Maximinus de Thraciër

Een damnatio memoriae van Maximianus Thrax uit Sétif

Mijn zakenpartner heeft het weleens over de inscriptietoeter die afgaat als hij ergens op een opgraving een steen ziet waarop wat woorden staan geschreven. Ik stuiter er dan meteen op af om foto’s te maken. Later zal ik er dan een nummer aan toevoegen uit de EDCS, de Epigrafische Database van de Duitse oudheidkundigen Manfred Clauss en Wolfgang Slaby, en als daar nog geen foto’s in staan, dan stuur ik die op. Meer dan eens gaat het om materiaal dat nog niet is gedigitaliseerd of zelfs volkomen onbekend was.

In januari heb ik iets van vierhonderd foto’s gestuurd en dat is mede doordat ik op een regenachtige ochtend in Sétif heb staan fotograferen in twee met inscripties gedecoreerde parken, de Jardin Emir Abdelkader en de wat kleinere Jardin Rafaoui. Daar zat ook de bovenstaande foto bij van een inscriptie die kort voor 1920 moet zijn ontdekt in wat toen nog Saint-Arnaud heette en tegenwoordig El-Eulma heet. Zoals u ziet heeft iemand de tekst van die inscriptie doorgestreept. Een damnatio memoriae.

Lees verder “Maximinus de Thraciër”

Een Joods graf uit Saoedi-Arabië

Joods grafschrift uit Hegra

Een paar jaar geleden kondigde de Saoedische oudheidkundige dienst aan dat ze meer aandacht zou besteden aan het joodse erfgoed op het Arabische Schiereiland. Het is al heel lang bekend dat dit er is want ooit was Jemen een Joods koninkrijk. De islamitische traditie vertelt over hardhandige conflicten tussen Mohammed en joodse stammen. Vreemd is het dus niet dat er aandacht voor is, zeker nu Saoedi-Arabië en Israël elkaar hebben gevonden in hun vijandschap met Iran.

Toch is het blijkbaar nog een stap te ver om er ook mee te koop te lopen. Een voorbeeld is het bovenstaande grafschrift, dat is opgegraven in het Al-Mabiyat-grafveld bij het Romeinse fort Hegra (Al-‘Ula) en dat deel uitmaakt van de archeologische collectie van de Koning Saoed-Universiteit in Riyad. Ze is tot 8 maart nog te zien op de overdonderend mooie Al-Ula-expositie in het Institut du Monde Arabe in Parijs. De bovenste helft van de inscriptie, waarin de naam van een overleden man moet hebben gestaan, is verloren maar het restant is intrigerend.

Vrede (šlm) over het graf van Rammanat, zijn echtgenote, de dochter van Yusuf, de zoon van Irar uit Qaryat. Ze overleed op 26 ijar van het jaar 175.

Lees verder “Een Joods graf uit Saoedi-Arabië”

De Lange Muren van Athene

Inscriptie over de reparatie van de Lange Muren van Athene (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Athene ligt een kilometer of zeven landinwaarts, wat het voordeel had dat de stad moeilijk van overzee viel aan te vallen: een vijand zou eerst over zee moeten komen, dan moeten ontschepen, vervolgens over land moeten oprukken en zichzelf moeten beschermen met cavalerie, wat weer betekende dat er ook duizenden paarden op de vloot moesten worden meegenomen. De Perzen hadden het in 490 v.Chr. geprobeerd, waren bij Marathon aan land gegaan maar waren niet toegekomen aan de opmars naar Athene.

Voor een vijandelijk landleger was het eenvoudiger. Dat hoefde maar een cordon om de stad te leggen om haar uit te hongeren, wat des te makkelijker was omdat er – vanaf de late zesde of vroege vijfde eeuw v.Chr. – meer Atheners waren dan door het omringende platteland konden worden gevoed. De stad was aangewezen op graanimporten van overzee. De Atheense staatsman Themistokles opperde daarom de bouw van “lange muren” naar de twee havens, Faleron en Peiraieus. Het duurde tot 460, toen het machtige Sparta de oorlog verklaarde aan Athene, eer de muren daadwerkelijk werden gebouwd, maar in 457 waren ze voltooid.

Lees verder “De Lange Muren van Athene”

Een unieke kerel

Grafsteen uit het geplunderde museum van Apameia

Je vindt nog ’s wat als je bezig bent met je oude foto’s. Bovenstaande inscriptie was ooit te zien in het geplunderde museum bij de Syrische stad Apameia. De grafsteen van een Romeinse soldaat. Er gaan er dertien van in een dozijn: hier hebt u er nog een stuk of dertig, behorend dezelfde museumcollectie en daar heeft u een stukje dat ik ooit blogde over een ander exemplaar. Vrijwel alle soldaten behoorden bij hetzelfde legeronderdeel, het Tweede Legioen Parthica, de strategische reserve van het Romeinse Rijk. Het onderdeel was in de eerste helft van de derde eeuw na Chr. enkele keren in Syrië gestationeerd. Allemaal niks bijzonders.

Als mijn zakenpartner en ik foto’s hebben gemaakt, benut ik de avond meestal om ze een naam te geven zodat we het materiaal later makkelijk kunnen terugvinden. Op een mooie novemberavond in 2008 las ik snel de naam van de soldaat, die blijkbaar Marius heette of misschien Carius. (Voor niet-latinisten: het eerste woord, Mario, betekent “voor Marius”, al is de eerste letter erg beschadigd.) Hij werd drieënveertig jaar oud en diende er ruim eenentwintig. Twee trompetters plaatsten de gedenksteen. Nog steeds niets bijzonders en ook de constatering dat hij een “unieke kerel” was, is niet uitzonderlijk. Hooguit was de naam van de overledene wat kort, maar in de derde eeuw raakte de aloude driedelige Romeinse naam in onbruik, dus zo vreemd was dat nou ook weer niet.

Lees verder “Een unieke kerel”

Tayma

Inscriptie uit Tayma: “Geplaatst door Sasag, de zoon van Abdosiris, de zoon van Qursan”.

De Tayma-oase ligt in het noordwesten van het huidige Saoedi-Arabië, langs de handelsroute die ooit van Yathrib (Medina) en Khaybar leidde naar de Duma-oase en Mesopotamië. Oeroude qanats (ondergrondse waterleidingen) en de stenen die ooit de velden afbakenden, duiden op een landbouweconomie die vrij complex was.

Archeologen vonden ook “Qurayya painted ware”, een type aardewerk dat in het laatste kwart van het tweede millennium v.Chr. is vervaardigd. Het wijst op handelscontacten die reikten tot in de Araba, de vallei op de grens van Jordanië en Israël tussen de Dode Zee en de Rode Zee. De Taymanieten hebben misschien dadels, aluin en steenzout verkocht en zullen daarvoor wel koper terug hebben gekregen. Een inscriptie met de naam van koning Ramses III (r.1184-1152) bewijst dat ook Egyptische kooplieden Tayma wisten te vinden

Lees verder “Tayma”

Gumattius

Grafsteen van Gumattius (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Laten we het eens hebben over een museumstuk uit het Rijksmuseum van Oudheden, daar schrijf ik immers nooit over. Het monumentje hierboven is een van de beroemdste Romeinse grafstenen uit Nederland, wat niet zo heel moeilijk is omdat we hier weinig natuursteen hebben en we, tot de ontdekking van de Nehalennia-altaren in de jaren zeventig, eigenlijk maar een paar inschriften hadden. Deze was al in de zeventiende eeuw bekend – Gisbert Cuper schreef er in 1687 al over – toen Romeinse inscripties nog helemaal zeldzaam waren. Vandaar haar roem.

Hier is de tekst:

M TRAIANIV
GVMATTIVS GAI
SIONIS F VET ALAE
AFROR TPI

Wat kan worden aangevuld tot

Lees verder “Gumattius”

Somno iussus

Een inscriptie uit het heiligdom van Andesina (Archeologisch Museum, Grand)

Ik blogde gisteren over een archeologe die nogal makkelijk naar een conclusie toe aan het redeneren was. Ze voegde bijvoorbeeld een letter toe aan een inscriptie en liet andere mogelijke toevoegingen onvermeld. Vandaag hebben we een soortgelijk voorbeeld: de bovenstaande inscriptie uit de derde eeuw, gevonden in Grand.

De woorden middenin zijn goed te lezen: somno iussus. Iemand heeft iets gedaan na een bevel in een droom. Het woord erboven kan alleen [tri]bunus zijn, een officier. Daarboven zijn de onderkanten van enkele letters te lezen, die ons in staat stellen de naam van de tribuun te reconstrueren, Consinius. Met toevoeging van drie letters die we niet goed kunnen duiden komen we dus op

…nno Consinius
tribunus
somno iussus

Lees verder “Somno iussus”

Kindermoord

Grafsteen van Julia Restuta (Nationaal Archeologisch Museum, Zagreb)

Het Archeologische Museum van Zagreb is een van de mooiste musea die ik ooit heb bezocht. Het heeft een interessante afdeling Prehistorie, die in Kroatië doorloopt tot aan de komst van de Romeinen; er is een schitterende Romeinse afdeling; daarop volgt een degelijk overzicht van de Late Oudheid en Vroege Middeleeuwen; er is een verzameling inscripties in de tuin, waar je ook koffie kunt drinken. Alle uitleg is in zowel het Kroatisch als het Engels en het museum heeft – en hier word ik echt blij van – geen geheimzinnig donkere vertrekken waarin de voorwerpen mysterieus liggen te zijn.

Dat geldt weer wél voor de Egyptische afdeling, maar een papyrus kun je nu eenmaal niet in het volle daglicht leggen: dat beschadigt de toch al bleek wordende inkt. Op deze afdeling is ook het (althans bij vakidioten) wereldberoemde Liber Linteus Zagrabiensis te zien, “het linnen boek uit Zagreb”. Dit is de langste Etruskische tekst die we kennen, gevonden op de windsels van een mummie, die op hun beurt afkomstig waren uit een Etruskisch boek met een religieuze inhoud. Daar schrijf ik nog eens een keer over, voor vandaag had ik van de museumstukken de bovenstaande hartverscheurende inscriptie in gedachten.

Lees verder “Kindermoord”

Consullijst

De Fasti Capitolini, de consullijst van de Romeinse Republiek (Rome, Capitolijnse Musea)

Als je één stad zou moeten aanwijzen als hét centrum van de oude wereld, kun je kiezen uit Babylon, Athene, Jeruzalem en Rome. Als je in die laatste stad één plek moest aanwijzen, zou dat het Forum Romanum zijn. En daar was de Triomfboog van keizer Augustus een van de opvallendste monumenten. De inscriptie waarvan ik hierboven een fragment toon, was onderdeel van die boog (of van een monument er onmiddellijk naast).

Het is de geautoriseerde lijst van de Romeinse magistraten. Iets boven het midden leest u bijvoorbeeld Bellum Punicum Primum ofwel “Eerste Punische Oorlog”, het eerste conflict tussen Rome en Karthago. Daaronder vindt u de namen van de consuls uit het eerste oorlogsjaar: Appius Claudius Caudex en Marcus Fulvius Flaccus. Daar weer onder staan Manius Valerius Maximus en Manius Otacilius Crassus. Als u goed kijkt ziet u dat voor die regel nog XC staat. Ooit stond er CCCCXC maar vier Cs zijn weggevallen. De betekenis is dat Valerius en Otacilius consuls waren in het 490e jaar sinds de stichting van Rome.

Lees verder “Consullijst”

Factcheck: de tempel in Jeruzalem

De Tempelinscriptie uit Jeruzalem (Archeologisch Museum, Istanbul)
De Tempelinscriptie uit Jeruzalem (Archeologisch Museum, Istanbul)

Het relletje vorige maand zal u niet zijn ontgaan: de UNESCO aanvaardde een resolutie over de Tempelberg in Jeruzalem zonder deze zo te noemen. In plaats daarvan werd de naam gebruikt die de Arabieren gebruiken voor de Rotskoepel en Al-Aqsa-moskee: Haram esh-Sharif, “het edele heiligdom”. Op zich een incident waarvan er dertien in dozijn gaan: zichtbaar erfgoed krijgt altijd meer erkenning dan onzichtbaar erfgoed. In ons eigen Delft lijkt het bestuur van de Nieuwe Kerk serieus te denken dat de kerk belangrijker is dan de graven eronder.

Daaruit blijkt weinig begrip voor wat erfgoed nu eigenlijk is en je zou van een erfgoedorganisatie als UNESCO meer inzicht verwachten, maar het is een standaardfout en erger dan dat zou het dan ook niet behoren te zijn. Desondanks reageerde Israël als door een door adder gebeten – en terecht. De Tempelberg is een open zenuw sinds een theorie de ronde doet dat de joodse tempel daar niet heeft gestaan.

Lees verder “Factcheck: de tempel in Jeruzalem”