Voor-westerse geschiedenis (7) het “image of limited good”

Alles wat kracht kostte, was te herleiden tot spierkracht (Louvre, Parijs)

Toen ik deze reeks “voor-westers” doopte, was dat enerzijds om aan te geven dat het gaat over een wereld die er was vóórdat het idee van West-Europa ontstond en anderzijds omdat ik het heb over iets wat voorafgaat aan de historische gebeurtenissen – noem het de voorwaarden, de factoren of de omstandigheden die het menselijk handelen beperken en beïnvloeden. Er is nog een derde reden om de periode af te bakenen van de algemene geschiedenis van de westerse wereld: het energiebeheer. Simpel geformuleerd was vrijwel alle energie in de voor-westerse wereld te herleiden tot voedsel. En dat is hoogst problematisch.

Onoverkomelijke grenzen

Neem het geval van de boer die meer wil produceren, dus meer land moet bewerken en dus meer zal moeten ploegen. Dat vergt extra energie en die energie zal de boer moeten halen uit zijn voedsel. Hij zou die beperking kunnen oplossen door een rund of dromedaris voor de ploeg te spannen, maar ook dat dier zal eten. Een aanzienlijk deel van wat méér geproduceerd zou kunnen worden, verdwijnt dus in het arbeidsproces.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (7) het “image of limited good””

Voor-westerse geschiedenis (6) herders

Herders in de Zagros

Wie door het Midden-Oosten reist, stuit vroeg of laat onvermijdelijk op herders die hun kuddes verplaatsen van de zomer- naar de winterweiden en terug. Ze trekken daar wat meer de aandacht dan in Griekenland of Italië, hoewel ook daar nog altijd herders zijn die met geiten en runderen heen en weer trekken. In Spanje zijn de cañadas, de wegen waarlangs herders hun kuddes verweidden, niet meer wat ze zijn geweest, en dat geldt ook voor de drailles uit het zuiden van Frankrijk, maar de aloude levenswijze is niet verdwenen. Ik zag vorige maand ergens bij Murcia nog een verkeersbord dat automobilisten attendeerde op grote kuddes.

Ook in onze eigen contreien benutten boeren nog altijd winter- en zomerweides. Ik herinner me uit mijn Veluwse jeugd dat de koeien met vrachtwagens naar Friesland gingen. De winter- en zomerweiden hoeven overigens niet zo ver uit elkaar te liggen: in Zwitserland bestaat Almwirtschaft, waarbij de kuddes van het dal naar – je raadt het nooit – de alm worden verplaatst. En weer terug natuurlijk. Het moge duidelijk zijn: veeteelt beperkt zich niet tot ’n grasveldje met wat prikkeldraad erom.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (6) herders”

Titus Livius (5): kenmerken

Zomaar een Romein, niet per se Titus Livius (Altes Museum, Berlijn)

[Vijfde blogje in een reeks over de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius. Het eerste deel was hier.]

Het was ooit een droom geweest van de Romeinse redenaar Cicero dat er nog eens een Romeinse auteur zou opstaan die een geschiedenis van Rome zou schrijven die kon wedijveren met die van beroemde Grieken als Herodotos en Thoukydides. Als Cicero Livius’ Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad had kunnen lezen, zou hij tevreden zijn geweest. De Romeinse geschiedschrijver mist weliswaar de scherpzinnigheid van een Thoukydides en de humor van een Herodotos, maar zijn beschrijving van het ontstaan en de groei van de Romeinse republiek is een kunstwerk. Voor wie nog nooit iets van Livius heeft gelezen, noem ik drie zaken om op te letten:

  1. De invloed van de welsprekendheid
  2. De structuur
  3. De (politieke) thematiek

Lees verder “Titus Livius (5): kenmerken”

Prokopios (4)

Theodora (Römisch-Germanische Zentralmuseum, Mainz)

[Dit is het vierde van vijf blogjes over de Byzantijnse geschiedschrijver Prokopios van de hand van Hein van Dolen. Het eerste was hier.]

Wat bewoog Prokopios?

Men heeft zich vaak afgevraagd waarom Prokopios zo gebeten was op keizer Justinianus en zijn vrouw. Er zijn geen gegevens voorhanden waaruit zou blijken dat zij hem persoonlijk hebben dwarsgezeten of zijn positie hebben benadeeld. Er moet dus naar een andere verklaring gezocht worden.

De moeilijkheid is dat we over het leven van Prokopios zo slecht zijn ingelicht. Vanwege zijn enorme belezenheid en eruditie is wel verondersteld dat hij uit de hogere kringen afkomstig moet zijn geweest, want alleen de jeunesse dorée werd in die tijden in staat gesteld hoger onderwijs te volgen. Het is denkbaar dat hij, als lid van de oude, reactionaire adel, zich geërgerd heeft aan de opgeklommen provinciaal en dat hij, vanuit een standsvooroordeel, hun doen en laten met de grootste afkeuring heeft bezien. Het moet voor hem een gruwel zijn geweest een vrouw op de verheven keizertroon te zien zitten die haar jeugd op het toneel en in het bordeel had doorgebracht.

Lees verder “Prokopios (4)”

Clodia Pulchra, de Palatijnse Medeia (2)

Gesneden portret van een Romeinse dame, niet per se Clodia Pulchra (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

[Tweede deel van een blog van Lauren van Zoonen over Clodia Pulchra. Het eerste deel was hier.]

Hoewel de rechtszaak tegen Marcus Caelius Rufus was aangespannen door Lucius Sempronius Atratinus, legt Cicero in zijn redevoering Voor Caelius de verantwoordelijk bij Clodia Pulchra. Zonder haar, beweert Cicero, zou er überhaupt geen zaak zijn geweest.noot Cicero, Voor Caelius 31-32. Zij was rond 94 v.Chr. geboren als Claudia Pulchra. Een ietwat aristocratische spelling van haar naam, die aangaf dat ze behoorde tot de voorname gens Claudia, die in het verleden menig magistraat had voortgebracht, waaronder haar vader.

Ze had nog twee oudere zusters en drie broers, die alle drie actief waren in de politiek. Eén daarvan, Publius Claudius Pulcher, was een aartsvijand van Cicero. Hun vete ging terug tot 62, toen Claudius als vrouw verkleed de viering van Bona Dea bijwoonde in het huis van hogepriester Julius Caesar, een “women only” plechtigheid. Claudius was daarvoor aangeklaagd maar vrijgesproken. Cicero prikte echter door zijn gelogen alibi heen en had er sindsdien een vijand bij.

Lees verder “Clodia Pulchra, de Palatijnse Medeia (2)”

M6 | De dood van Filippos II

Het theater van Aigai, waar Filippos II werd vermoord

Eén van de kenmerken van een vroege staat, waarin één aristocraat zijn collega’s overtreft en een koninkrijk consolideert, is dat de vorst goddelijke eerbewijzen krijgt. In Macedonië was dat niet anders. Kort voordat Filippos II naar Azië wilde oversteken om het Perzische Rijk aan te vallen, liet hij zich vereren. We weten dat zijn beeld stond in sommige tempels. Zijn afscheidsfeest in Aigai paste in het programma: ten overstaan van de Grieken zou hij zich presenteren als isotheos, “godgelijk”, en synthronos, “een troon delend”.

Het was de bedoeling dat het Macedonische vorstenhuis, na de onenigheid van het voorafgaande jaar, de Griekse stadstaten duidelijk zouden maken dat de eendracht was hersteld. Men moest niet hopen onder de verplichtingen van de Korinthische Bond uit te kunnen komen. Alles was nu gericht op de oorlog tegen Perzië. Het offerdier stond klaar om geslacht te worden, zoals het orakel in Delfi had gezegd. Het was feest in Aigai.

Lees verder “M6 | De dood van Filippos II”

De gelijkenis van de slechte pachters

Een kuil voor de wijnpers (Neot Kedumim)

De gelijkenissen of parabels golden lange tijd als de beste voorbeelden van Jezus’ prediking. Het klonk zo logisch: een van het platteland afkomstige messias gebruikte natuurlijk eenvoudige beelden en vormen, ontleend aan het dagelijkse leven. De vorig jaar overleden onderzoeker John P. Meier heeft dat beeld genuanceerd. Met de bestaande methoden is van de meeste gelijkenissen niet te zeggen of ze teruggaan op de historische Jezus. Ik legde het al eerder uit en laat dat verder rusten, maar niet zonder te hebben opgemerkt dat het feit dat we bepaalde zaken met de gangbare criteria niet kunnen authenticeren, niet wil zeggen dat ze onhistorisch zijn. Het wil slechts zeggen dat we het niet weten kunnen. Misschien verbetert de methode. Dat kan. Waarschijnlijk moeten we echter gewoon accepteren dat er grenzen zijn aan de kenbaarheid van de Oudheid. Zo simpel.

Een van de gelijkenissen die, bij de huidige stand van de methode, geldt als authentiek, is de parabel van de wijngaard, ook wel bekend als de boze pachters. Ze is te vinden in het evangelie van Marcus en de redenatie waarom ze authentiek moet zijn, is redelijk complex.

Lees verder “De gelijkenis van de slechte pachters”

Slavernij

Halsband van een slavin (Musée national du Bardo, Tunis)

De slavernij uit de oude wereld lijdt als onderzoeksthema een beetje onder de slavernij uit het recentere verleden. Daarmee bedoel ik dat de plantage-slavernij uit de zuidelijke Verenigde Staten en het Caraïbische gebied helpen bepalen hoe wij kijken naar antieke onvrije arbeid. Zoiets is natuurlijk onvermijdelijk: onze belangstelling voor het verleden is nu eenmaal een afgeleide van wat we ervaren in het heden. Soms is dat verhelderend, soms is het juist misleidend.

Eén belangrijk verschil is dat het product dat de negentiende-eeuwse (en hedendaagse) slaven produceerden, was bedoeld voor een kapitalistische, door innovatie gedreven wereldmarkt. Ze was er zelfs een gevolg van. De spinmachine viel aan te drijven met een stoommachine – anders gezegd: het spinnen werd gemechaniseerd – maar dat ging beter met katoen dan met wol, zodat de vraag naar het eerste product steeg. Aangezien katoen niet mechanisch viel te oogsten maar van de bomen moest worden gehaald door mensenhanden, bloeide de plantageslavernij op. Zo’n integratie van de diverse wereldmarkten bestond in de Oudheid niet. De voortgaande innovatie van de negentiende eeuw, die slavernij uiteindelijk inefficiënt maakte, was er in de oude wereld evenmin.

Lees verder “Slavernij”

Romeinse normen en waarden

plinius_milano
Wat resteert van Plinius’ inscriptie (Milaan)

Ik zal nooit in het openbaar geld inzamelen voor een goed doel en ik zal ook nooit hardlopen tegen kanker of op Radio 538 een liedje kopen om zielige moeders te redden. Zo ik al goed doe, doe ik dat in het geheim, want zo ben ik opgevoed. Wantrouw iedereen die zich op zijn Goede Werken laat voorstaan.

Dat schrijft de door mij gewaardeerde columnist Theodor Holman vanavond in Het Parool. Ik kon een glimlach niet onderdrukken. Niet alleen omdat ik de weerzin tegen “hardlopen tegen kanker” en “een liedje kopen om zielige moeders te redden” herken, maar ook omdat de auteur, die christenen pleegt te vergelijken met honden, hier een door-en-door christelijk standpunt inneemt. De beroemdste verwoording is te vinden in het Evangelie van Matteüs:

Lees verder “Romeinse normen en waarden”