Faits divers (43): alles dubbel

Thracische Pegasos (Archeologisch museum, Razgrad)

Alweer een aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer: twee keer museumnieuws, twee keer leuk onderzoek, twee leuke websites, twee reizen en twee boeken.

Tweemaal museumnieuws

Het jaar is nog niet ten einde, maar ik denk niet dat we nog beter museumnieuws gaan krijgen dan dit: op zaterdag 13 december heropent Museum Dorestad (in Wijk bij Duurstede) zijn deuren. Ik ben al eens een kijkje wezen nemen. Uiteraard kan een klein museum in een niet al te rijke gemeente zich niet meten met het Louvre of het Vaticaan, maar dat laat onverlet dat het verleden van Dorestad voor Nederland belangrijk is. Hier vinden we immers de eerste echte sporen van een traditie die we onze eigen geschiedenis kunnen noemen.

Lees verder “Faits divers (43): alles dubbel”

Multi- en interdisciplinariteit

Een reconstructie van de boogschutter (Paris?) op de tempel van Afaia op het eiland Aigina. Deze reconstructie is te zien in de Glyptothek in München.

Woorden hebben betekenissen maar die betekenissen kunnen verschuiven. De kinderbewaarplaats van weleer heette daarna kleuterschool en inmiddels basisschool. Betekenisverschillen die ooit belangrijk waren, kunnen verdwijnen: de dromedaris gaat steeds vaker kameel heten. En wat ooit multidisciplinair heette wordt nu op één hoop gegooid met interdisciplinair. In dat geval gaat er iets van waarde verloren. Vandaar dat ik even de purist ga uithangen.

Multidisciplinair: alleen de conclusies

Gisteren blogde ik erover dat ik de kleuren van moderne reconstructies van antieke sculptuur ongeloofwaardig vond en dat een portret als dat uit Kharga bewees dat ze in de Oudheid heus wel wisten hoe het natuurgetrouwer moest. Ik had de resultaten van kunsthistorisch onderzoek overgenomen en hoewel ik er vragen bij had, had ik de resultaten niet betwijfeld. Het overnemen van een resultaat uit een vakgebied dat het jouwe niet is, heette ooit multidisciplinair.

Lees verder “Multi- en interdisciplinariteit”

Caesar in de Lage Landen

Moderne reconstructie van het gezicht van Julius Caesar, gebaseerd op de Leidse Caesar-buste. U leest er meer over in het boek van Buijtendorp.

[Gisteren werd in het Rijksmuseum van Oudheden een nieuw boek van Tom Buijtendorp gepresenteerd: Caesar in de Lage Landen. Het is geen toeval dat ik daar vandaag aandacht aan besteed, want ik heb het voorrecht gehad het “Woord vooraf” te schrijven. Dat leest u wel als u het boek eenmaal hebt bemachtigd. Hier is waarom ik denk dat het een belangrijk boek kan zijn.]

***

Wie meer wil weten over het verre verleden, beschikt grosso modo over twee soorten informatie: enerzijds geschreven bronnen, zoals Caesars Gallische Oorlog, en anderzijds archeologische vondsten, zoals de belegeringswallen die zijn opgegraven rond Alesia. Wie de nadruk legt op één van deze categorieën bewijsmateriaal, is als een pianist die vooral witte of vooral zwarte toetsen bespeelt. Door teksten en vondsten te combineren, doe je echter de boeiendste ontdekkingen. Dan ontstaat muziek. Terwijl je bijvoorbeeld aan de hand van vondsten kunt vaststellen dat rond het midden van de eerste eeuw v.Chr. de gouden munten uit noordelijk Gallië verdwijnen, suggereren teksten dat dit het moment was waarop Caesars legers het gebied aan het plunderen waren.

Lees verder “Caesar in de Lage Landen”

Alles van waarde is kwetsbaar (4)

Je wordt soms wat neerslachtig.

De culturele sector is verward. Ik heb hierboven beschreven wat het einddoel is, wat er nodig is om dat te bereiken en dat we dat niet halen. Waardoor wordt het publiek almaar niet goed bereikt?

Waardoor loopt het spaak?

Om de zaken te herstellen, moeten we zien wat de oorzaken zijn. Eén factor is de verdeeldheid die onvermijdelijk voortvloeit uit het gegeven dat er allerlei uiteenlopende clubs zijn met verschillende belangstellingssferen en uiteenlopende prioriteiten. Dat er orientalistengenootschappen, archeologische werkgemeenschappen en klassieke verbonden zijn, is alleen maar logisch, maar het probleem is – en geloof me, ik spreek uit ervaring – dat het publiek vraagt om het geheel.

Het Drents Museum in Assen speelt daar goed op in: het toont het Meisje van Yde mét Tacitus. Wie immers alleen archeologie doet of alleen de oude talen, is als iemand die op een piano alleen de witte of alleen de zwarte toetsen bespeelt. Een vak als “publieksarcheologie”, hoe sympathiek ook, heeft een naam die in feite een contradictio in terminis is, want het publiek wil de gehele Oudheid (of Middeleeuwen, of Prehistorie) en niet “de Oudheid zoals bestudeerd aan de hand van alleen de materiële cultuur”. Er zijn heel goede redenen om je te beperken tot een van de wetenschappelijke disciplines, maar je stemt je aanbod dan slecht af op de vraag.

Lees verder “Alles van waarde is kwetsbaar (4)”

Kwakgeschiedenis: Daar is Colin Humphreys weer

Jozua op een gevelsteen bij het Joods Historisch Museum (Nieuwe Amstelstraat 32)

Ach ja, Colin Humphreys. Die wil zó graag dat de Bijbel letterlijk waar is. Kwam al eens op de proppen met een krankzinnige theorie over het Laatste Avondmaal, waarbij hij de informatie negeerde waarover de evangeliën het onderling eens zijn en waarbij hij datgene overnam waarover ze elkaar tegenspreken. Normaal gesproken lach je dat weg, en dat doet dan ook iedereen die ze allemaal op een rijtje heeft. Maar ja, Humphreys werkt aan een universiteit en dus is er altijd wel een of andere domme journalist die het toch gelooft. Zoals destijds Het Parool. Ik heb er hier over geschreven.

En nu heeft hij de theorie opgerakeld die Hezi Yitzhak c.s. eerder dit jaar naar buiten brachten over Jozua en de slag bij Gibeon. Dit keer is het de website Scientias die er met open ogen invloog. Omdat het gewoon een herhaling van zetten is van wat al in januari in het nieuws was, herhaal ik mijn stukje uit januari ook maar. Heb ik het ook eens gemakkelijk.

Lees verder “Kwakgeschiedenis: Daar is Colin Humphreys weer”

Factcheck: De slag bij Gibeon

De slag bij Gibeon op een gevelsteen bij het Joods Historisch Museum (Nieuwe Amstelstraat 32)

Bijbelverhalen zijn vaak zo verschrikkelijk mooi. Hier is er een die altijd tot de verbeelding spreekt: Jozua, de aanvoerder van de Hebreeën, trekt ten strijde tegen vijf Amoritische koningen, kort nadat hij het land van Israël is binnengetrokken.

Na een nachtelijke mars vanuit Gilgal deed Jozua een onverwachte aanval op de vijanden en Jahwe bracht hen voor Israël in verwarring. Zo brachten de Israëlieten hun bij Gibeon een zware nederlaag toe, achtervolgden hen de berghelling op naar Bet-Choron en bleven hen bestoken tot bij Azeka en Makkeda. Toen zij, vluchtend voor Israël, op de steile afdaling van Bet-Choron gekomen waren, liet Jahwe uit de hemel grote stenen op hen neerhagelen, die hen doodden. Dat duurde tot Azeka toe. Er stierven er meer door de hagelstenen dan de Israëlieten met het zwaard konden doden. (Jozua 10.9-11)

Hierna voegt de auteur iets toe dat hij lijkt te hebben ontleend aan een verder niet bekend Boek van de Rechtvaardige.

Lees verder “Factcheck: De slag bij Gibeon”

Het gelijk van André Klukhuhn

De ernstigste consequentie van de snel groeiende publicatieberg is gelegen in de steeds toenemende starheid van de wetenschap. Immers, in iedere publicatie wordt gebruik gemaakt van stukken theorie en techniek, overgenomen uit andere publicaties, die ieder op hun beurt weer verwijzingen bevatten naar een volgende vertienvoudigde laag publicaties, enzovoort. Voor een kritische lezer is er zodoende geen beginnen meer aan om de betwijfelde uitkomsten van een publicatie ter discussie te stellen. Het graafwerk naar de wortels van de bewering zou al aanzienlijk meer dan een gemiddeld wetenschappelijk mensenleven in beslag nemen. Die consequentie is daarom zo ernstig, omdat de kritiseerbaarheid ermee verloren gaat, waarmee de wetenschap tot in de kern wordt geraakt.

Aan het woord was chemicus André Klukhuhn, destijds hoofd van het Studium Generale in Utrecht en auteur van Hypothese van het heden (1989). Pagina voor pagina legt hij uit hoe de wetenschap in de jaren tachtig het moeras in aan het lopen was. Sindsdien heeft hij jaar na jaar meer gelijk gekregen.

Lees verder “Het gelijk van André Klukhuhn”

Qumranologie en krijgsgeschiedenis

Het “verbrande huis” in Jeruzalem: een van de herinneringen aan de verwoesting van Jeruzalem in 70. Let op de stenen kruiken, dat erop wijst dat de bewoners de regels volgden om water ritueel rein water te houden.

Al snel na de ontdekking van de Dode-Zee-rollen – in elf grotten bij een “Qumran” genoemde ruïne – was duidelijk dat de uitgave van dit materiaal een te groot project was voor de academische instituten in de jonge staat Israël. Het was logisch dat andere geleerden werden uitgenodigd om het onderzoeksteam te versterken. Vanaf het begin was de qumranologie, zoals de bestudering van de Dode-Zee-rollen wordt genoemd, een internationale en multidisciplinaire aangelegenheid.

Desondanks verliep de publicatie van de rollen frustrerend langzaam. Daar is niets vreemds aan overigens. Er is een parallel in het British Museum, waar tienduizenden kleitabletten uit Babylonië liggen te wachten tot er iemand naar komt kijken. De vondsten uit de grotten bij de Dode Zee zijn niet anders: er zijn duizenden fragmenten gevonden, die uiteindelijk bleken te behoren tot ongeveer 970 boekrollen.

Lees verder “Qumranologie en krijgsgeschiedenis”

Verkokerde vakgebieden (2)

Zomaar een inscriptie uit Lepcis Magna

[Dit is de tweede aflevering van een artikel over de versplintering van de oudheidkundige disciplines, dat oorspronkelijk is verschenen in Archeobrief  2011/1. De eerste verscheen hier.]

In de vroege jaren zeventig realiseerden de wetenschapstheoretici zich dat fouten, gemaakt door gebrek aan kennis van andermans terrein, onvermijdelijk zijn. Er zijn “known unknowns”, waarbij de onderzoeker zijn onwetendheid kent en even naar het kantoor van een collega loopt, maar er zijn ook “unknown unknowns” waarbij hij zijn onwetendheid niet herkent en verouderde informatie recyclet.

De oplossing werd destijds gezocht in interdisciplinariteit, de fusie van vakgebieden. Door geleerden uit verschillende disciplines in gezamenlijke instituten onder te brengen en aan hetzelfde onderzoek te zetten, zouden unknown unknowns sneller worden herkend. Bij een subsidieaanvraag, zo stelden de ethici voor, zouden deze interdisciplinaire instituten voorrang moeten krijgen. De vraag wat er na een generatie zou moeten gebeuren, als alle oude disciplines zouden zijn opgegaan in nieuwe vakgebieden en de verkokering langs andere lijnen zou zijn teruggekeerd, lijkt nooit te zijn gesteld in dit zogeheten Minervadebat.

Lees verder “Verkokerde vakgebieden (2)”