Factcheck: de bevroren Rijn

Als ik de Rijn moest oversteken, nam ik deze brug.
Als ik de Rijn moest oversteken, nam ik deze brug.

Het is 31 december en sommige zaken zijn vandaag voorspelbaar. Vanavond vuurwerk. Een oudejaarsconferentie. Rijen bij de oliebollenkramen. En ergens schrijft iemand dat twee stammen, de Germaanse Vandalen en de Iraanse Alanen, op 31 december 406 de bevroren Rijn overstaken. Voilà, de bijdrage van dit jaar.

Het Romeinse leger dat de grens had moeten verdedigen, was die oudejaarsdag niet op volle sterkte omdat veel troepen in Italië waren om te vechten tegen een andere groep invallers. Het geluk lachtte Vandalen en Alanen toe: tussen de Romeinen brak burgeroorlog uit. Versterkt met nog andere Germaanse groepen konden ze Gallië vrijwel ongehinderd onder de voet lopen.

Lees verder “Factcheck: de bevroren Rijn” →

Welkom in Xanten

De Capitolijnse Trias (Archeologisch Museum Xanten)
De Capitolijnse Trias in het Archeologisch Museum van Xanten

Xanten: vanuit Nijmegen bezien net over de Duitse grens en interessant omdat er een complete Romeinse stad is. Of beter: vijf Romeinse nederzettingen.

Vijf nederzettingen

De Romeinen kwamen hier rond 13 v.Chr. aan. Tegenover de plek waar de Lippe in de Rijn uitmondt, bouwden ze op een lage heuvel een basis voor twee legioenen, Vetera, die nog zo’n tachtig jaar dienst zou doen. Iets naar het noorden lag een stadje: veteranen moeten immers ook ergens wonen, de graanleveranciers van het Romeinse leger moesten ook ergens slapen en de inheemse bevolking moest ook ergens leven. Het heette Cibernodurum, “markt van de Ciberni” (of Cugerni), en wellicht herkent u de analogie met Nijmegen: twee legioenen op de Hunerberg en even verderop een stadje dat Batavodurum heette, “Batavenmarkt”.

Lees verder “Welkom in Xanten” →

Cynische grap

Priamos en Achilleus (Nationaal Museum, Kopenhagen)

Dit is een van de twee Hoby-bekers, gemaakt door een Griekse zilversmid die Cheirisofos heette. Het voorwerp wordt stilistisch gedateerd in de eerste eeuw v.Chr. De afgebeelde scène is afkomstig uit het laatste boek van de Ilias: koning Priamos van Troje bezoekt Achilleus om het stoffelijk overschot van zijn zoon terug te kopen. Er is een tweede beker waarop is te zien hoe de held Filoktetes, die een lelijke slangenbeet heeft opgelopen, wordt behandeld. Elco Brinkman zou dit edelsmeedwerk hebben aangeduid als “topkunst”.

Het leuke is de vindplaats waarnaar de bekers zijn vernoemd: het dorpje Hoby op het Deense eiland Lolland. Daar heeft archeoloog Knud Friis Johansen ze in 1920 aangetroffen in het graf van een ongeveer dertig jaar oude Germaanse krijger. Ze zijn nu te zien in het Nationale Museum in Kopenhagen, dat een van de beste oudheidkundige collecties ter wereld bezit en een reis naar Denemarken waard is. Serieus.

Lees verder “Cynische grap” →

Tongers lood

Loodbaar (Gallo-Romaans museum, Tongeren)
Loodbaar (Gallo-Romaans museum, Tongeren)

Als ik zou schrijven dat ik van Egypte via Frankrijk naar Canada ben gereisd, dan concludeert u dat ik een flinke vliegreis heb gemaakt. Geen moment zult u denken dat dit ook een leuk fietstochtje kan zijn geweest in de omgeving van het Friese Elsloo, waar drie buurtschappen zijn met deze namen. De natuurlijke leeswijze van deze toponiemen is dat het gaat om landen, niet om buurtschappen.

En dat brengt ons bij de loodbaar hierboven, die in mei 2009 is verworven door het Gallo-Romeins museum in Tongeren. De inscriptie is niet helemaal begrijpelijk, maar dat maakt voor dit stukje even niet uit. Er staat:

IMP TI CAESARIS AVG GERM TEC

Lees verder “Tongers lood” →

Marcus Caelius

Kopie van de cenotaaf van Marcus Caelius
Kopie van de cenotaaf van Marcus Caelius

In 1991 maakte ik een fietstocht naar Griekenland en op enkele mooie voorjaarsdagen reed ik van Turijn via Pavia, Cremona, Modena, Bologna naar Ravenna. Bij mijn aantekeningen vond ik later een zinnetje dat ik op een oud-Romeinse inscriptie had gezien:

Het ergste van mijn dood is dat nu niemand zich meer de dierbare mensen herinnert die alleen ik mij nog herinnerde.

Ik heb het nooit meer teruggevonden. Het helpt niet dat ik geen Latijn erbij heb genoteerd (wat ik meestal wel doe) en ook de plaats niet heb opgeschreven, al moet het ergens voorbij Cremona zijn geweest. Ik heb de inscriptie nooit kunnen terugvinden en ik heb wel eens bedacht dat het “inscr” erbij een vergissing was of dat het ging om een Italiaanse tekst.

Lees verder “Marcus Caelius” →

Keltische graffito

Springend hert (Manching Kelten Römer Museum)
Springend hert (Manching Kelten Römer Museum)

Manching is misschien het bekendst als het vliegveld van de firma Audi. Wie de luchthaven vanaf het westen binnenrijdt passeert de gebouwen van Airbus en komt dan op een straat die Riedelmoosgraben heet. Deze volgt het verloop van een gracht en stadsmuur uit de late La Tène-tijd, ofwel de Keltische cultuur van de derde en tweede eeuw v.Chr. De weg eindigt op de plek waar ooit de oostelijke toegangspoort was: een mottig stukje groen halverwege twee landingsbanen.

Het antieke Manching, nu grotendeels overbouwd door het vliegveld, was enorm: 380 hectare groot en omgeven door een wal van zo’n 7¼ kilometer lang. Ter vergelijking: dat is iets kleiner dan het toenmalige Rome, al was Manching nauwelijks zo dicht bewoond: er zullen zo’n tien- à twintigduizend mensen hebben gewoond. Dat is niet heel groot naar onze maatstaven, maar het was wel een van de grotere nederzettingen ten noorden van de Alpen en vrijwel zeker de hoofdstad van de Keltische stam der Vindelici.

Lees verder “Keltische graffito” →

Waarom “Mainzer Beobachter”?

volksfreund
Ook mooi: de Trierischer Volksfreund

Waarom heet deze blog eigenlijk de Mainzer Beobachter? Een vriendin vroeg het me laatst, bij een kopje koffie, in het Haagse theater De Appel. Daarover valt best iets te zeggen.

Mooie krantennamen

De eerste reden is dat ik Duitse krantennamen zo mooi vind. Terwijl wij het moeten doen met vlakke titels als Algemeen Handelsblad, de Volkskrant of de Nieuwe Rotterdamsche Courant, had je in Duitsland tenminste een Neue Rheinische Zeitung, met als ondertitel Organ der Demokratie. Kijk, zo’n krant wil je nou lezen. (Sterker nog: dat deden zoveel mensen dat de autoriteiten deze krant onderscheidden met een publicatieverbod.)

Lees verder “Waarom “Mainzer Beobachter”?” →

Oorlogskind

In het nawoord van zijn boek Terug voor het tafelzilver herinnert auteur Floris van Dijk eraan dat het internationaal recht erkent dat in oorlogstijd kinderen extreem kwetsbaar zijn. Dat zal de lezer niet verbazen, want hij heeft dan het verhaal van Erich Kremer gelezen en weet wat die zoal heeft meegemaakt tijdens de Tweede Wereldoorlog. De jongen, vijftien jaar oud in het laatste oorlogsjaar, heeft wonderbaarlijk veel geluk gehad, zoveel is duidelijk.

Erich is geboren in Bochum, waar zijn vader een toeleveringsbedrijf had voor de mijnbouw. Een strategisch belangrijke functie, die de man weliswaar vrijwaarde van dienst in het leger maar met zich meebracht dat hij de hele oorlog in het Roergebied moest blijven. Terwijl zijn gezin werd geïnterneerd in Ukta in het veilige Oost-Pruisen, doorstond hij verschillende bombardementen.

Lees verder “Oorlogskind” →