
In de discussies over Caesars aanwezigheid bij Kessel speelt zijn eigen verslag van de gebeurtenissen een belangrijke rol. Ook het verslag van Appianus (waarover ik morgen nog iets heb recht te zetten) is van betekenis, maar de voornaamste bron is Caesars Gallische Oorlog. Daarin schrijft hij trots dat hij de Usipetes en Tencteri heeft laten afslachten bij de samenvloeiing van de Maas en de Rijn.
Deze passage is problematisch, niet in de laatste plaats omdat de Maas niet uitstroomt in de Rijn. Bij Kessel komt de Maas wel heel dichtbij de Waal en het is goed denkbaar dat de beddingen – dat rivieren slechts één bed hebben, is een ontwikkeling van na de bedijking – van de Maas contact maakten met de beddingen van de Waal. Ik denk zelf dat Caesar te kort in het hoge noorden is geweest om de situatie echt goed te verkennen, maar daarmee introduceer ik een hypothese. Gegeven de afstand tot de zee die Caesar noemt, denk ik echter dat ze beter te verdedigen is dan de hypothese dat hij niet de Maas (Latijn: Mosa) maar de Moezel (Mosella) bedoelde, al heeft die hypothese weer het voordeel dat deze twee stromen zich inderdaad verenigen. Koblenz is ernaar vernoemd: Confluentes, “samenvloeiingen”.









Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.