Trojaanse Oorlog

Speerpunt uit Troje (Neues Museum, Berlijn)
Speerpunt uit Troje (Neues Museum, Berlijn)

De oudheidkunde kent een aantal onderwerpen waaraan meer inkt is verspild dan zo’n onderwerp rechtvaardigt. De tocht van Hannibal over de Alpen is een voorbeeld, de Trojaanse Oorlog een ander.

Die oorlog vormt de achtergrond van de Ilias, het fenomenale gedicht van Homeros waarmee de klassieke literatuur begint. In dit conflict zou een coalitie van krijgers uit het gebied dat nu Griekenland heet zijn opgetrokken naar Troje ofwel Ilion, een stad aan de Hellespont. Na lange strijd zou de stad zijn ingenomen met de list van het houten paard.

Lees verder “Trojaanse Oorlog”

De Anatolische beschavingen (3)

Een typische schenkkan uit het Oude Rijk; museum van Hattusa
Een typische schenkkan uit het Oude Rijk; museum van Hattusa

[Dit is het derde deel van een reeks over de Brons- en IJzertijd van Turkije; het eerste deel is hier.]

Aan het Rijk van de Hettieten herinneren talloze monumenten in centraal-Turkije. De voornaamste nederzetting was natuurlijk de hoofdstad Hattusa, niet ver ten oosten van Ankara. Er is een deel van de Hettitische stadsmuur gereconstrueerd en daarnaast ligt een gigantisch tempelcomplex, dat dateert uit de tijd van het Oude Rijk: de periode tot ongeveer 1400. Daaruit stamt ook de koningsburcht, hoewel de bebouwing die daarop nu is te zien, dateert uit het Nieuwe Rijk, ruwweg de periode 1400-1200. Ik beken dat ik die burcht wat tegen vind vallen.

Hattusa werd in de veertiende eeuw uitgebreid met een bovenstad. Als de graansilo’s (wel opgegraven maar niet meer te bezichtigen) een aanwijzing vormen, woonden er in deze tijd zo’n 30.000 mensen. In de bovenstad zijn opvallend veel tempels zijn gevonden en ik vind de gedachte aantrekkelijk dat het tevens de ambassades waren van de steden die de goden vereerden die ook in deze tempels hun huis hadden. De stadsmuur om de bovenstad was voorzien van drie poorten: de Leeuwenpoort, de Sfinxenpoort en de Koningspoort. Alleen de laatste heeft een logische locatie, de twee andere zijn onpraktisch geplaatst en het zou me niet verbazen als ze alleen werden gebruikt bij speciale gelegenheden.

Lees verder “De Anatolische beschavingen (3)”

De Ilias

Apotheose van Homeros (British Museum)

Troje is een legendarische plaats, in de letterlijkste zin des woords. Dat komt door één gedicht, de Ilias. Het moet ergens in de achtste eeuw v.Chr. zijn samengesteld (hoewel niet per se in de vorm waarin wij het kennen) door een dichter die “Homeros” wordt genoemd. Hij snijdt verschillende thema’s aan, maar de centrale gedachte is hoe erg het is als tijdens een oorlog de leiders verdeeld raken.

En passant legt Homeros uit wat van een leider wordt verwacht, zoals in het gesprek tussen de twee aanvoerders van de krijgers uit Lycië, Sarpedon en Glaukos. De eerste legt de tweede uit waar het in het leven om draait:

Waartoe zijn wij beiden in Lycië geëerd boven allen door erezetels, door gebraden vlees en altijd gevulde bekers? Waartoe ziet men tot ons op als tot de goden? Waartoe bewonen wij aan de oevers van de Xanthos een groot domein, aan wijngaarden en aan ander vruchtbaar land rijk?

Verplicht dat ons nu niet te staan in het voorste gelid van de Lyciërs en ons te storten in het hete gevecht, opdat de hecht gepantserde Lyciërs aldus spreken: “Waarachtig, niet roemloos waren onze koningen, die in Lycië over ons heersen; zij eten de vetste schapen en drinken de beste wijn, als honing zo zoet, maar zij strijden in onze voorste gelederen.” (vertaling M.A. Schwartz)

With great power, there must also come great responsibility. Wie op een bepaalde manier bevoorrecht is, heeft ook plichten. In onze tijd heeft deze norm echter niet meer te maken met de privileges die bij je afstamming behoren, want wij leven niet meer in een aristocratische wereld. Onze elites zijn financieel, intellectueel en bestuurlijk.

Maar ook al zijn onze elites veranderd, de norm lijkt van de Ilias tot Spider-Man niet te zijn veranderd. Ik heb al eens geblogd over het Wilhelmus, maar ik zou ook Multatuli kunnen noemen, die zijn inkomen en pensioen als bestuurder opofferde omdat hij zich aan zijn eer en geweten verplicht voelde op te komen voor de Javaan.

Misschien is het idee dat wie geprivilegieerd is, bereid moet zijn offers te brengen voor de gemeenschap, een universele norm. Classici nemen dat vaak voor vanzelfsprekend aan (voorbeeld), zonder daarvoor werkelijk bewijs aan te dragen. De voorbeelden die ik hier noemde zijn maar een selectie – in een kladversie van dit stukje stonden er meer – maar zelfs meer voorbeelden vormen nog geen bewijs dat de norm bestaat in álle samenlevingen en dus universeel is.

Misschien is noblesse oblige inderdaad een universele norm. Misschien is het dat ook niet. Ik voor mij vermoed van wel, maar het mag niet worden aangenomen als vanzelfsprekend.

[wordt vervolgd]