Confucius 2: De werken van Confucius

Chinees schrift (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

[De komende tijd zal Kees Alders enkele blogseries schrijven over de antieke Chinese en Indische filosofische stromingen. Een inleiding was hier. De eerste serie over China stond daar. Hier is het tweede blogje uit de tweede reeks over China: over Confucius. De introductie las u hier.] 

Confucius leefde in een tijd waarin kennis vooral mondeling werd overgedragen. Hij heeft zelf dan ook geen werken op zijn naam staan. Maar hij wordt in de traditie desondanks met vier tot zes boeken geassocieerd. Hoe dat kan?

Verzamelen, ordenen, redigeren

Volgens de overlevering verzamelde, ordende en becommentarieerde Confucius voor zijn onderwijs bestaande teksten uit de Zhou-periode. Dit betrof om te beginnen de drie boeken die we al tegenkwamen: het Boek der Documenten (Shujing), het Boek der Veranderingen (Yijing ofwel I Tjing) en het Boek der Oden (Shijing). Vooral dat laatste boek zou voor het confuciaanse onderwijs belangrijk zijn: de traditionele verhalen in deze rituele hymnen gaan volgens Confucius over belangrijke deugden.

Lees verder “Confucius 2: De werken van Confucius”

Confucius 1: Tijd en leven van Confucius

Confucius (de afbeelding is niet contemporain)

[De komende tijd zal Kees Alders enkele blogseries schrijven over de antieke Chinese en Indische filosofische stromingen. Een inleiding was hier. De eerste serie over China stond daar. Vandaag begint de tweede reeks over China: over Confucius.]

De tijd van de Oostelijke Zhou-dynastie (770-256 v.Chr.) wordt traditioneel ingedeeld in twee perioden. Het eerste tijdvak duurt grofweg tweehonderdvijftig jaar, en wordt de Periode van Lente en Herfst genoemd. Aan het eind van die periode leefde Confucius.

Lees verder “Confucius 1: Tijd en leven van Confucius”

De Thraciërs (2)

De godin Bendis op een panter (Rogozen-schat, Archeologisch museum, Vratsa)

[Dit is het tweede van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

Sociale stratificatie

De in het vorige blogje genoemde handel en de exploitatie van goudmijnen zorgden voor rijkdom. En rijkdom schiep sociale stratificatie: koning, adel, krijgers, boeren. Het is geen toeval dat de Odrysen, die het dichtst bij het Perzische Rijk en de Griekse stadstaten woonden, in de vijfde eeuw v.Chr. als eersten een eigen koninkrijk bouwden. Zij hadden de beste mogelijkheden om handel te drijven. Later volgden ook de andere gebieden.

Maar de maatschappelijke verschillen zijn al eerder gedocumenteerd. Toen de Perzen tegen het einde van de zesde eeuw de regio onderwierpen, was er al een archeologisch herkenbare elite die pronkte met Griekse en Perzische voorwerpen. (Ik blogde al eens over de Rogozen-schat, gevonden bij de Triballiërs in het noordwesten, waar een kruikje bij zit waarvan de decoratie lijkt te zijn geïnspireerd door de Perzische leeuw-stier-reliëfs.) Niet dat de Thraciërs zelf geen kunst maakten. In de vorstelijke residenties was emplooi voor edelsmeden. Hun producten zijn aangetroffen in tal van graftombes (tumuli in jargon) en zijn beeldschoon.

Lees verder “De Thraciërs (2)”

De Thraciërs (1)

Thracisch alssnoer uit de IJzertijd (Historisch Museum, Sofia)

De Thraciërs wisten zelf niet dat ze bestonden. “Thraciërs” was oorspronkelijk de naam die de Grieken gaven aan de bewoners van het gebied ten noorden van de Egeïsche Zee. Toen er later Griekse steden ontstonden aan de westkust van de Zwarte Zee, duidden de bewoners hun buren in het achterland eveneens aan als Thraciërs. Uiteindelijk ging het om een regio die iets groter was dan het huidige Bulgarije. Zelf hebben de mensen die daar woonden, zich nauwelijks herkend als één volk. De Griekse onderzoeker Herodotos kent de namen van een stuk of tien groepen die hij beschouwt als Thracisch, latere auteurs kennen nog meer namen.

Of die werkelijk corresponderen met de zelfaanduidingen, is maar de vraag. Het is niet plausibel dat er in historische tijden een groep bestond met de legendarische, aan Homeros ontleende naam Kikonen, terwijl ook Melinofagoi, “giersteters”, niet klinkt als een authentieke Thracische naam. Sinds de thracologie een echte wetenschap is – laten we zeggen sinds de jaren zeventig – worden meestal vier groepen aangewezen: twee ten noorden van het Balkangebergte, dat als een horizontale lijn van oost naar west door Bulgarije loopt, en twee in het zuiden. Het zijn:

Lees verder “De Thraciërs (1)”

Het Hemels Mandaat in Mesopotamië

Babylonië, Sogdië en China

Een paar dagen geleden schreef Kees Alders op deze blog over het Hemels Mandaat, Tianming, dat de Zhou-dynastie uit het westen van China voor zichzelf claimde toen ze in de elfde eeuw v.Chr. de Shang-dynastie omverwierp. Samengevat:

De laatste Shang-vorst zou wreed en losbandig zijn geweest, en daarmee het morele mandaat hebben verloren om zijn rijk te besturen.

Dit idee is in het latere China een belangrijke rol blijven spelen, aangezien het een van de kernvragen introduceerde van de latere Chinese filosofie: wat was immers de deugd waarover de heerser diende te beschikken? Die vraag laat ik verder aan Alders over om te beantwoorden, ik wijs op een parallel in Mesopotamië.

Lees verder “Het Hemels Mandaat in Mesopotamië”

Hekataios van Milete

Wereldkaart van Hekataios

Op deze blog is vaak genoeg gesproken over Herodotos van Halikarnassos, de vijfde-eeuwse Griekse onderzoeker die geldt als pater historiae, wat we het beste kunnen vertalen als “vader van de onderzoeksjournalistiek”. Hij was bepaald niet de eerste geschiedschrijver: de auteur van het Deuteronomistisch Geschiedwerk heeft dezelfde visie op historische causaliteit en was Herodotos anderhalve eeuw voor. Ook in het Griekse taalgebied was Herodotos niet de eerste: tot zijn voorgangers behoorde Hekataios van Milete, die net als Herodotos onderzoek deed naar het verleden en naar topografie, en die tevens een wereldkaart ontwierp. U moet hem plaatsen in de tweede helft van de zesde eeuw v.Chr., met een sterfjaar na 499.

Een nieuwe tijd

De zesde eeuw v.Chr. was voor de oude Griekse elite een soort fin de siècle. De diverse steden waren altijd door aristocraten bestuurd geweest, maar inmiddels hadden kooplieden de grenzen van de bekende wereld verlegd, veel geld verdiend en invloed gekregen op het bestuur. In tegenstelling tot de aristocraten, die de Homerische helden als hun voorouders hadden opgeëist, hadden de nouveaux riches niet zo’n claim op legitimiteit.

Lees verder “Hekataios van Milete”

De drie antieke filosofische culturen (2) Ontstaan en wisselwerking

[De komende tijd zal Kees Alders in enkele blogseries de verschillende stromingen binnen de antieke Chinese en Indische filosofie behandelen. Vandaag het slot van de inleiding, waarvan het begin hier was.]

Het gangbare beeld is dat de Griekse, Indische en Chinese filosofie tegelijkertijd, ongeveer zes eeuwen vóór het begin van onze jaartelling, zouden zijn ontstaan, onafhankelijk van elkaar, en dat ze zich in de eerste daarop volgende eeuwen vrijwel los van elkaar hebben ontwikkeld. Maar is dat wel zo?

Lees verder “De drie antieke filosofische culturen (2) Ontstaan en wisselwerking”

Tartessos

Armband uit El Carambolo (Nationaal archeologisch museum, Madrid)

Ergens rond het midden van de zesde eeuw v.Chr. naderde een Perzisch leger de Griekse stad Fokaia in Ionië, in het westen van het huidige Turkije. Als Herodotos het daarover heeft, last hij een van de uitweidingen in die zijn werk zo onderhoudend maken.

De Fokeeërs zijn de eerste Grieken geweest die verre zeereizen hebben ondernomen. Het is aan hen te danken dat de route naar de Adriatische Zee, Etrurië, Iberië en Tartessos bekend is geworden. … Op een van hun tochten zijn ze dus in Tartessos beland. Hier kwamen ze op goede voet te staan met de plaatselijke heerser, een zekere Arganthonios, die niet minder dan tachtig jaar heeft geregeerd en al met al honderdtwintig jaar oud is geworden. Hij is zo op ze gesteld geraakt dat hij hun in het begin zelfs heeft aangeraden om Ionië voorgoed te verlaten en zich in zijn rijk te vestigen, ze mochten zelf een plaats uitkiezen. De Fokeeërs gingen hier niet op in.noot Herodotos, Historiën 1.163; vert. Van Dolen.

Lees verder “Tartessos”

Het Comitium in Rome

Opgraving onder het Comitium

Wie de Senaatszaal verliet, kwam op het Comitium. Na de renovatie door Julius Caesar en Augustus was van het oorspronkelijke plein, dat ten tijde van de Republiek ruimte had geboden aan de Volksvergadering, weinig over. Destijds hadden om het ronde terrein, dat een doorsnede had van vijfentwintig meter, lage tribunes gestaan en eretekens voor verdienstelijke mensen en de profetessen die Sibillen werden genoemd. De Romeinse encyclopedist Plinius de Oudere stuitte op een vermelding van nog twee beelden:

Ik heb ontdekt dat aan weerszijden van het Comitium beelden van Pythagoras en Alkibiades hebben gestaan, omdat de Delfische Apollo ons tijdens de Samnitische Oorlog gelastte op een opvallende plaats standbeelden op te richten van de machtigste en de verstandigste onder de Grieken. Ze hebben er gestaan totdat de dictator Sulla het Senaatsgebouw vergrootte tot op die plaats. Het is overigens wonderlijk dat de vroede vaderen Pythagoras hoger aansloegen dan Sokrates, die door dezelfde god toch als meest verstandige is aangewezen, dat ze Alkibiades verdienstelijker vonden dan zoveel anderen, en dat ze iemand hoger achtten dan Themistokles, die machtig én verstandig was.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke Historie 34.26.

Lees verder “Het Comitium in Rome”

Hoe schreven ze de Bijbel?

Ooit probeerde ik Ivanhoe te lezen. Al na een paar bladzijden ben ik gestopt, omdat de eindeloze beschrijvingen me tegenstonden. Walter Scott vermeldt zelfs de opening van de hals van een kledingstuk. Zulke ultragedetailleerde beschrijvingen laten te weinig over aan mijn verbeelding om me te boeien. De kale verhalen van de Bijbel liggen mij beter: er staat geen woord te veel in, zodat je je fantasie erop los kunt laten.

Dat betekent ook dat nogal wat onuitgelegd blijft. Een beroemd voorbeeld is Daniëls visioen van het Laatste Oordeel.noot Daniël 7. Hij heeft in zijn droomgezicht allerlei monsters uit de zee zien komen, en vervolgens staat er, zonder overbrugging, ineens laconiek “Ik zag dat er tronen werden neergezet en dat er een oude wijze plaatsnam.” Waarom die oude wijze meer dan één zetel nodig heeft, blijft onduidelijk en daarover is dan ook nogal wat rabbijnse discussie geweest. De auteur van Daniël lokt gedachtewisseling uit.

Lees verder “Hoe schreven ze de Bijbel?”