Vitus, een vuurvaste heilige (3)

Meester van het Augustijner Altaar: Vitus drijft een duivel uit (1487; Germanisches Nationalmuseum Neurenberg)

[Dit is het derde van vijf blogjes door Jos Hanou over Sint-Vitus. Het eerste was hier.]

Rumoer in Rome

Abrupt verspringt het verhaal naar Rome, waar de zoon van keizer Diocletianus bezeten wordt door een demon. Geen erg snugger exemplaar, want hij verklapt dat “als Vitus niet kwam, hij nooit uit hem weg zou gaan”. Vitus wordt opgespoord en voor de keizer geleid, die hem gebiedt zijn zoon te genezen. Net als eerder antwoordt Vitus bescheiden dat niet hij, maar de Heer dat kan: “meteen legde hij de handen op en onmiddellijk vluchtte de demon weg”. De Meester van het Augustijner altaarstuk maakte er een drukbezocht schouwspel van waarin eigentijdse Neurenbergers een duiveluitdrijving konden herkennen. Een assistent houdt de stuiptrekkende zoon in bedwang, terwijl Vitus hem in een kennelijke priesterrol zijn stool omlegt en in woord en gebaar een bezwering uitvoert. Het wijwatervat op tafel is een essentieel onderdeel van dit proces, terwijl de blote voeten van de tegenspartelende patiënt mogelijk verwijzen (onderzoek is gaande) naar een doopritueel voorafgaand aan de exsufflatio: uitblazing van de duivel. Het pekzwarte duiveltje vertrekt zoals hij binnenkwam: door de mond van zijn slachtoffer. Diocletianus en zijn gevolg kijken nog sceptisch gebarend toe, terwijl achterin sensatiezoekers angstig om een deurpost gluren. Door de open vensternissen onder het tongewelf verschijnt een berglandschap met Duitse architectuur en een Romeins aquaduct.

Lees verder “Vitus, een vuurvaste heilige (3)”

Vitus, een vuurvaste heilige (2)

Omg. Jörg Kölderer: Vitus gedoopt, weigert afgodenverering (Ferdinandeum, Innsbruck; REAL Online)

[Dit is het tweede van vijf blogjes door Jos Hanou over Sint-Vitus. Het eerste was hier.]

Straffen op Sicilië

Jacob van Voragine begint bijna ieder heiligenverhaal in de Gulden Legende met een etymologische uitleg. Bij Vitus kan dat op vita (leven) of virtus (deugd) duiden. Daarna brandt het verhaal los, doorgaans in korte zinnen die predikanten met hun retorische talenten konden verrijken. Kunstenaars deden dat natuurlijk ook met hun beeldende middelen.

De twaalfjarige senatorszoon Vitus was Siciliaan en als christen opgevoed door zijn huisleraar Modestus en zijn voedster Crescentia. Van zijn heidense vader Hylas “kreeg  hij de zweep omdat hij de afgoden verachtte en ze niet wilde aanbidden”. Een bijna terloopse mededeling die een Oostenrijkse schilder rond 1515 inspireerde tot de hierboven afgebeelde, levendige en gelaagde beginscène van een aan Vitus gewijd altaarstuk. Onder een zilveren afgodsbeeld  proberen verbijsterd kijkende volwassenen Vitus van zijn ongelijk te overtuigen. Het is een debat op filosofisch niveau, want op talrijke vingers worden argumenten afgeteld. Eigentijdse kijkers konden deze iconografische conventie herkennen van (prenten naar) Dürers schilderij waarin de twaalfjarige Jezus de Bijbel rustig uitlegt aan ongunstig uitziende Schriftgeleerden. Het altaarstuk benadrukt daarmee Vitus’ navolging van Jezus. Als tegenhanger van het zielloze tempelbeeld voegde de schilder in de achtergrond een gotische kapel met Vitus’ doop toe, onder bescherming van de neerdalende Heilige Geest. De doopvont is bovendien een visuele cliffhanger die kijkers voorbereidt op een antitype: de ketel waarin Vitus een latere marteling zal ondergaan.

Lees verder “Vitus, een vuurvaste heilige (2)”

Vitus, een vuurvaste heilige (1)

Atelier Pierre Cuypers: Vitus voor keizer Valerianus, de vlucht uit Sicilië, duiveluitdrijving (ca. 1900; Sint-Vituskerk, Hilversum)

Als ik u zeg dat Diocletianus keizer was in Rome, en u verheugd denkt te beginnen aan een nieuwe serie van Jona, dan moet ik u teleurstellen. Als schrale troost ontmoet u in deze reeks een Romeinse martelaar die in het jaar 303 het aardse leven verliet. Martelaren waren er volop in deze tijd van christenvervolgingen, maar Vitus is mijn favoriet. Die voorkeur is regionaal bepaald, want wie opgroeit in het Gooi krijgt onverbiddelijk te maken met deze heilige. Al sinds de negende eeuw verleent hij er zijn naam aan tal van kerken, scholen en verenigingen.

Deze kennismaking start met het oudst bekende bronmateriaal over Vitus. Daarna kijkt u mee naar keuzes die beeldende kunstenaars maakten bij hun interpretatie van Vitus’ hagiografie in de middeleeuwse verhalenbundel Gulden Legende, die veel van zijn specialiteiten als wonderdoener en beschermer inspireerde. Later komt ter sprake hoe zijn verering vanuit Italië naar het noorden en oosten migreerde, en de onderling soms afwijkende beeldtradities die daaruit voortkwamen.

Lees verder “Vitus, een vuurvaste heilige (1)”

De Catalaanse Atlas

Het landkaartgedeelte van de Catalaanse Wereldatlas (klik=groot; ©Wikimedia Commons)

Ik heb de Catalaanse Atlas nooit in het echt gezien. Hij behoort tot de collectie van de Franse Nationale Bibliotheek, waar ik nooit ben geweest. Ik kende wel enkele van de vignetten en ik was blij toen ik onlangs in Barcelona een facsimile van het veertiende-eeuwse document zag. Mijn vreugde werd nog groter toen ik in Brugge een soortgelijke, iets jongere landkaart zag.

De Catalaanse Atlas toont de wereld die rond 1375 bekend was aan de ontwerper, Abraham Cresques (of zijn zoon Jehuda). Al die kennis is samengevat op zes dubbelgevouwen bladen perkament van samen 300 bij 64 centimeter, die enkele jaren later werden verworven door koning Karel V van Frankrijk. De informatie is om te beginnen bestemd voor de scheepvaart: we zien de kustlijnen en lezen de namen van de havensteden. Dit is feitelijk een portolaan. Ook zijn er windrozen afgebeeld. De kalender en astrologische informatie die eveneens zijn opgenomen, zullen, naar ik aanneem, ook bedoeld zijn geweest voor schippers. Daarnaast biedt de Catalaanse Atlas informatie over staten en volken van Portugal tot China, die weer is aangevuld met informatie uit historiografische teksten en legenden.

Lees verder “De Catalaanse Atlas”

Brugge, Breedbeeld

In de vitrine lag een mooie landkaart waarop een vijftiende-eeuwse Catalaanse cartograaf in de pietepeuterigst denkbare lettertjes uitleg had geschreven. Omdat ik geen loupe bij me had, moest ik zó ver vooroverbuigen dat mijn neus bijna het glas raakte, maar langzaam kon ik het ontcijferen. Ik had contact met een kaartentekenaar uit 1439. Fantastisch. Alleen al deze ervaring rechtvaardigde de reis naar de expositie “Breedbeeld”, waarmee het nieuwe museum Brusk in Brugge toont hoe die stad in de Volle en Late Middeleeuwen deel uitmaakte van wereldwijde netwerken. Mijn semi-mystieke extase werd echter onderbroken door een vriendelijke suppoost die zei mijn enthousiasme te begrijpen, maar dat ik beter niet kon leunen op de vitrine. “Kijk,” zei de suppoost, “om de vitrine loopt een houten lijst die sterker is.”

Ik ben nooit met zoveel empathie gecorrigeerd. Van mij zul je geen klachten horen over Brusks museumpersoneel. Slim ontworpen vitrines ook, die verdienen een compliment. De voorwerpen in de expositie zijn eveneens prima. Behalve landkaarten zijn er boeken en wapens, sculptuur en munten, kazuifels en wandtapijten, schilderijen en documenten; samen tonen ze middeleeuws Brugge en zijn economische, politieke en culturele netwerk. Dat verhaal is interessant; feitelijk blog ik al bijna vijftien jaar dagelijks over verbonden culturen, al schrijf ik dan over de Oudheid en niet over de Middeleeuwen. Kortom, ik bekeek de expositie met plezier en met vrucht.

Lees verder “Brugge, Breedbeeld”

Voor-westerse geschiedenis (10) zeevaart

De bark van koning Khufu

Begin vorig jaar publiceerde ik met classicus Hein van Dolen een vertaling van de fragmenten die we nog hebben van de Fenicische Geschiedenis van Filon van Byblos. Een van die passages, onderdeel van het lange Fragment 2, is een opsomming van uitvindingen waardoor de mens meer mans was geworden. Hier zijn enkele voorbeelden die betrekking hebben op de scheepvaart:

  • Ousoös pakte toen een boom, brak de takken ervan af en waagde zich als allereerste op zee.
  • Een van hen, Chousour, bekwaamde zich in het spreken, bezweren en profeteren. … Hij vond ook vishaak, lokaas, snoer en vlot uit, waarmee hij als eerste mens heeft gezeild.
  • De Tweelingen of Kabeiren, Korybanten of Samothrakiërs waren de uitvinders van het schip.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (10) zeevaart”

De weerwolf van Jan Wier (1)

Weerwolf (Lucas Cranach de Oude)

De wolf is een dier dat in veel verhalen voorkomt, zo zijn er de wolvin van Romulus en Remus, Fenrir uit de noordse mythologie, Isengrijn uit Vanden vos Reynaerde, de grote boze wolf uit Roodkapje, de drie biggetjes en de zeven geitjes. De wolf vinden we een fascinerend dier, zeer geschikt om literatuur mee te maken.

Griekse weerwolven

Een aparte categorie van wolven is de weerwolf. Voor de mensen die met (een onregelmatige) regelmaat de Mainzer Beobachter lezen is Lykaon waarschijnlijk de bekendste weerwolf. In zijn Metamorfosen beschrijft de Romeinse dichter Ovidius hoe Lykaon voor straf veranderd wordt in een wolf.noot Ovidius, Metamorfosen 1.207-243. Helaas voor de man blijft hij wolf, om nooit meer mens te worden.

Lees verder “De weerwolf van Jan Wier (1)”

De Neurenbergse Wereldkroniek

Bamberg in de Neurenbergse Wereldkroniek

Tot de voorwetenschappelijke manieren om te schrijven over het verleden behoren de zogeheten libri annales, “jaarboeken”, waarin alle informatie jaar voor jaar stond geordend. Het verleden werd niet verklaard, alleen geregistreerd en chronologisch geordend. Jaarboeken vermeldden bijvoorbeeld de stichting van steden en kloosters. Ook belangrijke gebeurtenissen, zoals natuurrampen en oorlogen, kregen een plek. Vanaf de Late Oudheid werd de inhoud echter uitgebreider. De jaarboeken groeiden uit tot kronieken.

Wereldkronieken

Door de uitvinding van de boekdrukkunst in de vijftiende eeuw won vooral de wereldkroniek aan populariteit. Zo’n boek bevat stukken geschiedschrijving uit de hele destijds bekende wereld, zodat de geschiedenis begint bij Adam en Eva. Na dit gedeelte, dat in wezen een parafrase is van de Bijbel, gaat de wereldkroniek verder met de geschiedenis van het Romeinse en het Byzantijnse Rijk.

Lees verder “De Neurenbergse Wereldkroniek”

Toevallig in Barcelona

Boeddha (Etnografisch Museum, Barcelona)

Wie vanuit Lleida terug naar Nederland wil reizen, zoals ik vorige week deed, zal vaak met de trein naar Barcelona gaan en op station Sants overstappen op ander vervoer. Ik was supervroeg in de hoofdstad van Catalonië, waar ik een dag moest stukslaan maar eigenlijk niks te zoeken had. Ik was gekomen voor Lleida en had Zaragoza gehad als bonus, maar Barcelona leek me een stad waar je een week voor moet uittrekken, liefst als het rustig is. Om heel veel toeristen te zien, hoef ik Amsterdam niet te verlaten. Ik was op Barcelona niet voorbereid.

Etnografie

Van de nood een deugd makend, wandelde ik naar het Museum voor Etnografie en Wereldculturen, waar ik de enige bezoeker was. En hoewel ik daarover niet zal klagen, trof de serene rust me als vreemd, want het is een schitterend museum dat ieders belangstelling zou kunnen hebben. De collectie heeft vier zwaartepunten: westelijk Afrika in de negentiende en twintigste eeuw, Oceanië, precolumbiaans Latijns Amerika en de religieuze kunst van het Verre Oosten.

Lees verder “Toevallig in Barcelona”

Toerist in Zaragoza

Aljafería, Zaragoza

De dingen die ik te doen had in het Catalaanse stadje Lleida – zie een eerder blogje – gingen gemakkelijker dan ik had voorzien en ik had daardoor zomaar een dag vrij. Ik kon dus een dagje naar Zaragoza, voor mij een stad met een magische naam. Zeg maar zoiets als Samarkand of Buchara: je associeert het met een stoer middeleeuws verleden en exotische pracht. De hogesnelheidslijn bracht me in minder dan geen tijd van Lleida naar Zaragoza, en ik ben meteen naar het Aljafería gewandeld, dat maar een kwartier verderop ligt.

Aljafería

Met het Alhambra in Granada, de grote moskee van Córdoba en Madinat al-Zahra vormt het paleis van Zaragoza, om zo te zeggen, “de grote vier” van Arabisch Spanje. Chronologisch ligt het er tussenin: de moskee en Madinat al-Zahra dateren uit de Vroege Middeleeuwen, het Aljafería is gebouwd in de tijd van de Eerste Taifas, en het Alhambra vertegenwoordigt de Late Middeleeuwen. Deze relatie is ook anders te omschrijven: de architectuur van het Alhambra bouwt voort op die van het paleis in Zaragoza, dat weer voortbouwt op de bouwkunst van het Umayyadische Emiraat van Córdoba, die weer een voortzetting is van de architectuur die de Umayyaden prefereerden toen ze nog de macht hadden in het Midden-Oosten.

Lees verder “Toerist in Zaragoza”