Kwakgeschiedenis: Luther

Een tijdje geleden fietste ik van Zwolle naar Deventer. Ik was nog niet lang onderweg toen ik een gebouw zag dat ik nooit eerder had gezien maar uit duizenden herkende: Windesheim, een van de centra van de Moderne Devotie.  Dat dit een kerkelijke vernieuwingsbeweging uit de Late Middeleeuwen is geweest, reken ik tot de algemene ontwikkeling. Je hoeft in elk geval geen professioneel historicus te zijn om ervan te weten. Ik hoorde er bijvoorbeeld zelf van toen ik op de lagere school zat. De Moderne Devotie maakt nu geen deel meer uit van de canon, maar in ons geschiedenisboekje stonden Geert Groote en de Broeders des Gemenen Levens keurig vermeld.

Je hoeft ook geen doctor in de geschiedwetenschap te zijn om te weten dat in diezelfde Late Middeleeuwen Johannes Hus en John Wyclif twee belangrijke vernieuwers waren van het Europese christendom. Dat was op dat moment inderdaad toe aan vernieuwing: al rond 1300 hekelde Dante de rijkdommen van de kerk, daarop volgden eerst het verblijf van de pausen in Avignon en vervolgens het Westers Schisma, waarin er zowel in Rome als in Avignon een paus was. Het Concilie van Pisa (1409) moest daaraan een einde maken maar het eindresultaat was dat er vervolgens drie pausen waren.

Lees verder “Kwakgeschiedenis: Luther” →

De Titelberg (en andere Keltische heuvelforten)

Gereconstrueerde kelder op de Titelberg

Ik blogde onlangs over een recent bezoek aan Bastogne, waar we een curieus oorlogsmonument zagen. Op die druilerige vrijdagmiddag reden we verder naar het zuiden, richting Luxemburg, waar we de Titelberg wilden bekijken. Dat is een oud Keltisch heuvelfort, vrijwel zeker de voornaamste nederzetting van de stam van de Treveri. Later zou Augusta Treverorum hun hoofdstad zijn, het huidige Trier.

Laat ik maar eerlijk zijn: de Titelberg viel tegen. Om te beginnen omdat je moet weten hoe je er moet komen (de weg naar het plateau begint aan de zuidelijke kant van de heuvel, niet aan de noordkant). Eenmaal boven staan er op sommige plekken in het bos weliswaar borden met uitstekende uitleg, maar wat er feitelijk valt te zien is een beetje teleurstellend. Op twee plaatsen zijn de ruïnes aanschouwelijk gemaakt, maar ja, dat zijn alleen wat kelders en putten. Een gereconstrueerde boerderij zou leuker zijn geweest.

Lees verder “De Titelberg (en andere Keltische heuvelforten)” →

Bastogne

Bastogne

Noord-Frankrijk: dat is zo’n gebied waar je doorheen reist op weg naar een echt buitenland. Tussen Brussel en Parijs liggen alleen graanvelden en pas daarna begint de grote wereld echt. Althans, zo ervoeren mijn zakenpartner en ik het en omdat we toch eens iets wilden doen aan die welbeschouwd onthutsende lacune in onze algemene ontwikkeling, zijn we een paar weken geleden geweest naar de Elzas, Lotharingen en Champagne.

Dan kom je eerst door de Ardennen, waar ik op mijn fietstocht in 1992 omheen ben gereden en waar ik nadien alleen Arlon een keer heb bezocht (op weg naar een echt buitenland). Nu wilden we Bastogne eens zien, de plaats waar in 1944 de Amerikaanse 101e Divisie de Duitsers heeft tegengehouden. U kent de anekdote wel over de Amerikaanse generaal die, op een Duits uitnodiging te capituleren, “nuts!” antwoordde. Terecht, want de Amerikanen zijn tijdens de slag om Bastogne altijd numeriek in de meerderheid geweest en verbleven, anders dan de belegeraars, in huizen, terwijl de Duitsers in het open veld lagen. Bij min drieëntwintig graden lijkt dat me wel zo comfortabel.

Lees verder “Bastogne” →

Priester Hendrik

Priester Hendrik (beeld: Carsten Eggers)

Toen ik onlangs door Rijnsaterwoude – dat ligt op de grens van Zuid- en Noord-Holland – kwam fietsen, zag ik daar bij de kerk het bovenstaande standbeeld. Ik remde meteen, want dit beeld had ik vaker gezien. Alleen: dat was in de buurt van Hamburg. Wat deed priester Hendrik, want over hem hebben we het, in Rijnsaterwoude bij de kerk?

Het zit zo. De twaalfde-eeuwse priester Hendrik had geleerd hoe je een cope aanlegde, een veenontginning. Het eerste wat jij als locator (“projectmanager”) deed was een team samenstellen van laten we zeggen twintig mensen die als boer aan het werk wilden maar geen land bezaten. Je trok dan langs een kreek het veen in en zocht een plek om een dorpje te stichten. Op de oever bouwde je dan een lang lint van twintig huizen, zo om de honderd meter één, en halverwege die huizen begon je sloten te graven, haaks op het veenstroompje, het veen in.

Lees verder “Priester Hendrik” →

Station Eijsden

Station Eijsden

Ik moest iets afgeven in Eijsden en belandde zo op het station. Dat is historische grond. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Eijsden de plaats waar Nederland asielzoekers uit België opving: een dorp met zo’n 2900 inwoners bood onderdak aan ruim 2700 vluchtelingen, terwijl hiervandaan ook mensen werden doorgestuurd naar interneringskampen. Het station, dat destijds veel groter was dan het huidige, was één van de plekken waar de Nederlandse autoriteiten de nieuwkomers beoordeelden en registreerden.

Op 10 november 1918 arriveerde hier een wel erg opmerkelijke asielzoeker: de Duitse keizer Wilhelm II. In de voorgaande weken was duidelijk geworden dat de Centrale Mogendheden de oorlog zouden verliezen en op 9 november was in Berlijn de republiek uitgeroepen. Omdat de Britten en Fransen de keizer al hadden getypeerd als oorlogsmisdadiger en zijn berechting wilden, zat er voor Wilhelm II weinig anders op dan asiel te zoeken en daarom spoorde hij vanuit het Duitse militaire hoofdkwartier in Spa richting Nederland.

Lees verder “Station Eijsden” →

Rotterdam, 10 mei 1940

rotterdam_1940
De brand van Rotterdam, mei 1940

“Zijn dit nou inbrekers, mamma?” Ik ben vijf jaar. Ik lig bedolven onder een muur. Mei 1940, de nacht van zaterdag op zondag. De eerste bommen op Rotterdam. Vlak naast ons huis. Het is oorlog!

Wist ik veel van oorlog… Ik had wel gezien dat de mensen papieren stroken op hun ramen plakten – om te voorkomen dat ze zouden springen, hadden ze me verteld – maar dat leek me meer een spelletje. Een paar dagen geleden waren er ook auto’s met luidsprekers door de  straten gereden en werd er omgeroepen: “Wilt u ramen en deuren sluiten, want Dordrecht wordt gebombardeerd.” Maar dat klonk eerder spannend dan dreigend. En er gebeurde niets, toen.

Lees verder “Rotterdam, 10 mei 1940” →

Het Teutoburgerwoud

Gezichtsmasker van een Romeinse helm, gevonden te Kalkriese

Tiberius had de Pannonische en Dalmatische oorlog nog maar net afgerond toen, nog geen vijf dagen nadat hij die enorme onderneming tot een goed einde had gebracht, de ongelukstijding uit Germanië kwam: Varus dood, drie legioenen, evenveel eskadrons en zes cohorten afgeslacht. Het was alsof de enige gunst die het Noodlot ons bewees, eruit bestond dat deze slag ons niet werd toegebracht terwijl onze leider elders bezig was. Zowel de oorzaak van de ramp als de persoonlijkheid van de gouverneur vragen om een toelichting.

Lees verder “Het Teutoburgerwoud” →

Claudia Sacrata

Zo zou Claudia Sacrata eruit gezien kunnen hebben.

Een van de weinige dingen die we weten van Claudia Sacrata is dat ze hoorde bij de Ubiërs, die in de omgeving van Keulen woonden. Veel Ubische mannen dienden in het Romeinse leger en wellicht kwam Claudia zo in contact met de Romeinse generaal Quintus Petilius Cerialis (over wie we het gisteren hadden).

Lees verder “Claudia Sacrata” →

Kameel aan de Rijn

Olielampje met een afbeelding van een kameel (Andreasstift, Worms)

Het Andreasstift in Worms is een leuk museum. Het heeft Keltische, Romeinse en Germaanse voorwerpen, maar vermoedelijk komen de meeste bezoekers voor de enorme kerkzaal die wordt gebruikt voor wisselexposities. Hier vond in 1521 de Rijksdag van Worms plaats, waar Luther zijn ideeën verdedigde. De woorden “Hier stehe ich, Gott helfe mir, ich kann nicht anders” zijn overigens niet historisch, maar dat terzijde. Het museum is tof en kan leuk worden gecombineerd met het interessante Nibelungenmuseum en de mooie Dom, waar het drama van het genoemde heldenlied begint.

Op een bovenverdieping in het museum is het bovenstaande olielampje te zien. Mijn foto is niet geweldig, maar het lampje is dat wel: er staat immers een kameel op. Ik ken maar twee andere Romeinse afbeeldingen van zo’n tweebulter: een munt die de annexatie van Petra herdenkt en een olielampje in het Louvre. Dat is ook niet zo vreemd, want kamelen waren in de Oudheid zeldzaam. Anders dan de dromedaris, die uit het Midden-Oosten komt, komt de kameel uit Afghanistan en de Gobiwoestijn, vér buiten de Grieks-Romeinse wereld.

Lees verder “Kameel aan de Rijn” →

Mainz en Trier

Boog van Dativius Victor (Mainz)

Als u hoopte op het tweede stukje over de communistische archeologie, moet u nog even wachten. U krijgt Trier en Mainz.

Mainz heeft verschillende musea, zoals het Landesmuseum (met een gave collectie Romeinse inscripties en reliëfs), een ondergrondse tempel voor Isis en het Römisch-Germanisches Zentralmuseum, waar je perfect kennis kunt maken met de antieke cultuur. Wat het museum niet bezit, is als replica aanwezig. Aan de andere kant van de stad is het Museum für antike Schifffahrt, met zes laatantieke scheepswrakken, talloze modellen en twee 1:1-replica’s van Romeinse oorlogsschepen. Op loopafstand is het Romeinse theater en nog iets verderop is het graf van Drusus.

Lees verder “Mainz en Trier” →