De Taalgrens

Moelingen / Mouland

De Franken waren een federatie van stammen die woonden in het gebied dat we nu Overijssel en Drenthe noemen, en ook in het Roergebied en Nordrhein-Westfalen. Beide groepen werkten samen met de Romeinen, maar voerden er ook oorlog tegen. Er is weleens op gewezen dat de oostelijke groep wat agressiever lijkt te zijn geweest dan de noordelijke, maar één extra bron kan dat beeld veranderen.

Feit is dat de Franken vanaf de jaren vijftig van de derde eeuw de Rijn weleens overstaken en dat keizer Postumus rond 265 na Chr. een lijn versterkingen aanlegde om de grote weg door Belgica te beveiligen. Die weg begon in Boulogne en leidde via Amiens, Bavay, Tongeren, Heerlen en Jülich naar Keulen en wordt vanouds aangeduid als de Chaussée Brunehaut. (Dat ’ie tegenwoordig Via Belgica moet heten, is een deprimerend ander verhaal.) In elk geval: het was een belangrijke weg die verdedigd moest worden, want ten zuiden van deze straat lagen op de vruchtbare lössgronden de grote landgoederen waar graan werd verbouwd voor steden als Keulen en de forten langs de Rijn.

Lees verder “De Taalgrens”

Romeins Zuid-Limburg

Grafsteen van een Romeins echtpaar (Thermenmuseum, Heerlen)

De provincie Limburg – voor Vlaamse lezers: de Nederlandse helft van het oude hertogdom – was zo vriendelijk me een exemplaar te sturen van een reisgids voor Romeins Zuid-Limburg: Via Belgica. Romeins Zuid-Limburg. Het was hoog tijd dat zo’n gids er kwam, want ’s Neêrlands antieke verleden wordt steeds verder gereduceerd tot de limes. Een bizar voorbeeld van die verschraling is dit stuk in De Volkskrant, waarin een journalist zonder kritiek reproduceert dat in Nederland zichtbare Romeinse monumenten ontbreken. Hier is óf het badhuis van Heerlen (een van de grotere ruïnes benoorden de Alpen) weggereduceerd uit ons antieke verleden óf Limburg weggereduceerd uit Nederland. Ik stoor me weleens aan Limburgers die van alles wat vies en voos is de schuld geven aan de rest van Nederland, maar in dit geval hebben ze volkomen gelijk. Nu mogen die Limburgers ook zelf weleens de trom roeren om te verhinderen dat ze uit Nederlands Romeinse verleden worden weggeschreven, en gelukkig is er nu de reisgids.

Een andere vraag is of die zijn doel bereikt en daar kun je op twee manieren naar kijken: trekt dit mensen naar Limburg of trekt het mensen naar Romeins Limburg? Het eerste gaat beter dan het tweede.

Lees verder “Romeins Zuid-Limburg”

Goed nieuws over het Thermenmuseum

Het badhuis in het Thermenmuseum in Heerlen (het ziet er inmiddels beter uit maar ik heb alleen deze wat oudere foto)

Ik weet het: een stukje dat begint met “de grootste ruïne” suggereert dat er iets negatiefs gaat komen. De grootste ruïne, dat is de economie van Griekenland, de Amsterdamse binnenstad, de Italiaanse politiek, de puinhopen van Paars. Het is zelden een aanbeveling, behalve in Heerlen, waar de grootste Romeinse ruïne uit Nederland is te zien: in het Thermenmuseum liggen de resten van een enorm badhuis. Het museum heeft ook een geweldige collectie Romeinse vondsten uit Zuid-Limburg.

Het Rijksmuseum van Oudheden is een algemeen museum, het Valkhof en Hoge Woerd richten zich overwegend op de gemilitariseerde periferie van de limes, en wie het gewone, civiele Romeinse leven in de Lage Landen wil kennen, moet naar Heerlen, dat zich daarbij perfect laat combineren met het Gallo-Romeinse museum in Tongeren en eventueel de Katakomben van Valkenburg. Ik zou vaker over “de Euregio” schrijven als het, vanuit Amsterdam, niet zo verdraaid ver weg was. (Wat overigens bewijst hoe perifeer Amsterdam in Europa eigenlijk ligt.)

Lees verder “Goed nieuws over het Thermenmuseum”

Late Romeinen

Uitleg over het Romeinse leger in de Late Oudheid (Orientalis bij Nijmegen)
Uitleg over het Romeinse leger in de Late Oudheid (Orientalis bij Nijmegen)

Er zijn momenten waarop ik denk dat we met een Romeinenweek, een Nijmeegs Romeinenfestival, een Zuid-Limburgs Romeinenfestival, een limes-zomer, Romeinse Spelen en een “Late Roman Event” wat erg veel Oudheid hebben. Zeker als ze in Tongeren en Xanten, dus net over de grens, ook uitpakken, als er bovendien een Week van de Klassieken is en als we ook nog enkele goed-bezochte musea hebben. Het wonderlijke is echter dat er vrijwel steeds voldoende bezoekers komen om het voor de betrokkenen interessant te houden. Er is elk weekend wel ergens wat te doen, scholen blijven mensen vragen om uitleg te komen geven.

Zonder iets ten nadele van de andere activiteiten te willen zeggen: ik voor mij vind het “Late Roman Event” het leukst. Misschien wel om de rustige toon waarmee het zich presenteert; misschien omdat ik de organiserende re-enactmentgroep al jaren ken; misschien omdat het op de perfecte plek is, namelijk Museumpark Orientalis bij Nijmegen; misschien omdat de re-enactors uit meer landen komen en je dus beter voelt hoe groot dat wereldrijk was; misschien omdat de Late Oudheid veel belangrijker is dan men wel aanneemt.

Lees verder “Late Romeinen”

Romeinenweek: Thermenmuseum

badhuis
In het Thermenmuseum ligt de grootste Romeinse ruïne in Nederland

Ik ben eens een kijkje wezen nemen in het Thermenmuseum in Heerlen, waar ik een jaar of vijf geleden voor het laatst was geweest. Het bestaat uit drie delen: een ruimte voor tijdelijke exposities, de enorme hal waarin je vanaf een loopbrug ’s lands grootste ruïne kunt zien, en daar achter de vernieuwde permanente tentoonstelling.

Was dat vroeger een algemene introductie tot de Romeinse cultuur, tegenwoordig staat vooral Romeins Zuid-Limburg centraal. Ik zag heel andere voorwerpen dan ik me van eerdere bezoeken herinnerde en de pronkstukken komen nu heel goed tot hun recht. Het voornaamste verschil is echter dat het allemaal wat ruimtelijker is opgesteld. Op de loopbrug over de ruïne zijn bovendien mooie animaties te zien van hoe het gebouw in elkaar heeft gestoken. Het museum is duidelijk verbeterd.

Lees verder “Romeinenweek: Thermenmuseum”

Van Rossems Romeinse Rijk

van_rossem_einde_romeinse_rijk

Ik heb altijd een zwak gehad voor Maarten van Rossem. Dat heeft te maken met een voorval in het najaar van 2010, toen het Allard Pierson-museum me vroeg tijdens de museumnacht een lezing te verzorgen waarin ook de hellenisering zou worden behandeld. Van Rossem was eerder gevraagd, maar had aangegeven weinig van de Oudheid te weten en daarom de klus liever over te laten aan iemand anders. Ik vond het sympathiek dat Van Rossem zijn beperkingen kende. Voor mensen met zelfkennis heb ik een zwak.

Ik weet niet waarom Van Rossem nu, ruim vijf jaar later, wél over de Oudheid is gaan schrijven, en dan nog wel over de Late Oudheid, waarvan hij aangeeft dat hij er “bepaald geen specialist” in is. Niet dat ik er tegen ben. Zoiets kan juist goed uitpakken: veel oudhistorici zijn in feite classici voor wie niet vanzelf spreekt dat oude geschiedenis in de eerste plaats geschiedenis is. Een algemeen historicus kan de discussie naar een hoger plan tillen.

Lees verder “Van Rossems Romeinse Rijk”

Hoe je archeologie niet moet uitleggen

Wetenschap uitleggen is een vak. Daarbij worden ook wel eens fouten gemaakt. Die zijn vaak niet makkelijk te benoemen, omdat inzicht in het vak zelf nodig is. Het voorbeeld dat ik nu geef is wat triviaal, maar heeft het voordeel dat er geen inhoudelijke kennis voor nodig is.

Om het oude Rome lagen verschillende wegen. De Via Nomentana leidde naar Nomentum, de Via Gabina naar Gabii, de Via Tusculana naar Tusculum, de Via Ardeatina naar Ardea. Je hoeft geen Latijn te kunnen om te begrijpen dat straten werden genoemd naar hun bestemming. Dat geldt ook voor wegen als de Via Portuensis (naar de portus, haven) en de Via Ostiensis (naar de riviermond, ostia). Er zijn ook straten die zijn genoemd naar hun bouwers (de Via Appia bijvoorbeeld), maar er is niet één straat vernoemd naar het landschap waar ze doorheen liep.

Lees verder “Hoe je archeologie niet moet uitleggen”