Slonzige journalistiek

De schat van de Haarlemmermeer (Haarlemmermeermuseum)

Misschien is “misschien” wel het allerfijnste woord van de journalistiek. Je begint een zin met “misschien” en kunt daarna elk superlatief gebruiken dat je wil, zonder dat je het hoeft te controleren. Neem de redactie-binnenland van de nieuwssite van de NOS – die ik op zich buitengewoon waardeer.

Misschien wel de grootste muntenschat ooit gevonden in Nederland was vandaag heel even in zijn geheel te zien in het streekmuseum Goeree-Overflakkee.

700 losse en 2300 samengeklonterde munten is indrukwekkend en ik baal ervan dat ik vandaag niet was in Sommelsdijk, maar dit is slonzig. Nodeloos slonzig. Als de redactie even de moeite had genomen te googelen op “grootste muntenvondst” + “nederland”, wat toch niet buitensporig ingewikkeld is, dan zou ze, enigszins afhankelijk van de personalisatie die Google toepast op de zoekresultaten, vermoedelijk bij de eerste vijf hits deze link hebben gehad naar de schat van de Haarlemmermeer.

Lees verder “Slonzige journalistiek”

Byzantijnse krabbel (13b): Paulus Tagaris

De H.Sofia van Nicosia

Het zag er nu niet goed uit voor Paulus Tagaris. In Constantinopel zou zeker uitkomen dat hij geen lid was van de keizerlijke familie. Naar de patriarchen van Jeruzalem of Antiochië kon hij ook niet. Of hij Alexandrië of een terugkeer naar Perzië heeft overwogen is niet bekend. In elk geval vluchtte hij naar de vijfde patriarchenstad: Rome, waarheen de paus net vanuit Avignon was teruggekeerd. In Italië waren Byzantijnse geestelijken welkom, zeker nu er in Constantinopel een stroming was die in de zogenaamde Filioque-discussie, een van de meest heikele kwesties in die tijd, verzoening met de paus nastreefde.

Omdat Paulus om voor de hand liggende redenen niet door Constantinopel wilde reizen, trok hij door het gebied van de Mongoolse Gulden Horde – zeg maar Oekraïne – en Hongarije, bereikte Rome en gaf zich weer uit voor de patriarch van Jeruzalem, die was gekomen om te overleggen over de Filioque-kwestie. Wat de paus natuurlijk het liefste hoorde was dat zijn dwalende medebroeder in Christus zich bekeerde tot de ware christelijke leer – en dat deed Paulus dus. De paus, die een mogelijkheid zag zijn macht te vergroten, erkende hem in 1379/1380 als patriarch van Constantinopel, dit keer voor de Latijnse kerk. Dit was een officiële positie, al resideerde deze patriarch niet in Constantinopel maar in Chalkis op Euboia. Paulus stond nu aan het hoofd van alle rooms-katholieken op de Balkan en in Azië.

Lees verder “Byzantijnse krabbel (13b): Paulus Tagaris”

Byzantijnse krabbel (13a): Paulus Tagaris

Tyrus, de resten van de kerk waar Paulus tot bisschop werd gewijd

Om een of andere duistere reden heeft Jan van Aken, die toch zo’n beetje alle schelmen van de Middeleeuwen heeft beschreven, zich nog niet gewaagd aan Paulus Tagaris, de grootste bluffer uit de Byzantijnse geschiedenis. We hebben het over de tweede helft van de veertiende eeuw, toen het Byzantijnse Rijk vanuit het oosten door de Ottomaanse Turken en vanuit het noordwesten door de Serviërs in de tang werd genomen. Alsof dit nog niet genoeg was, trok van 1346 tot 1353 de Zwarte Dood door Europa, die Constantinopel hard trof. De samenleving wankelde en dat bood aan een avonturier alle ruimte.

Het eerste wat we horen van Paulus is dat hij zich, na een mislukt huwelijk en een verblijf als monnik in Palestina, aandiende in Constantinopel met in zijn bezit een icoon met geneeskrachtige eigenschappen, waar hij goed geld mee wist te verdienen. De patriarch durfde aanvankelijk niet tegen hem op te treden omdat Paulus lid was van de vooraanstaande Tagaris-familie, maar uiteindelijk overspeelde hij zijn hand en werd hij teruggestuurd naar Palestina.

Lees verder “Byzantijnse krabbel (13a): Paulus Tagaris”

Lijkwadegeleuter en wetenschap

Mocht u nog betwijfelen dat sommige onderzoekers kierewiet zijn en ten onrechte gelden als wetenschappers, dan krijgt u vandaag het bewijs. Onder het mom van wetenschap zijn vrijwilligers gekruisigd op de wijze waarop degene is gestorven die staat afgebeeld op de Lijkwade van Turijn.

A comprehensive evaluation was performed of the totality of blood flows found on the Shroud to determine which flows occurred during the alleged crucifixion process and which were of a postmortem nature.

De resultaten worden hier (p.573) aangekondigd. Met dit onderzoek kon worden vastgesteld, zo lezen we, dat het bloed, zoals te zien op de Turijnse lijkwade, zich heeft gedragen zoals dat van een levensechte kruisiging. Cliffhanger uit de aankondiging: “conclusions were obtained that appear to support the hypothesis of Shroud authenticity in some new and unexpected ways”.

Nou nou nou.

Lees verder “Lijkwadegeleuter en wetenschap”

Laurierblad

Bronzen laurierblad (Museum van Aquincum, Boedapest)

Aquincum is de Romeinse voorganger van Boeda, dat op zijn beurt de westelijke is van de twee steden die tegenwoordig samen Boedapest heten. De antieke nederzetting was, zoals zoveel antieke nederzettingen, meer een conglomeratie dan een op één plaats geconcentreerde stad: een militaire kamp, een bestuurlijk centrum, een civiel gedeelte en uiteraard de nodige grafsteden. Die laatste waren nog lang in gebruik – er is immers continuïteit van bewoning tot op de huidige dag.

In een van de graven van Aquincum is het bovenstaande bronzen laurierblad gevonden. Het graf in kwestie bevatte vooral voorwerpen uit de Avaarse periode (c.560-c.800), zoals een ijzeren schaar, een toen al antiek Romeins naaidoosje en een gesp. Het laurierblad was, net als het naaidoosje, al antiek toen het aan de overleden werd meegegeven. En niet zomaar antiek: het stamt uit de Bronstijd. Meer precies behoort het tot de Hallstatt-A-cultuur ofwel de Urnenveldcultuur, die u zo tussen 1200 en 1050 moet plaatsen.

Lees verder “Laurierblad”

De zeven keurvorsten

De zeven keurvorsten (Grashaus, Aken)

Het was niet mijn planning afgelopen woensdag naar Heerlen te gaan, maar ik had voor mijn werk onverwacht foto’s nodig en daarvoor moest ik naar het Thermenmuseum. Ik had een fiets bij me en omdat je die niet tussen 16 en 18 uur mag meenemen in de trein, kon ik niet meer snel naar Amsterdam terug. Ik kon dus net zo goed een eind gaan fietsen en zo spoelde ik aan in Aken.

Vlakbij de Dom (met de graven van Karel de Grote en Otto III) staat het zogenaamde Grashaus, het oudste raadhuis van wat in feite de eerste hoofdstad van Duitsland is geweest. Het is althans waar ooit de vorsten werden gekroond en hun opwachting maakten. Op de gevel van het Grashaus zijn de oudste afbeeldingen te zien van de zeven Keurvorsten: de aartsbisschoppen van Trier, Keulen en Mainz, de koning van Bohemen, de hertog van Saksen, de markgraaf van Brandenburg en de paltsgraaf van het Rijnland. Dit zevental diende, als de koning overleed, een nieuwe heerser te kiezen, die dan later naar Rome ging om ook de keizerkroon te bemachtigen. U ziet hierboven links de drie geestelijke vorsten (met bisschopsstaf), middenin de koning (met de Heilige Lans), en rechts de drie andere wereldlijke vorsten (met zwaarden).

Lees verder “De zeven keurvorsten”

De val van Sirmium

Tegel met inscriptie (Museum van Sremska Mitrovica)

Vandaag de dag is Sremska Mitrovica een vriendelijk provinciestadje in het noorden van Servië. Een mooie kerk, een plein waar je lekker ijs kunt eten en goed bier wordt getapt, een museum met opvallend aardig personeel, her en der wat ruïnes. Weinig doet je vermoeden dat die ruïnes behoorden bij een van de meest roemruchte steden van het Romeinse Rijk: Sirmium. Gelegen aan de Sava, de belangrijke route van Istrië naar de Beneden-Donau, was de stad voorbestemd tot grandeur, en inderdaad: niet minder dan tien Romeinse keizers zijn hier geboren. Mocht u het precies willen weten: het gaat om  Decius (r.249-251), zijn zonen Herennius Decius en Hostilianus (beide in 251), Claudius II (r.268-270) en zijn broer Quintillus (r.270), Aurelianus (r. 270-275), Probus (r.276-282), Maximianus (r. 285-310), Constantius II (r.337-361) en Gratianus (r.367-383). Overigens stierven Claudius II en Probus in hun geboorteplaats, gebruikte Licinius (r.308-324) Sirmium als residentie, organiseerden de christenen er vier synodes en zijn er diverse veldslagen gevochten in de omgeving.

In de vierde eeuw werd het de hoofdstad van de prefectuur van Illyricum, een van de vier administratieve delen van het rijk. Niet minder dan drie legioenen werden toen gebruikt om Sirmium te verdedigen:  IIII FlaviaV Iovia en VI Herculia. Ondanks deze troepeninzet viel de stad in 441 in handen van de Hunnen en toen hun federatie uiteenviel, heersten achtereenvolgens de Ostrogoten en de Gepiden over Sirmium. In 567 herstelde de Byzantijnse heerser Justinus II het keizerlijk gezag. Een complex verhaal met een tragische afloop.

Lees verder “De val van Sirmium”