De vele namen van Belgrado (3)

Het standbeeld van Karadjordje bij de Tempel van de Heilige Sava.

[Derde van de vier blogjes die Tim Frangias wijdde aan Belgrado. Het eerste was hier.]

Vuur en gramschap

Trots staat de Belgrade Victor op de Griekse zuil bij het Kalemegdan-fort, zoals aan de andere kant van de stad een beeld van de Servische leider Karadjordje heroïsch staat voor de Tempel van de Heilige Sava. Zoals ik eerder schreef is de stad met Griekenland verbonden door de lange schaduw van de oudheid. Het op de Griekse zuil staande beeld van Belgrade Victor herdenkt de Eerste Balkanoorlog (1912-1913), waarin de noordgrens van Griekenland verschoof tot voorbij Thessaloniki, terwijl een sterk Servië ontstond, gelegen tussen Oostenrijk-Hongarije en Griekenland. Deze gevechten versterkten de band tussen de twee orthodoxe landen.

Lees verder “De vele namen van Belgrado (3)”

Turkse TV (16) Mümin Aksoy

Mümin Aksoy

Vatanım Sensin (letterlijk “Jij bent mijn vaderland”, ook bekend als Wounded Love) is een televisiedrama dat zich afspeelt tijdens de laatste jaren van het Ottomaanse Rijk en de Turkse Onafhankelijkheidsoorlog. Het hoofdpersonage “Cevdet” is gebaseerd op het leven van Mustafa Mümin Aksoy, wiens bijnaam “Gavur Mümin” was. De hoofdrol wordt gespeeld door Halit Ergenç, die ook Suleyman de Prachtlievende speelt in Magnificent Century, waarover ik al blogde.

De serie begint na de Eerste Wereldoorlog en de dood van Hasan Tahsin, die als eerste het vuur opende op de Griekse soldaten die op 15 mei 1919 in Izmir landden. Het eerste seizoen eindigt met de oprichting van de Grote Nationale Assemblee van Turkije op 23 april 1920. Het tweede seizoen begint met het Verdrag van Sèvres op 10 augustus 1920. De serie eindigt met de bevrijding van Izmir door het Turkse leger op 9 september 1922.

Lees verder “Turkse TV (16) Mümin Aksoy”

Turkse TV (15) Gallipoli

Deel van een van de monumenten voor de slag bij Gallipoli

Çanakkale 1915, Gallipoli 1915 is, net als de in het blogje van eergisteren behandelde productie, een Turkse historische dramafilm uit 2012, geregisseerd door Yesim Sezgin en geschreven door Turgut Özakman, gebaseerd op zijn eigen roman uit 2008, Diriliş: Çanakkale 1915. De film werd in oktober 2012 in de bioscoop uitgebracht en was te zien op duizend schermen in Turkije en Europa.

Het verhaal van de film gaat over de campagne tijdens de Eerste Wereldoorlog op het schiereiland Gallipoli in Turkije in 1915. De film belicht de wederopstanding van Turkije als militaire grootmacht na de nederlaag in de Eerste Balkanoorlog, met onder meer sergeant Mehmet Ali (Ali Ersan Duru) uit Biga, korporaal Seyit en vele anderen. Om Rusland te helpen en Constantinopel te bedreigen, proberen de geallieerden met een grote vloot de Dardanellen te doorbreken. Aan de hand van een reeks historische schetsen documenteert de film hoe het Ottomaanse leger er, ondanks vele moeilijkheden en ontberingen, in slaagt om de troepen van de Entente te verslaan.

Lees verder “Turkse TV (15) Gallipoli”

Turkse TV (13) Italiaans-Turkse Oorlog

Enver Pasha in 1911

Mahsusa Trablusgarb, Mahsusa Tripoli is een historische Turkse internetserie geproduceerd door A23 Media, die op 29 oktober 2023 werd uitgezonden op het digitale platform Tabii van TRT. In de serie, die zich afspeelt in 1911-1912, speelt Enver Bey (later Enver Pasha) een hoofdrol, samen met Mustafa Kemal (later Atatürk), beiden dan Ottomaanse legerofficieren.

Toen op 29 september 1911 de Italiaans-Turkse Oorlog uitbrak, vertrokken Enver en Mustafa Kemal naar Libië om tegen het Italiaanse leger te vechten. In Libië had Enver het commando over de Ottomaanse legerdivisies. Hij en Mustafa Kemal wisten met de hulp van lokale Libische stammen onverwacht veel weerstand te organiseren tegen het Italiaanse leger. Hoewel ze in Libië met elkaar samenwerkten, hadden Enver en Mustafa Kemal voortdurend meningsverschillen met elkaar en zouden ze later uitgroeien tot ware rivalen. Enver werd in Libië benoemd tot gouverneur van Benghazi.

Lees verder “Turkse TV (13) Italiaans-Turkse Oorlog”

De Europese canon (41-45)

De Eerste Balkanoorlog

Overmorgen zijn de Europese verkiezingen en met het oog daarop blog ik deze week over de Europese canon. Vandaag vijf onderwerpen vol geweld, met ergens op de achtergrond de doorbraak van het modernisme. De Eerste Wereldoorlog werd gewonnen door de partijen die het meeste innoveerden, en vernieuwing werd het toverwoord van de twintigste eeuw.

De instorting van het Europese systeem

Periode: 1911-1922

Alternatieven: Eerste Wereldoorlog, Vrede van Versailles

Tussen de Europese mogendheden waren altijd fricties en spanningen, maar zolang er koloniën te verdelen waren, was er een bliksemafleider. Toen het verkeerd begon te gaan, was dat dan ook op het laatste stukje wereld dat nog niet was verdeeld: op de Balkan. Het Ottomaanse Rijk was verzwakt, Italië viel het aan in Libië (1911) en in het jaar erop vielen ook Servië, Montenegro, Griekenland en Bulgarije aan. Dat was de Eerste Balkanoorlog. Die duurde bijna acht maanden; de Ottomanen verloren vrijwel al hun Europese bezittingen. De vrede duurde één maand. Toen brak de Tweede Balkanoorlog uit, waarin Servië, Montenegro, Griekenland en het Ottomaanse Rijk zich keerden tegen Bulgarije.

Lees verder “De Europese canon (41-45)”

De Europese canon (36-40)

Oscar Montelius (©Stockholms Stadsmuseum)

Met dit negende blogje in mijn reeks over de Europese canon bereiken we de tweede helft van de “lange negentiende eeuw”: Europa als wereldmacht én het einde daarvan.

De vooruitgangsgedachte

Periode: Tweede helft negentiende eeuw

De vooruitgangsgedachte is een thema waarover ik al meer heb geblogd. De filosofen van de Verlichting waren er zeker van dat de mensheid erop vooruitging. Ook geleerden als Turgot en De Condorcet waren daarvan overtuigd, maar ze deden weinig meer dan het presenteren van een hypothese. Die baseerden ze op de klassieke teksten en op de beste etnografische data van hun tijd, maar het idee dat de mensheid van primitieve aaseter via wildeman en barbaar was opgeklommen tot beschaafd mens, was welbeschouwd niets meer dan beredeneerd giswerk.

Het empirische bewijs kwam echter in de tweede helft van de negentiende eeuw, toen de eerste wetenschappelijke archeologen voldoende overzicht hadden van het diepe verleden om te kunnen vaststellen dat er een evolutie was geweest van Steentijd via Bronstijd naar IJzertijd. De samenleving, zo betoogde Oscar Montelius, was complexer geworden en welvarender. De twintigste eeuw toonde mogelijkheden en ethische keuzes die voordien ondenkbaar zouden zijn geweest.

Lees verder “De Europese canon (36-40)”

M7 | Macedonië na Alexander

De Zon van Vergina, verondersteld dynastiek symbool van Macedonië (Archeologisch Museum, Thessaloniki)

Een geschiedenis van Macedonië na Alexander de Grote begint met de dynastie die er tot 168 v.Chr. de scepter zwaaide: de Antigoniden, waarover ik het al eens heb gehad en die ik nu oversla. De Romeinen veroverden het gebied, splitsten het eerst in vieren en annexeerden het kort daarna definitief. In 146 volgden de verwoesting van Korinthe en de inlijving van Griekenland. Het zuidelijke Balkanschiereiland was zo deel geworden van de Romeinse wereld. En zoals overal was dat de wereld waarin de Griekse cultuur zich verspreidde.

De verdwenen taal

Hadden de Macedoniërs in de tijd van Filippos en Alexander nog Macedonisch gesproken naast het Noordwest-Grieks, in de Romeinse tijd helleniseerden ze helemaal. De weinige resterende sporen van het Macedonisch kennen we uit Griekse woordenboeken uit de keizertijd: woorden als sarissa (lans), abagna (roos) en peliganes (raad van ouden) zijn wel Indo-Europees maar niet Grieks. Die woordenboeken waren nodig omdat het Macedonisch inmiddels voor Grieken nog onbegrijpelijker was dan in de vierde eeuw, toen al tolken nodig waren.

Lees verder “M7 | Macedonië na Alexander”

Majoor Thomson

Majoor Thomson
Majoor Thomson

De eerste aanblik van Groningen, als je met de trein aankomt, is niet best. Vanuit het kanaal ligt het museumgebouw om aandacht te schreeuwen en hoewel er binnen altijd leuke tentoonstellingen zijn, gaat het bouwwerk al snel vervelen. Als je er eenmaal voorbij bent, opent zich echter een heel leuke stad. Vraag me niet om één markant punt te noemen; het is meer een stad vol kleine, onverwachte vondsten. Zoals het hotel waar ik ooit sliep, WEEVA (Woon- En Eethuis Voor Allen): op de gangen zijn de bordjes met de kamernummers gemaakt in een prachtige oude letter. Ik kan daar verliefd op worden.

Als je van het station over de Hereweg naar het zuiden wandelt – de beste manier om zo snel mogelijk niet naar het museum te hoeven kijken – passeer je (tegenover de Mesdagkliniek) het beeldje dat u hierboven ziet: majoor Lodewijk Thomson. Hij is gesneuveld op 15 juni 1914.

Lees verder “Majoor Thomson”

De Armeense genocide: De Jonge Turken

Talaat Pasha (Wikimedia Commons)

[Tweede deel van een serie van zes; het eerste is hier.]

Tegen het einde van de negentiende eeuw groeide in het Ottomaanse Rijk de kritiek op de sultan. In het noorden en westen waren gebieden verloren gegaan, het bestuursapparaat functioneerde slecht, er was corruptie en vriendjespolitiek. Op de militaire, medische en bestuurlijke academies stelden de “Jonge Turken” zich een andere vorm van bestuur voor, gebaseerd op de idealen van de Franse Revolutie: vrijheid, gelijkheid en broederschap. De Grondwet van 1876 moest weer van kracht worden. De Armeense intelligentsia kon hier wel enige sympathie voor opbrengen.

In 1908 grepen de Jonge Turken de macht. In juli werd de grondwet weer van kracht, het Ottomaanse Rijk herkreeg zijn parlement en de sultan bleef alleen aan als staatshoofd en kalief. Al heel snel liepen de nieuwe machthebbers echter aan tegen de vraag die zich ook na de Franse Revolutie en daarop geënte omwentelingen had aangediend: wie vormden het volk? De Nieuwe Turken benadrukten eenheid – en bedoelden daarmee niet de aloude eenheid van een rijk waarin ook soennieten van Koerdische en Arabische komaf, Armeense christenen, Palestijnse en Europese joden, Egyptische kopten en Cypriotische orthodoxen woonden, om nog maar te zwijgen over de lappendeken Libanon. Het ging de Jonge Turken vooral om de eenheid van alle Turken, ook degenen die verderop naar het oosten leefden, richting Turkestan (het huidige Oezbekistan en Turkmenistan). Ik stipte het jadidisme al eens aan.

Lees verder “De Armeense genocide: De Jonge Turken”

Nationale feestdag

Atatürkmonument in Sinasos (Mustafa Pasha)
Atatürkmonument in Sinasos (Mustafa Pasha)

Op 19 mei 1919 kwam de Ottomaanse generaal Mustafa Kemal aan in Samsun, een havenstad aan de Zwarte Zee. Het waren beroerde tijden. Het Ottomaanse Rijk was al sinds 1911 permanent in staat van oorlog: eerst in Libië tegen Italië, vervolgens in twee oorlogen op de Balkan en tot slot als partij in de Eerste Wereldoorlog. De soldaten hadden gevochten als leeuwen, maar hadden steeds terrein moeten prijsgeven. Toen een wapenstilstand een einde maakte aan de Eerste Wereldoorlog, was het land gereduceerd tot wat nu de grenzen van Turkije zijn, en Rusland, Frankrijk, Griekenland en Groot-Brittannië hoopten er nog wat hompen vanaf te kunnen snijden.

Ondanks de militaire en politieke vernedering waren er successen geweest, en Kemal Pasha – het laatste woord is een eretitel voor een generaal – had zelfs een zeer grote overwinning geboekt bij Gallipoli, waar hij de Britten had verslagen en de hoofdstad Constantinopel had gered. (Ik blogde al eens over het even lelijke als ontroerende monument in Eceabat.)

Lees verder “Nationale feestdag”