Caesar in Kessel: terugblik (3)

De Maas (bij Batenburg, dus een eindje stroomopwaarts)

In de discussies over Caesars aanwezigheid bij Kessel speelt zijn eigen verslag van de gebeurtenissen een belangrijke rol. Ook het verslag van Appianus (waarover ik morgen nog iets heb recht te zetten) is van betekenis, maar de voornaamste bron is Caesars Gallische Oorlog. Daarin schrijft hij trots dat hij de Usipetes en Tencteri heeft laten afslachten bij de samenvloeiing van de Maas en de Rijn.

Deze passage is problematisch, niet in de laatste plaats omdat de Maas niet uitstroomt in de Rijn. Bij Kessel komt de Maas wel heel dichtbij de Waal en het is goed denkbaar dat de beddingen – dat rivieren slechts één bed hebben, is een ontwikkeling van na de bedijking – van de Maas contact maakten met de beddingen van de Waal. Ik denk zelf dat Caesar te kort in het hoge noorden is geweest om de situatie echt goed te verkennen, maar daarmee introduceer ik een hypothese. Gegeven de afstand tot de zee die Caesar noemt, denk ik echter dat ze beter te verdedigen is dan de hypothese dat hij niet de Maas (Latijn: Mosa) maar de Moezel (Mosella) bedoelde, al heeft die hypothese weer het voordeel dat deze twee stromen zich inderdaad verenigen. Koblenz is ernaar vernoemd: Confluentes, “samenvloeiingen”.

Lees verder “Caesar in Kessel: terugblik (3)”

Caesar in Kessel: terugblik (2)

IJzertijdarmbanden uit Rossum (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

In de diverse discussies over Caesars aanwezigheid in Kessel keerde de opmerking terug dat het te kort door de bocht was het afslachten van de Tencteri en de Usipetes te typeren als genocide. Voor die kritiek valt zeker iets te zeggen: het klinkt te modern. Het is alsof je een Romeinse consul aanduidt als premier.

Het kort-door-de-bocht gebruik van het moderne woord past helaas bij de schreeuwerige wijze waarop “het nieuws werd gebroken”: een interview met archeoloog Roymans bij De Wereld Draait Door. Het item deed denken aan het filmpje, onlangs op De Speld, over een schrijver in een TV-programma die niets inhoudelijks mag zeggen en uiteindelijk door een hoepel moet springen. Talkshows zijn domweg niet het geschikte medium om dit type nieuws te brengen: veel verder dan “dit zijn de feiten en daarmee moet u het doen” kun je op TV immers niet komen, terwijl dit keer de feiten – reeds bekende baggervondsten – onveranderd dezelfde waren. Het nieuwe was een herinterpretatie, en dat kun je op TV niet uitleggen. Wat resteerde was… ja, wat was het eigenlijk? In elk geval gênant amateuristisch.

Lees verder “Caesar in Kessel: terugblik (2)”

Caesar in Kessel: terugblik (1)

Een Bataafse ruiter, of althans een Bataaf met twee paarden (Valkhofmuseum, Nijmegen)

Het is alweer een tijdje geleden dat Julius Caesars aanwezigheid in de Lage Landen in het nieuws was: VU-archeoloog Nico Roymans meende dat hij de plek had gevonden waar de Romeinen de Usipeten en Tencteren had afgeslacht. Caesars woorden daar, context hier, belang daar. U hoeft geen professionele oudheidkundige te zijn om te vermoeden dat zo’n claim kan rekenen op kritiek. Een goed gedocumenteerd voorbeeld is het stuk van Evert van Ginkel dat u, als de materie u boeit, zeker moet lezen.

Caesar in Kessel is onder oudheidkundigen the talk of the town. Daarbij valt op dat in de discussie bepaalde types argumentatie steeds terugkeren. Men bewandelt steeds dezelfde paden. Eén ervan is bijvoorbeeld dat de vondsten ook anders kunnen worden uitgelegd – namelijk als een offerplaats – en dat Roymans dat ook zelf wel heeft gedaan. Het is bij archeologen, en vermoedelijk bij de meeste wetenschappers, een natuurlijke reflex om te kijken naar de feiten, de data, de empirische basis.

Lees verder “Caesar in Kessel: terugblik (1)”

Cynische grap

Priamos en Achilleus (Nationaal Museum, Kopenhagen)

Dit is een van de twee Hoby-bekers, gemaakt door een Griekse zilversmid die Cheirisofos heette. Het voorwerp wordt stilistisch gedateerd in de eerste eeuw v.Chr. De afgebeelde scène is afkomstig uit het laatste boek van de Ilias: koning Priamos van Troje bezoekt Achilleus om het stoffelijk overschot van zijn zoon terug te kopen. Er is een tweede beker waarop is te zien hoe de held Filoktetes, die een lelijke slangenbeet heeft opgelopen, wordt behandeld. Elco Brinkman zou dit edelsmeedwerk hebben aangeduid als “topkunst”.

Het leuke is de vindplaats waarnaar de bekers zijn vernoemd: het dorpje Hoby op het Deense eiland Lolland. Daar heeft archeoloog Knud Friis Johansen ze in 1920 aangetroffen in het graf van een ongeveer dertig jaar oude Germaanse krijger. Ze zijn nu te zien in het Nationale Museum in Kopenhagen, dat een van de beste oudheidkundige collecties ter wereld bezit en een reis naar Denemarken waard is. Serieus.

Lees verder “Cynische grap”

De Laokoöngroep

laocoon_group_reconstruction
Reconstructie van de Laokoöngroep (Vaticaanse Musea, Rome)

Oké, het beeld hierboven, dat kent u allemaal: Laokoön. Hij was een priester in Troje en had in de gaten dat het Trojaanse Paard geen geschenk aan de godin Athena was, maar vol zat met soldaten. Omdat het de bedoeling was dat de heilige veste ten onder zou gaan, zonden de goden een tweetal zeeslangen dat Laokoön en zijn zonen wurgde. Het standbeeld hierboven toont hun doodsstrijd.

Het beeld is in 1506 gevonden op de heuvel ten noorden van het Colosseum en meteen werd gezegd dat dit het beeld is dat Plinius de Oudere vermeldt in zijn Natuurlijke geschiedenis 36.37:

Lees verder “De Laokoöngroep”

Boeddha als Herakles

Boeddha als Herakles op een beeld uit Oud-Termez

Ik vertelde gisteren hoe de Grieken in Baktrië, het noorden van Afghanistan en het Surkandarya-district in Oezbekistan, waren aangekomen: eerst als ballingen, later als een door Alexander de Grote geïniteerde volksplanting. Kampyr Tepe is een van de zo ontstane Graeco-Baktrische versterkingen.

Vanaf de vroege tweede eeuw waren deze Grieken onafhankelijk onder eigen koningen, waarvan ik Demetrios de Onoverwonnene al eens noemde, de vorst naar wie Termez, ooit Demetria, is vernoemd. Er zijn andere theorieën, waaronder de Indische etymologie Taro Maetha, “overkant”. Deze naam kan zijn gegeven door Boeddhistische monniken die aan de zuidkant van de Amudarya zouden hebben gewoond en zich later aan de overzijde vestigden.

Lees verder “Boeddha als Herakles”

Kara Tepe

De noordelijke sector van Kara Tepe
De noordelijke sector van Kara Tepe

Te zeggen dat Kara Tepe lastig bereikbaar is doordat het ligt in het Oezbeeks-Afghaanse grensgebied, is een understatement: de opgraving ligt op een militair oefenterrein. Als je van de kazerne naar de eigenlijke heuvel loopt, struikel je over de patroonhulzen en het schroot. De veiligheidsmaatregelen grenzen aan paranoia, maar je kunt een vergunning krijgen om de plaats te bezoeken – nog bedankt, Vincent – en zaterdag ben ik er geweest.

De Indo-Grieken

Om Kara Tepe te begrijpen, moeten we eerst even kijken naar de buurstad, Termez. Die naam is vrijwel zeker afgeleid van “Demetria”: een hellenistische stad, aan het begin van de tweede eeuw v.Chr. gesticht door koning Demetrios I van Baktrië (zoals Zuid-Oezbekistan en Noord-Afghanistan toen heetten). Deze vorst stelde belang in de Punjab en beschermde het boeddhisme; er kunnen in zijn tijd al kloosters zijn geweest in Demetria.

Lees verder “Kara Tepe”

Beschaving en barbarij (2)

Romeins masker: een Germaan
Romeins masker: een Germaan

Gisteren blogde ik over de Romeinse visie op de Lage Landen, die was beïnvloed door het oeroude idee dat aan de randen van de aarde, ver van de beschaving, alleen maar barbaren woonden. Noordwest-Europa was voor Romeinen en Grieken een soort omgekeerde wereld. Waar beschaafde mensen woonden op riviervlakten, beschreef ik, woonden de barbaren in een rotsachtig woud aan de kust.

Economie en levenswijze

De verschillende geografie vertaalde zich in tegengestelde productiewijzen: terwijl de beschaafde gebieden een vruchtbare bodem hadden waarop akkerbouw mogelijk was, stond het arme barbaarse land alleen veeteelt toe. Tegenover de beschaafde, “broodetende mensheid” (zoals dichters het noemden), stonden nomadische barbaren, die een dieet hadden van vlees en zuivel.

Lees verder “Beschaving en barbarij (2)”

Beschaving en barbarij (1)

Caesar (Museum van Sparta)

De Romeinen die in de eerste eeuw v.Chr. aankwamen in de Lage Landen, wisten weinig over dat gebied. Het was, iets overdreven geformuleerd, al veroverd voor het was verkend. Wat de nieuwe heersers meenden te weten, was gebaseerd op teksten van eerdere auteurs, die evenmin in Noordwest-Europa waren geweest. Hier is een fragment van de Griekse auteur Xenofon van Lampsakos, die omstreeks 100 v.Chr. de eerste etnografische beschrijving gaf van de mensen in het hoge noorden. Hij vertelt

dat drie dagen uit de noordelijke kust een eiland van enorme afmetingen ligt, Balcia geheten. [De Griekse zeeman] Pytheas noemt het “het koninklijke”. Ook de Vogeleilanden worden vermeld – daar leven de bewoners van vogeleieren en haver – en nog andere eilanden, waar mensen met de hoeven van paarden ter wereld komen (zodat ze “Paardenvoeters” worden genoemd). Op weer andere eilanden, die van de Eenenaloorders, bedekken gigantische oren de verder naakte lichamen van de bewoners. (Geciteerd door Plinius de Oudere 4.9.)

Lees verder “Beschaving en barbarij (1)”

De dood van Kleopatra

Kleopatra VII Filopator (Altes Museum, Berlijn)

De buste hierboven, vrijwel zeker Kleopatra, zag ik voor het eerst op een middelmatige expositie in Rome, waar dit het enige voorwerp was dat de moeite van het bezoek waard bleek. Fotografie was verboden. In 2009 zag ik de buste terug in Haltern, op de grote expositie ter herdenking dat het twee millennia geleden was dat de slag in het Teutoburgerwoud plaatsvond. De vele bezoekers maakten fotografie toen onmogelijk. De foto hierboven nam ik uiteindelijk in het Altes Museum, waar deze buste staat opgesteld als ze niet naar Rome of Haltern is.

Een mooi bewaard portret van een jonge vrouw. Sporen van de oorspronkelijke verf zijn nog goed zichtbaar. Ik meen iets zelfverzekerds in het gezicht te herkennen, maar dat kan projectie zijn. Sterker nog: het portret was ooit beschilderd en de uitdrukking die we nu zien, correspondeert vermoedelijk niet met wat toen was te zien.

Lees verder “De dood van Kleopatra”