De Zevenslapers van Efese

De Zevenslapers van Efese

In de winter van 249/250 gelastte de Romeinse keizer Decius al zijn onderdanen om te offeren aan hun voorouderlijke goden. Daar was alle reden toe, want er woedde een akelige, op ebola lijkende epidemie, en verder waren er de problemen die worden samengevat als de Crisis van de Derde Eeuw. Voor sommige groepen pakte Decius’ loyaliteitseis vervelend uit, want neopythagoreeërs, hermetici en neoplatonisten maakten bezwaar tegen het offeren. Op naam van de pythagorese filosoof Apollonios van Tyana is een briefje overgeleverd waarin hij expliciet zegt dat de grootste eer die men aan de goden kan bewijzen, eruit bestaat niet aan ze te offeren. Duidelijke taal.

Voor de vereerders van Christus was het makkelijker. De meesten hadden de nieuwe god toegevoegd aan hun pantheon. Van keizer Severus Alexander (r.222-235) is bekend dat hij dagelijks offerde aan Abraham, Christus, Orfeus en de zojuist genoemde Apollonios van Tyana. Voor sommige vereerders van Christus stonden echter principieel afwijzend tegenover Decius’ eis, en betaalden met hun bloed. Dionysius van Parijs (Saint-Denis) is een voorbeeld. Andere christenen maakten zich uit de voeten, zoals de bisschop van Karthago, Cyprianus.

Lees verder “De Zevenslapers van Efese”

De wierookroute (2)

Ergens langs de Wierookroute ontmoeten deze vrouw en deze man elkaar bij een bron (Istanbul, Archeologische Musea)

Van Shabwa naar Gaza

arabia_mapNa de formaliteiten in Shabwa reisden de handelaren verder. De routes lagen vast en volgens Plinius gold het als misdrijf een andere weg te nemen. De karavanen trokken eerst naar Timna en Marib, de hoofdsteden van Qataban en Saba. Daar wendden ze zich naar het noordwesten, naar de vruchtbare oase van Najran, waar de kooplieden de stedelijke wereld van Jemen verlieten en begonnen aan de tocht door het Arabische nomadengebied.

Lees verder “De wierookroute (2)”

Himyar

Munt uit Himyar (Staatliche Münzsammlung, München)

In 70 verwoestten de Romeinen de joodse tempel in Jeruzalem. Joden herdenken het tot op de dag van vandaag. In 114-117 haalden ze meedogenloos uit naar de joodse bewoners van Egypte, Cyrenaica, Cyprus en Mesopotamië. In 132-136 waren de opstandelingen rond Bar Kochba aan de beurt. Duizenden, tienduizenden sloegen op de vlucht.

Joodse Arabieren

Minimaal één groep vluchtelingen lijkt te zijn geëmigreerd naar het Arabische Schiereiland, maar we hebben daarover geen teksten. Misschien zullen archeologen nog eens sporen van de joodse aanwezigheid vinden, maar het staat te bezien of de Saoedische autoriteiten veel geld zullen uittrekken voor zulke vondsten. Hoewel we dus weinig weten over deze groep, moeten ze er zijn geweest, want in de Late Oudheid woonden er veel joden in wat nu Jemen heet. Sterker nog, er was een Joodse staat: Himyar.

Lees verder “Himyar”