Assyrisch fort in Megiddo

Assyrische gebouwen in Megiddo

De Assyriërs legden de grondslagen voor wat we het oosterse wereldrijk zouden kunnen noemen: één staat die de hele Vruchtbare Halve Maan verenigde. De gelegde fundamenten zijn daarna solide gebleken: ook nadat de Assyrische heerschappij ten onder was gegaan – Nineveh viel in 612 v.Chr. – bleef de eenheid bewaard, zij het onder Babylonische heerschappij. Later namen de Achaimenidische Perzen, Alexander de Grote en diens opvolgers de macht over.

Hoe bouwden de Assyriërs dat rijk? Grote, professionele legers om te beginnen. Gecalculeerde wreedheid ook, want dat demoraliseerde potentiële vijanden. Deportaties. Een efficiënte bureaucratie, die bijvoorbeeld verdragen op schrift stelde. Capabele bestuurders. En natuurlijk ook garnizoenen in de onderworpen gebieden. Garnizoenen die we archeologisch terugvinden. Eén voorbeeld ziet u hierboven: Megiddo.

Lees verder “Assyrisch fort in Megiddo” →

Assyrië!

De leeuwenjacht van Aššurbanipal (detail; British Museum, Londen)

Ik behoor tot degenen die pas als hij een afspraak heeft om met vrienden iets te ondernemen eraan denkt naar het museum te gaan. Het gebeurt eigenlijk nooit dat ik al weet dat er een leuke expositie is, dat ik die inplan en dat ik er dan vrienden bij uitnodig. De komende tentoonstelling in het Rijksmuseum van Oudheden, gewijd aan de Assyrische hoofdstad Nineveh, zou weleens de eerste keer kunnen zijn dat een expositie mijn agenda bepaalt in plaats van andersom. Ik zie er al bijna twee jaar naar uit.

Het is namelijk een belangrijke tentoonstelling. Het onzinnige negentiende-eeuwse sjabloon, waarin het oude Nabije Oosten wordt getypeerd als een wrede en in wezen religieuze cultuur en waarin Griekenland geldt als bakermat van het humanisme, wordt helaas nog altijd uitgedragen, hoewel het essentialistische karakter ervan allang is weerlegd. (Ik blog er nog over.) Is het voortleven van zo’n achterhaald idee al gênant, het is ook schadelijk: het maakt ons kwetsbaar voor manipulatie rond een veronderstelde “clash of civilizations” waarbij “het” westen, met humane waarden, staat tegenover “de” islam, die momenteel de rol krijgt toegewezen die eerder is gespeeld door het Ottomaanse Rijk, de Saracenen, de Sassaniden, de Parthen en de Perzen. Die rijken bouwden – en dat is wél een feit – voort op Assyrië, dat in de negentiende eeuw vaak als “wreed” werd getypeerd omdat de koningen de gewoonte hadden de afschuwelijkste gruwelijkheden af te laten beelden. (Uiteraard was in Griekenland alles peis & vree en wilden de Romeinen alleen maar wat ravotten.)

Lees verder “Assyrië!” →

Geschiedenis van Perzië (1)

Assyrisch soldaten (Pergamonmuseum, Berlijn)

Een tijdje geleden benutte ik deze blog om tips te geven voor een eerste kennismaking met de Bijbel. Dat leidde tot een uitnodiging of ik iets wilde schrijven over de geschiedenis van het oude Perzië, dat tussen 550 en 330 de hele oude wereld verenigde. Heel de oude wereld? Nee, in het verre westen bleef een kleine groep Grieken moedig weerstand bieden tegen de Perzische eenheidsstaat. Daarover maandag meer, nu eerst even iets over die Perzen en als we het daarover gaan hebben, moeten we eerst even wat terug in de tijd.

Assyrië

Rond het jaar 1250 v.Chr. was de wereld nog overzichtelijk. Een paar supermachten deelden de lakens uit: Egypte, de Hittieten in Turkije, Babylonië. In de twaalfde eeuw desintegreerde dit systeem. Als u er meer over wil lezen: Eric Cline beschrijft in zijn boek 1177 hoe het systeem te complex begon te worden. Een crisis op één punt had gevolgen voor de andere delen en als één staat instortte, was er geen staat die voldoende geïsoleerd was om overeind te blijven. De Bronstijd liep ten einde en de IJzertijd begon. Rond 1000 begon de geschiedenis in feite opnieuw met nieuwe partijen. In het oude Kanaän lezen we over de Hebreeën, wat noordelijker namen de Feniciërs de aloude handelsroutes over en in het noorden van Irak begonnen de Assyriërs aan de opbouw van een wereldrijk.

Lees verder “Geschiedenis van Perzië (1)” →

Koningen van Nubië

Standbeelden van enkele koningen uit Nubië, gevonden in Dukki Gel (Museum van Kerma)

Wie schrijft over de Oudheid heeft nogal wat clichés om te vermijden. In de tekst die ik momenteel lees is sprake van de “geoliede Romeinse oorlogsmachine” en samenpakkende “oorlogswolken”. Romeinen zijn immers altijd agressief, militaristisch en imperialistisch. Grieken zijn daarentegen altijd weer geniaal en erotisch. “Romeinen komen van Mars, Grieken van Venus”, zoals de vooroordelen een tijdje geleden werden uitgevent. Ondertussen vinden archeologen voortdurend “schatten”, identificeren ze “verloren beschavingen” en lossen ze “raadsels” op. Geen wonder dat mensen de oudheidkunde niet langer serieus nemen. En dit stukje gaat over, jawel, “zwarte farao’s”.

Nubië en Egypte

Ten zuiden van Egypte lag Nubië of Kush, waar in de loop der eeuwen diverse koninkrijken hebben bestaan. Eén daarvan, weleens aangeduid als Napata, slaagde er in de late achtste eeuw v.Chr. in Egypte te onderwerpen, waar de Nubische heersers bekendstaan als de Vijfentwintigste Dynastie. Het voortaan verenigde koninkrijk bleek kwetsbaar voor aanvallen vanuit het noorden, aanvallen die onvermijdelijk werden toen de Assyriërs Syrië en de Fenicische steden hadden onderworpen. Het kleine tempelstaatje Jeruzalem wist maar nauwelijks buiten het Assyrische rijk te blijven.

Lees verder “Koningen van Nubië” →

Alweer een ongeloofwaardige papyrus

Twee wijnzakken voor Jeruzalem dus. Of niet. (© Israel Antiquities Authority)
Twee wijnzakken voor Jeruzalem dus. Of niet. (© Israel Antiquities Authority)

Dit stukje schrijf ik met tegenzin. Ik heb de laatste tijd veel geschreven over papyrologie en nu moet ik het wéér doen. Veel nieuws heb ik ondertussen niet te melden, alleen gaat het dit keer om een wat oudere papyrus dan gewoonlijk: een vermelding van de stad Jeruzalem van zo’n 2600 à 2700 jaar oud. Hier meer. De meeste papyri – al heb ik zo snel geen aantallen paraat – zijn wat jonger. De inhoud is op zichzelf niet heel spectaculair. (Naharata ligt niet ver van Jericho.)

Van ’s konings dienares, uit Naharata: twee wijnzakken naar Jeruzalem.

Het verhaal van de ontdekking werd meteen groot doordat premier Netanyahu het benutte om de Israëlische aanspraken op Jeruzalem te benadrukken, een aanspraak waar door een erg politiek geformuleerde resolutie van UNESCO de laatste nogal wat om te doen is. Meteen kwam de verdachtmaking dat de papyrussnipper speciaal voor de gelegenheid zou zijn gefabriceerd, maar dat kan niet waar zijn: het fragment lijkt al in 2012 door de Israëlische oudheidkundige dienst te zijn ontdekt toen dieven het aan een illegale handelaar zouden hebben willen verkopen.

Lees verder “Alweer een ongeloofwaardige papyrus” →

Nineve, die grote stad

anchistmag_7_cover

Eerder vanmiddag heb ik in het café in Zaandam waar ik ook nu zit te werken, een PDF met  vijf mini-correcties in de Dropbox van Karwansaray Publishers gedaan. In de tussentijd heeft ergens in Zutphen de vormgeefster drie woorden cursief gezet, een dubbele punt veranderd in een punt, een hoofdletter aangebracht en zes letters gewijzigd. Daarna ging uw favoriete oudheidkundige tijdschrift, Ancient History Magazine, naar de drukker.

Meer dan ooit is er een reden een abonnement te nemen. We hebben de tweede jaargang aangegrepen om wijzigingen aan te brengen. De vaste lezers van deze kleine blog zullen hebben herkend dat een andere tekenaar, Radu Oltean, het omslag heeft ontworpen. Binnenin is vanzelfsprekend nog steeds een thema-deel, dat dit keer zal zijn gewijd aan Nineve, de hoofdstad van het antieke Assyrië. De opmaak is echter veranderd, waardoor er wat meer ruimte is gecreëerd voor het beeldmateriaal. We hebben dit keer enkele unieke foto’s, gemaakt door drie Amerikaanse legerfotografen. Ik blogde er al eerder over. Nieuw is verder de factcheckrubriek waarvoor we altijd al plannen hebben gehad.

Lees verder “Nineve, die grote stad” →

Verhalen over Karthago

miles_carthage

Het probleem met historische feiten is dat je ze niet kunt observeren. We zullen nooit meer aanschouwen hoe de oude Karthagers handel dreven in Andalusië. Wat we wel kunnen bestuderen, zijn de gevolgen van de feiten, de “neerslag”. Karthago’s eindeloze oorlogen om Sicilië werden opgetekend in teksten die we nog altijd kunnen lezen. De wijze waarop de Karthagers hun huizen inrichtten en de invloed van hun handel op de sociale verhoudingen zijn nog steeds af te leiden uit archeologisch vondstmateriaal.

Verhalende geschiedschrijving

De indirectheid van hun kennis brengt historici danig in verlegenheid. Ze willen de verbanden tussen de verschillende gebeurtenissen wel opsporen – ze  zouden het verleden, met andere woorden, willen verklaren – maar als de feiten al slecht kenbaar zijn, zijn de verbanden en oorzaken helemaal onbegrijpelijk. Sommige geschiedtheoretici, de zogeheten “narrativisten“, stellen daarom dat het in de geschiedkunde minder gaat om de analyse van oorzaken dan om het vertellen van een overtuigend verhaal.

Lees verder “Verhalen over Karthago” →

Klassieke literatuur (2): leerdicht

Of Hesiodos een historisch personage is, staat te bezien, maar dat heeft antieke beeldhouwers er niet van weerhouden zijn portret te maken. Deze mooie kop is in het British Museum, Londen.

[Bij mijn mail zat onlangs de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich er echt in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit bij een collegereeks aanschuiven. Voor de Latijnse literatuur is er Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet.]

Het genre: leerdicht

Toen in de jaren tachtig de hiphop werd uitgevonden waren er, zo had ik de indruk, twee subgenres. In het eerste bluften rappers over wat van geweldige kerels ze wel waren, in het andere waarschuwden ze voor heroïne en crack. Verder werd er danig geïmproviseerd. Wellicht overdrijf ik de parallel, maar de Griekse poëzie is niet heel anders begonnen: geïmproviseerd voordragen, deels zingend over de roem der mannen, deels didactisch. Heldendicht en leerdicht.

Lees verder “Klassieke literatuur (2): leerdicht” →

Het Romeinse Rijk van Fik Meijer (4)

De zelfmoord van de Dacische koning Decebalus op de Zuil van Trajanus

[Dit is het vierde deel van een beschouwing over Macht zonder grenzen van Fik Meijer. Het eerste deel leest u hier.]

Mijn bezwaar tegen Macht zonder grenzen van Fik Meijer is, zoals ik in het eerste deel aangaf, tweeledig: zijn beheersing van de oudheidkundige methoden schiet tekort en hij bezit te weinig kennis van de feiten. Van een hoogleraar verwacht je meer kwaliteit. Ik heb, denk ik, nu wel voldoende onderbouwd dat er methodische fouten zitten in Meijers boeken, die ertoe leiden dat u een verkeerd beeld krijgt van de oude wereld. Dit is moeilijk te repareren. Dat ligt anders bij ’s mans tekortschietende kennis van bij oudhistorici algemeen bekende feiten. Hier is het probleem meer dat simpele verbeteringen niet worden doorgevoerd. Alvorens daarop in te gaan echter een passage die niet in de twee genoemde categorieën valt.

Pseudowetenschap

De definitie van pseudowetenschap is notoir lastig en daarom heb ik ooit de term “kwakgeschiedenis” gemunt om claims te typeren die verder gingen dan methodisch verantwoord was, maar bleven binnen de grenzen van het fysisch mogelijke. Er is een verschil tussen enerzijds Tom Holland, die eeuwenlange continuïteiten postuleert zonder het benodigde bewijs te kunnen leveren, en anderzijds Immanuel Velikovsky of Erich von Däniken, die dingen claimen die in strijd zijn met de natuurwetten.

Lees verder “Het Romeinse Rijk van Fik Meijer (4)” →

Het Romeinse Rijk van Fik Meijer (1)

fik_meijer-macht_zonder_grenzen

Een tijdje geleden schreef ik over Jezus en de vijfde evangelist van Fik Meijer. Ik legde uit dat dit boek een christelijke agenda volgde: Meijers Jezus was van alles, maar géén Jood. Ik zal de allerlaatste zijn, echt, om christenen het recht te ontzeggen hun heiland uit zijn religieuze en etnische context te lichten, maar ik wilde wel de eerste zijn om op te merken dat Meijers boek over een onjoodse Jezus niet kan doorgaan voor het werkstuk van een competente historicus.

Overlast

Die haast had ik, omdat ik overlast ondervind van de boeken van Fik Meijer. Al jaren gaat er vrijwel geen week voorbij zonder dat ik vragen moet beantwoorden over wat de UvA-emeritus heeft geschreven, beweerd op een HOVO-cursus, verteld als reisleider, gezegd op de radio. Ik blijf altijd beleefd: als iemand erop wijst dat de man toch hoogleraar is geweest, verbloem ik met een “ook hoogleraren begaan weleens vergissingen” de problemen. Deze correspondentie kost me echter te veel tijd. Het gaat bovendien niet om onschuldige zaken die je kunt afdoen als verschil aan inzicht. Soms is fout gewoon fout. Als Meijer de Bergrede presenteert als “de enige tekst die echt iets prijsgeeft over de door Jezus beoogde samenleving”, heeft hij de bronnenkritiek niet begrepen en licht hij u verkeerd voor. Tot slot zijn veel van Meijers fouten zichtbaar voor iedereen, zodat het begrijpelijk is dat mensen denken dat oude geschiedenis een fopwetenschap is.

Lees verder “Het Romeinse Rijk van Fik Meijer (1)” →