De Assyrische Koningslijst

De Assyrische koningslijst (Archeologisch Museum, Istanbul)
De Assyrische koningslijst (Archeologisch Museum, Istanbul)

Vandaag even een kleinigheidje: een kleitablet uit het indrukwekkende Archeologische Museum van Istanbul,met daarop een lijst van Assyrische koningen en hun regeringsjaren. Het is op het eerste gezicht geen erg opwindende lectuur, met tekstjes als

Šalmaneser, zoon van Adad-nirari: 10 jaren
Aššur-dan, zoon van Šalmaneser: 18 jaren
Aššur-nirari, zoon van Adad-nirari: 10 jaren
Tiglath-pileser, zoon van Aššur-nirari: 18 jaren
Šalmaneser, zoon van Tiglath-pileser: 5jaren

Lees verder “De Assyrische Koningslijst” →

Bijbelse archeologie

Een oudheidkundige beschikt over twee soorten bewijsmateriaal: oude teksten en archeologische vondsten. (Daarnaast moet elke reconstructie worden getoetst, waarbij de sociale wetenschappen een rol spelen. Maar dat terzijde.) Door de variatie aan data zijn tegenspraken schering en inslag: Julius Caesar schrijft bijvoorbeeld dat hij de Belgen onderwierp, maar tot voor kort was daarvoor geen enkel archeologisch bewijs.

U merkt: asymmetrisch bewijs is simpel uit te leggen. Dat geldt ook voor de oude geschiedenis van Israël. Het is voor oudheidkundigen business as usual als de Bijbel iets anders beweert dan de archeologie. Desondanks kiezen – ik blogde er gisteren over – journalisten steeds het frame “de Bijbel zegt dit maar de archeologie spreekt dat tegen”. Alsof we nog leven in de negentiende eeuw, toen die vraag een zekere actualiteit bezat, en alsof asymmetrisch bewijs moeilijk zou zijn.

Lees verder “Bijbelse archeologie” →

Karthago

Terracotta masker uit Karthago (Musée nationale de Carthage)

De mooie Karthago-expositie in het Rijksmuseum van Oudheden is voorbij en het museum heeft inmiddels de deuren gesloten voor een reeks verbouwingen. Dit is daarom het moment om te schrijven over de catalogus Carthago. Opkomst & ondergang, want hoewel ik daarover niet onverdeeld positief kan zijn, wilde ik u niet ontmoedigen de eigenlijke expositie te bezoeken. Die was mooi.

Werkelijk slecht is de catalogus ook niet. De auteurs weten (op één na) wetenschappelijk van de hoed en de rand. De algemene inleiding door Pieter ter Keurs, een hoofdstuk over Fenicië door Lucas Petit, het hoofdstuk over Punisch Karthago van Roald Docter en de twee hoofdstukken door Ruurd Halbertsma over het Mahdia-wrak en de herontdekking van Karthago zijn prima.

Lees verder “Karthago” →

Joodse literatuur (2)

De belegering van Lachis. Tekening van een reliëf uit Nineve, nu in het British Museum.

[Dit is het tweede van vijf stukjes over de bronnen van mijn komende boek Israël verdeeld; in het eerste, hier, vertelde ik dat de uitleg in principe een cyclisch proces is.]

Cyclische processen zijn alles wat we hebben en het gevaar van cirkelredeneringen is levensgroot. Teksten worden – als er geen verwijzingen zijn naar contemporaine gebeurtenissen – vaak gedateerd aan de hand van de inhoud, die al dan niet overeenstemt met opvattingen die op een bepaald moment gangbaar waren, maar tegelijk is de veronderstelde geschiedenis van de antieke ideeën voor een groot deel gebaseerd op diezelfde teksten. De totstandkoming van de vijf boeken van de Wet is een onontwarbare puzzel: het staat vast dat er oeroude delen in zitten – de hogepriesterlijke zegen is aangetroffen op een zilveren amulet uit de zevende eeuw v.Chr. – maar het lijkt er ook op dat nog in de vijfde eeuw v.Chr. delen zijn toegevoegd.

Lees verder “Joodse literatuur (2)” →

Substituutkoning

Assyrische ekst met het ritueel van de substituut-koning (British Museum)
Assyrische tekst met het ritueel van de substituutkoning (British Museum)

Een van de ergste voortekens die men in de Oudheid kende, was een maansverduistering. Toen de Atheners Syracuse belegerden, dorsten ze een evacuatie die hen in veiligheid had kunnen brengen, niet aan, zodat het hele leger uiteindelijk in krijgsgevangenschap raakte. Dat men maansverduisteringen zo serieus nam, zal te maken hebben gehad met het feit dat iedereen ze kan waarnemen: zieners kunnen niet net doen alsof er niets aan de hand is. Zeker omdat het enige tijd duurt voor de aardschaduw over de maan is getrokken. De kans dat niemand het zag was nul.

In het oude Mesopotamië wisten de mensen zeker dat een maansverduistering duidde op de dood van een koning, en wel binnen honderd dagen. Het aardige is dat dit altijd klopt. Probeer het maar eens: binnen honderd dagen na een maansverduistering is er altijd wel ergens een vorst die overlijdt of een president die wordt vervangen. Er zijn namelijk nogal veel staatshoofden en er is nogal wat natuurlijk verloop, maar als je niet de benodigde kennis van de kansleer hebt, krijg je al snel het idee dat het voorteken echt blijkt te kloppen.

Lees verder “Substituutkoning” →

Anatolische beschavingen: IJzertijd

De IJzertijd kende enorme monumenten, zoals het zogenaamde “graf van koning Midas” in Gordion

[Dit is het vierde deel van een reeks over de Brons- en IJzertijd van Turkije; het eerste deel is hier.]

De IJzertijd begon. De ontruiming van de Hittitische hoofdstad Hattusa, rond 1200 v.Chr., was een teken des tijds geweest. De oude netwerken waarmee tin en koper waren geruild (de bestanddelen van brons), vielen uiteen. Wat restte was het goedkopere ijzer, dat overal te vinden is. Kleine én ooit grote staten schakelden erop over, en dat had een democratiserend effect: de supermachten van weleer hadden geen strategische voordelen meer. Tegelijk en samenhangend met de instorting van de grote Bronstijdrijken en de opkomst van de IJzertijdrijkjes, waren er migraties, die meestal worden aangeduid als de “Zeevolken”: in Anatolië breidden de noordelijke nomaden hun invloed uit naar het zuiden, in het zuiden van de Anatolische hoogvlakte lag het koninkrijkje Muški, vanuit het zuidoosten kwamen de Arameeërs, en vanuit het noordwesten trokken de Frygiërs het gebied binnen.

Moderne kopie van een van de Neo-Hettitische orthostaten in Arslantepe
Moderne kopie van een van de Neo-Hittitische orthostaten in Arslantepe

Van deze laatsten was de hoofdstad Gordion, die tot op de huidige dag wordt gedomineerd door talloze grote grafheuvels. In een ervan ligt, naar men wel beweert, de legendarische koning Midas begraven. We beklommen de citadel, waar eeuwen later Alexander de Grote de beroemde “gordiaanse knoop” zou doorhakken. De Frygiërs lieten ook hun sporen na in Ankara en Hattusa, waar mooie standbeelden zijn gevonden van de moedergodin (meer…), en in Alacahöyük. Er is wel geopperd dat het zojuist genoemde koninkrijk Muski identiek is aan Frygië, maar volgens mij is dat topografisch onmogelijk.

Ondertussen waren er ook nog staten die in de IJzertijd de tradities voortzetten van het oude Hittitische Rijk uit de Bronstijd. Helaas lukte het ons niet om Karchemis te bereiken (een ingecalculeerde mislukking overigens – we rekenden er niet echt op), maar we bezochten wel het prachtig in een bos aan een meer gelegen Karatepe, de opgraving van Zincirli en het fenomenale Arslantepe. Ook hier leefden de kunstenaars zich uit in mooie stadspoorten en fraaie orthostaten. Ik ga zeker nog eens terug om deze steden te bekijken, met – hopelijk – wat meer kans op succes in Karchemis.

Muzikanten op een Neo-Hettitische orthostaat in Karatepe
Muzikanten op een Neo-Hittitische orthostaat in Karatepe-Aslantaş

Deze zogeheten Neo-Hittitische staatjes bleven, met Aramese en andere invloeden, nog enkele eeuwen bestaan. Wat in Griekenland wel eens wordt aangeduid als de “Dark Ages”, is dat in Turkije beslist niet meer, al zou ik ook weer niet zo ver willen gaan te beweren dat we ons bevinden in het volle licht der geschiedenis.

Eén Neo-Hittiet wil ik nog noemen: Uria, een soldaat die (volgens de Bijbel) in de tiende eeuw in het verre Jeruzalem koning David diende. De vorst werd verliefd op Uria’s echtgenote, Batseba, en stuurde haar man naar het front met een brief aan zijn commandant, waarin de koning opdracht gaf aan zijn commandant om de brenger van de brief aan het front te laten strijden, opdat hij zou sneuvelen. Het is maar één kijkje naar de details van het leven in deze tijd. Ik zou er graag meer hebben, en wie weet wordt in Karchemis, Karatepe-Aslantaş, Zincirli of Arslantepe nog eens een stevig kleitablettenarchief gevonden.

[wordt vervolgd]

“Die Welt der Kelten”, Stuttgart

De kunst van de Kelten: glazen armbanden uit Manching

Als archeologen het hebben over de Kelten, bedoelen ze meestal de Hallstatt– en La Tène-culturen, ofwel de IJzertijdbeschaving van de mensen die tussen pakweg 800 en 50 v.Chr. leefden in een gebied dat als kernland de streek van Bourgondië, Lotharingen, Elzas, Baden-Württemberg, Beieren en Bohemen had. In Stuttgart zijn daarover momenteel twee tentoonstellingen, die samen worden aangeduid als “Die Welt der Kelten”.

De expositie over  de“Kostbarkeiten der Kunst” in het Altes Schloβ vond ik zelf vrij geslaagd, al haat ik het als voorwerpen in het halfdonker geheimzinnig liggen te zijn. De bezoeker krijgt vrij gedegen uitleg over de manier waarop kunsthistorici naar de ontwikkeling en functie van de Keltische voorwerpen kijken, waarbij een vraag als “is het eigenlijk wel kunst?” niet wordt geschuwd. Het belang is dat het idee dat de Kelten eigenlijk maar een soort primitieve imitaties maakten van de klassieke kunst, nog altijd bestaat. Het feit dat het in 1944 verschenen Early Celtic Art van Paul Jacobsthal nog altijd een standaardwerk is, bewijst dat er nog steeds betrekkelijk weinig onderzoek plaatsvindt.

Lees verder ““Die Welt der Kelten”, Stuttgart” →