Antieke paarden

Romeins legerpaard uit Ockenburg (Museon, Den Haag)
Romeins legerpaard uit Ockenburg (Museon, Den Haag). Dit dier was opvallend groot, vergeleken met de paarden die de naburige Cananefaten gebruikten. In het antieke Zuid-Holland bestonden dus minimaal twee paardensoorten naast elkaar.

Ik schreef een paar dagen geleden een stukje over de verspreiding van de Indo-Europese talen. Oorspronkelijk werden die – volgens de meest gebruikelijke interpretatie van het complexe bewijsmateriaal – gesproken door de mensen van de Yamnaya-cultuur (koergan-cultuur, putgrafcultuur…) uit Oekraïne. Die hadden het paard gedomesticeerd, wat hun extra mobiliteit verschafte. Hun cultuur verspreidde zich over een steeds groter gebied en ze namen hun taal met zich mee. Of beter gezegd talen. Door de steeds grotere onderlinge afstanden viel de oertaal steeds verder uiteen.

De expansie naar het westen begon tussen 3500 en 3000 v.Chr.: eerst langs de Zwarte Zee naar de Beneden-Donau – u leest er hier meer over – en dan daarvandaan stroomopwaarts naar het Karpatenbasin en daarvandaan naar West-Europa, later ook van de Beneden-Donau over het Balkangebergte richting Griekenland. Die laatste beweging wordt geplaatst rond 2000 v.Chr. De uitbreiding naar het oosten begon op datzelfde moment – eerst naar Kazachstan, later door Turkmenistan en Oezbekistan naar het zuiden, en tot slot richting Iran en India. Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, is dit beeld van de recente Prehistorie gebaseerd op taalkundig en archeologisch materiaal en in 2015 bevestigd door DNA-onderzoek, al blijven er natuurlijk vragen en vraagjes.

Lees verder “Antieke paarden”

Sint-Joris en de draak (2)

Gevelsteen van Sint-Joris (Vlasmarkt, Middelburg)

De gevelsteen van Sint-Joris hierboven zult u vinden op een steenworp (letterlijk) van de beroemdste monumentale trap uit de Nederlandse literatuur (ook letterlijk) en het is natuurlijk geen toeval dat in de hoofdstad van Zeeland de draak hier blauw is en golf als water.  Het paard lijkt overigens meer op een stier die ten aanval gaat, maar dat terzijde.

U vond het begin van de legende van Sint-Joris hier en u leest hieronder hoe het afloopt.

Lees verder “Sint-Joris en de draak (2)”

Sint-Joris en de draak (1)

Draak te Beesel (Rik van Rijswick)

De draak hierboven, gemaakt door Rik van Rijswick, fotografeerde ik afgelopen zomer bij Beesel, dat u misschien kent van het draaksteken. Het is wel een tof beestje voor deze mooie zomerdag, want het is vandaag Sint-Joris. Maar wie was dat eigenlijk?

De Gulden Legende, de grote collectie heiligenlevens die Jacob van Voragine in 1260 publiceerde, noemt verschillende verhalen over de marteldood van christenen die Georgius hebben geheten, en ik sluit allerminst uit dat ze allemaal waar zijn omdat de naam destijds net zo gangbaar was als ons “meneer De Boer”. Het beroemdste verhaal is natuurlijk dat van zijn optreden als drakendoder, dat een variant is op het verhaal van de Griekse held Perseus. De christelijke legende is later weer door moslims opgepikt: zij noemen Perseus/Georgius Khidr, “de groene man”. In Jounieh bij Beiroet worden Khidr en Georgius samen vereerd; Khidrs graf is me ooit aangewezen in de citadel van Aleppo; en hij verschijnt aan u als u in Isfahan veertig dagen lang elke avond de stoep goed schrobt zonder u daarop te laten voorstaan.

Kortom, een volksverhaal waarvan er dertien in een dozijn gaan, maar omdat ik de legende eigenlijk eens wilde lezen, heb ik die maar eens opgezocht. Hieronder dus de tekst van een gedeelte uit de Gulden Legende, vertaald door Vincent Hunink. Maar eerst nog even dit: komt u vanavond naar Oog op de Oudheid in Leiden?

Lees verder “Sint-Joris en de draak (1)”

Byzantijnse krabbel (14): Een onbegrepen wereldrijk

Athene, Tempel van Zeus
Athene, Tempel van Zeus

Vandaag rond ik mijn reeks stukjes over het oude Byzantium af met een lief verhaaltje over de bovenstaande gravure, gemaakt door de Beierse schilder Johann Michael Wittmer, die in 1833 Athene bezocht, één jaar nadat de Beierse prins Otto de eerste koning was geworden van het onafhankelijke Griekenland. U herkent links de Akropolis met het Parthenon, in het centrum de Boog van Hadrianus en in de voorgrond de Tempel van Zeus.

Wellicht ziet u wat er mis is: op de dwarsbalk boven de enorme zuilen staat een rare structuur die daar onmogelijk kan behoren. Het past eenvoudigweg niet in een Griekse tempel en bij een latere restauratie is dit uitstulpsel, de hut van een pilaarheilige à la Simeon de Styliet, verwijderd. Aan het begin van de twintigste eeuw waren er in Athene nog oude mensen die zich uit hun jeugd de pilaarheilige herinnerden.

Lees verder “Byzantijnse krabbel (14): Een onbegrepen wereldrijk”

De platte aarde

De informatie in elke door ons gesproken of geschreven zin vormt – om er eens een cliché tegenaan te gooien – het topje van een ijsberg. Er is de eigenlijke mededeling, maar die is alleen begrijpelijk doordat de spreker/schrijver en de luisteraar/lezer allerlei ideeën delen. Anders geformuleerd, de overdracht van informatie veronderstelt gedeelde informatie. Ik heb er al wel vaker op gewezen dat elke antieke tekst een wereldbeeld veronderstelt waarin de grens tussen natuurlijk en bovennatuurlijk niet ligt waar wij die trekken. Een ander aspect is de tegenstelling tussen beschaving en barbarij. Ook veronderstelt menige antieke tekst een platte aarde.

Een oudheidkundige zal zich, voor hij zelfs maar aan het doorgronden van een tekst kan denken, dat antieke wereldbeeld eigen moeten maken, want anders kan hij de oude teksten, die zo vol onware beweringen zitten, niet serieus nemen. Dan negeer je de informatie en is er een serieuze kans dat je het kind met het badwater weggooit. Wonderlijk genoeg zijn er nauwelijks boeken of websites die het antieke wereldbeeld echt uitleggen en daarom ben ik des te blijer met De platte aarde. De rijke geschiedenis van een mythisch denkbeeld van de filosoof Hans Dijkhuis.

Lees verder “De platte aarde”

Archeologisch museum, Sidon

Museum in aanbouw

Ik heb al eerder geschreven over de opgravingen in Sidon, waar een wonderschone opgraving eindelijk licht werpt op het oudste stedelijke verleden. Op de plaats die bekendstaat als “Les Frères” of de “College Excavations” is de hele geschiedenis gedocumenteerd vanaf het immer fascinerende Chalcolithicum (pakweg het vierde millennium v.Chr.) tot en met de komst van de Arabieren. Even verderop ligt een Kruisvaarderskasteel en tussen de opgraving en dat slot ligt een grafveld uit de dertiende eeuw.

Het onderzoek is niet alleen interessant omdat Sidon, dat na Byblos en Tyrus altijd een beetje op de derde plaats komt, nu zijn verleden in beeld krijgt. Belangrijk is ook dat hier voor het eerst Kanaänitisch DNA is geïsoleerd uit de Bronstijd. Weliswaar bereikte het de media op een vreemde manier – u moet het hier maar even nalezen – maar het is wel een belangrijke verworvenheid die een basis kan zijn voor nieuw onderzoek naar bijvoorbeeld de Fenicische migratie.

Lees verder “Archeologisch museum, Sidon”

Kijk, dat snap ik dus niet

Vandaag was ik in het Kruisvaarderskasteel van Tripoli. Het is in 1102 door Raymond de Saint-Gilles gebouwd op een heuvel ten oosten van de stad, met het doel de toegang daartoe af te snijden. De belegering sleepte zich voort tot 1109; toen viel Tripoli in Kruisvaardershanden. Dat zou zo blijven tot 1289.

In de fenomenale burcht maakte ik bovenstaande foto. En ik vraag me dus nu al de hele dag af waarom in dit raam dat hoekje rechtsboven ontbreekt. Iemand heeft er echt werk van gemaakt om deze wonderlijk gevormde lijst te maken, maar waarom in vredesnaam? Aan de binnenkant is niets bijzonders te zien, dus wat is hier aan de hand geweest?