Karthaags oorlogsschip

Ram van een Karthaags oorlogsschip
Ram van een Karthaags oorlogsschip

Op Facebook noem ik zo nu en dan, bij wijze van running gag, wel eens een wetenschapsnieuwtje “de wauw van de week”. Deze week heb ik er maar eens een van eigen terrein gehaald: de hierboven afgebeelde scheepsram. Aan de bovenkant is een inscriptie te lezen waaruit blijkt dat het voorwerp is gemaakt in Karthago.

Het voorwerp is opgedoken bij de Egadische Eilanden ten westen van Sicilië, waar de Romeinen in 241 v.Chr. een zeeslag uitvochten met de Karthagers. Beide partijen waren oorlogsmoe: de Eerste Punische Oorlog duurde al drieëntwintig jaar. (Het was het langste en grootste gewapende conflict uit de Oudheid.) Het is zeer aannemelijk dat deze ram bij die gelegenheid is beland op de zeebodem: een stille getuige van de Romeinse overwinning, de Romeinse verovering van Sicilië én het begin van Romes wereldheerschappij.

Lees verder “Karthaags oorlogsschip” →

Immigratie en assimilatie

Wahibre-em-achet (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

In 671 v.Chr. versloeg de Assyrische koning Esarhaddon de Nubische farao’s die op dat moment heersten over Egypte. De Assyriër voegde het oude land van de Nijl toe aan zijn rijk, maar het bleek lastig te beheersen. Er waren inheemse opstanden en hoewel Esarhaddons opvolger Aššurbanipal (r.668-631) de orde probeerde te herstellen door Thebe, bij wijze van afschrikwekkend voorbeeld, te verwoesten, zag hij zich uiteindelijk gedwongen Egypte op te geven.

Een van de door de Assyriërs aangestelde Egyptische bestuurders, Psamtek, nam daarop Griekse en Karische huurlingen in dienst, herenigde Egypte en stichtte een nieuwe, Zesentwintigste Dynastie, die wordt genoemd naar haar hoofdstad Sais: “de Saïeten”. Van nu af aan woonden er Grieken in de Egyptische delta-stad Naukratis, niet zo heel ver van Sais, in een nederzetting waarin ze enig zelfbestuur hadden.

Lees verder “Immigratie en assimilatie” →

Restauratie op zaal

Schoongemaakt schilderwerk
Bij de restauratie schoongemaakt schilderwerk

De foto hierboven maakte ik eergisteren op de tentoonstelling van mummiekisten in het Rijksmuseum van Oudheden. De voorwerpen zijn afkomstig uit één, kolossale vindplaats en verdeeld over een stuk of zestien musea; het RMO werkt nu samen met de Vaticaanse Musea en het Louvre om ze te inventariseren en te restaureren. Dat laatste gebeurt nu in het RMO op zaal. Je kunt er dus gewoon naar kijken en mag een praatje maken met de restauratoren (overigens het liefst tussen twee en drie uur).

Los van het feit dat het natuurlijk adembenemend is dat zo’n houten deksel zo’n slordige drieduizend jaar oud is, vond ik het eindeloos fascinerend om te zien hoe de mensen in de tentoonstellingszaal bezig waren. De foto toont iets van het werk dat wordt gedaan. Met een kwastje werd gel aangebracht over het grauwe hout; die gel hechtte zich dan aan het stof; vervolgens werd de gel weggehaald en werd met een ander goedje het zo gereinigde oppervlak schoongemaakt. Ik begreep dat de gel niet te lang op het hout mocht liggen, omdat het anders meer meenam dan alleen vuil: de verf.

Lees verder “Restauratie op zaal” →

Nieuwe RMO-afdeling Nabije Oosten

De vernieuwde afdeling Nabije Oosten

In 2018 bestaat het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, waarover ik al eens eerder heb geblogd, twee eeuwen. Het zal er dan anders uitzien dan u misschien gewend bent, want momenteel worden de afdelingen een voor een gerenoveerd. De Nederlandse archeologie is al gedaan, de Griekse afdeling staat voor 2015 op het programma en de wereldberoemde Egyptische collectie voor 2017. En vanaf aanstaande zaterdag is de vernieuwde afdeling over het oude Nabije Oosten open.

Met een oppervlakte van 300 vierkante meter is het niet de grootste afdeling van het RMO. Bovendien, eerlijk is eerlijk, is de collectie te willekeurig samengesteld om een volledig chronologisch overzicht te geven van de ontwikkeling van de oud-oosterse culturen. Perzië is goed vertegenwoordigd, maar Sumerië weer wat minder. Je kunt met het aanwezige materiaal geen “rise of civilization”-achtige expositie inrichten.

Lees verder “Nieuwe RMO-afdeling Nabije Oosten” →

Klassieken & communicatie (2)

Een deel van de Elgin Marbles (British Museum, Londen)

[Dit is het tweede van vijf stukjes over het belang van een uitgedachte communicatiestrategie voor de oudheidkundige disciplines. In het eerste deel wees ik erop dát deze ontbreekt.]

Voor ik inga op de genegeerde ontwikkelingen, wil ik wijzen op wat wél goed gaat. In de eerste plaats: er zijn classici als Vincent Hunink, die antieke teksten vertalen voor een breed publiek. Er zijn historici als Gé de Vries, die met Pogrom in Alexandrië een standaard heeft gezet. Er zijn steeds meer infrastructurele projecten waarbij de archeologische vondsten een plaats hebben, zoals het drive-in-museum dat Hazenberg Archeologie heeft ontworpen voor de gemeente Woerden. En ik wil Piet Gerbrandy noemen, die met Het feest van Saturnus een van de mooiste boeken schreef die ik ken. Het kán dus, maar als er een goed boek kan bestaan over de Romeinse literatuur, valt des te meer op dat er geen boek bestaat over de Romeinse geschiedenis of de Griekse literatuur.

Lees verder “Klassieken & communicatie (2)” →

Het RMO en de Raad voor Cultuur

Zomaar een Palmyreens grafportret uit het Rijksmuseum van Oudheden, gewoon omdat het mooi is.

De invloedrijkste van alle in Nederland werkzame geleerden was J.J. Scaliger. Aan het einde van de zestiende eeuw onderzocht hij de chronologie van de Oudheid, constateerde dat het tijdverloop in de Bijbel incorrect was en problematiseerde daarmee de letterlijke uitleg van de Bijbel. Zo begon de Verlichting. Andere oudheidkundigen stonden aan de wieg van Darwins evolutietheorie, of boden een empirische basis voor de vooruitgangsgedachte, of droegen – minder prettig – bij aan de ideeën die de twee wereldoorlogen onvermijdelijk maakten. Ziedaar het belang van de oudheidkunde.

Het is niet erg als u nooit heeft gehoord van Scaliger. Oudheidkundigen leggen hun vak namelijk slecht uit. Goede publieksboeken zijn zeldzaam, classici maken onzinnige vergelijkingen, oudhistorici negeren het internet, archeologen overdrijven. De jaarlijkse Week van de Klassieken wordt steeds gewijd aan helden, mythologie of een andere trivialiteit. Plaatje, praatje, quizje. Niemand vertelt ondertussen hoe de oudheidkunde de moderne samenleving heeft helpen vormen.

Lees verder “Het RMO en de Raad voor Cultuur” →

Museum in de problemen

nehalennia_rmo5
Nehalennia

Ik schrijf deze dagen nogal eens over het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Ik heb verteld waarom het een fijne plek is en ik heb erop gewezen dat het opvallend goed omgaat met het publiek. Het museum zou echter wel eens in de problemen kunnen raken.

De Raad voor Cultuur heeft onlangs een advies uitgebracht aan de staatssecretaris. Verschillende musea hebben over dit advies geklaagd; het Rijksmuseum bijvoorbeeld en het Mauritshuis. Er vallen uitdrukkingen als “helaas niet gebaseerd op feiten”.

Lees verder “Museum in de problemen” →

Het Rijksmuseum van Oudheden

Pertinax (Thysdrus, Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Bestaat het perfecte museum? Het zou, om te beginnen, gratis moeten zijn. Dat kan, zoals het piepkleine Multatuli-Museum, dat slechts een vrijwillige bijdrage vraagt, maar het is om voor de hand liggende redenen niet gebruikelijk. Verder moet het gebouw zijn ontworpen voor de collectie. Ook dat kan, zoals het Gallo-Romeins Museum in Tongeren, maar je hebt er wel een provincie voor nodig die bereid is er zeventien miljoen euro in te investeren om zich zo Europees op de kaart te zetten. Verder zou het museum op een goed bereikbare plek moeten zijn gevestigd. Dat kan ook al, al is het wat lastig uitleggen dat de politie, het ziekenhuis en het station minder centraal zijn gevestigd.

Vervolgens is er de opstelling. Reëel bestaande musea hebben een verleden. Eerdere directeuren hebben keuzes gemaakt die niet meer van deze tijd zijn. In de jaren tachtig was het bijvoorbeeld gebruikelijk voorwerpen in het donker te leggen en dan met spotlicht uit te lichten. Esthetisch heel aardig hoor, maar je kunt in het donker de uitleg niet goed lezen, dus veel schoot je als bezoeker niet op met die mystiekmakerij. In een perfect museum zou je van de ene dag op de andere de belichting aanpassen, maar gezond financieel beheer maakt dat je het uitstelt tot de investering in de opstelling is afgeschreven. De perfecte opstelling kan niet bestaan.

Lees verder “Het Rijksmuseum van Oudheden” →

Babylonisch museumstuk

De recente aanwinst

Gek dat ik hierover nog nooit eerder heb geblogd. Iemand die in de offshore werkzaam was, bracht in de jaren zestig een bezoek aan Irak. Op de markt van een van de door hem bezochte stadjes werden wat fragmenten van met spijkerschrift beschreven bakstenen verkocht, en hij nam een brokstuk mee. Jarenlang diende het als presse-papier.

De beste man overleed, zijn echtgenote wilde van dat baksteenfragment af, een vriendin wist dat ik er misschien iets mee zou kunnen. Het leek in een mooie archaïserende Babylonische letter te zijn geschreven, maar ik kon het niet meteen thuisbrengen. Ik vroeg nog even de details – antiquiteiten die na de jaren zeventig uit een land zijn meegenomen, moeten weer terug – en toen ik begreep dat het volkomen kosjer was, heb ik het voorwerp afgegeven bij het Rijksmuseum van Oudheden.

Lees verder “Babylonisch museumstuk” →

Reclame voor de Klassieken

Het huis van Scaliger (Breestraat 113, Leiden), die de Indo-Europese taalfamilie op het spoor kwam.

Tijdens de Week van de Klassieken 2012 verzorgde ik een lezing in het Rijksmuseum van Oudheden. In de trein naar Leiden las ik het nieuws dat een afbeelding was gevonden van een topless gladiatrix. Mijn ergernis over deze trivialiteit nam nog toe toen ik even later in de Breestraat de gedenksteen zag voor J.J. Scaliger, de geleerde die de aanstoot heeft gegeven tot de secularisering van het Europese wereldbeeld.

Dit illustreert het verschil tussen wat oudheidkunde lijkt en wat ze is. Als ze in het nieuws komt, is het altijd met beuzelarijen: de vloek van de farao, krijgszuchtige Spartanen of Mozes op de berg. En gladiatoren dus, al dan niet topless. Terwijl oudheidkundigen aan de wieg hebben gestaan van de Verlichting, schrijft de pers als over een vakgebied zonder belang.

Lees verder “Reclame voor de Klassieken” →