhaal kan niet als historisch betrouwbaar worden gelezen, tenzij het archeologisch wordt bevestigd”.

Lees verder “Goed nieuws uit Megiddo”

Archeologie van Israël (5): analyse

megiddo_s_stables1
De stallen van Megiddo: een voorbeeld van een gebouw dat eerst ten tijde van Salomo werd gedateerd, maar jonger bleek te zijn.

Ik heb de afgelopen dagen geblogd over de Vroege IJzertijd-archeologie van Israël. De eerste post is hier. De centrale vraag was daarbij of de maximalisten of de minimalisten de betere benadering kozen, en dat is afhankelijk van twee vragen. De eerste, waarover we het nog niet hebben gehad, is of er bewijs is voor de Intocht; de tweede is of er bewijs is voor monumentale architectuur op het moment waarop koning Salomo regeerde.

Er zijn inderdaad grote monumenten gevonden, waarvan die in Jeruzalem het meest tot de verbeelding spreken. Volgens de traditionele, “hoge” chronologie van het IJzer IIa-aardewerk zijn die op het juiste moment te dateren. Volgens een recentere, “lage”, chronologie begint het IJzer IIa echter later en kan de “large stone structure” in Jeruzalem alleen ná Salomo zijn gebouwd. De oplossing zal moeten komen van 14C-dateringen, en even leek er uit Tel Rehov bewijs dat het IJzer IIa-aardewerk al in gebruik was vóór het einde van de regering van koning Salomo. Bij nader inzien bleek het bewijs niet waterdicht.

In een nogal polemisch artikel – hier online – zet Israel Finkelstein uiteen hoe de vork volgens hem in de steel zit. Anders dan de benaming suggereert, zijn 14C-dateringen geen dateringen. Het zijn waarschijnlijkheden. Als je verschillende dateerbare vondsten hebt, kun je de waarschijnlijkheden combineren. Ik kan onvoldoende beoordelen of de waarschijnlijkheden wel op de juiste wijze zijn gecombineerd, maar het einderesultaat van Finkesteins redenatie begrijp ik wel. (Althans, dat denk ik.) Je zou hebben gehoopt dat de gecombineerde waarschijnlijkheden een kansverdeling zouden hebben opgeleverd met één, liefst duidelijke top, die aangeeft waar de grens tussen IJzer I en IJzer IIa moet worden geplaatst. Maar, alsof de duvel d’r mee speelt, het eindresultaat heeft twee toppen.

Dit plaatje verklaart een hoop. Om te beginnen blijkt dat de aanhangers van de hoge chronologie gelijk hadden toen ze van 1000-980 opschoven richting 970. De datum die ze kozen voor de overgang, is consistent met de linkertop van dit schema. Ook blijkt dat de aanhangers van de lage chronologie gelijk hadden toen ze opschoven van 900 naar 930. Dat correspondeert met de rechtertop van dit schema. En je zou kunnen zeggen dat de rechtertop nét iets waarschijnlijker is dan de linker – ergo, de lage chronologie is het meest plausibel, gebouwen als de large stone structure dateren van ná Salomo, de bijbelse toeschrijving aan hem is onjuist en de minimalisten hebben de betere argumenten.

Maar het moge inmiddels duidelijk zijn dat het nooit simpel is. De bovenstaande statistiek is gebaseerd op de gegevens die de aanhangers van de hoge chronologie zelf aanleverden. Maar de mensen van het lab hebben misschien te weinig gekeken naar de archeologische werkelijkheid in het veld en onvoldoende rekening gehouden met het feit dat de monsters zijn genomen uit lagen die niet goed zijn gescheiden.

Een heel beroemd voorbeeld van dit probleem is de “schat van Troje”. De voorwerpen zijn destijds verborgen in een kuil, en dat wil zeggen dat Schliemann ze heeft opgegraven in een oudere bewoningslaag dan die waartoe ze feitelijk behoren. De vraag hoe oud de sieraden zijn, is afhankelijk van de diepte van de destijds gegraven kuil, en omdat Schliemanns velddagboeken niet helemaal duidelijk zijn, is de discussie nog niet afgelopen. Wat in Bronstijd-Turkije kan gebeuren, kan ook zorgen voor complicaties in IJzertijd-Israël, en de aanhangers van de lage chronologie verwijten dit nu aan de aanhangers van de lage chronologie.

Ook het verwijt van slecht gebruik van statistiek wordt gemaakt. Het schijnt dat als de parameters van de berekening, waarbij de aanhangers van de hoge chronologie ongebruikelijke keuzes hebben gemaakt, in overeenstemming worden gebracht met hun normale waarden, de rechter top van de curve veel geprononceerder wordt. Ik kan dit niet beoordelen. Wat ik wel snap is dat de aanhangers van de lage chronologie voorlopig het laatste woord hebben.

Ze zijn echter in de eerste plaats wetenschappers, die niet slechts het laatste woord willen hebben, het zeker willen weten. Inmiddels is een campagne begonnen bij Megiddo, een opgraving waar de diverse Brons- en IJzertijdstrata goed zijn gedocumenteerd en een grote kans is dat er dateerbaar organisch materiaal wordt gevonden. Het doel van deze opgraving is te komen tot een zo duidelijk mogelijke chronologie, maar de eerste tekenen zijn niet gunstig. De afgelopen weken zijn namelijk verschillende persberichten gekomen, en die gaan vooral over een schatvondst, en dat is natuurlijk niet half zo interessant als funderingshout of een verbrande maaltijd.

Voorlopig staan, in de discussie over de chronologie, de aanhangers van de lage chronologie en de minimalisten vóór, maar het is slechts op punten. We zullen echter nog wel meemaken dat deze kwestie wordt opgelost. Voor het moment zullen we het hierbij laten, en eens gaan kijken in Tel Hazor, waarvan deze week werd beweerd dat er bewijs was gevonden voor verwoestingen tijdens de Intocht.

[wordt vervolgd]