Radbod (2)

1107 willibrordus_amsterdam_gevelsteen_d_v_hasseltssteeg_53
Willibrordus (Gevelsteen, Dirk van Hasseltssteeg 53, Amsterdam)

Ik heb vorig jaar de hele film Redbad uitgezeten en ik heb daarna het prachtige boek van Meeder en Goosmann met dezelfde titel gelezen. Dat er nog meer zinvolle dingen te vertellen zijn over de Friese heerser, toont Luit van der Tuuk in Radbod. Koning in twee werelden. In het vorige stukje gaf ik aan dat we Radbod moeten voorstellen als een rijke aristocraat met een grote schare volgelingen, die in tijden van oorlog leiding gaf aan soortgelijke aristocraten. Hij was een knoop in twee elite-netwerken, met aan de ene kant de Friese bewoners van het kustgebied, en aan de andere kant de Franken, die hem beschouwden als vazal.

Dat hij onder de Franken ook vijanden had, bleek in ca.689. De Franken hadden weer één koning, de Merovinger Theuderic III, met een capabele hofmeier, Pippijn van Herstal. Eén van hun taken was het herstel van de Frankische macht over het Nederlandse rivierengebied, dat in handen was gekomen van Radbod en waar de internationale handel financieel viel af te tappen. In de omgeving van Dorestad versloeg Pippijn Radbod. Die verloor het gebied van de Kromme Rijn, zodat Dorestad en Utrecht Frankisch werden. De Britse geleerde Beda de Eerbiedwaardige vermeldt het vervolg:

Lees verder “Radbod (2)”

Nehalennia, drie maal

Nehalennia-altaar (© Rijksmuseum van Oudheden)

Op de onlangs vernieuwde afdeling “Nederland in de Romeinse tijd” in het Leidse Rijksmuseum van Oudheden is voor het eerst een bijzonder altaar te zien van Nehalennia, de antieke beschermgodin van de Noordzeevaart. Bijzonder, omdat Nehalennia drie keer is afgebeeld. Het altaar is omstreeks 200 na Chr. door een zekere Marcus Justinius Albus aan de godin gewijd, in 1982 door een amateurarcheoloog in de Oosterschelde opgedoken en onlangs aangekocht door het museum.

Op de meer dan tweehonderd andere bekende Nehalennia-altaren en -fragmenten is de godin alleen afgebeeld, soms zittend en soms staand, met als attributen een mand appelen, een hond en soms een schip. Dat laatste is in lijn met de naam Nehalennia, die volgens de Italiaanse taalkundige Patrizia de Bernardo Stempel in het Keltisch “zij die bij de zee is” betekent. Inderdaad zijn de altaren, die rond Nehalennia’s tempels gestaan moeten hebben, vrijwel allemaal aangetroffen bij de zee, namelijk bij Domburg en in de Oosterschelde bij Colijnsplaat.

Lees verder “Nehalennia, drie maal”

Gannascus

Zo zou Gannascus eruit gezien kunnen hebben.

Zeerover Gannascus maakte rond 46 n. Chr. het Kanaal en de Noordzee onveilig. Van oorsprong was hij een Cananefaat, een volk dat leefde in het gebied dat we nu kennen als het westen van Nederland. Ooit diende hij in de hulptroepen van het Romeinse leger, maar hij deserteerde en sloot zich aan bij de Chauken, een Germaans volk aan de Waddenzee.

Lees verder “Gannascus”

Friezen en Franken (2)

Frankische mantelgesp (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)
Vermogende Franken droegen mantelspelden als deze (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

In het vorige stukje behandelde ik, aan de hand van de boeken van Luit van der Tuuk, de Friezen: de bewoners van het gebied langs de Noordzeekust vanaf Walcheren tot de Deense istmus. Dit keer wil ik het hebben over de tweede groep in de Lage Landen: de Franken. Dit is een van de stamfederaties die in de derde eeuw na Chr. zijn ontstaan uit oudere stammen: de Amsivariërs langs de Eems, de Chattuariërs langs de Hase, de Chamaven in de Achterhoek. Archeologisch is er geen verschil met de bewoners van het oude Drenthe, waarvan we de naam niet kennen. Misschien hoorden de Tubanten er eveneens bij en gingen ook de Chauken en Friezen op in deze federatie toen zij in de derde eeuw het kustgebied verlieten en het binnenland introkken.

De nieuwe federatie heet, misschien wel naar een van de deelnemende stammen, de Saliërs, de “Salische Franken”.Er waren meer groepen Franken. Ook de oude Bructeren uit het Roergebied en de Chatten van het Taunusgebergte werden Frankisch genoemd.

In het midden van de vierde eeuw trokken de Salische Franken het Romeinse Rijk binnen. Generaal Julianus – de latere keizer – stond ze toe zich te vestigen in wat nu Brabant heet. Ze waren overigens niet de eersten: uit aardewerkstudies waarover ik al eerder blogde, weten we dat al in de derde eeuw mensen vanuit Drenthe naar het Scheldegebied verhuisden. Door deze migraties verschoof de Taalgrens naar waar ze nu ligt.

Lees verder “Friezen en Franken (2)”

Friezen en Franken (1)

tuuk_friezen

Het zal de trouwe lezers van deze kleine blog niet zijn ontgaan dat mijn belangstelling voor de Franken en het “Germaanse” deel van onze geschiedenis groeit. De reden is dat die nogal stiefmoederlijk wordt bedeeld nu er zo verschrikkelijk veel aandacht is voor de limes, de grens van het Romeinse Rijk langs de Rijn. Tegelijk is ons Germaanse verleden belangrijk: de Germanen gelden immers traditioneel – en niet zonder goede redenen – als onze voorouders. Dat maakt ze automatisch interessant.

Op zich is het echter wel logisch dat ze wat weinig aandacht krijgen: ze schreven nauwelijks. Er zijn geen bronnen waarin ze zelf melden wat ze dachten van de komst van de Romeinse legioenen. We weten niet hoe ze zich voelden bij handel en ruil, we kennen hun religie vooral uit latere, vijandige bronnen en we kennen hun literatuur alleen uit middeleeuwse teksten. Als het Romeinse staatsapparaat instort en de Franken de macht overnemen, zijn het christelijke auteurs die schrijven over de nieuwe, Germaanse heersers. Zelden of nooit horen we hen in hun eigen woorden.

Lees verder “Friezen en Franken (1)”

Supermacht Benelux

Onvoltooid portret van Vitellius (Archeologisch Museum van Plovdiv)
Onvoltooid portret van Vitellius (Archeologisch Museum van Plovdiv)

Als er één gebied ter wereld is waar het goed wonen is, is het Noordwest-Europa. De delta’s van de Rijn, Maas en Schelde ontsluiten een achterland dat zich uitstrekt tot diep in Frankrijk en tot voorbij Duitsland. Langs de corridor van Rijn en Rhône kan bovendien handel worden gedreven met het Middellandse Zee-gebied. De zeehavens, die West-Europa verbinden met de oceanen, zijn al eeuwenlang economische krachtcentrales: Rotterdam en Antwerpen, Brugge en Dordrecht, Tiel en Dorestad.

Voeg toe: de agrarische weelde van de lössgronden langs de Maas, de mineralen van de Ardennen en de winsten uit de stedelijke nijverheid. Dan weet je dat er voor welvaart altijd een basis zal zijn in de Lage landen. Als er dan ook nog goede soldaten zijn, zoals in de zeventiende eeuw, staat zelfs weinig een machtsontplooiing in de weg. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was echter niet de eerste die deze mogelijkheden uitbuitte.

Lees verder “Supermacht Benelux”

De Bataafse Opstand (4)

Medaillon van Aquillius van VIII Augusta (Valkhofmuseum, Nijmegen)

Korte inhoud van het voorafgaande: Rome verkeert in crisis. Keizer Vitellius voelt zich bedreigd door Vespasianus, opstandeling in het oosten, en zoekt versterkingen. Gouverneur Hordeonius Flaccus van het Rijnland kan die echter niet leveren omdat het Rijnland onrustig is. Eén van de leiders is de Bataaf Julius Civilis, maar er zijn meer potentiële rebellen en die hebben andere motieven. Het feuilleton in deze Romeinenweek is gebaseerd op mijn boek De randen van de aarde (2000) en Edge of Empire (2012, met Arjen Bosman; de vertaling van de Tacitusfragmenten is van Vincent Hunink; landkaart hier).

***

Zoals de Treveren ooit een opstand tegen Julius Caesar waren begonnen door de Eburonen de kastanjes uit het vuur te laten halen, zo liet Julius Civilis een cliëntstam als eerste rebelleren: de Cananefaten uit Zuid-Holland.

Lees verder “De Bataafse Opstand (4)”

Romeins Velsen

bosman

Als je me zou vragen wat ik de boeiendste Romeinse plek in Nederland vind, dan zou ik antwoorden met een wedervraag. Bedoel je de plek die museaal het interessantst is? Dan zou ik naar Nijmegen gaan, met het Valkhof als uitleg van de Romeinse tijd en met Museumpark Orientalis als uitleg van het belang van die tijd. Vraag je naar de belevingswaarde? Dan ligt Archeon voor de hand, om voor de hand liggende redenen. Wil je het geheel begrijpen van de antieke cultuur? Het Rijksmuseum van Oudheden. De grootste opgraving? Het badhuis van Heerlen vanzelfsprekend. De beste presentatie? Aardenburg, waar archeologische zaken met allerlei citaten uit de klassieke literatuur in hun culturele context worden geplaatst. De beste puzzel? Velsen.

In Velsen is weliswaar niets te zien, maar hier lag ooit een Romeinse vlootbasis, tot de waterstroom (“het Oer-IJ”) verzandde. Althans, dat is de officiële lezing, maar ik las laatst dat er in de Karolingische tijd toch scheepvaart mogelijk was. Hoe dat ook zij, de Romeinen streken hier in het jaar 15 neer en benutten deze plaats als springplank voor campagnes in Germanië. Zo’n dertig jaar later werd de basis verlaten, misschien in het jaar 47.

Lees verder “Romeins Velsen”

De Bataafse Opstand (1)

Vitellius (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)
Vitellius (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

Ik zou dit stukje kunnen openen met de opmerking dat de Bataafse Opstand in 70 n Chr. dé centrale gebeurtenis is uit de Romeinse geschiedenis van Nederland, maar dat zou wat onzinnig zijn. Welke andere gebeurtenissen kennen we immers in enig detail? Eigenlijk geen enkele. Dat gezegd zijnde: het verhaal is spannend en verdient het te worden verteld, vandaar dat ik er deze Romeinenweek een feuilleton van maak, gebaseerd op mijn boek De randen van de aarde (2000) en Edge of Empire (2012, met Arjen Bosman).

***

Eerste bedrijf: de crisis in het Romeinse Rijk. Als de centrale overheid niet in de problemen zou zijn geraakt, was een opstand onmogelijk geweest. Vandaar dat we beginnen in Rome, waar de senatoren, Romes bestuursklasse, het tijdens de regering van keizer Nero het hard te verduren kregen. Tot degenen die meenden dat moest worden ingegrepen, behoorde Gaius Julius Vindex. Afkomstig uit een vooraanstaande Gallische familie had hij het gebracht tot senator en gouverneur van een van de provincies in Gallië. Dat hij meer dacht als een Romeinse senator dan als een inheemse aristocraat, blijkt uit zijn pogingen de onderdrukker zo constitutioneel mogelijk te vervangen. In april 68 dacht hij een waardige opvolger voor Nero te hebben gevonden in de persoon van de man die in 41 de Germaanse Chatten had verslagen, Servius Sulpicius Galba.

Lees verder “De Bataafse Opstand (1)”

De Romeinen in Velsen

Medaille met Romulus en Remus uit Velsen (Huis van Hilde)
Medaille met Romulus en Remus uit Velsen (Huis van Hilde)

Romulus en Remus: een medaille met een van de klassiekst denkbare voorstellingen. Het leuke is de vindplaats, want dit voorwerpje komt niet uit Italië maar uit ons eigen Velsen, waar in de eerste eeuw een Romeinse vlootbasis lag. U hoeft voor deze penning dus niet af te reizen naar Rome, u kunt thuisblijven. Ik maakte deze foto in het Rijksmuseum van Oudheden, maar ik geloof dat de olijke tweeling momenteel woont in het Huis van Hilde in Castricum.

Wat deden de Romeinen in Velsen? We weten er opvallend veel over. Even verderop lag een van de belangrijkste heiligdommen uit de regio, Velserbroek: hét religieuze centrum van de stam die destijds in Holland en Friesland woonde, de Friezen. De vlootbasis, die destijds Flevum kan hebben geheten, diende dus om een bevriende stam in de gaten te houden. Dat de Romeinen geen problemen verwachtten, blijkt uit het feit dat deze versterking vrij ver af lag van de volgende, Vechten. Als er moeilijkheden zouden zijn, stond het garnizoen in Velsen er alleen voor.

Lees verder “De Romeinen in Velsen”