Een Koptische legende

Koptisch mozaïek van de heilige familie (Hangende Kerk, Cairo)

Ik ben nooit in Matariyya geweest, een oud christelijk heiligdom in de buurt van Cairo. Het heeft echter al zeker een halve eeuw mijn belangstelling, want mijn moeder vertelde me ooit het bijbehorende verhaal, dat zij ongetwijfeld in de jaren veertig van een pater zal hebben gehoord.

Het komt erop neer dat Maria en Jozef, samen met de pas geboren baby Jezus, na de kindermoord van Betlehem op de vlucht waren voor de soldaten van koning Herodes de Grote. (Met de kennis van nu weten we: die soldaten kunnen best weleens Bataven zijn geweest.) Ze waren, zoals ook de evangelist Matteüs vertelt, op weg naar Egypte. Volgens de legende kwamen de soldaten steeds dichterbij, zodat de heilsgeschiedenis dreigde een verkeerde afloop te krijgen. Gelukkig was er een grote boom die, toen de heilige familie even wilde uitrusten, de takken over de vluchtelingen uitspreidde, zodat de soldaten hen niet zagen.

Lees verder “Een Koptische legende”

Hans en Grietje

Banketbakkerij Hans en Grietje, Plovdiv

De wetenschap kent verscheidene hoaxes, mystificaties, falsificaties of hoe je ze ook maar wilt noemen. Ze worden om allerlei redenen in elkaar gezet: als academische grap, om iets aan te tonen, om verwarring te stichten of om geld te verdienen. Niet zelden is serieus onderzoek nodig om zo’n falsificatie te ontmaskeren. Gaat het dan om een inmiddels beroemd geworden mystificatie, dan krijgt zo’n werk een eigen intrinsieke waarde. Wie zou niet een “echte Van Megeren” willen hebben?

Op deze blog zijn ons eigen Nederlandse Oera Linda Boek, de Moabitische beeldjes en de Vrouw van Jezus al eens behandeld, en omdat het 1 april is, kan er nog wel wat bij: de “historische” Hans en Grietje.

Lees verder “Hans en Grietje”

Geesteswetenschappen in oorlogstijd

Waarom hebben we geesteswetenschappen? Op die vraag bestaan evenveel antwoorden als geesteswetenschappen. Het vak waarover ik zelf het meest schrijf, de oudheidkunde, probeert de wereld van de Romeinen, Grieken, Joden en Babyloniërs te doorgronden om de verschillen tussen toen en nu te duiden en zo onze eigen ideeën beter te begrijpen. Wie literatuur bestudeert, doet dat om perspectieven en situaties te begrijpen waar wij minder vertrouwd mee zijn. Een volgende onderzoeker bestudeert de mythen waarmee de leden van een gemeenschap zich onderling verbinden. Andere onderzoekers hebben weer andere doelen, maar samengevat gaat het doorgaans minder om het verklaren dan om het begrijpen, of, radicaal geformuleerd: het gaat niet om het object maar om het subject.

Bedreigde geesteswetenschappen

Zelfkennis is belangrijk, maar desondanks liggen de geesteswetenschappen onder vuur. Overwegend (maar niet uitsluitend) rechtse politici hebben al lang geleden ontdekt dat er publicitaire en electorale winst valt te behalen met schoppen tegen de humaniora. Een deel van de verklaring zal zijn dat sommige uitkomsten ongewenst zijn. Als geesteswetenschappers tonen dat zaken als nationalisme en het prijsmechanisme sociale constructen zijn, ontstaat zicht op alternatieven voor als vanzelfsprekend gepresenteerde nationale of economische noodzakelijkheden, en kunnen politici zulke noties niet langer gebruiken om het electoraat te mobiliseren. Het helpt bovendien niet dat geesteswetenschappers – websites als Neerlandistiek niet te na gesproken – zich zo onthutsend slecht uitleggen. En onbekend maakt onbemind maakt kwetsbaar.

Lees verder “Geesteswetenschappen in oorlogstijd”

De Duivelsbrug van Ginneken

De Duivelsbrug van Ginneken

Onverklaarbare zaken worden in het volksgeloof vaak als bovennatuurlijk gezien. Mensen schrijven ze dan graag toe aan een van de twee uitersten op dit gebied: god dan wel de duivel. Of iets dat daar aan onaardse wezens tussenin zit. Vreemd genoeg kon dit zowel positief als negatief uitpakken: we kennen uitdrukkingen als “duivels goed” maar ook “godsgruwelijk”. Van de Italiaanse violist en componist Niccolò Paganini werd beweerd dat zijn vioolspel zó virtuoos was dat hij wel een pakt met de duivel gesloten moest hebben om zo duivels goed te kunnen spelen. Zulke duivelse aspecten, zowel positief als negatief, komen we ook tegen in het begrip “duivelsbrug”.

Duivelsbruggen

Hoewel duivelsbruggen minder bekend zijn dan bijvoorbeeld witte wieven, komen ze in de folklore zó veel voor dat er een aparte categorie voor is in het classificatiesysteem van Aarne-Thompson-Uther. We hebben het in de regel over stenen, gewelfde bruggen, gebouwd in Europa tussen pakweg 1000 en 1600 na Chr., waarbij vaak sprake is van een destijds uitzonderlijke bouwkundige prestatie. Maar op die verhalen zijn varianten.
Lees verder “De Duivelsbrug van Ginneken”

Gilgameš en Achilleus

Achilleus en Patroklos (Altes Museum, Berlijn)

Ik heb vaker verteld dat er nogal wat overeenkomsten zijn tussen de diverse mythen, sagen en sprookjes. De grote vis van Sindbad de Zeeman is die van Sint-Brandaan; de voor zijn zonden gestrafte plek kan de stad Sodom zijn maar ook het klooster in het Solse Gat of het dorp van Filemon en Baukis. Zulke overeenkomsten zijn er. Om het tot heldenverhalen te beperken: het overzicht van Jan de Vries is oud maar nog altijd handig. Voor verhalen in het algemeen is er de Aarne-Thompson-Uther Index, die ik onder andere hier beschreef.

Een deel van de verklaring tussen de overeenkomsten zal zijn gelegen in de menselijke psyche: ik wil aannemen dat mannen uit alle culturen draken willen doden & prinsessen bevrijden. Ook zijn er migranten die verhalen meenemen, zoals Sjaak en de Bonenstaak. En verder springen verhaalmotieven sowieso over van de ene naar de andere cultuur. Zo kan het gebeuren dat de Olympische Spelen het een en ander gemeen hebben met het verhaal over de lijkspelen die Gilgameš voor Enkidu organiseerde.

Lees verder “Gilgameš en Achilleus”

Hero en Leandros

De Hellespont tussen Sestos (L) en Abydos (R)

Het verhaal is eigenlijk vrij simpel. In Sestos, aan de Europese kant van de Dardanellen (de antieke Hellespont), leefde Hero, priesteres van de godin Afrodite. Op de Aziatische oever, in Abydos, leefde haar geliefde Leandros. Die kon zijn vriendin alleen in de nacht bezoeken en daarom zwom hij elke nacht de zeestraat over. Hero stak altijd een fakkel aan, zodat Leandros wist waarheen hij moest richten. Op een keer woei de fakkel uit en raakte de zwemmer de weg kwijt. De volgende ochtend ontdekte Hero het levenloze lichaam van haar verdronken minnaar en sprong ze van een toren af, dood.

Het zou zomaar echt gebeurd kunnen zijn. De stromingen hier zijn berucht. Van de Griekse auteurs Polybios en Strabon weten we dat zelfs schepen onmogelijk rechtstreeks van de ene naar de andere oever konden varen. Bovendien valt Sestos niet rechtstreeks vanaf de tegenoverliggende kust te bereiken omdat de stroming van de haven af stroomt en zich richt op een punt even verderop. Op de aanlegplaats stond een toren, die voor schippers een noodzakelijk oriëntatiehulpmiddel was. In de Romeinse Keizertijd was dit baken vervangen door een vuurtoren.

Lees verder “Hero en Leandros”

Koning Kyrië

Kabouterberg, Hoogeloon

Even ten oosten van Hoogeloon, dat op zijn beurt weer ten westen van Eindhoven ligt, verrijst de Kabouterberg. Het is een oud Romeins graf. Of beter, het is een gereconstrueerd Romeins graf. De eigenlijke grafheuvel is een eeuw geleden gesloopt. De aarde is gebruikt om meertjes in de omgeving te dempen. Tien jaar geleden is de bult echter opnieuw opgeworpen. Die is lastig om te vinden want ze ligt middenin een bos. Mocht u het monument willen bekijken, dan zijn er twee wegen: deze en deze. Ik zou de eerste nemen, want de tweede is een soort hindernisbaan.

Naast de grafheuvel stond een Romeins grafmonument waarvan archeologen wat sporen hebben opgegraven. Op de foto ziet u de moderne reconstructie, gebaseerd op een vergelijking met soortgelijke monumenten in het Rijnland. De naam van de overledene is ontleend aan een militair diploma dat even verderop is gevonden in een Romeinse villa. Wat u daar in het bos ziet is dus allemaal op een grandioze manier nep, maar het is in elk geval geen onzin.

Lees verder “Koning Kyrië”

Sprookjes, gecatalogiseerd

Na lang intensief speuren ben ik dankzij een antiquariaat in Niesky (Saksen) voor een schappelijk bedrag in het bezit gekomen van een exemplaar van de catalogus uit 1943 van J.R.W. Sinninghe (1904-1988): Katalog der niederländische Märchen-, Ursprungssagen-, Sagen- und Legendenvarianten. Deze rubriceringscatalogus inclusief literatuurverwijzingen is na de index van Aarne-Thompson-Uther (ATU) zo’n beetje de belangrijkste indexering op dit gebied. Hij wordt bij gebrek aan een alternatief nog steeds gebruikt.

Richt de ATU zich in principe op sprookjes, Sinninghe richt zich meer op sagen en legenden. Beginnen de rubriceringen uit de Aarne-Thompson-Uther-index met de letters ATU, gevolgd door een doorlopend volgnummer, de rubriceringen uit Sinninghe worden gecodificeerd met de letters SIN gevolgd door

  • AT voor sprookjes (deze zijn namelijk een toevoeging aan de toenmalige Aarne-Thompson-index – Uther kwam er pas later aan te pas),
  • SAG voor sagen,
  • UR voor oorsprongssagen (Ursprungssagen) en
  • LEG voor legenden.

SINAT, SINSAG, SINUR en SINLEG worden telkens gevolgd door een volgnummer. Zo verwijst SINSAG 0689 op p.98 naar het motief van de rattenvanger (b.v. van Hamelen).

Lees verder “Sprookjes, gecatalogiseerd”

De duivel bouwt een kerk

Twee leeuwenkoppen op de deur van de Dom in Aken

Aken, de residentie van de in de Middeleeuwen welhaast legendarische Karel de Grote, is de stad waar ooit de Duitse koningen, als de keurvorsten een beslissing hadden genomen, werden gekroond. Later ging de vorst dan naar Italië om zich door de paus te laten kronen tot keizer. Het was natuurlijk wel de bedoeling dat de Akense kerk waar de koningskroning plaatsvond, er een beetje leuk uitzag en daar wilde het stadsbestuur wel voor zorgen. Het probleem: er was nauwelijks geld. De leden van de raad waren dus beslist geïnteresseerd toen een vreemdeling aanbood de financiering van het project op zich te nemen.

De vreemdeling die de raadszaal betrad, ging opvallend gekleed en iedereen begreep dat hij inderdaad rijk genoeg was. Ik stel me voor dat er over en weer complimenten zijn uitgewisseld en dat na deze inleidende opmerkingen het ontbrekende bedrag zal zijn genoemd. De vreemdeling zal toegezegd hebben het op tafel te leggen, maar stelde één voorwaarde: hij wilde de ziel hebben van de eerste die de nieuwe kerk zou betreden. Het was, zoals u hebt begrepen, der Teufel höchstpersönlich.

Lees verder “De duivel bouwt een kerk”

De ring van Polykrates

Gevelsteen (Sint-Luciënsteeg, Amsterdam)

Misschien kent u het verhaal van het vrouwtje van Stavoren, dat is overgeleverd door de gebroeders Grimm. Simpel samengevat – en dus ontdaan van de charmante details die het maken tot een echt verhaal – komt het erop neer dat een steenrijke dame onheil krijgt aangekondigd en haar ring in zee werpt met de woorden “ik zal net zo min arm worden als deze ring ooit wordt teruggevonden!”, waarna de ring wordt aangetroffen in de maag van een vis en de vanzelfsprekend slechte afloop onvermijdelijk volgt.

Het sprookjesmotief van de ring in de vissenmaag is welbekend. In de Aarne-Thompson-index van folkloristische motieven is het nummer 736a. Een klassieke variant is het verhaal van Polykrates, dat wordt verteld door Herodotos van Halikarnassos, die Polykrates typeert als de immer succesvolle alleenheerser van Samos, die honderd schepen heeft met vijfduizend roeiers en duizend boogschutters. Op een dag krijgt Polykrates advies van zijn vriend Amasis, de koning van Egypte. Hier is een deel van die brief, in de vertaling van Hein van Dolen:

Lees verder “De ring van Polykrates”